kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Els Vanden Meersch

18 maart 1970, Ninove

Opleidingen
- Hogeschool Sint-Lukas, Brussel: vrije grafiek
- Hoger Instituut voor Schone Kunsten, Vlaanderen, Antwerpen
- 2001/2002 Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam

Disciplines
- fotografie / installatie / sound / video

Tentoonstellingen
- Hortus Panoramicus, Brueghelproject,
Kasteeltuinen Gaasbeek en Groenenberg, 2001
- PENTAGON, Kunstencentrum STUK, Leuven, 2001
- Concrete, W139, Amsterdam, 2002
- Verboden op het werk te komen, de Brakke Grond, Amsterdam, 2003

Het werk van Els Vanden Meersch is een onderzoek naar de psychologische geladenheid van ruimtes. Haar architecturale installaties zijn kil en doordrongen van visuele machtssystemen. Haar installaties zijn kijktoestellen die begluren of het kijken blokkeren; vensters waar men niets door kan zien, spiegels die strategisch geplaatst worden om te bespieden. Kijken is een spel van domineren en verdedigen. Deze installaties zijn protheses van het oog waarbij het menselijke lichaam afwezig blijft.

In het proces van construeren, vernietigen en reconstrueren vertellen de installaties van Els Vanden Meersch een intrigerend en niet altijd duidelijk leesbaar verhaal. Het procesmatige speelt bij Vanden Meersch een belangrijke rol en het maak- en ontstaansproces zijn wezenlijk in het werk opgenomen en dus onderdeel van het werk. Dit leidt tot een aaneenschakeling van intens ruimtelijke ervaringen. Bij Els Vanden Meersch is er vooral die rode draad van complexe en versplinterde suggestieve trajecten die dwars doorheen een werk lijken te lopen en die zodoende een rijk en aanhoudend pallet aan observerende standpunten genereert. Zelf spreekt zij van ontdubbeling en verplaatsing, in de zin dat zij zichzelf a.h.w. in dialoog brengt met de vermeende aanwezigheid van meerdere fictieve personen binnen de ontwikkeling van een installatie. Anders gezegd communiceert haar werk ons dat elk van ons, in welke individuele bezigheid ook, tegelijk het gevoel kan hebben met meerderen te zijn. Dit geeft aan dat haar werk op een intuïtief psychologische wijze de ruimte activeert of dergelijke kenmerken aan de ruimte toekent of ontleent.

Getuige hiervan is haar opmaak van een archief aan fotografische registraties onder de titel ‘Paranoid Obstructions'. In deze inventariseert zij restruimtes, non-sites en spoorgeladen architecturale sites. Deze registraties leggen getuigenis af van menselijke aanwezigheid en zijn soms in hun overgang naar verval of ruïne vol van herinnering en gelaagde suggestiviteit. Hun atmosferische desolaatheid verraadt een gezochte bevreemding.

Concreet is haar ruimtelijk werk een verwerking van delicaat en intens opgebouwde sculpturale acts waarbij materie wordt aangemaakt, gegoten en afgegoten, gebroken, doorboord, geschuurd… aangetast… om zodoende in een schijnbaar latente toestand van transformatie over te gaan. Zelfgemaakte of bestaande (snel)bouwstenen en plaveien worden doorheen de ruimte opgebouwd of uitgezet en juist via diverse sculpturale acts supplementair verbonden. Door deze ingrepen ontstaat betekenis en ontwikkelt er zich een fijnmaziger ruimtelijk weefsel dat zich ent op het bestaande of het pas gebouwde en dat toelaat, de gedurende de creatie opgeslagen benadering, individueel en vanuit meerdere standpunten opnieuw te reconstrueren.

fotografie
Naast het realiseren van architecturale installaties, heeft Els Vanden Meersch altijd gefotografeerd. Ook in haar foto's ligt de nadruk op visuele machtssystemen, zichtbaar in detailopnames van gebouwen. Els Vanden Meersch dringt almaar dieper door in de psyche van de architectuur. Vanden Meersch' fotografisch oeuvre is geen commentaar op de stedelijke omgeving, maar sluit aan bij haar installaties. Zowel haar installaties als haar beeldopnames, zijn gebaseerd op een intuïtieve onderzoeksmethode naar visuele machtsverhoudingen. In de foto-opnames is eveneens het menselijk lichaam afwezig. Zowel historisch beladen plekken als banale straathoeken worden naast elkaar gepresenteerd. De combinatie van de foto's genereert een nieuwe betekenis die als een déjà vu op de toeschouwer afkomt.

In eerste instanties waren haar foto's bedoeld voor persoonlijk gebruik, als een soort schetsboek waaruit ze later dankbaar kon putten: werkfoto's van ruimtes met een psychologisch geladen karakter. Uit dit almaar uitdeinende archief groeiden dan collages, die zij als een zinvol archief kon aanwenden.

2003 Transient constructions
Een eerste selectie uit haar fotografisch werk werd verwerkt in een eerste boek: Transient Constructions. De begrenzing van de blik was hiervan het thema. Blinde hoeken, optische obstakels, de onmogelijkheid om te zien: telkens opnieuw werd de toeschouwer ertoe aangezet een onzichtbare werkelijkheid toe te voegen aan de perceptie van het gefotografeerde. De wereld achter de dingen.

Net zoals haar installaties zijn de foto's uit ‘Transient constructions' voorlopige constructies. Meestal per twee gekoppeld, roepen de foto's wisselende associaties op. Huizen zeggen iets over de bewoners en hun omgang met de buitenwereld. Dichtgemetselde ramen en deuren, glasscherven op een muur, een verklikspiegel aan een bovenraam spreken over bekeken worden zonder zelf te kunnen kijken, over achterdocht, angsten en mislukte communicatie.

Dat is slechts een fractie van het archief. Er zijn altijd andere combinaties mogelijk, ook tussen de geselecteerde beelden onderling. Zij vormen geen vast koppel. De kunstenares voegde er een lijst van mogelijke titels aan toe, 'blinded constructions' bijvoorbeeld of 'defensive constructions'. Daar kan de kijker vrij uit kiezen. Zo blijft het boek even beweeglijk als haar archief dat zij ondertussen verder heeft uitgebreid.

Els Vanden Meersch brengt met haar grote, transparante fotocollages een ode aan de ongestructureerdheid. De sociale codes van onze maatschappij bieden nauwelijks plaats aan ongestructureerdheid. Architectuur is de zichtbare wijze waarop mensen het maatschappelijk verkeer institutionaliseren. Gebouwen beïnvloeden niet alleen de gevoelens en gedragingen van bewoners, maar tonen ook de normen waar binnen mensen zich moeten gedragen.

Paranoid Obstructions
De reeks Paranoid Obstructions, titel van haar tweede publicatie, gaat in op een ander aspect van het zien. Het gaat hier namelijk om het gezien worden, bespied, geobserveerd door discrete bewakingscamer's, judassen, deurspionnen. Onverwurmbare en onontkoombare controlesystemen die big brother in de dagelijkse realiteit van een paranoide maatschappij hebben geintroduceerd. Latent geweld en institutionele dominantie in de stedelijke omgeving wordt hier gedemonstreerd aan de hand van kille foto's.

2004, de Brakke Grond, PARANOID OBSTRUCTIONS
Vanden Meersch' tentoonstelling is een accumulatie van grondplannen, maquettes en reproducties, die de indruk wekken van een researchproject waarvan de onderzoekers het labo net verlaten hebben. Verschillende installaties vormen samen een maquette op schaal 1:1 waardoor de bezoeker wandelt. Ondanks zijn industriële strakheid, is haar werk een desoriënterend geheel; als het ware een labyrint van hokjes en bunkers. De constructies die ze maakt, zijn als een paranoïde panopticum dat wordt geactiveerd wanneer de bezoeker de ruimte binnenloopt. Het panopticum van Vanden Meersch gaat niet uit van een centraal gestuurd systeem. Het mechanisme van de blik zit in alle hoeken en kanten, niet in het minst in het hoofd van de toeschouwer zelf. Het is gefragmenteerd en wordt niet gedragen door een enkel subject.

Haar tentoonstelling in de Brakke Grond is een synthese van het artistieke project van Els Vanden Meersch. Hierbij speelt zij in op het specifieke karakter van de tentoonstellingsruimte, die het midden houdt tussen een expositie- en theaterzaal. Naast haar installaties heeft zij ook een selectie gemaakt van haar fotografisch oeuvre. Door middel van de installaties, laat VandenMeersch de bezoeker de ruimte op een directe fysieke manier ervaren. In haar foto's, daarentegen, creëert zij een objectiverende visuele afstand. Els Vanden Meersch heeft ondertussen doorgewerkt aan een tweede boek op basis van haar uitgebreid fotoarchief waaruit voor het eerst een selectie wordt getoond.

Els Vanden Meersch zoekt zeer bedachtzaam naar subtiele wijzigingen en toevoegingen. Ze speurt naar de juiste materialen en de juiste verschijningsvorm, het kleine detail waardoor de algehele sfeer soms ietwat onheilspellend wordt. Waar dat precies aan ligt, daar kan de toeschouwer de vinger niet op leggen. De kunstenares levert echter geen kant-en-klaar verhaal. Je kan haar bezwaarlijk onderbrengen bij de verhalenvertellers in de hedendaagse kunst, hoewel er associaties in de lucht hangen. We kunnen met onze gedachten meerdere kanten en tegelijkertijd geen kant uit. Dat kan behoorlijk 'unheimlich' werken. 'De atmosfeer is belangrijk', zegt ze. 'Ik vertrek echt van atmosfeer. Dat is ook heel moeilijk. Het is een hele zoektocht naar de juiste materialen.' Het eindresultaat kan wat desoriënterend zijn, licht labyrintisch en mysterieus. Er is nochtans geen zweverig onderzoek aan de gang. De kunstenares blijft dicht bij de grond. Ze vist in het reservoir van de onmiddellijke omgeving, dat wat onmiddellijk voor het grijpen ligt, en haalt het potentiaal ervan naar boven.

Al geruime tijd zwerft een plattegrond door het jonge oeuvre. Dat is een stuk van haar vroegere woning, op ware grootte. Toen ze moest verhuizen, kreeg ze de kans om een deel van het huis, de achterbouw, op te meten. Ze kon de vloer uitbreken en mee verhuizen. Hij paste net in haar toenmalige atelier. Ook die ruimte reconstrueerde ze herhaaldelijk in tentoonstellingen. Met haar oude woning heeft ze niet meteen emotionele banden. Iets autobiografisch hoeven we in haar werk niet te zoeken. Daar is het te afstandelijk voor. Ze verdiept zich niet in melancholische of nostalgische herinneringsbeelden, zelfs al kan de toeschouwer er een bezinksel van melancholieen nostalgie in ontwaren. Voor haar part had het evenzogoed een andere plattegrond kunnen zijn. 'Hoe geef ik een ruimte van een huis weer? Dat was het basisidee', vertelt ze. 'Als je een vloer legt zoals hij moet liggen, dan heb je absoluut geen ruimte. Dat is gewoon een vloer. Daarom heb ik hem omgedraaid, zodat heel die binnenkant zichtbaar wordt, de bodem van het interieur. Daardoor krijg je dat landschapachtige. De plattegrond paste juist in mijn atelier. Die ruimte van 60 m² bouwde ik eveneens op, zodat die twee werelden -de werkruimte en de leefruimte- perfect inelkaar schuive. 'In de evoluerende versies verheft de plattegrond zich steevast op hoge poten, vaak boven zijn op de vloer geschilderde evenbeeld. In de uitgebalanceerde compositie herkennen we een gang en kamers. De afgebroken afvoerbuis van het toilet loert er boven uit. Een klakkeloze kopie is dat niet. In Strombeek, waar Els Vanden Meersch de Prijs Beeldende Kunst 2002 van de provincie Vlaams-Brabant wegkaapte, werd de constructie verlicht door laaghangende T.L.-lampen. Zelfs de spieramen van het Cultuurcentrum speelden mee. Een parcours van leidingen liep over de omgekeerde vloer, de echte, zanderige, omgekeerde tegels, afgegoten exemplaren en het juteachtige oppervlak van omgekeerde linoleum. Door de tegels in cement te reproduceren, worden de associaties met de aarde, land art en archeologie meer en meer weggewist. 'MemorySpace' kan je nochtans opvatten als een herinnering aan het huis of het huis als een container van herinneringen. De titel werd evenwel gekozen omdat het een constructie is op basis van het geheugen. Zachte geluiden brachten het huis tot leven. Dat was een collage van quasi organische huisgeluiden, onder meer van water in de verwarmingsbuizen. In Strombeek kantelde de installatie gedurig tussen huis en landschap.

In Amsterdam werd dezelfde plattegrond minder huis. Zonder geluid, zonder atelierconstructie eromheen en volledig in cement gegoten, strekte 'The Farest Place' zich tijdens de zomermaanden uit in 'De Brakke Grond'. Over de hele oppervlakte werd ter plekke een laag grafiet gestrooid, een sensueel, donker kleed in de kleur van giftig lood. Dat maakte er een vreemd landschap van. Fietssporen in het cement voerden de verwarring tussen binnen en buiten nog op. In een muur bracht ze een klein raam aan. Het beloofde een uitzicht naar buiten, maar de blik botste op een grijze, traag verglijdende diaprojectie. Quasi abstracte beelden van arduinsteen en bandensporen in het zand leken de toeschouwer terug naar binnen te werpen. 'The Farest Place' evoceert iets onbereikbaars, iets dat oneindig ver is. Je kan het niet situeren. Het is niet hier en niet daar, niet binnen en niet buiten, geen landschap en geen huis.

Wat is er zo essentieel aan een huis? Mettertijd begon de kunstenares daar meer en meer over na te denken. De woning interesseert haar omdat ze sterk verbonden is met de vorming van een identiteits- en oriëntatiegevoel. 'Je denkt altijd vanaf de plaats waar je woont', zegt ze. 'Daarvan meet je ook af of iets ver is of dichtbij. Wat me sterk bezig houdt, is het kijken. Een huis is visueel nooit helemaal controleerbaar. Ik vind dat een huis hoofdzakelijk lichamelijk is. Je kan het alleen maar fysiek ervaren. Je verkent het alleen lichamelijk en niet visueel. Je hebt immers nooit een overzicht. Je bent in een kamer en daar stopt het. Je kan niet verder kijken, maar in de andere kamer kan evengoed iemand zitten. Die ruimtes zijn eigenlijk altijd sociaal, zelfs als ze leeg zijn. Ik denk dat een huis toch heel belangrijk is voor je zelfgevoel. Het is een soort portret.

Op het huis in de kunst heeft uiteraard niemand een patent. In Duitsland bouwt en verbouwt Gregor Schneider zijn spraakmakende huis 'Ur', een desoriënterende, ruimtelijke puzzel waarvan hij fragmenten reconstrueert in tentoonstellingen. Het labyrintische sluipt eveneens binnen in het werk van Els Vanden Meersch, hoewel dat niet haar hoofdbekommernis is. Zelf wijst ze op een potdicht huis van Rachel Whiteread in Londen, een afgietsel op ware grootte. Ook de Britse beeldhouwster voelt het huis aan als iets lichamelijks. Zij vergelijkt het met het menselijk lichaam. In een interview blikt ze terug op het afgieten van het bestaande huis : 'We werkten zes weken in het interieur. We vulden spleten en maakten het klaar om af te gieten. Het was alsof we een lichaam aan het balsemen waren.' Over haar vloersculpturen zegt ze : 'De ruimte onder de vloerplanken heb ik altijd gezien als de ingewanden van een huis, de verborgen ruimtes dienormaal ontoegankelijk zijn.' Bij Rachel Whiteread blijven de tegels of planken een sculptuur. Els Vanden Meersch tracht vanuit de vloer een ruimte te creëren, een plaats. In Antwerpen trekt ze effectief een huis op. Ze heeft een hele weg afgelegd sinds het vroege werk 'Body' bijvoorbeeld. Toen bouwde ze een zuil en ontbond hem weer. Zo ontstonden versnipperde landschappen op de vloer van stenen, gruis, een ingekraste cirkel. In die tijd werkte ze vanuit lichamelijke handelingen, schijnbaar nutteloze handelingen van opbouwen en afbreken. Even leek ze in het spoor te stappen van kunstenaars zoals Joëlle Tuerlinckx. Het fragmentarische is niet helemaal verdwenen, maar alles komt samen in een meer monumentaal geheel. Nu wekt ze een fysieke ervaring op door de plattegrond van muren te voorzien. Voor het eerst kan de toeschouwer haar kunst daadwerkelijk betreden. Eerder metselde ze wel een hok. Dichtgestopte gaten suggereerden dat iemand van buitenaf openingen had gemaakt om te kijken wie erin zit, maar van binnenuit waren ze weer dichtgemaakt. Zo'n eenpersoonscabine, een 'gesloten labyrint' zoals ze het noemt, infiltreert tevens in de nieuwe installatie. Kijkspiegels en andere instrumenten versterken het gevoel van bekeken te worden. Alles verwijst naar communicatie en de onmogelijkheid ervan.

Voornaamste bron: persbericht Christine Vuegen voor Brakke Grond


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 572.