kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Emil Nolde

Emil Nolde (1867-1956)

Zelfportret, ca 1917

Noordduitse-Deense expressionistische kunstenaar, aquarellist en graficus, geboren 7 augustus 1867 te Nolde in Sleeswijk (bij Tondern) - overleden - 15 april 1956 Seebüll (Sleeswijk-Holstein).

Emil Nolde wordt, hoewel hij zichzelf niet als expressionist betitelde, met name door zijn zeer evocatief kleurgebruik gezien als een van de eerste Duitse expressionisten. Zijn felle kleurige werk, gekenmerkt door afwijking van de natuurlijke vorm en grote summiere lijnen, is sterk verwant met dat van leden van de groep Die Brücke. Buiten zeegezichten, portretten en religieuze onderwerpen, schildert Nolde honderden aquarellen van bloemen en landschappen. Hij maakte portretten, landschappen, figuurstudies, caféscènes etc. en bediende zich van olieverf, etstechniek en houtsnede. Kenmerkend voor het werk van hem zijn forse, schetsmatige lijnen en felle kleuren. Als graficus maakte hij talrijke houtsneden, litho's en etsen.

In 1892 was hij leraar kunstnijverheid te Sankt Gallen (Zwitserland). In 1898 werd hij schilder. In 1906-07 zien wij hem als lid van de Künstlergemeinschaft Die Brücke en in 1910 is hij medeoprichter van de Neue Sezession te Berlijn. Nolde bleek echter te individualistisch om daar lang bij te blijven.
Zijn werk bestond aanvankelijk voornamelijk uit landschappen en portretten. Vanaf 1909 volgden een reeks religieuze onderwerpen (Pinksteren en Avondmaal) en stillevens met primitieve plastieken en maskers. In 1913-15 trok hij als lid van een etnologische expeditie mee naar Rusland, China, Japan en Polynesië. Daaruit resulteerde een reeks aquarellen met exotische onderwerpen.

Zijn werk is gekenmerkt door afwijking van de natuurlijke vorm, de grote summiere lijnen en de felle kleuren.

Tijdens de naziperiode kreeg Nolde als zovele anderen schilderverbod. Toch maakte hij in het geheim vele aquarellen (Ungemalte Bilder). Als graficus maakte hij talrijke houtsneden, litho's en etsen. Veel werk van Nolde bevindt zich in de Stiftung Seebüll Alda und Emil Nolde te Neukirchen.

In zijn houding tegenover zijn werk geleek Nolde in zekere mate op Van Gogh. Hij stond met een gelijkaardige emotionaliteit en hartstocht voor zijn doek. Hij kom onmogelijk regelmatig werken. Schilderen was telkens weer een daad van zelfverloochening. Hoe meer hij op deze wijze zijn kunst met zijn eigen leven verbond, des te meer begon hij te twijfelen aan zichzelf. Gelukkige en productieve periodes wisselden af met tijden van stilte en creatief onvermogen. Wanneer hij ontevreden was over het eindproduct, vernietigde hij dit. Later had hij daar meestal spijt van: “Aan een aantal kapotgesneden doeken denk ik terug als aan verloren geluk”, schreef hij in zijn autobiografie. - (Elger 107-108)

Biografie
Emil nolde werd 7 augustus 1867 geboren in het plaatsje Nolde in Sleeswijk (bij Tondern) als Emil Hansen.

The Prophet, 1912

Aanvankelijk leerde Emil Nolde van 1884-1888 het vak van meubelontwerper en houtsnijder bij diverse meubelfabrieken in München, Karlsruhe en Berlijn.

In 1889 werd Nolde leraar aan de kunstnijverheidsschool in Karlsruhe.

Van 1892 tot 1897 is hij docent siertekenen en modelleren aan de kunstnijverheidsschool in St. Gallen (Zwitserland).

Als schilder was Emil Nolde nagenoeg autodidact. Hij kwam laat tot rijpheid en ontplooide zich pas tegen 1900 op vol artistiek vermogen.

Rond 1899 begon Nolde opleidingen te volgen bij de school van Hoelzel in Dachau en de Académie Julian in Parijs.

Terug in Duitsland vestigde hij zich op het eiland Alsen.

White tree trunks, 1908

Aanvankelijk begon Nolde, geïnspireerd door Franse schilders, in impressionistische stijl. Dankzij zijn nieuwe manier van schilderen en zijn heftige kleurgebruik groeide hij echter al snel uit tot een avant-gardist die veel invloed had op de jongere generatie schilders. Ook experimenteerde hij met verschillende technieken (olieverf, aquarel, houtsneden) en bracht die tot nieuwe hoogten. Nolde is dé pionier van het expressionisme geworden en is daarmee één van de belangrijkste Duitse kunstenaars van de vorige eeuw.

Secession
In 1901 komt Nolde naar Berlijn en wordt lid van Secession. Vanaf 1903 brengt hij zijn zomers door in Alsen. Hier wordt de kleur van zijn schilderijen lichter en intensiever en geven zijn schilderijen langzamerhand de Expressionistische kracht weer die zo typisch was voor zijn onderwerpen.

Nolde werd geboren als Emil Hansen maar noemde zich vanaf 1902 naar zijn geboorteplaats, vlakbij Denemarken, als hommage aan zijn geografische wortels, het landschap, dat een aanzienlijke invloed op zijn gehele werk als schilder had.

Die Brücke
Emil Nolde werd voor 1 jaar lid van Die Brücke in 1906. Hij was al een erkend kunstenaar en ouder dan de anderen, toen hij door Schmidt-Rottluff werd voorgesteld aan de groep kunstenaars van Die Brücke. Zij hadden een tentoonstelling van hem gezien en waren diep onder de indruk van zijn “onstuimige kleuren”. Zij herkenden een artistieke verwantschap die gelijkgestemde doelstellingen veronderstelden.

Nolde is veruit de meest hartstochtelijke, meest barbaarse schilder van Die Brücke. Zijn kleuren zijn schril en dissonant, zijn toets is ruw en wild en zijn vormen herinneren aan primitieve houtsculpturen. Hij zoekt geen wetmatige normatieve schoonheid, maar directheid, oorspronkelijkheid, zoals in de primitieve volkskunst. Dat het scheppingsproces voor hem een spontaan gebeuren is, beschrijft hij als volgt: ‘De dualiteit neemt in mijn schilderijen en ook in mijn grafiek een ruime plaats in: man en vrouw, vreugde en verdriet, God en duivel. Ook de kleuren worden tegenover elkaar gesteld: koud en warm, helder en donker, dof en sterk. Meestal immers, nadat een kleur of akkoord als vanzelf aangeslagen is, bepaalt één kleur de andere, volledig gevoelsmatig en gedachteloos zoekend in de hele rij van heerlijke kleuren op het palet, in zuiver zintuiglijke vreugde en overgave aan het schappen. De vorm wordt haast altijd met weinig constructieve lijnen vastgelegd alvorens de kleur verder bouwt en intuïtief de juiste vorm bepaalt'

Emil Nolde, 1909

Met zijn kleurgebruik en krachtige toets was Nolde een invloedrijke figuur in de groep en werd de ets een nieuw artistiek medium. Zijn schilderstijl verandert echter ook onder invloed van de Brücke-kunstenaars. Door het toepassen van expressieve kleuren schildert hij eenvoudiger, vlakker en wordt er meer nadruk gelegd op de vorm. Kleuren worden tot zijn eigenlijke uitdrukkingsmiddel. Nolde bracht de verf dik aan, waardoor er een illusie werd geschapen van diepte en perspectief en er een 2-dimensionale ruimte ontstond. De ongemengde kleuren werden dicht tegen elkaar aangezet, waardoor zij elkaars kracht versterkten.

Emil Nolde bleef 1 seizoen in Dresden met de groep, maar was te individualistisch en... te achterdochtig om het in de groep uit te houden. Door de gemeenschappelijke schildersessies voelde hij zich te gebonden. Hij beschuldigde de groep er van zijn ideeën gestolen te hebben en er geldelijk profijt van te trekken.

Nolde ontmoette Munch.

In 1908 werd Noldes werk gedomineerd door bloementuinen. Buiten de bloemen om, waren de belangrijkste onderwerpen: kustlandschappen en religieuze scènes.

In 1909 trekt hij zich terug in Ruttebuelt (Sleeswijk).

Emil Nolde was een religieus mens. Vanaf 1909 wijdt Nolde zich meer aan religieuze thema's. Zijn hang naar mystiek uitte zich vooral in zijn religieuze kunst.

In 1910 brengt Nolde enkele maanden door in Berlijn in een appartement van zichzelf. Hij ontdekt een nieuw thema dat hem alleen in die korte periode van zijn leven bezig houdt. Zoals de andere Brücke-kunstenaars ontdekt Nolde de fascinatie van het leven in de stad, de wereld van de music-halls, bars en nachtclubs. Hij concentreert zich hoofdzakelijk op dezelfde situatie: gasten die aan hun tafeltje zitten.

Neue Secession
In 1910 raakte hij in conflict met Liebermann en was medeoprichter van de Neue Secession.
In 1911 wijst de Secession Noldes schilderijen en die van de andere Expressionisten af. Dan wordt hij, met de andere leden van Die Brücke, lid van de Nieuwe Secession.

Maskers, 1911

Maskers
In 1911 bezocht Nolde Ensor in Oostende, wiens grotesk-demonische verbeeldingswereld hij zeer bewonderde. Onder invloed van Ensor ontstond er een aantal schilderijen met exotische maskers, een voorbode van zijn legendarische expeditie naar de eilanden in de Grote Oceaan in 1913/14. De serie werken wordt als een van de belangrijkste artistieke doorbraken gezien van deze eeuw. De werken hebben o.a. Picasso, Kandinsky en de leden van Der Blaue Reiter beïnvloed. De schilderijen waren geïnspireerd door de etnografische kunst in musea en door de grotesk-demonische verbeeldingswereld van Ensor. Emil was gefascineerd door de voorwerpen door de kracht, directheid en ongekunsteldheid van dit werk.

Het ‘fantastisch voorwereldlijk weten' van zijn verbeelding werd door Nolde in overdadige stromen kleur weergegeven. Ook in veel van zijn zeegezichten probeerde hij de elementaire natuurkrachten zichtbaar te maken, "de absolute oorspronkelijkheid, de intense, vaak groteske uitdrukking van de levenskracht in haar oerstaat".

Kruisiging, 1912

1909/12Het leven van Christus
In 1912 exposeert hij zijn negendelige werk ”Het leven van Christus” (geïnspireerd naar het Isenheim altaarstuk van Matthias Grünewald) op de Tentoonstelling voor Religieuze Kunst in Brussel, maar dit werk wordt door de protesten van de kerk afgewezen.
De dikke verflagen en opzettelijk primitieve tekening tonen aan dat Nolde alle picturale verfijning verwierp ten voordele van oorspronkelijke, directe expressie, daartoe o.a. geïnspireerd door Gauguin. Ook doet het denken aan de groteske maskers van Ensor en aan de stomme intensiteit van de boeren van Barlach.
De figuren zijn samengeperst in een krappe ruimte. Ze dragen maskerachtige, ernstige gezichten ( Nolde was bevriend met Ensor ) waaruit rust en kracht spreekt. Maar hoe langer we ernaar kijken, hoe meer we een climax aanvoelen van pure tragedie. Het is plots een soort crisismoment dat bijna niet tolereerbaar is. Nolde transformeert zijn wereld naar een emotioneel moment met apocalyptische inhoud.
Noldes eerste poging om aan de religieuze kunst een actuele, expressionistische variant te geven. Dicht bijeengeschoven zitten de 13 figuren aan tafel. Het formaat is net groot genoeg om ze allemaal een plaats te kunnen bieden. Boven en aan de zijkanten zijn de gezichten niet eens helemaal zichtbaar. Jezus, die de kruik met wijn in zijn handen houdt, is de dominerende, centraal geplaatste figuur. Hij is omringd door een driekwart kring van discipelen. De plaats voor de tafel is vrijgelaten. Daardoor is de blik op Jezus vrij en wordt meteen de toeschouwer in de kring opgenomen. Formeel wordt de compositie gesloten doordat de figuur links zijn arm naar rechts steekt. De gedrongen lichamen worden goed afgebeeld door de verfrijke en gesloten manier van schilderen. Nolde heeft zich hier voor het eerst bevrijd van de luchtige en ritmische impressionistische penseelvoering. De kleuren zijn nu in vaste vlakken samengevoegd.

In 1913 begint hij aan een wetenschappelijke expeditie en reist via Rusland, China en Japan naar Nieuw-Guinea. Daaruit resulteerde een reeks aquarellen met exotische onderwerpen en hield hij zijn originaliteit, frisheid en vitaliteit over.

Arbeidsraad voor de Kunst
In 1919 werd Nolde enige tijd lid van de Arbeidsraad voor de Kunst tot 1921.

In 1926 verhuisde de kunstenaar naar Seebüll.

Nolde werd lid van de Pruisische Academie der Kunsten in 1931.

Geleerde met meisje, 1919

De reden waarom Nolde is weggedrukt in de kunstgeschiedenis ligt in zijn onverbloemde sympathie voor het opkomende nationaal-socialisme. Hij verwierf bewonderaars in de nazi-top en propagandaminister Goebbels decoreerde zijn privé-vertrekken met Noldes schilderijen. Groot was Noldes teleurstelling toen zijn werk in 1934 door Hitler ontaard werd verklaard. Goebbels ontdeed zich snel van Noldes doeken en de kunstenaar kreeg een schilderverbod opgelegd dat dagelijks door een veldwachter werd gecontroleerd.

Ungemalte Bilder
Toch maakte hij in het geheim vele aquarellen (Ungemalte Bilder). In het verborgene ontstond een geheel nieuw oeuvre van ‘ongeschilderde schilderijen' die bijna een halve eeuw na zijn dood steeds vaker worden geëxposeerd.

In de nazitijd braken moeilijke tijden voor deze kunstenaar aan. Tijdens de actie 'Ontaarde Kunst' werden 1052 werken van Emil Nolde uit Duitse musea in beslag genomen. Er komt zelfs een expositie van Gedegenereerde Kunst waar 29 van zijn schilderijen hangen om openlijk door de bezoekers te worden veracht en geridiculiseerd.

Tijdens de oorlog in 1941 werd hij uit de Rijkskunstkamer gezet en kreeg hij een schilderverbod opgelegd.

Noldes Berlijnse atelier werd tijdens een bombardement in 1944 geheel verwoest.

Na de oorlog steeg hij weer in aanzien in Duitsland en werd in 1946 benoemd tot professor van Schlesswig-Holstein.

Na zijn dood op 15 april 1956 in Seebüll (bij Neukirchen) werd de stichting 'Seebüll Ada und Emil Nolde' opgericht ter nagedachtenis aan deze grote kunstenaar.

Werken:
. Christus en de kinderen (1910), Maria Aegyptiaca (1912), Graflegging van Christus (1915). (WPE; Summa)

. De graflegging van Christus,
. Zonnebloemen, Düren, Leopold-Hoesch-Museum

Piazza San Domenico II, Taormina, 1905, olieverf op doek, 41x52, Düsseldorf, Kunstmusem Düsseldorf
Een overgangswerk, ontstaan tijdens een bezoek aan Sicilië voorjaar 1905. De penseelvoering is reeds losser en de verf is dik en compact aangebracht en geeft aan alle vormen (plein, bomen en huizen) dezelfde zinderende beweging. De kleuren zijn echter nog gebonden. Hij durfde het nog niet om het koloriet van de vorm te emanciperen en te gebruiken om de expressieve kracht van het afgebeelde te verhogen. Hij zit nog vast aan de aardse, gedekte tinten van het Siciliaanse plein. (Elger 106)

. Bloementuin (Meisje en wasgoed), 1908, olieverf op doek, 66x83, Düsseldorf, Kunstmuseum Düsseldorf
Gemaakt na zijn ontdekking van Van Gogh, Gauguin, Munch en het lidmaatschap van Die Brücke. Bloementuin heeft van al deze ervaringen en contacten geleerd. De verf is als een dik tapijt van vlekken opgebracht, waardoor de ruimtelijke illusie verdwijnt. Het schilderij is puur tweedimensionaal. Er zijn geen dicht op elkaar geplaatste penseelstreken meer die de statische vormen losmaken en het doek in een optische beweging brengen. Het is enkel het contrasteren van de dicht opeen gezette onvermengde kleuren, die de kleur kracht en het geheel een vitalistische en extatische expressie geven. De bloementuinen domineren Noldes werk uit 1908 en blijven een belangrijke inspiratiebron. Zoals Monet in 1883 in Givenchy had gedaan, liet ook Nolde in 1928 een tuin aanleggen in Seebüll waarin hij de meest diverse soorten bloemen liet planten, die als onderwerp voor zijn doeken dienden. Naast bloemen zijn kustgezichten en religieuze onderwerpen zijn meest favoriete thema’s. (Elger 106-107)

. Zelfportret, 1908, ets, 31x24

. Het laatste avondmaal, 1909, 83x106, Neukirchen (Sleeswijk), Stiftung Seebüll Alda und Emil Nolde
De dikke verflagen en opzettelijk primitieve tekening tonen aan dat Nolde alle picturale verfijning verwierp ten voordele van oorspronkelijke, directe expressie, daartoe o.a. geïnspireerd door Gauguin. Ook doet het denken aan de groteske maskers van Ensor en aan de stomme intensiteit van de boeren van Barlach. (Janson)
Het leven van Christus is een uit negen delen gevormd altaarstuk, waarvan dit schilderij een onderdeel vormt. De figuren zijn samengeperst in een krappe ruimte. Ze dragen maskerachtige, ernstige gezichten (Nolde was bevriend met Ensor) waaruit rust en kracht spreekt. Maar hoe langer we ernaar kijken, hoe meer we een climax aanvoelen van pure tragedie. Het is plots een soort crisismoment dat bijna niet tolereerbaar is. Nolde transformeert zijn wereld naar een emotioneel moment met apocalyptische inhoud. (Arnason 121)
Noldes eerste poging om aan de religieuze kunst een actuele, expressionistische variant te geven. Dicht bijeengeschoven zitten de 13 figuren aan tafel. Het formaat is net groot genoeg om ze allemaal een plaats te kunnen bieden. Boven en aan de zijkanten zijn de gezichten niet eens helemaal zichtbaar. Jezus, die de kruik met wijn in zijn handen houdt, is de dominerende, centraal geplaatste figuur. Hij is omringd door een driekwart kring van discipelen. De plaats voor de tafel is vrijgelaten. Daardoor is de blik op Jezus vrij en wordt meteen de toeschouwer in de kring opgenomen. Formeel wordt de compositie gesloten doordat de figuur links zijn arm naar rechts steekt. De gedrongen lichamen worden goed afgebeeld door de verfrijke en gesloten manier van schilderen. Nolde heeft zich hier voor het eerst bevrijd van de luchtige en ritmische impressionistische penseelvoering. De kleuren zijn nu in vaste vlakken samengevoegd. (exp 116)

. Bespotting van Christus, 1909, olieverf op doek, 86x107, Berlijn, Brückemuseum
. Pinksteren, 1909, olieverf op doek, 87x107, Berlijn, Nationalgalerie Staatliche Museen zu Berlin, Preussischer Kulturbesitz

. Herfstzee I, 1910, olieverf op doek, 40x65, Dortmund, Museum am Ostwall
. Herfstzee XI, 1910, olieverf op doek, 73x88, Zürich, Kunsthaus
Met de verhuis naar het eiland Alsen en de terugkeer naar de omgeving uit zijn jeugd, wordt de Noordduitse vlakte het hoofdthema van Noldes werk. Kust- en zeegezichten groeien uit tot grootse stemmingsvolle natuurschilderingen. De mens of sporen van zijn aanwezigheid (boten, woningen) zijn slechts per uitzondering aanwezig. Waar hij verschijnt lijkt hij hulpeloos onderworpen aan het natuurgeweld van water en wind.
In Herfstzee I is de kleur bijna autonoom geworden en bevrijdt hij zich helemaal van het onderwerp. Nolde is hier ongemeen modern en actueel en kan in deze zelfs met Mark Rothko vergeleken worden, van wie hij met dergelijke werken als een soort wegbereider geldt. Tussen 1910 en 1911 scherde Nolde 21 versies van Herfstzee. Hij waagt zich hier ver in de richting van het abstraheren, maar zal nooit de band met het naturalistische motief helemaal loslaten. Nolde was zich zeker bewust van het punt waar hij nu was gekomen, maar hij vreesde toch voor de consequenties. Nadien schilderde hij nog nauwelijks zeegezichten.

. De dans rond het gouden kalf, 1910, olieverf op doek, 88x106, München, Staatsgalerie moderner Kunst
. De schriftgeleerden, 1911, ets, 27x30, Neukirchen, Stiftung Seebüll Ada und Emil Nolde

. Figuur en masker, 1911, olieverf op doek, 78x48, Basel, Öffentliche Kunstsammlung
In 1911 bezocht Nolde Ensor in Oostende, wiens grotesk-demonische verbeeldingswereld hij zeer bewonderde. Onder invloed van Ensor ontstond er een aantal schilderijen met exotische maskers, een voorbode van zijn legendarische expeditie naar de eilanden in de Grote Oceaan in 1913/14. Het ‘fantastisch voorwereldlijk weten’ van zijn verbeelding werd door Nolde in overdadige stromen kleur weergegeven. Ook in veel van zijn zeegezichten probeerde hij de elementaire natuurkrachten zichtbaar te maken, "de absolute oorspronkelijkheid, de intense, vaak groteske uitdrukking van de levenskracht in haar oerstaat". (Leinz 28)

. In het café, 1911, olieverf op doek, 73x89, Essen, Museum Folkwang
. Kruisiging, 1912, olieverf op doek, 221x194, Neukirchen, Stiftung Seebüll Alda und Emil Nolde
. Opgewonden mensen, 1913, olieverf op doek, 103x77, Neukirchen, Stiftung Seebüll Ada und Emil Nolde
. Stilleven met danseressen, 1914, olieverf op doek, 73x89, Parijs, Musée National d’Art Moderne, Centre Georges Pompidou

. De cijnspenning, 1915, olieverf op doek, 117x81, Kiel, Kunsthalle zu Kiel
In 1905 wordt in Dresden Die Brücke opgericht door Kirchner, Heckel en Schmidt-Rottluff. Pechstein en Müller, en gedurende korte tijd ook Emil Nolde, sluiten zich bij de groep aan. Nolde is veruit de meest hartstochtelijke, meest barbaarse schilder van Die Brücke. Zijn kleuren zijn schril en dissonant, zijn toets is ruw en wild en zijn vormen herinneren aan primitieve houtsculpturen. Hij zoekt geen wetmatige normatieve schoonheid, maar directheid, oorspronkelijkheid, zoals in de primitieve volkskunst. 'Kunstenaar zijn', zegt Nolde, 'is een instinctief gevecht met God en de natuur; het is een vreugdevolle en hartstochtelijke strijd van de kunstenaar met de materie, met de mensen en met zichzelf, opdat hij niet ten onder zou gaan of zich verbranden, want diep in hem gloeit het, zoals in het hart van onze aarde' (Mein Leben, p. 100). Dat het scheppingsproces voor hem een spontaan gebeuren is, beschrijft hij als volgt: 'De dualiteit neemt in mijn schilderijen en ook in mijn grafiek een ruime plaats in: man en vrouw, vreugde en verdriet, God en duivel. Ook de kleuren worden tegenover elkaar gesteld: koud en warm, helder en donker, dof en sterk. Meestal immers, nadat een kleur of akkoord als vanzelf aangeslagen is, bepaalt één kleur de andere, volledig gevoelsmatig en gedachteloos zoekend in de hele rij van heerlijke kleuren op het palet, in zuiver zintuiglijke vreugde en overgave aan het schappen. De vorm wordt haast altijd met weinig constructieve lijnen vastgelegd alvorens de kleur verder bouwt en intuïtief de juiste vorm bepaalt' (Ibid., p. 205).
Nolde schildert bij voorkeur bloemen en tuinen, zee- en strandgezichten, religieuze onderwerpen een figuren uit een sprookjeswereld. Vooral in de uitbeelding van mensen met vaak maskerachtige koppen, is de invloed te zien van Ensor, die hij zeer bewonderde. In 1911 bezoekt hij de kunstenaar in Oostende: 'In het Stedelijk Museum (Brussel),', vertelt Nolde, 'zochten we naar etsen van Ensor in een grote donkere ruimte. We vonden er geen. De grote kunstenaar betekende toen nog niets in zijn land. Enkele dagen later ontmoetten we de fijne, fantastische schilder, we zaten tegenover elkaar; onze ogen verslonden elkaar, met elkaar spreken konden we echter niet' (Ibid., p. 185). Beide kunstenaars hebben ook hun voorkeur voor de etsnaald gemeen en een aantal etsen van Nolde vertonen verwantschap met het grafisch werk van Ensor. Vóór de Eerste Wereldoorlog exposeert Nolde eenmaal in België, nl. in 1905 in La Libre Esthétique te Brussel. Op de Internationale Tentoonstelling van Religieuze Kunst in 1912, eveneens te Brussel, wordt zijn werk, op uitdrukkelijke aanvraag van de kerk, nog vóór de officiële opening uit de zaal verwijderd. (exp 36)

. Jonge zwarte paarden, 1916, olieverf op doek, 73x100, Dortmund, Museum am Ostwall
. Geflirt, 1918, houtsnede in Das Kunstblatt, januari 1918, Amsterdam, Bibliotheek Rijksmuseum


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2037.