kunstbus

Ben jij onwetend, leerling, gezel, meester of uomo universale? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Eugène Brands

Eugène Brands (15-1-1913 / 15-1-2002)

De schilder, schrijver en dichter Eugène Brands is geboren in 1913 te Amsterdam.

Eugène Brands volgt van 1931 t/m 1934 een opleiding aan de Amsterdamse Kunstnijverheidsschool in reclame-ontwerpen. Na enkele maanden als reclame ontwerper op verschillende bureaus besluit hij voor het beeldend kunstenaarschap en wijdde de 'autodidact' zich geheel aan de schilderkunst.

In 1939 had Eugène Brands zijn eerste solotentoonstelling in Amsterdam. Brands schilderde op dat moment lyrisch-abstract waarin de schoonheid van kleur en vorm opvalt.

Eugène Brands dook tijdens de oorlog waarschijnlijk onder op de 2de etage van Oudezijds Voorburgwal 86. Hij tekende het interieur van de woning en dateerde het: 1944. Officieel woonde op dat adres sinds 4 april 1944 alleen Sara Tiemeijer. Na de oorlog, op 1 augustus 1945, trouwde Eugène Brands met haar.

Eugene Brands leerde de andere Nederlandse kunstenaars die bij Cobra betrokken zouden zijn, op de tentoonstelling 'Jonge schilders' kennen die Sandberg direct na de oorlog in het Stedelijk Museum organiseerde. Brands kreeg in deze expositie opmerkelijk veel aandacht: een volledig zaaltje was met zijn werk ingericht. Appel, Corneille en Anton Rooskens kwamen hierna regelmatig bij hem op bezoek en haalden hem in de zomer van 1948 over om zich bij de Experimentele Groep (REFLEX) aan te sluiten die later opging in de CoBrA-beweging. Brands die meer op zichzelf gericht is moest hier lang over nadenken. Liever trekt hij zich terug in zijn eigen atelier, in zijn eigen droomwereld. Uiteindelijk laat hij zich toch overhalen.

Brands publiceerde in het eerste nummer Reflex een stukje dat hij 'To the Point' betitelde en waarin hij onder meer schreef: 'Uit hoofde van onze bezigheid van schilderen werken wij met vorm en kleur en net zo min U een Merel langs de Amstel vraagt naar de titel van zijn lied, kunt U van ons een direct antwoord verwachten op de geijkte vraag 'wat stelt het voor?'. Zowel in dit als in het tweede nummer van Reflex werden ook reproducties van zijn werk opgenomen.

In de korte tijd dat Brands lid is van de Cobra beweging vervult hij een belangrijke rol. Hij zorgt voor de totstandkoming van de grote tentoonstelling in het Stedelijk. Hij onderhoudt het contact met de toenmalige directeur Willem Sandberg die een toezegging heeft gedaan om zijn werken te laten zien. Brands stelt echter voor een gezamenlijke expositie te organiseren met andere kunstenaars die ook het experiment van groot belang achten. Sandberg stemt hiermee in. Zo kan een groot overzicht worden getoond van de experimentele kunstenaars. Op de opening draait Brands een grammofoonplaat met Afrikaanse negermuziek die zoveel recensenten tot woede bracht en maakte dat bijna niemand de toespraak van Dotremont kon verstaan (over die volksmuziek schreef hij in Reflex II).

Vaak wordt Eugène Brands in één adem met de CoBrA-beweging genoemd. Toch behoorde hij maar heel kort tot deze beweging. Hij was wel aanwezig op de roemruchte gezamenlijke tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam maar twee dagen na de opening, na een rel op een literatuuravond, trekt hij zich helemaal terug. Met zijn zeer persoonlijke opvattingen over de schilderkunst was Eugène Brands nu eenmaal veel meer een solist. Hij verbreekt zelfs de contacten met Appel, Constant en Corneille. Wel heeft hij grote bewondering voor het werk van Constant. Het is zo anders dan zijn eigen werk.

De schilderijen van Brands die op de grote Cobra tentoonstelling in het Stedelijk Museum hangen zijn heel anders dan die van de andere Nederlandse Cobra kunstenaars. Terwijl bij de meeste Cobra kunstwerken figuren, dieren, planten en dingen te zien zijn, zijn bij die van Brands voornamelijk kleurvlekken te onderscheiden. Hij vindt dat vorm en kleur zich vanzelf aandienen. 'Ik ben geen zender, maar een antenne' beweert hij 'of meer een wichelroedeloper, die het penseel niet krampachtig vasthoudt, maar los op zijn hand legt en over het land loopt in afwachting of hij bij de bron komt. Op die manier kom je ergens. Dat is mijn bedoeling van het schilderen'. Brands schildert op zijn gevoel en mengt zijn kleuren intuïtief. Hij experimenteert hierbij net als de andere Cobra kunstenaars met allerlei materialen zoals olieverf, houtskool, inkt en gevonden voorwerpen.

Al in zijn vroege werk experimenteert Eugene Brands met de materie: aquarel en gouache laat hij druipen, spatten en vloeien, zodat er abstracte composities ontstaan. Het effect is bijna surrealistisch te noemen en kent een magische en kosmische lading. Opmerkelijk is dit niet, gezien Brands interesse voor bijvoorbeeld het wonderbaarlijke van de seksuele drift - een kracht die naar zijn mening in contact staat met de kosmos. Deze cultuuropvatting deelt hij met tal van primitieve volkeren, van wie hij muziek en rituele voorwerpen verzamelt (Brands was de bezitter van een uitgebreide collectie uitheemse muziek en oude jazz). Eugène Brands luistert veel naar muziek. Hij houdt van de vroege jazz, de blues, Afrikaanse tromgeroffel en het rituele gezang van de pygmeeënvrouwen. Bij deze muziek kan hij lekker wegdromen, in zijn gedachten zit hij in het oerwoud of reist hij door het universum naar zijn favoriete sterren Orion en Sirius. Als kleine jongen bestudeerde Brands het heelal vanuit zijn dakraam. Ooit vond hij een blauw geëmailleerde pannendeksel, kocht een busje witte rijwiellak en veranderde het in een melkwegstelsel met sterrennevels. Hij noemde het 'Deksel des hemels'. Zijn gehele leven lang blijft Brands geboeid door het mysterie van het heelal.

Juist vanuit dit oogpunt voeldet Brands zich aangetrokken tot CoBrA-schilders, die zich immers eveneens laten inspireren door niet-westerse culturen. Pas na het verlaten van de beweging komen echter de typische Cobramotieven in zijn werk naar voren. Eugène Brands begint dan wandelende huizen, kinderen met waterhoofden, vissen en magische tekens te schilderen. Dat was wél een typische CoBrA-eigenschap, in zijn geval mede ontwikkeld door het feit dat zijn dochter Eugenie toen een peuter was. Prachtige kleine schilderijen - meestal olie op papier - waren het resultaat met geheimzinnige werelden, waarin een aantal motieven regelmatig terugkeren, zoals sleutels en sloten, pijltjes, losse benen en handen en scheepjes.

Na de roemruchte gezamenlijke tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, in november 1949, nam hij reeds afscheid van CoBrA. Met zijn zeer persoonlijke opvattingen over de schilderkunst was Eugène Brands - een groot schilder, een beminnelijk mens - nu eenmaal veel meer een solist.
Hij heeft dan twee grote thema's: De eeuwige beweging en de onmetelijkheid van de kosmos. "Ik maak niets, ik ontvang" zegt de schilder Brands. Met een fluweelzachte onverzettelijkheid bleef hij trouw aan zijn intuitie. Hij ging zijn eigen weg, zonder voorkennis van bestemming.

In 1950, ruime tijd nadat Brands het contact met Cobra heeft verbroken, begint hij de tekeningen van zijn driejarige dochtertje Eugénie te verzamelen. Hij dateert deze en verdiept zich volledig in de wereld van de kindertekening. Een jaar later verandert zijn eigen werk. Er verschijnen fantasierijke afbeeldingen die overeenkomsten vertonen met Cobra werken: figuren met grote hoofden, een wandelend huis, boten en een razende vis. Bezoekers zien het verschil niet tussen het werk van hem en zijn dochtertje. Brands is hier trots op. Het is hem dus gelukt om net zo spontaan te werken als kinderen. Brands blijft het experiment trouw. Hij gebruikt verschillende materialen zoals olieverf of gouache (plakkaatverf) en werkt op doek, papier, karton, taartdoos of op behang. Bijna tien jaar lang laat hij zich door de fantasie van het kind inspireren.

Vanaf de jaren zestig beginnen deze figuratieve elementen uit Brands schilderijen te verdwijnen. De doeken worden abstract en bovendien groter. Door de wollige en vegerige manier van schilderen, herinneren ze in de verte zelfs aan zijn vroegere materie-experimenten. Opvallend is het heldere kleurgebruik van wit, oranje, geel, blauw en groen. Het roept een gevoel van vrijheid en lyriek op. De magische kracht van de kosmos, zo centraal in Brands oeuvre, voert ook in deze schilderijen de boventoon. Hij begon grote zinderende kleurvlakken in zachte poëtische kleuren te schilderen, 'van een ondoordringbare wattige substantie', zoals CoBrA-historica Willemijn Stokvis schrijft. Dat deed hij tot op hoge leeftijd, zij het dat hij zich vanaf 1993 concentreerde op het maken van gouaches op papier en een enkele zeefdruk. Dat kon hij fysiek beter aan.

Vanaf 1967 is Brands docent Vrij Schilderen aan de Koninklijke Akademie voor Moderne kunst en vormgeving te s'Hertogenbosch.

Brands heeft talrijke eenmans-tentoonstellingen in binnen- en buitenland gehad.
Belangrijke overzichtstentoontellingen zijn: in 1969 in het Stedelijk museum te Amsterdam. In 1988 in het Stedelijk Museum Schiedam, in 1990 in de Beyerd te Breda, en in 1997 en 2001 in het Cobra museum voor Moderne kunst te Amstelveen.

In 1993 besluit Eugène te stoppen met het schilderen op doek. Het is hem fysiek te zwaar geworden. Na die tijd beperkte hij zich tot zijn geliefde gouaches op papier.

Eugène Brands woonde en werkte 's zomers in Nunspeet en 's winters in Amsterdam. Recentelijk ruilde hij zijn woning in Nunspeet om voor een atelier in de Provence. Zijn werk bevindt zich in vele musea, particuliere en openbare collecties.

Eugène Brands overleed op 15 januari 2002 te Amsterdam, de dag dat hij zijn 89ste verjaardag vierde.

15-8 t/m 28-9-2008 expositie Eugène Brands en Aat Veldhoen.

Websites: www.eugenebrands.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie

Test je algemene kennis op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 985.