kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-01-2016 voor het laatst bewerkt.

expressionistische kunst

Expressionistische kunst

Expressionisme == uitdrukkingskunst, [Frans/lat.'expression' = 'uitdrukking'].

Expressionisme algemeen
Kunstrichting van het modernisme die - in tegenstelling tot de traditie van de beschrijvende en illusionistische traditie in de kunst - nieuwe beeldende vormen vestigde die het primaire van elk schepsel, respectievelijk de psychische uitdrukking van de mens en een vitaal levensgevoel wil uitdrukken.

Zie ook Expressionisme Expressionistische Muziek Expressionistische Literatuur ...

Expresionisme in de beeldende kunst
Het expressionisme ontstond als kunstvorm als reactie op de omstreeks de eeuwwisseling inzettende zegetocht van het natuurwetenschappelijke denken die de mens en de maatschappelijke werkelijkheid aan een voorgevormd schematisme onderwierpen. Tegenover deze geconstrueerde werkelijkheid stelden de expressionisten een 'nieuwe werkelijkheid', die een innerlijke stem gaf aan de achter het schematische denken broeiende chaos van het verval van de realiteit en van de omkering van waarden.

Aangezien de expressionistische kunstenaars zich bewust tegen de gevestigde kunst (academisme en naturalisme) en tegen de burgerij wilden afzetten, trachtte men inspiratie te vinden in de 'primitieve' afrikaanse kunst, in de middeleeuwse houtsneden en in het werk van bepaalde kunstenaars, die binnen de kunst een uitzonderingspositie bekleedden (b.v. Edvard Munch, Vincent van Gogh, Paul Gauguin, Robert Delaunay, Henri Matisse en James Ensor). In de schilderijen van deze schilders kwam reeds de zelfstandigheid van vormen, vlakken en kleuren tot ontwikkeling, vonden de beeldende principes reeds een basis, die vervolgens door het expressionisme verder werden ontwikkeld.

Het stichtingsjaar van de kunstenaarsgemeenschap Die Brücke in 1905 te Dresden kan als start van het expressionisme worden gezien. Het einde valt samen met het wegsterven van de naoorlogse revolutionaire onlusten in de jaren twintig. Enkele richtingen echter, zoals het abstract-expressionisme (Zie abstracte-kunst) en verschillende neo-expressionistische stromingen (met name in Oost-Europa) leven tot op de dag van vandaag als speciale vormen voort.

Daar het er in het expressionisme niet om ging een perfecte kopie te leveren van de natuur, doch om de formele vormgeving van geestelijke en vitale krachten, was voor de schilders de uitdrukkingskracht van de lijnen en de elementaire werking van de kleuren belangrijk. Vaak zijn de wederzijdse betrekkingen dientengevolge slechts zeer grof of in verwrongen, of gedeformeerde vorm weergegeven. Eenvoudige, gesloten vormen met een vaak archaïsche uitdrukkingskracht overheersen.

Naast de genoemde kunstenaarsgemeenschap Die Brücke waren vooral de kunstenaars van Der Blaue Reiter: Wassily Kandinsky, Franz Marc, Alexej von Jawlensky, Gabriele Münter en van tijd tot tijd ook August Macke voor het Zuidduitse, en Emil Nolde, Paula Modersohn-Becker en Christian rohlfs voor het Noordduitse expressionisme van belang.

In Oostenrijk kunnen Oskar Kokoschka en Egon Schiele als de representatieve vertegenwoordigers van deze nieuwe kunstrichting worden gezien.

Ludwig Meidner, Max Beckmann, Otto Dix en George Grosz kunnen slechts beperkt tot het expressionisme worden gerekend, daar hun werk minder het utopische alswel veel meer de apocalyptische dimensies van deze tijd tot uitdrukking hebben gebracht.

In Frankrijk had je het fauvisme die een met het expressionisme vergelijkbare beweging had opgezet.

Binnen de beeldhouwkunst zijn met name te noemen Wilhelm Lehmbruck en ernst Barlach.

In de architectuur kan men slechts beperkt van een expressionistische stijl spreken, aangezien dit denkbeeld vaak alleen wordt gebruikt om tendensen naar vrije vormen en plastische bouwsubstanties te benoemen, die geheel tegen de heersende principes van het functionalisme ingaan (Zie ook Bauhaus) (zoals Erich Mendelssohn, Fritz Höger en Michael de Klerk).


Kunstrichting waarbij men tracht het wezen van de dingen en de visie van de kunstenaar uit te drukken met verwaarlozing van de objectieve vormen.

Vertegenwoordigers: Francis Bacon, Ernst Heinrich Barlach, Max Beckmann, Constantin Brancusi, Jan Brusselmans, Heinrich Campendonk, Jan-Frans Cantré, Jozef Cantré, Otto Dix, Conrad Felixmüller, Pablo Gargallo, Georges Grosz, Erich Heckel, Floris Jespers, Oscar Jespers, Vasili Kandinksy, Oskar Kokoschka, Käthe Kollwitz, Herman Justus Kruyder, Henri Le Fauconnier, Wilhelm Lehmbruck, August Macke, Giacomo Manzù, Franz Marc, Gerhard Marcks, Marino Marini, Frans Masereel, Erich Mendelsohn, Paula Modersohn-Becker, Amedeo Modigliani, Otto Mueller, Emil Nolde, Max Pechstein, Constant Permeke, Ramah, Georges Rouault, Egon Schiele, Karl Schmidt-Rottluff, Albert Servaes, Rik Slabbinck, Chaïm Soutine, Edgard Tytgat, Frits Van den Berghe, Henri Van Straten, Valentijn Van Uytvanck, ...

In de beeldende kunst wordt de term gebruikt voor de kunststroming uit het begin van de 20ste eeuw, die als reactie op het impressionisme opkwam en naam en impuls verkreeg van Duitsland uit, waar de oprichting van Die Brücke (1905) het begin van het expressionisme betekende. De kunstenaar wilde de indruk die een onderwerp innerlijk op hem maakte uitbeelden. De gevoelde emotie moest worden uitgebeeld. Het spreekt vanzelf dat zaken als schoonheid, harmonie, illusionisme niet belangrijk waren. Men beschouwde het impressionisme als een oppervlakkig en slechts uiterlijkheden opvangende wijze van zien. Men zag over het hoofd dat men door dit impressionisme in geleidelijke ontwikkeling tot de nieuwe trap van aanschouwing gekomen was. De eerste kunstenaars, die het impressionisme ongewild tot deze nieuwe ontwikkeling brachten, waren Vincent Van Gogh, Cézanne en Gauguin. Ook Klimt, Hodler, Chagall en Munch gaven hun bijdrage aan deze richting. Concrete vormgeving aan het streven ging echter uit van die Brücke (met Heckel, Kirchner, Nolde e.a.). Na hen, zijn andere meesters in deze richting doorgegaan (in Nederland bv. De Ploeg met Dijkstra, Werkman en Wiegers). Het gevolg was een steeds sterker subjectivering, de uitschakeling van al wat bijzaak scheen, of slechts reële, geen ideële juistheid waarborgde. Naar de verschillende wijze, waarop ieder van die groepen het beeld van de werkelijkheid of de innerlijke gezichtsindrukken in een formule trachtte te brengen heeft men hen, of hebben zij zichzelf kubisten, futuristen of essentialisten genoemd. Het zijn allemaal expressionisten, in zoverre zij hun gevoelens en gewaarwordingen willen uitbeelden en daarbij de objectieve beschouwing als hinderlijk, willens en wetens verzaken. Belangrijk zijn ook Archipenko, Kandinsky, Kokoschka en Jawlensky. In Nederland vooral Van der Lek, Jacoba van Heemskerk, Schelfhout, E. Wichmann, Th. van Doesburgh e.a. In België de Tweede Latemse School met Servaes, De Smet, Permeke, Frits van den Berghe en ook Frans Masereel, Jan Brusselmans en Floris Jespers. (Summa)

(v. Lat. expressio = uitdrukking), in het algemeen benaming voor iedere kunstrichting waarbij de aandacht van de maker volledig is geconcentreerd op het bereiken van een zo sterk mogelijke zeggingskracht; de subjectieve emotie wordt spontaan en zonder omwegen tot uitdrukking gebracht. In engere zin is expressionisme de aanduiding van een stroming in (vnl.) beeldende kunst en literatuur, die zich met name in Duitsland – en in mindere mate ook in België en Nederland – manifesteerde in de eerste helft van de 20ste eeuw. In de Latijnse landen heeft het expressionisme zich nauwelijks voorgedaan, al kan het Franse fauvisme wel gelden als een verwante kunstuiting. Waldens Der Sturm en Pfemferts Die Aktion waren de belangrijkste tijdschriften van het expressionisme in engere zin, zowel op het gebied van de letteren als van de beeldende kunst; het hechte en voortdurende contact tussen beeldende kunst en literatuur is een van de meest opmerkelijke verschijnselen van de stroming.

Die Brücke en Der Blaue Reiter
Historisch gezien kan men de oprichting van Künstlergemeinschaft Die Brücke (1905) en later Der Blaue Reiter (1912) als het uitgangspunt van het expressionisme in de beeldende kunst beschouwen, hoewel men de meest karakteristieke elementen, zoals het psychisch bewogene, reeds aantreft in het werk van Van Gogh, Gauguin, Ensor, Munch en Toulouse-Lautrec, die met Egger-Lienz, Hodler en Paula Modersohn-Becker worden beschouwd als voorlopers. Aanvankelijk was Die Brücke sterk beïnvloed door primitieve beeldhouwkunst en door de felle kleuren van de Franse fauvisten. Vooral het werk van de Brücke-leden Ernst Ludwig Kirchner, Erich Heckel, Karl Schmidt-Rottluff, Max Pechstein, Emil Nolde – en in mindere mate O. Mueller – kan als typerend voor het expressionisme worden beschouwd; kenmerkend zijn felle bewogenheid, sterke kleuren, vereenvoudigde vormen en deformatie van figuren; ook het vroege werk van de leden van Der Blaue Reiter, zoals Kandinsky, G. Münter en von Jawlensky, bevat sterk expressionistische elementen. Der Blaue Reiter liet zich door o.m. volkskunst en toegepaste kunst inspireren en baande een weg naar de abstracte kunst via stilering en een grote gevoeligheid voor de autonome uitstralingskracht van kleuren en vormen, vooral in het werk van Frans Marc en Kandinsky. Andere Duitse expressionisten zijn C. Rohlfs, Oskar Kokoschka, Max Beckmann, Käthe Kollwitz, Marianne von Werefkin en de beeldhouwer Ernst Heinrich Barlach.

In Noorwegen was Edvard Munch een belangrijk expressionist. Het expressionisme heeft slechts kort geduurd. Gaandeweg werd de emotie geabstraheerd en ontstond de overgang naar de abstracte kunst.

In Nederland heeft het expressionisme slechts beperkte betekenis gehad; de groepen Bergense School en De Ploeg en de onafhankelijke Herman Kruyder kunnen tot deze stroming worden gerekend. Het schildersechtpaar Armand Bouten (1893–1965) en Hanny Korevaar (1893–1983) had vnl. het thema van de naargeestige grote stad tot onderwerp.

In België daarentegen heeft een aantal belangrijke schilders expressionistisch gewerkt: naast Albert Servaes en Constant Permeke vooral Gustaaf de Smet, Frits van den Berghe (Latemse School), maar ook P. Joostens, Fl. Jespers, P. de Troyer, de beeldhouwers O. Jespers en J. Cantré en – vooral als graficus – Frans Masereel.

Architectuur
In het begin van de 20ste eeuw deden zich ook expressionistische tendensen voor in – met name de Duitse – architectuur. Er was geen sprake van schoolvorming: een aantal architecten werkte gedurende een periode in expressionistische trant. In Duitsland golden vele van de Jugendstil-kenmerken voor het expressionisme. De organische vormen werden niet op vlakken geprojecteerd, maar een bouwwerk werd plastisch opgevat. De architecten hielden zich dan ook veelal bezig met het interieur van hun gebouwen.

Als eerste expressionistisch bouwwerk geldt de turbinefabriek van AEG te Berlijn (1908–1909) van Peter Behrens. Naast hem realiseerde H. Poelzig belangrijke voorbeelden van expressionisme. Na de Eerste Wereldoorlog droeg vooral de Novembergruppe de expressionistische ideeën uit. Buiten Duitsland sloeg het expressionisme vooral aan in Nederland, waar het vrijwel samenviel met de Amsterdamse School. (Encarta 2001)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 70.