kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Félicien Rops

Félicien Rops (1833-1898)

De Belgische symbolistische kunstenaar Félicien Joseph Victor Rops werd in Namen geboren. Hij was karikaturist, schilder, lithograaf, tekenaar en illustrator, maar vooral gekend door zijn gravures. De vrouw, de erotiek en de menselijke zeden bekleden een centrale plaats in zijn werk.

Begon met het maken van karikaturen en politieke spotprenten en satires op de burgerij.
Maakte later erotische afbeeldingen. Zijn vrije werk behoort veelal tot het symbolisme (soms impressionisme. Zijn werk is veelal satanistisch en licht pornografisch getint. De vrouwenfiguren, die de verleiding en het Kwaad personificeren, zijn doorgaans gemodelleerd naar de Vlaamse meisjes waar Rops zo verzot op was.

biografie
Félicien Rops, geboren in Namen op 7 juli 1833 is enige zoon uit een familie van industriëlen en krijgt een opvoeding bij de jezuïeten.

In 1849 schrijft hij zich in aan de Academie voor Schone Kunsten van Namen. Op zijn achttiende gaat hij naar de universiteit in Brussel waar hij omgaat met de intellectuele, letterkundige en artistieke kringen van de hoofdstad.

Uylenspiegel, journal des ébats politiques et littéraires
In 1856 stichtte hij "L'Uylenspiegel" met Charles De Coster, een satirisch tijdschrift dat met talrijke lithografieën wordt geïllustreerd. In dat tijdschrift laat Félicien Rops zich voor het eerst opmerken met hoogstaande lithografieën zoals Tête de vieille anversoise, Un monsieur et une dame, L'Enterrement au pays wallon. De eerste werken van Rops ("La peine de mort", "L'ordre règne à Varsovie", "La médaille de Waterloo") drukken heel zijn opstandigheid en protest uit tegen de wantoestanden van zijn tijd. Rops zal echter spoedig overschakelen op de ets omdat de technische en esthetische mogelijkheden van dit medium hem beter liggen.

Parijs
Als man die telkens weer breekt, ontvlucht Félicien Rops het burgerlijk moralisme van zijn tijd. Hij ziet af van een al te omzichtig leven in zijn geboorteland België, en bedankt voor een huwelijk volgens de normen. En vooral verwerpt hij de traditionele maatstaven van de lessen tekenen en schilderkunst ; hartstochtelijk tracht hij nieuwe wegen te bewandelen in zijn kunst als tekenaar, schilder, graveur en laat zich, op het einde van deze decadente negentiende eeuw, meeslepen door de bruisende sfeer waaruit het Symbolisme en de Moderne Tijd zullen ontstaan. Hij is echter in geen enkel vakje onder te brengen en vindt dan in het onstuimige Parijs zijn favoriete thema's : de vrouw, de erotiek, de duivelsaanbidding, de sociale satire.

Rops maakte in Parijs naam als illustrator. Zijn talent bezorgt hem de erkenning van tal van kunstenaars en opent de deuren naar de Parijse milieus. Weldra beheerst hij alle gravuretechnieken, in het bijzonder de zachte vernis, de droge naald en de aquatint.

Op latere leeftijd onderhield Rops nauwe contacten met symbolistische dichters. In de jaren 1860 ontmoet hij Charles Baudelaire voor wie hij het frontispice (de illustratie voor of tegenover de titelpagina) maakt voor "Les Epaves", de veroordeelde gedichten uit "Les Fleurs du mal". Als overtuigd verdediger van een vrije kunst neemt Rops actief deel aan de oprichting van de "Société Libre des Beaux-Arts" waarvan hij vice-voorzitter wordt.

In 1869 richt hij in Brussel de Internationale Vereniging van Etsers op.

Vanaf 1874 werkt Rops voor talrijke schrijvers : Théophile Gautier, Alfred de Musset, Mallarmé, Barbey d'Aurevilly, Joséphin Pelladan, Octave Uzanne, Péladan, Verlaine.

Zijn kunst was zeer geliefd, onder andere bij beroemde schrijvers als Victor Hugo en Gustave Flaubert, wiens werk hij illustreert en de componisten Franz Liszt en Gabriel Fauré. Kunstenaars als Edouard Manet, Edgar Degas en Auguste Rodin waren bewonderaars van het werk van Rops. Door de populariteit was hij rond 1878 de best betaalde illustrator van Parijs.

In de jaren daarna legt hij zich toe op het schilderen. Het raffinement van zijn pen of potlood wordt vaak versterkt met gouache, aquarel of pastel. Bekende werken zijn "La tentation de Saint Antoine" en "Pornokrates" (1878), de reeks "Cent légers croquis pour réjouir les honnêtes gens", "Les sataniques" (1882) evenals de reeks "Les Diaboliques" voor Barbey d'Aurevilly (1884).

Verenigde Staten
Félicien Rops was in 1885 samen met Léontine en Aurélie Duluc in de Verenigde Staten, en nog eens in 1887. Tijdens de reis van 1887 bezocht hij ook Baltimore, Chicago, Ottawa, Montréal, Québec. Beide reizen stonden voor een groot deel in het teken van de promotie van het modehuis van Aurélie en Léontine. In zijn werk is er weinig van terug te vinden.
Rops was vooral benieuwd naar de levensgewoonten, de architectuur, de cultuur en de mentaliteit van de Nieuwe Wereld. Tijdens zijn bezoek aan New York in 1887 was hij erg onder de indruk van de moderniteit van de stad (brief aan Jean D'ARDENNE, 9.10.1887) : “Wat de architectuur betreft, die lijkt helemaal niet zo afzichtelijk en dwaas als je, op basis van de verhalen van “mensen met smaak” zou vermoeden; ze is, zo niet bewonderenswaardig, op zijn minst bijzonder interessant. Het is waar dat alle stijlen er zich in gewaagde combinaties vermengen, maar een architect uit New York bekommert zich eerst en vooral om het interieur en die interieurs zijn bewonderenswaardig : alles wat comfortabel, praktisch zowel nuttig als aangenaam is, staat er. Overal licht of schaduw, warmte of koelte naar hartenlust. Bedenk daarbij dat bijna alle huizen zes of acht verdiepingen tellen, heel wat zelfs tien, en je hebt een idee van de moeilijkheid om dat alles in te richten Het oude New York, dat is de City van Londen, met meer viaducten, meer spoorwegen op grote hoogte, nog meer drukte. Van tijd tot tijd een kerkhof met grote bomen, een kerkhof XVIIIe eeuw, waar de eerste bandieten die op het eiland van Manhattan ontscheepten, slapen – nu de eerste stad van de wereld. Het rustige kerkje, met zijn Amerikaanse eiken omsingeld en gedomineerd door fabrieken, ziet er verrukkelijk, berustend , betoverend uit!”

Op 28 april 1893 schrijft hij echter : “Chicago is monumentaler dan New York. De slechte smaak van New York neemt er verheven proporties aan en verdwijnt. Het reusachtige heeft ook zijn schoonheid. Gemakkelijker te bereiken dan die andere die klein moet zijn om gezien te worden. De Sainte Chapelle en San Marco van Venetië zouden in het stadhuis van Philadelphia kunnen dansen, maar het Amerikaanse genie zou nog geen kapiteel, de grootte van een vuist, kunnen bedenken.”

Rops was er een avontuurlijke Iowa-indiaan tegen het lijf gelopen met wie hij samen een boek “Strange America” wou uitgeven, met zichzelf als illustrator. In een brief aan TAELEMANS schreeft ROPS op 14 oktober 1887 : “Ik vergat je te zeggen dat “mijn uitgever” lange tijd bandiet in de Rocky Mountains is geweest, “rondtrekkend” bankier in de Far West, fabrikant van valse dollarbiljetten dankzij het feit dat hij in Boston een goed houtgraveur was, fabrikant van verkiezingen ook, wat méér opbracht, en afgevaardigde in het Dominion van Toronto, overigens de beste kerel die er op de wereld rondloopt Ik heb hem twee of drie verkrachtingen moeten vertellen die ik, helaas, niet begaan heb, om niet met de nek te worden aangezien en me niet aan zijn misprijzen bloot te stellen. Er zitten in de kunstenaars- en schrijversbent waarmee hij rondzeult nog een paar heel lieftallige moordenaars. Met die lui verveel je je nooit. Je hebt een gezellige maaltijd en bij het dessert wordt er, met de revolvers op tafel, een partijtje poker gespeeld. Het is een Amerikaanse trente-et-quarante; je kunt niet valsspelen zonder in je eer te kort te schieten. Maar als je partner je betrapt, heeft hij het recht je voor de kop te schieten. Men weet waaraan men zich te houden heeft en er wordt gespeeld met een eerlijkheid die bij de Belgische magistratuur onbekend is.”

In 1886 ontwikkelt Rops samen met Armand Rassenfosse een speciale graveertechniek en vindt hij een zacht transparant vernis uit dat hij "Ropsenfosse" noemt.

De laatste tien jaar van zijn leven brengt hij door op zijn domein in Essonnes nabij Paris waar hij zich wijdt aan het kweken van planten en rozen. Hij overlijdt er op 23 augustus 1898.

‘Mijn ziel zit ingesloten in mijn lichaam, als een hongerige tijger in een ijzeren kooi, en mijn helse passies brullen net als hij.' Deze kreet die de kunstenaar op het einde van zijn leven slaakte in een brief aan Louise Danse, resumeert een bestaan en een scheppingsdrang die werden gestuurd door passie, door zijn opwellingen, zijn durf en ook zijn kwellingen. Onvermoeibaar speurt hij naar nieuwe technieken, naar perfectie. Uit het graveer- en tekenwerk dat hij nalaat, spreken zowel een opmerkelijk raffinement als groot meesterschap.

In Namen is een museum aan hem gewijd: Rotterdam
De Belgische kunstenaar Félicien Rops wist als geen ander in de negentiende eeuw het mysterie van de vrouw uit te beelden. In een tijd dat erotiek en verleiding werden gewantrouwd en leidde tot schuldgevoelens, een tijd waarin syfilis en geregeld bordeelbezoek het huwelijkse leven bedreigden, wist Rops de gespannen man-vrouw relatie symbolisch te verbeelden in zijn voorstellingen van wulpse vrouwen en satanische saters. De Kunsthal stelt ruim 150 tekeningen, aquarellen en etsen tentoon uit de collectie van Victor en Gretha Arwas. Samen geven deze werken een mooi beeld van erotiek in het Fin de siècle. Rops was een intens kunstenaar met een passie voor de vrouw die hij op een eigenzinnige manier vertaalt in verhalende voorstellingen.

Rops put zijn inspiratie uit literaire en verbale bronnen zonder gebruik te maken van professionele modellen, omdat die automatisch klassieke poses aannemen. ‘Men moet geen klassiek naakt tekenen, maar hedendaags naakt men moet niet de boezem van de Venus van Milo tekenen, maar de boezem van Tata, die minder mooi is maar wel hedendaags.'


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 44.