kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 22-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Ferdinand Bol

Ferdinand Bol (1616-1680)

Noord-Nederlands prentkunstenaar, etser, schilder, tekenaar, decoratieschilder (van interieurs), gedoopt 24 juni 1616 te Dordrecht - begraven 24 juli 1680.

Onderwerpen: historische en bijbelse taferelen, landschappen, portretten, regentenstukken en architectuur (als genre).

Bol, ooit bewoner van het pand waar thans Museum Van Loon is gevestigd, schilderde vooral portretten en historiestukken. Aanvankelijk werkte hij in de stijl van Rembrandt, maar hij schakelde na 1650 over op een meer kleurrijke en elegante stijl. Bol kreeg veel opdrachten, onder andere voor het Amsterdamse stadhuis en de Admiraliteit.

Werkzame periode 1635 – 1680, gedateerde werken van 1642 tot en met 1669 (Saur).

Leraar van Cornelis Bisschop en (Sir) Gottfried Kneller.

Schilderijen van Ferdinand Bol zijn te vinden in de belangrijkste collecties van de wereld. In Nederland bezitten het Rijksmuseum in Amsterdam en Museum Boijmans - Van Beuningen werk van deze belangrijke Nederlandse kunstenaar.

levensloop
De schilder Ferdinand Bol werd in Dordrecht geboren als zoon van een chirurg. In Dordrecht groeide hij ook op. Hij is daar mogelijk leerling geweest van Jacob Gerritsz. Cuyp óf in Utrecht bij de schilder Abraham Bloemaert.

Dordrecht 1635
Bol staat als 'Ferdinandus bol, schilder' vermeld in een viertal documenten uit december 1635 in Dordrecht, die ook zijn signatuur dragen (Blankert 1982, p 17 en 71).

Leertijd bij Rembrandt in Amsterdam vermoedelijk tussen 1635 en 1641.
Een eerste teken van zijn verblijf bij Rembrandt is de vermelding van zijn voornaam 'ferdijnandus' op de achterzijde van een roodkrijt tekening van Rembrandt uit ca 1636 naar een schilderij van Lastman (Ben 448), waarin sprake is van werk van Bol en Leendert van Beijeren, dat Rembrandt verkocht had of van plan was te verkopen. Op 30 augustus 1640 was Bol een van de getuigen voor Rembrandt in een voor een notaris opgemaakt document. (Blankert 1982, p 16-17, 71)

Hij volgde zijn leermeester zo goed na, dat veel van Bols werken lange tijd werden toegeschreven aan Rembrandt zelf. De invloed van Rembrandt is in zijn vroege werken het meest merkbaar in het clair-obscur en coloriet.

Amsterdam 1637 - 1680

Bas (1571-1649), weduwe van Jochem Hendricksz. Swartenhont, ca. 1640, Olieverf op doek, 118 x 91,5 cm
Een oude vrouw zit rustig in haar stoel. Op het tafeltje naast haar ligt een boek. Zij draagt een zogenaamd 'vliegerkostuum': een zwarte jurk en een met bont afgezette overjas die sierlijk over de stoelleuning is gedrapeerd. Zij houdt een 'neusdoek' in haar hand. Omstreeks 1640 was het vliegerkostuum in de mode, maar de zogenaamde molensteenkraag en het 'vleugelmutsje' van de vrouw waren toen al ouderwets. Veel oudere mensen stoorden zich daar niet aan en bleven deze kleding dragen.
Een eeuw geleden was dit portret een van de populairste schilderijen van het Rijksmuseum. Het werd toegeschreven aan Rembrandt en werd zelfs meer bejubeld dan diens Nachtwacht. Het schilderij was zo populair dat er een sigarenmerk naar werd vernoemd. In 1911 kwam een discussie op gang over de echtheid van deze 'Rembrandt'. Die discussie was heftig omdat het publiek erg aan het schilderij verknocht was. Tegenwoordig schrijven de experts het schilderij meestal toe aan Ferdinand Bol.
De schilderstijl van beide kunstenaars kan goed met elkaar worden vergeleken met behulp van Rembrandts portret van Aeltje Schouten en haar man Cornelis Anslo uit 1641. Aeltje en Elisabeth zijn van dezelfde leeftijd en dragen allebei een vliegerkostuum met een vleugelmutsje. Op schoot hebben zij een neusdoek. Opvallend is, dat Rembrandt meer nuances heeft aangebracht in gezicht, muts en handen van Aeltje dan Bol heeft gedaan bij Elisabeth. Zij is wat 'platter' dan Aeltje Schouten. Ook is het spel van licht en donker sterker bij Rembrandt dan bij Bol.
Het publiek noemde het schilderij vroeger liefkozend het 'oude vrouwtje'. In 1906 schreef Albert Hahn bij een spotprent: 'Op canapé Zit naast 't modieuse snobje 't Teer-anemisch ethisch popje Te smelten voor de Weduw Bas. 't was vroeger toch een stoerder ras Dan die twee! 't Popje zee: "Oh, wat een gloed en wat een verve, Legde Rembrandt in zijn verven...!" En 't snobje zuchtte: "Ah superbe! Rembrandt zien..., en dán sterven!" Onderwijl denkt bij zichzelven De zaalsuppoost: "Pas kwart na elven, G.V.D.!"'
Over de identiteit van de vrouw bestaat tegenwoordig twijfel. Volgens de traditie is het Elisabeth Bas (1571-1649), die getrouwd was met Jochem Hendricksz. Swartenhont (1566-1627), kapitein van een oorlogsschip en oorlogsheld. Het echtpaar kreeg vier kinderen, waarvan er drie stierven vóór hun moeder. Toen Maria, Elisabeths oudste dochter, overleed, nam zij de opvoeding van haar drie kleinkinderen op zich. Eén van die kleinkinderen, Maria Rey, is in later jaren ook door Ferdinand Bol geportretteerd. Jochem Swartenhont en zijn dochter Maria zijn vereeuwigd door de schilder Nicolaes Eliasz.. Jochem draagt een onderscheiding die hij kreeg voor zijn heldendaden op zee.
Tijdens het Twaalfjarig Bestand zat de vechtersbaas Jochem zonder werk. Elisabeth en hij werden uitbaters van de deftige Amsterdamse herberg 'De Prins van Oranje' op de hoek van de Nes en de Pieter Jacobszstraat. Veel bekende mensen waren hun gast - politici, kunstenaars en schrijvers. Na het overlijden van Jochem in 1627 zette Elisabeth nog enkele jaren de zaken voort. Bij haar dood in 1649 bleek zij niet slecht geboerd te hebben: Elisabeth Bas liet 28.000 gulden na. Naar aanleiding van haar levensverhaal is over de grootmoederachtige uitstraling van de geportretteerde vrouw veel gefantaseerd. Toch is het dus niet meer zeker of de vrouw wel echt Elisabeth Bas is.

Ferdinand Bol was enige tijd medewerker van Rembrandt, hij was reeds meester, totdat hij zich in 1642 als zelfstandig kunstenaar vestigde.

Het vroegste door Bol gesigneerde werk dateert uit 1642.

Zijn eerste schilderijen hadden een mythologische of bijbelse inslag in de stijl van Rembrandt. Zo lijkt bijvoorbeeld zijn portret van Elisabeth Bas, te zien in het Rijksmuseum, grote overeenkomsten te hebben met de stijl van Rembrandt.

Zijn latere werk van na midden jaren veertig is meer barok en heeft een meer kleurrijke en elegantere stijl. Bol wist zich los te maken van zijn leermeester, maar door de toepassing van clair-obscur en kleurgebruik bleef zijn werk wel verwant met dat van Rembrandt.

Bol kreeg veel opdrachten, onder andere voor het Amsterdamse stadhuis en de Admiraliteit. Ook kreeg hij veel aanzien als etser en schilder van historiestukken en werd hij een veelgevraagd portrettist, omdat hij er in slaagde zijn model als belangrijk en betekenisvol weer te geven.

1618/19-1691), koopmansbode of postmeester op Antwerpen te Amsterdam, 1650, Olieverf op doek, 118 x 96,5 cm
Een man staat zelfbewust, zelfs een beetje neerbuigend, naar ons te kijken. Hij leunt tegen een balustrade waar ook zijn mantel over gedrapeerd is. Een bosrijk landschap op de achtergrond geeft de indruk dat deze man, Roelof Meulenaer, op het terras van zijn landgoed staat. Zijn houding, met een naar buiten gedraaide hand op de heup, is die van een vorst.
Bij dit portret hoort het pendant waar de vrouw van Meulenaer, Maria Rey, op staat. Wanneer dat schilderij rechts wordt opgehangen, staan de echtelieden naar elkaar toegekeerd. Het landschap en de balustrade lopen op de achtergrond door. Bol werkte in zijn jonge jaren bij Rembrandt en volgde een tijd diens voorbeeld. Op deze schilderijen is daar weinig meer van te merken. De stofuitdrukking bij Bol is heel precies, terwijl Rembrandt na 1650 juist minder fijntjes schilderde. De elegante pose, met balustrade en landschap, had Bol afgekeken van een andere schilder: de Vlaming Antoon van Dyck.

Maria Rey (1630/31-1703), echtgenote van Roelof Meulenaer, 1650, Olieverf op doek, 118 x 96,5 cm
Een vrouw staat bedeesd met haar handen over elkaar geslagen op een terras. Achter haar is een balustrade, die eindigt in een klassieke zuil. Het terras biedt uitzicht op een bosrijke omgeving. De vrouw draagt een driedubbele gesteven kraag die haar hals vrijlaat, een zwart kapje met parels, armbanden om haar polsen en parels in haar oren. Zij houdt een modieuze waaier in de hand.
De vrouw, Maria Rey, was getrouwd met postmeester Roelof Meulenaer. Hij staat op het pendant van dit schilderij, met ongeveer dezelfde achtergrond. Het lijkt daardoor alsof zij naast elkaar staan, maar merkwaardig genoeg is de balustrade bij Maria net iets hoger dan bij Roelof.
Maria Rey was op jonge leeftijd wees geworden en opgevoed door haar bejaarde grootmoeder. Dat was Elisabeth Bas, die een paar jaar eerder waarschijnlijk óók al door Ferdinand Bol was geschilderd.

Venus en Adonis, ca. 1657, Olieverf op doek, 168 x 230 cm
Venus, de godin van de liefde, en Amor, haar hulpje, proberen een man die wil gaan jagen tegen te houden. Zijn pijlenkoker hangt rechts aan een boom en zijn speer staat klaar. De jager, Adonis, heeft een jachthoorn op zijn heup. Venus, zijn geliefde, wil hem tegenhouden omdat zij bang is dat hem iets zal overkomen tijdens de jacht. Ferdinand Bol schilderde twee tortelduifjes op de voorgrond om te onderstrepen dat het om een liefdespaar gaat.
Venus had genoeg reden om angstig te zijn wanneer Adonis ging jagen. Mars, de oorlogsgod, was namelijk jaloers en stond Adonis naar het leven. Op een dag stuurde hij een wild zwijn op zijn rivaal af en Adonis werd gedood. Volgens het verhaal was de liefde tussen Venus en Adonis echter zó groot, dat de goden Adonis slechts de helft van het jaar in het rijk der doden, de onderwereld, vasthielden. De rest van de tijd mocht hij terug naar zijn geliefde Venus.
Bol werkte in zijn jonge jaren in het atelier van Rembrandt. Rembrandts invloed is nog terug te vinden in de dramatische belichting van het schilderij en in de manier waarop de mantel rechts is geschilderd. De stof lijkt te glanzen door de hoogsels, witte kloddertjes verf, die Bol aan heeft gebracht. Tegen de donkere achtergrond steken de kleuren - rood, wit en blauw - helder af. De figuren staan in de vorm van een soort piramide. Adonis' gestalte overschaduwt het gezicht van Venus.

70, Olieverf op doek, 122 x 112,5 cm
Aan weerszijden van een verwoeste brug staan twee krijgers. Zij voeren onderhandelingen over het gat heen. De man rechts is Cerealis, een Romein, te herkennen aan de adelaarsstandaard achter hem. Verderop zijn zijn manschappen afgebeeld. De man tegenover hem is Claudius Civilis, een Bataaf. Zijn volgelingen laven zich op de voorgrond aan het water. In de lucht zweeft de roem (Fama). Zij kroont de twee aanvoerders met een lauwerkrans.
Het verhaal van Claudius Civilis is opgetekend door de Romeinse schrijver Tacitus en speelt zich af in de eerste eeuw na Christus. De Bataafse veldheer Claudius Civilis leidde een opstand tegen de Romeinen. Hij was daarin zeer succesvol, maar bezweek uiteindelijk toch voor de Romeinse overmacht. Op een kapotte brug over de Rijn bij Xanten gaf Civilis zich over aan zijn vijand. Hoe het verder met hem afliep is onbekend.
Vroeger werden de Bataven beschouwd als roemruchte voorouders van het Nederlandse volk. Claudius Civilis werd zeer bewonderd omdat hij zich had verzet tegen onderdrukking. Dat herinnerde de Nederlanders aan hun strijd tegen de Spanjaarden. In gebouwen waar bestuurders zetelden hingen vaak scènes uit het leven van Claudius Civilis. Bols leermeester, Rembrandt van Rijn, schilderde Civilis' samenzwering met de Bataven voor het nieuwe stadhuis van Amsterdam. Het is niet duidelijk voor welk gebouw Bols schilderij was bedoeld. Het stuk is wat breder, minder precies geschilderd dan zijn andere werk. Dat betekent dat het een voorstudie is voor een groter schilderij.
In het Rijksmuseum bevindt zich een hele serie schilderijen over Claudius Civilis, geschilderd door Otto van Veen voor de Haagse Staten-Generaal in 1613. Bol kende Van Veens werk en heeft zich er door laten inspireren. Dat is duidelijk te zien aan het drinkende
paard op de voorgrond. Op de prent die de Italiaanse graveur Antonio Tempesta maakte naar een schilderij van Van Veen staat bijna hetzelfde paard. Claudius Civilis en Cerealis, de Romeinse bevelhebber, ontmoeten elkaar op de kapotte brug, net als bij Bol.
Wie goed kijkt kan zien dat Ferdinand Bol flink gesleuteld heeft aan zijn schilderij. Hij heeft enkele figuren weggeschilderd en opgeschoven, onder andere Claudius Civilis. Daardoor lijkt het alsof vóór Civilis een schim zweeft, die ook zijn hand naar Cerealis uitsteekt. Meer naar links is een ander weggeschilderd figurengroepje te ontwaren. Ook Cerealis is bijgewerkt: zijn arm was eerst langer. Dergelijke overschilderingen worden 'pentimenti' genoemd. Toen Bol zijn schilderij maakte vielen zij niet op, maar nu, na zoveel eeuwen, zijn zij weer zichtbaar geworden.

Zelfportret, ca. 1667, Olieverf op doek, 128 x 104 cm
De man die hier zo zelfverzekerd poseert is Ferdinand Bol. Hij schilderde zichzelf als welgesteld burger, met een deftige 'Japonse rok' (kamerjas), pruik met krullen en fluwelen mantel. Bols linkerarm rust op een beeldje van een slapende Amor. Zijn kleding en pruik zijn volgens de mode van de late jaren zestig van de 17de eeuw. Waarschijnlijk heeft Bol zijn statige zelfportret toen geschilderd. De fraaie lijst is uit dezelfde tijd.
In 1669 trad Ferdinand Bol, na 9 jaar weduwnaar geweest te zijn, voor de tweede keer in het huwelijk. Hij was toen 53 jaar oud. Zijn nieuwe echtgenote, Anna van Arckel, was een welgestelde dame van 45. Vermoedelijk was dit schilderij een huwelijksgeschenk voor haar. Het weerspiegelde Bols opvattingen over huwelijk en trouw. Amor, de liefdesgod, is slapend naast Bol afgebeeld. Dat duidt op beteugelde lust, kuisheid. Bol geeft daarmee aan dat op zijn leeftijd de begeerte niet meer zo'n belangrijke rol speelt. De zonnebloemen op de schilderijlijst wijzen evenzeer op 'hogere' liefde. De solide zuil op de achtergrond onderstreept nog eens Bols standvastigheid in de liefde.
Ferdinand Bol bestelde een rijk versierde houten lijst voor zijn zelfportret. Het schilderij is nog steeds gevat in deze oorspronkelijke omlijsting, hetgeen heel bijzonder is omdat lijsten vaak vervangen werden als de mode veranderde. De lindenhouten schilderijlijst werd besneden en
vervolgens verguld. Behalve zonnebloemen zijn in de versiering rozen, druiven, maiskolven en bungelende kwasten opgenomen. De lobbige krullen op de hoeken bovenop de lijst herinneren aan het vroeg 17de-eeuwse kwabornament in het werk van Paulus van Vianen.

Aan het begin van zijn loopbaan werkte Ferdinand Bol in het atelier van Rembrandt. Toen hij dit zelfportret schilderde werkte hij allang in een andere, meer elegante stijl. Toch is de invloed van Rembrandt nog wel terug te vinden in de manier waarop de kamerjas is geschilderd. Bol heeft het glanzen van de goudkleurige stof geïmiteerd door oplichtende witte hoogsels aan te brengen. De hoogsels zijn bedekt met een transparant gekleurd laagje verf. Bol heeft zichzelf niet als schilder afgebeeld, maar als welgestelde heer in vrijetijdskleding. Zijn tweede vrouw had geld genoeg om goed van rond te komen. Na dit zelfportret schilderde Bol dan ook weinig meer.

Na zijn tweede huwelijk in 1669 met de welgestelde Anna van Arckel schilderde Bol, die een vermogend man was geworden, amper meer. Zijn zelfportret ca 1667/69 uit de late jaren zestig is een van zijn laatste werken.

Ferdinand Bol werd op 24 augustus 1680 begraven in Amsterdam.

Websites:
. Lexicon Rijksmuseum Amsterdam



Pageviews vandaag: 465.