kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Filippo Lippi

Fra Filippo Lippi

Lippi (rechts) met zijn leerlingen Fra Diamante en Pier Matteo d'Amelia (ca. 1467 Spoleto)

Florentijnse schilder, geboren circa 1406/1407 Florence - overleden circa 8 oktober 1469 Spoleto.

Filippo di Tommaso di Lippo ook bekend onder de naam Lippo Lippi, was één van de belangrijkste Florentijnse kunstschilders van de Vroege Renaissance. Zijn Florentijnse evenknie was Fra Angelico. Hij stond onder invloed van Masaccio en Masolino.

Zijn meest bekende leerling was Botticelli, die later, samen met zijn leermeester, Filippino Lippi weer onder zijn hoede zou nemen. Lippi's zoon Filippino Lippi was eveneens een bekend Renaissance-schilder.

Fra Filippo Lippi is een typisch vertegenwoordiger van het quattrocento. Hij tekent meer dan hij schildert. Zijn vormen zijn door de lijn bepaald. Achter zijn voorstellingen, welke zich meestal nog op de voorgrond afspelen, geeft hij grotere ruimte. Zijn realisme uit zich in de grote zorg, zelfs voor de kleinste details. De composities zijn evenwichtig en decoratief. Hij deelt de voorliefde van de beeldhouwer van het quattrocento voor de hoekige, jeugdige vorm. Zijn objectief geobserveerde portretten hebben al een goede gelijkenis. Zijn bekende Madonna's zijn lieflijk en ingetogen, maar hebben ook persoonlijke trekken. Hij schildert Maria meestal en profit, met de spelende kinderen Jezus en Johannes op haar schoot.

Landschappen dienen als decor van aanbidding en madonna's. Fra Filippo's madonna- en vrouwentypen werden het ideaal van de vroege renaissance. Botticelli pakte het op en gaf er een licht zwaarmoedige toets aan.

Biografie
Hij werd geboren in het armere kwartier rond het Karmelietenklooster van Firenze. Als jonge wees werd hij door zijn tante opgevoed, die hem al snel in het nabije klooster liet opnemen. In 1421 werd hij broeder in het klooster van Santa Maria del Carmine in Florence.

Alhoewel zeer intelligent, had hij toch een hekel aan studeren en volgens Vasari zou hij beslist hebben om schilder te worden toen hij Masolino en Masaccio in de Carminekerk (Brancaccikapel) aan het werk zag. Wellicht was Filippo korte tijd leerling van Masaccio maar over hun onderlinge verhouding is niets precies bekend.

Filippo's eerste schilderijen vertonen wel enige invloed van Masaccio. Ook hij zal zijn figuren met een licht sfumato omgeven en ze door een kleurenharmonie met het landschap tot een eenheid verbinden. Maar de plastische hardheid van Masaccio wordt vervangen door zachte, vloeiende lijnen. Filippo's naturalisme werd echter sterk verzacht door de aantrekkingskracht die Giotto op stille wijze bij hem bleef uitoefenen en zo kwam hij nooit tot de consistente stijl van Masaccio, wiens natuurlijke houdingen en bewegingen hij nergens benaderde. Ook had hij zijn leven lang problemen met het schilderen van handen.

Als vijftienjarige monnik geworden, loopt hij als zeventienjarige uit het klooster weg. In de buurt van Ancona wordt hij tijdens een pleziervaart door zeerovers gevangen genomen en in Afrika als slaaf verkocht. Na een harde tijd van mishandeling en zwaar werk, herwint de monnik dankzij zijn schilderstalent de vrijheid. Opnieuw frater geworden, schildert Filippo verrukkelijke Madonna's wat hem evenwel niet weerhield zich in menig galant avontuur te storten. Hij heeft ook moeilijkheden met opdrachtgevers en financiële geschillen met leerlingen die hem op de pijnbank brengen.

In 1432 schilderde Lippi het fresco De bekrachtiging van de regels van de karmelietenorde in de kloostergang van Santa Maria del Carmine (Firenze, forte di belvedere).

Rond 1432 vertrok hij naar Padua in Noord-Italie waar hij zijn invloed zou doen laten gelden, maar tegelijkertijd open stond voor de stilistische stromingen die hij hier aantrof. Hij kwam aan in 1434, misschien al eerder, waar hij werd vermeld met Francesco Squarcione.

In 1437 keerde Fra Fillipo Lippi terug naar Florence waar hij diverse opdrachten krijgt.

Pala Barbadori (Maria met Kind en engelen en de heiligen Frediano en Augustinus), 1437, paneel, 208x244, Parijs, Louvre
In een renaissancearchitectuur omgeven zware gedrongen figuren Maria. Het bijna naakte Christuskind heeft een verrassend monumentale lichaamsbouw. Op 8 maart 1437 werd het besteld door de aanvoerder van de ‘parte Guelfa’, dat wil zeggen de met de paus en Frankrijk sympathiserende partij, op grond van het testament van Gherardo Baldadori. In de monnik links achter de balustrade zien velen een zelfportret van de nog tamelijk jonge kunstenaar. (Louvre 278)

Bij dit altaarstuk uit de Santo Spirito in Firenze hoort de predella in het Uffizi.
Op het middelste paneel: ‘Verkondiging van de dood van Maria’ (de toesnellende Petrus herinnert aan de typen van Masaccio).
Op het linkerpaneel: een ‘Wonder van de H. Fredianus’, die de rivier de Serchio omleidt om Lucca voor een overstroming te behoeden.
Op het rechterpaneel: ‘De H. Augustinus in zijn cel’.
De duidelijke overzichtelijke architectuur, met de grote lege wandvlakken, heeft een monumentale werking. Sterke verkortingen en slagschaduwen in de voorgrond dragen bij tot een natuurlijke dieptewerking. In de figuren echter is een voorliefde voor een mooie gebogen lijn al te zien. Het was Filippo Lippi die deze gotische lijnvoering, die in Siena, maar niet in Florence werd gebruikt, in de Florentijnse schilderkunst van het quattrocento heeft geïntroduceerd.

'Tronende Madonna met heiligen' (Ca. 1445, Uffizi)
Cosimo dei Medici liet dit paneel schilderen voor de Novicenkapel van de Santa Croce. Daarom wordt Maria behalve door de franciscaner heiligen Franciscus en Antonius ook door de beschermheiligen der Medici, Cosmas en Damianus, geflankeerd.
De architectuur is hier niet meer slechts een coulisse, maar geeft, met alle details die door het licht worden omspeeld, de illusie van een werkelijke nisarchitectuur. De gestileerde heiligenfiguren daarentegen zijn minder tastbaar; zij behoren met hun kelkvormig opstijgende draperieën nog tot de laatgotische lineaire traditie. Het mag duidelijk zijn dat hier twee tegengestelde principes werken: het schilderachtig-illusionistische en het grafisch-lineaire.
De predellapanelen zijn van Filippo Lippi’s leerling Pesellino, die ook werd beïnvloed door Paolo Uccello en Fra’ Angelico.

'Kroning van Maria' Tempera op hout, 220cm x 287cm, in de Uffizi sinds 1919
Tussen 1441 en 1447 schilderde hij voor het hoofdaltaar van de S. Ambrogio in Florence de Kroning van Maria (thans in de Uffizi te Florence), een schilderij dat het perspectief van de architectuur sterk naar voren doet komen.
Gelijksoortige vormcontrasten als in de 'Tronende Madonna met heiligen' zien we in de 'Kroning van Maria', met haar veelheid van figuren. De architectuur verloopt niet meer parallel aan het beeldvlak; naast de gebruikelijke koele, niet_realistische kleuren zijn er ook intense, dicht opgebrachte bonte kleuren gebruikt. De knielende figuur rechts, met de rode schaal, is door een inscriptie aangeduid (Is Perfecit Opus: ‘Deze schiep het werk’); het is echter geen portret van de schilder, maar van de biechtvader van het nonnenklooster, die opdracht tot het werk gaf. Het zelfportret van Fra’ Filippo Lippi ziet men in de monnik met de bakkebaarden links, die zijn kin steunt. Wat groter afgebeeld zijn de kerkvader Ambrosius en de stadsheilige Johannes de Doper. In dit altaarstuk is al het bevallige meisjesachtige type heilige waartoe Filippo Lippi steeds meer overging te zien, zoals ook in de ‘Madonna met twee engelen’, waarin de jonkvrouw haar kind in deemoed aanbidt.

Scènes uit het leven van de Heilige Johannes en de Heilige Stefanus
Tot zijn beste werk wordt de fresco-cyclus gerekend die hij maakte tussen 1452-1465 voor de kathedraal van Prato. Zijn stijl van het verhalende fresco wordt gekenmerkt door een weloverwogen evenwicht tussen de dramatische handeling en de decoratie. De uitbeelding van de legenden van de Heilige Stefanus en van Johannes de Doper in Prato zijn belangrijk om de levendige fonkelende kleuren en de sublieme karakterisering der personen.

Deze fresco's die Scènes uit het leven van de Heilige Johannes en de Heilige Stefanus uitbeelden, geven niet alleen de ruimte fraai weer, maar ook de psychische gesteldheid van de afgebeelde figuren. Lippi werd hierom bijzonder geroemd. Deze fresco's in het koor van de kerk kwamen in een langzaam tempo gedurende een periode van ruim twaalf jaar tot stand. Aangenomen wordt dat een aanzienlijk deel ervan waarschijnlijk werd gerealiseerd door medewerkers uit het atelier van Lippi.
'Aanbidding in het woud met de H. Romualdus en de jonge Johannes'
De Moeder Gods, als jong meisje in deemoedige aanbidding, in intiem contact met de natuur (een thema dat Leonardo da Vinci weer opneemt).
Hier kan men spreken van een samenklank van gevoel en natuur in de zin van de, eeuwen latere, romantiek.
In dit late werk keert Filippo Lippi nog eens terug tot de allang vergeten gouden stralenkrans.

Tijdens zijn werkzaamheden in Prato (waar hij samenwerkte met Fra Diamante aan fresco's in de dom), geraakte Filippo op vijftigjarige leeftijd hopeloos verliefd op een jonge novice Lucrezia Buzi, die hij schaakte en hem in 1457 een zoon (de toekomstige schilder Filippino Lippi) schonk waarop hij met haar trouwde. Voor dit huwelijk (in 1461 gesloten) had hij pauselijke dispensatie nodig; Cosimo dei Medici zette zich daarvoor in bij paus Julius II. Dit huwelijk kon Filippo een tijdlang boeien en resulteerde in enkele madonna's die weinig meer zijn dan bekoorlijke moeders met elegant raffinement in fluweel gehuld (zijn vrouw stond model voor de Madonna met het kind in de Uffizi).

Portret van zijn vrouw (Madonna degli Uffizi), ca. 1460, tempera op hout, 92x63, Firenze, Uffizi
Een merkwaardige stemming tussen blijmoedigheid en stille bezinning. Maria zit voor een ongebruikelijk vensterkozijn in halfprofiel en is met meisjesachtige zeer lieflijke trekken weergegeven. Los van het bijbels thema is zijn naar de mode van de tijd in een blauw gewaad gekleed en draagt zij een kunstig opgezet hoofdsieraad. De handen zijn aandachtig gebouwen terwijl haar zoon zijn armen naar haar uitstrekt. De bedachtzaamheid van haar blik verraadt misschien een voorgevoel van de kruisiging van Christus, waarnaar de berg op de achtergrond (Golgotha) al verwijst. In tegenstelling hiermee staat het guitige lachen van de voorste engel. (Florence 138)
Een meesterwerk van warmte en menselijkheid. Lippi gebruikte een religieus onderwerp om aardse zaken als vrouwelijke schoonheid en het landschap te vereeuwigen. Het werk maakt de brug naar de kunst van Botticelli.

Ondanks zijn amoureuze perikelen bleef de losbollige broeder Filippo Lippi een religieuze ziel behouden en sommige madonna's van zijn hand zijn even puur en hemels als die van Angelico zoals De Madonna van de Geboorte van Christus der Medici (Berlijn). Veel minder sterk werk dat aan hem wordt toegeschreven is wellicht gemaakt door leerlingen uit de bottega die hij in Firenze hield, om de stroom van opdrachten uit te voeren. (RDM, 64-65)

Aan het einde van zijn leven schilderde hij rond 1467 voor de kathedraal van Spoleto een fresco cyclus met Scènes uit het leven van de H. Maria. In zijn laatste fresco's bereikte Filippo Lippi's kunst een hoogtepunt: de handeling wordt een visioen dat nog slechts hogere wetten lijkt te erkennen.

Zelfs op bejaarde leeftijd behield Filippo echter nog een avontuurlijk hart en tijdens zijn verblijf in Spoleto (waar hij reeds zijn zoon in het schildersvak inwijdde) overleed hij plotseling, naar men zegt vergiftigd door de ouders van een aanzienlijke dame, die zijn liefde op te tedere wijze beantwoordden (Stendhal, Histoire de la Peinture).

Hij stierf in 1469. Hoewel de Florentijnen wilden dat hij in zijn geboorte stad zou worden begraven, werd Fra Fillipo Lippi in Speleto ter aarde besteld. Daar is een monument in de kathedraal aan hem gewijd, met een inscriptie van de humanistische dichter Angelo Poliziano.

Hij werd geboren in het armere kwartier rond het Karmelietenklooster van Firenze. Als jonge wees werd hij door zijn tante opgevoed, die hem al snel in het nabije klooster liet opnemen. In 1421 legde Filippo zijn geloften af. Alhoewel zeer intelligent, had hij toch een hekel aan studeren en volgens Vasari zou hij beslist hebben om schilder te worden toen hij Masaccio in de Carminekerk (Brancaccikapel) aan het werk zag. Wellicht was Filippo korte tijd leerling van Masaccio maar over hun onderlinge verhouding is niets precies bekend. Filippo's eerste schilderijen vertonen wel enige invloed van Masaccio (de bekrachtiging van de karmelieter ordesregels, 1432, Firenze, forte di belvedere). Ook hij zal zijn figuren met een licht sfumato omgeven en ze door een kleurenharmonie met het landschap tot een eenheid verbinden. Filippo's naturalisme werd echter sterk verzacht door de aantrekkingskracht die Giotto op stille wijze bij hem bleef uitoefenen en zo kwam hij nooit tot de consistente stijl van Masaccio, wiens natuurlijke houdingen en bewegingen hij nergens benaderde. Ook had hij zijn leven lang problemen met het schilderen van handen.

Als vijftienjarige monnik geworden, loopt hij als zeventienjarige uit het klooster weg. In de buurt van Ancona wordt hij tijdens een pleziervaart door zeerovers gevangen genomen en in Afrika als slaaf verkocht. Na een harde tijd van mishandeling en zwaar werk, herwint de monnik dankzij zijn schilderstalent de vrijheid. Opnieuw frater geworden, schildert Filippo verrukkelijke Madonna's wat hem evenwel niet weerhield zich in menig galant avontuur te storten. Hij heeft ook moeilijkheden met opdrachtgevers en financiële geschillen met leerlingen die hem op de pijnbank brengen. Op het toppunt van zijn roem werkte hij aan twee frescocycli in de domkoren van Prato en Spoleto.

Zijn stijl van het verhalende fresco wordt gekenmerkt door een weloverwogen evenwicht tussen de dramatische handeling en de decoratie. De uitbeelding van de legenden van de Heilige Stefanus en van Johannes de Doper in Prato zijn belangrijk om de levendige fonkelende kleuren en de sublieme karakterisering der personen. In zijn laatste fresco's in Spoleto bereikte Filippo Lippi's kunst een hoogtepunt: de handeling wordt een visioen dat nog slechts hogere wetten lijkt te erkennen.

Tijdens zijn werkzaamheden in Prato (waar hij samenwerkte met Fra Diamante aan fresco's in de dom), geraakte Filippo op vijftigjarige leeftijd hopeloos verliefd op een jonge novice Lucrezia Buzi, die hij schaakte en hem in 1457 een zoon (de toekomstige schilder Filippino Lippi) schonk. Zijn grote beschermer Cosimo dei Medici kon het schandaal via een huwelijk oplossen. Dit huwelijk kon Filippo een tijdlang boeien en resulteerde in enkele madonna's die weinig meer zijn dan bekoorlijke moeders met elegant raffinement in fluweel gehuld (zijn vrouw stond model voor de Madonna met het kind in de Uffizi). Maar zelfs op bejaarde leeftijd behield Filippo nog een avontuurlijk hart en tijdens zijn verblijf in Spoleto (waar hij reeds zijn zoon in het schildersvak inwijdde) overleed hij plotseling, naar men zegt vergiftigd door de ouders van een aanzienlijke dame, die zijn liefde op te tedere wijze beantwoordden (Stendhal, Histoire de la Peinture).

Ondanks zijn amoureuze perikelen bleef de losbollige broeder Filippo Lippi een religieuze ziel behouden en sommige madonna's van zijn hand zijn even puur en hemels als die van Angelico zoals De Madonna van de Geboorte van Christus der Medici (Berlijn). Veel minder sterk werk dat aan hem wordt toegeschreven is wellicht gemaakt door leerlingen uit de bottega die hij in Firenze hield, om de stroom van opdrachten uit te voeren. (RDM, 64-65)

Filippo Lippi betekende de bloei van de Florentijnse school. Hij stond ook onder invloed van Masolino en Fra Angelico. Landschappen dienen als decor van aanbidding en madonna's (een voorbeeld voor later). (?)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 32.