kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-06-2009 voor het laatst bewerkt.

Fiona Tan


Geboren in Pekan Baru, Indonesië 1966 en opgegroeid in Australië.

Tan is van Chinees-Indonesische afkomst, haar moeder is Schotse, haar vader Chinees, en woont al geruime tijd in Nederland. Ze studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam (fotografie en tekenen) en vervolgens aan de Rijksacademie van beeldende kunsten, waar zij zich steeds meer ging toeleggen op het maken van films en video's.

Zij heeft zowel documentaire films gemaakt als autonome film- en videowerken. Het werk wordt gekenmerkt door een aandachtige registratie van mensen in hun omgeving. Door een precieze montage krijgen deze registraties een gedetailleerde aandacht. Voor een aantal werken is bestaand beeldmateriaal uit filmarchieven gebruikt, waarbij Tan een grote belangstelling voor oude antropologische documentaires blijkt te hebben. Deze fragmenten zijn door haar als het ware cultureel verplaatst waardoor er een nieuwe confrontatie ontstaat met de anonieme geportretteerden. Bij veel van dit materiaal ervaart men een spanning tussen het kijken en het bekeken worden. Tan heeft dergelijke beelden onder meer gebruikt voor de werken Smoke Screen (1997), Facing Forward (1999) en Tuareg (1999). Het stille poseren en de aandachtige blikken van de geportretteerden geven deze opnamen een tijdloze concentratie waarin we ons kunnen spiegelen aan het beeld van ‘de ander'. Els Hoek schrijft: ‘Het gaat Fiona Tan in het bijzonder om het kijken van de ene mens naar de andere. Wat zegt de blik waarmee de reiziger de inheemse bewoner opneemt? En omgekeerd ook: welke beelden zou die bewoner van de reiziger maken als hij aan de andere kant van de camera stond?'

video installatie Roll I & II (1997)
In Roll I & II staan twee elementen naast elkaar. Op een kleine monitor is het beeld van een roerloze, geopende hand te zien, terwijl op de muur op groot formaat een videofilm wordt geprojecteerd, met beelden van de kunstenaar die in duizelingwekkende vaart van een duin rolt. Tan filmde deze gebeurtenis vanuit verschillende hoeken, waarna de beelden intensief werden bewerkt en als een loop gemonteerd. Het stilstaande beeld van de hand vormt een groot contrast met het hectische karakter van de bewegende beelden tegen de wand. De herhaling waarin die het lichaam van de kunstenaar gevangen houden heeft iets komisch, maar benadrukt ook de kwetsbaarheid en breekbaarheid ervan. Tijdens de bewerking en montage werden deze beelden voor de kunstenaar steeds meer een metafoor voor haar eigen artistieke activiteiten en haar persoonlijke leven.

Een gevoel van culturele ontheemding ligt ten grondslag aan de documentaire film May You Live In Interesting Times (1997), waarin Tan verslag doet van een zoektocht naar haar eigen familie-achtergronden die haar via meerdere landen tot in een afgelegen streek in China brengt.
In 1997 werd Tans film May You Live in Interesting Times bekroond als beste Nederlandse debuutfilm op het Nederlands Filmfestival, Utrecht (later uitgezonden door de VPRO).

In de presentatie van haar werk dwingt zij de beschouwer ook dikwijls tot het innemen van wisselende posities. De ruimtelijke installatie van haar werk bestaat soms uit meerdere projecties (o.a. Thin Cities, 1999-2000) of uit tweezijdige projectieschermen (Tuareg en Saint Sebastian). Daadwerkelijke fysieke verplaatsing komt in enkele andere werken tot uitdrukking: in Roll I & II (1997) en Slapstick (1998) zien we de herhaalde beweging van het rollen of vallen, en Lift (2000) volgt de luchtdoop van de kunstenaar als een ietwat primitieve ballonvaarder in een Amsterdams stadspark.

In 1998 won zij de J.C. van Landschotprijs, een aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars uit Nederland en België.

In 2001 was haar werk te zien op de Triënnale van Yokohama en de Biënnale van Venetië.

Opperste concentratie zien we in het videowerk Saint Sebastian (2001),
Jonge Japanse vrouwen richten als boogschutters hun pijlen op een voor ons onzichtbaar doel tijdens een traditioneel initiatieritueel. In het vastleggen van de gespannen gelaatsuitdrukkingen, de bedachtzame bewegingen en de rituele gewaden ontstaat een fascinerend beeld van grote schoonheid. Door dit beeld een titel mee te geven uit de westerse christelijke traditie krijgt het plotseling een andere wending.

In 2002 was haar werk geselecteerd voor de Documenta in Kassel.

Countenance (2002),
In vier videoprojecties laat Tan portretten zien van allerlei mensen uit Berlijn. Stil en statig zijn ze in beeld gebracht op een wijze die ontleend is aan August Sander die begin vorige eeuw portretfoto's maakte van mensen in verschillende beroepen waarbij het uiterlijke onderscheid vooral werd bepaald door lichaamshouding, kleding en gereedschappen.

In een van haar brieven uit een correspondentie met de bekende Engelse schrijver en kunstcriticus John Berger schrijft Fiona Tan: ‘A certain blindness (...) is very desirable.' Ogenschijnlijk is dit een wonderlijke uitspraak voor iemand die in haar werk zo scherp observeert. Misschien wil zij wel een vraagteken zetten bij de macht van het oog en van de camera en probeert zij, in een wereld die zo vol is met beelden, onbevangen te blijven kijken. Tan verwijst juist ook naar dat wat zich buiten het beeldkader afspeelt. Beatrice von Bismarck schrijft: ‘Ze laat zien dat beelden afhankelijk zijn van de positie die de opnemende, opgenomen en kijkende personen binnen hun eigen historische, sociale of culturele context innemen, voor zichzelf en in relatie tot elkaar.'

Scenario omvat een briefwisseling tussen John Berger en Fiona Tan; een gesprek tussen de kunstenaar en filmmaker Heddy Honigmann; een speciaal voor het boek geschreven verhaal van Oscar van den Boogaard en essays van Lynne Cooke en Stephan Schmidt-Wulffen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2042.