kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Fra Angelico



c.1442 zelfportret in aanbidding van Christus door Heilige Dominicus

15de-eeuwse schilder-frater, omstreeks 1395 geboren als Guido di Pietro in Vicchio (Rupecanina) di Mugello (Toscane)(nabij Fiesole dat weer 8 km ten noordoosten van Florence ligt) - overleden 18 februari 1455 in Rome.

De zachtaardigheid en vroomheid van de schilderkunst van Il Beato Fra Giovanni Angelico Da Fiesole bezorgde hem zijn beroemde bijnamen: Fra Angelico (de "Engelachtige Broeder") en Beato Angelico ("Zalige Engelachtige"). Tot zijn bekendste werken behoren de fresco's die hij maakte in het San Marco klooster te Florence. Hij werd zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II in 1982. Zijn feestdag valt op 18 februari.

Fra Angelico wordt beschouwd als een overgangsfiguur tussen de laat-middeleeuwse internationale gotiek, waarin natuurlijke figuren gecombineerd worden met decoratieve schoonheid, beweging en emotie, en de vroege renaissance, die meer realistisch is. Hij liet zich beïnvloeden door o.a. Donatello, Ghiberti en Masaccio. Licht en schaduw zijn altijd gelijkmatig verdeeld. Typerend zijn de ruimtelijke indruk die zijn werk maakt, de rustige uitstraling van de figuren, het gebruik van kleur om emoties te versterken en zijn gave om een gezicht een heilige uitdrukking te geven. Typisch renaissancekenmerk is het creëren van monumentale figuren die door het gebruik van perspectief ook beweging en diepte hebben.

In de schilderkunst worden Masaccio (1401-1428), Andrea del Castagno (1423-1457) en Paolo Uccello (1397-1475) als de grote vernieuwers beschouwd. Fra Angelico, die ook op Fra Filippo Lippi (1406-1469) en Benozzo Gozzoli (1420-1497) invloed uitoefende, vertegenwoordigt de religieuze richting. Fra Angelico schilderde alleen religieuze werken. Deze zijn altijd innig en devoot. Het doel van zijn kunst is het opwekken tot meditatie en gebed.

Tot zijn bekendste werken behoren de fresco's die hij maakte in het San Marco klooster te Florence. Ook maakte hij muurschilderingen in de dom van Orvieto en in de kapel van paus Nicolaas V te Rome. Een belangrijk vroeg werk van Fra Angelico is ‘Christus in glorie omringd door heiligen en engelen’. In dat werk zijn 250 afzonderlijke figuren te onderscheiden.

Hij was de leermeester van Gozzoli en Filippo Lippi.

Het leven van Il Beato Fra Giovanni Angelico Da Fiesole werd beschreven in Le Vite (Nederlands: De Levens) van Giorgio Vasari. Hij was zo nederig dat hij weigerde om bisschop te worden. Hij achtte zich immers niet bekwaam om mensen te leiden, schreef Vasari. Ook vertelt hij hoe Fra Angelico op zekere dag aan tafel genodigd werd door paus Nicolaas V, maar op deze uitnodiging weigerde in te gaan zolang hij niet de toestemming had van de prior van zijn klooster.

Biografie
Wanneer Fra Angelico precies is geboren is niet bekend, maar dat moet tussen 1395 en 1400 zijn geweest. Hij verbleef van 1408 tot 1418 als novice in Cortona.

Hij begon zijn schilderscarrière waarschijnlijk bij het verluchten van manuscripten. Hij heeft enkele ateliers bezocht, waar hij tot schilder en miniaturist werd opgeleid. Zijn interesse in architectuur was toen al aanwezig. In 1417 trad Fra Angelico toe tot het Lucasgilde en in 1418 schilderde hij in de Gherardini-kapel in Santo Stefano al Ponte (dit werk is vernietigd).

Toen hij tussen 1418 en 1421 tot de Dominicaner orde in Fiesole - 8 km ten noordoosten van Florence - toetrad werd hij Giovanni genoemd, Frate Giovanni di San Domenico da Fiesole om precies te zijn. 'Voor zijn eigen vrede en geluk en boven alles voor zijn zielenheil, van nature een serieus en devoot man, koos hij ervoor tot de orde der predikheren toe te treden', aldus Vasari.

Fiesole is een stadje in de Italiaanse regio Toscane. Het behoort tot de provincie Florence. De plaats ligt op een berghelling, uitkijkend over het dal van de Arno en de nabijgelegen stad Florence. Fiesole was een belangrijke stad van de Etrusken. Na dit volk kwamen de Romeinen, die de stad Faesulae noemden. Fiesole was de geboorteplaats van twee belangrijke 15e-eeuwse beeldhouwers: Francesco di Simone Ferrucci en Mino da Fiesole. In Fiesole ligt een archeologisch park met resten van een Etruskische muur en tempel en van Romeinse thermen en een Romeins amfitheater.
Bezienswaardigheden:
. Etruskische muur
. Romeinse resten van een amfitheater, thermen en een klooster
. Kathedraal "San Romolo", gebouwd in de 11e eeuw
. Klooster S. Fransesco met kloostergang uit de 14e eeuw
. Museo Archeologico: vondsten uit bronstijd en de Etruskische periode
. Museo Bandini: schilderijen uit de vroege en midden-Renaissance en terracotta's uit de school van Della Robbia
. Antiquarium Costantani: Griekse en Etruskische voorwerpen
- (altaarstukken en reliekschrijnen vooral voor het dominicaner klooster te Fiesole, waarvan hij drie jaar prior was en voor het dochterhuis in Florence (San Marco), die allemaal een toverachtige harmonie van tedere kleuren bezitten. Al zijn achtergronden hebben dat gestileerde karakter, typisch voor het vroege Quattrocento, die zijn werk zo'n bekoring verleent.

In 1423 werd Angelico betaald voor een (verloren gegaan) kruis in Santa Maria Nuova, zodat het vroegste bewaard gebleven en gedocumenteerde schilderwerk het kleine altaarstuk Petrus de martelaar is, waarvan in een document uit 1429 werd gesteld dat het was voltooid.

Klooster van San Marco
In 1436 kwam het San Marco klooster in Firenze in handen van de Dominicanen van Fiesole. Het klooster en de kerk, evenals de bouw van een indrukwekkende bibliotheek, werden met de steun van Cosimo de Medici vanaf 1438 door Michelozzo di Bartolomeo herbouwd.
Fra Angelico verhuisde in 1941 naar hier en samen met zijn assistenten (wellicht ook monniken) schildert hij fresco's in het klooster en de kerk van San Marco te Firenze, gekenmerkt door tere kleuren en bovenaardse religieuze voorstellingen. In snel tempo werden de refter, de gangen en de 44 cellen tussen 1438 en 1445 met fresco's versierd. Deze fresco's verschillen grondig met de altaarstukken voor het grote publiek, en er is zelfs een verschil tussen de fresco's, bedoeld voor de ganse kloostergemeenschap en deze in de individuele cellen. De taferelen in de monnikscellen zijn zo puur en zuiver dat de wereld terugtreedt en enkel het meditatieve subject in een vrijwel lege cel rondzweeft.

Het Museo di San Marco is nu een museum, vooral gewijd aan het werk van Fra Angelico. De entree van het museum aan het Piazza San Marco leidt direct naar het centrum van het complex: de door Michelozzo verbouwde kruisgang van het klooster van Sint Antonius, gebouwd door Michelozzo en versierd met fresco’s (o.a. in de lunetten), voorstellend 28 scènes uit het leven van St. Antonius. Ze zijn grotendeels 17e-eeuws, doch enkele zijn van fra Angelico. Bijna alle ruimtes van het klooster kijken op dit binnenterrein uit.

Bij binnenkomst valt direct een groot fresco op. Dit werk schilderde Fra Angelico tussen 1440 en 1442. Het heeft een thema dat in het dormitorium, op de eerste verdieping van het klooster, herhaaldelijk voorkomt: een crucifix in een sober decor met de heilige Dominicus, Christus aanbiddend aan de voet van het kruis. Kostbaar is de enorme hoeveelheid lapis lazuli dat voor de ultramarijnblauwe achtergrond is gebruikt.

Het Ospizio dei Pellegrini (het toenmalige gastenverblijf voor pelgrims) aan de kruisgang rechts van de ingang, is ingericht als tentoonstellingsruimte. Hier zijn naast vele schilderijen van fra Angelico, uit verschillende kerken in Florence samengebracht, ook werken te zien van fra Bartolomeo, die in de vroege 16e eeuw monnik van S. Marco was. De panelen van Fra Angelico geven een mooi chronologisch overzicht van zijn artistieke ontwikkeling.

Tabernakel van de Linaioli, 1433, tempera op paneel, 39x56, Firenze, Museo di San Marco
De Aanbidding der Wijzen is het centrale deel van de predella. De andere twee voorstellingen op de predella tonen de Prediking van sint-Pieter en het Martelaarschap van Marcus. (wga)
Het Linaioli-tabernakel is het eerste grote werk van Fra Angelico. Het is gemaakt in opdracht van de Arti dei Linaioli, het kleding-, linnen- en kleermakersgilde. De marmeren ombouw is een ontwerp van Lorenzo Ghiberti en is in diens werkplaats gemaakt.
Het middenpaneel bevat een tafereel met Maria en kind. Op de binnenkant van de zijluiken zijn Johannes de Doper en Johannes de Evangelist afgebeeld en op de buitenzijde zijn Marcus en Petrus te zien. De iconografie van de hoofdscène is nog typisch laatgotisch, maar de plasticiteit van de Maria-figuur is modern en verraadt al enige invloed van Masaccio. De aan weerszijden gedrapeerde gordijnen die het tafereel als het ware ontsluiten, zijn een vondst van Fra Angelico zelf en vormen een regelmatig terugkerend motief in zijn werk.
Bijzonder zijn de drie predella-schilderingen. Zoals vaak bij de wat onopvallende predella’s durft de kunstenaar iets meer en zien die er daardoor dikwijls levendiger en moderner uit dan het hoofdtafereel: bedoeld worden de ongedwongen mise-en-scène, het perspectief van de gebouwen en de actie van de figuren.

Het laatste oordeel, 1432-35, tempera paneel, 105x210, Firenze, Museo di San Marco
Bevond zich oorspronkelijk in de kerk van Santa Maria degli Angioli in Firenze. Waarschijnlijk heeft het als zetelversiering gediend, hetgeen wellicht de bijzondere vorm en compositie verklaart. Van Fra Angelico zijn het Paradijs en de heiligen; de hel en de verdoemden zijn van navolgers. De compositie is symmetrisch en traditioneel: een hemelse scène met Christus, engelen en heiligen en daaronder een aardse wereld. Links bevindt zich het paradijs en rechts de hel. De scheiding tussen de uitverkorenen en de verdoemden wordt gevormd door een soort ‘catwalk’. Dit pad met geopende graven voert door middel van een sterk perspectief naar de oneindigheid. De stijl van het paneel is onmiskenbaar laat-gotisch: verhalend, versierend en met veel oog voor detail.

Naamgeving van Johannes, 1434
Aan welk altaarstuk de Naamgeving van Johannes de Doper heeft toebehoord is onduidelijk. Dit predella-paneel is zeker vóór 1435 geschilderd en
is ondanks zijn geringe afmetingen van 26 x 24 cm. een monumentje. Hier is Fra Angelico namelijk de renaissance-kunstenaar die oog heeft voor het menselijke, de omgeving en vooral de wisselwerking ertussen. De architectuur doet denken aan die van Michelozzo en de harmonieuze wijze waarop de figuren als groep bijeen staan en het naturalisme van de hoofdpersoon Zacharias verwijzen zonder twijfel naar de schilderingen van Masaccio in de Brancacci-kapel.
Net zoals aan Maria, verscheen ook aan de priester Zacharias de engel Gabriël. Deze deelde Zacharias mee dat diens vrouw Elisabet het leven aan een zoon zou geven en dat hij Johannes moest worden genoemd. Door zijn ongeloof over dit bericht - hij was een oude man en ook zijn vrouw was al op hoge leeftijd - raakte Zacharias, bij wijze van straf, zijn spraakvermogen kwijt tot de dag dat dit alles gebeuren zou.
Toen het kind acht dagen oud was, kwamen ze het besnijden. Ze wilden hem Zacharias noemen, naar zijn vader. Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes moet hij heten.‘ ’Maar niemand in de familie heet zo,’ antwoordden ze haar. Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind wilde laten noemen. Hij vroeg om een lei en schreef daarop: ‘Johannes is zijn naam.’ Iedereen was verbaasd. Op datzelfde moment kon Zacharias weer spreken en hij begon God te danken. - (Lucas 1:57-64)

Kruisafneming, ca. 1425-1440, tempera op paneel, 176x185, Firenze, Museo di San Marco
Dit retabel was eerst door Palla Strozzi besteld bij Lorenzo Monaco voor de familiekapel van de Strozzi’s in de Santa Trinità. Toen deze in 1425 stierf had hij echter wellicht enkel de frontons en de links en rechts weergegeven heiligen afgewerkt. Fra Angelico heeft het werk tenslotte in de jaren dertig (1434-40) voltooid.
Centraal wordt de dode Christus van het kruis genomen. De compositie heeft een grote spanning omdat het beeld wordt doorkruist door de diagonalen van het lichaam en de uitgestrekt armen. Alle gezichten hebben een grote individualiteit. Het inkarnaat en de gebaren zijn zeer gevarieerd en het koloriet van de felgekleurde kleden is overal zeer levendig. De eigenaardige sfeer van stilte wordt hierdoor niet minder. Een diepe verinnerlijking heeft zich van de groep rouwende vrouwen links meester gemaakt. Daar tegenover worden de martelwerktuigen getoond, terwijl de omstanders zwijgend staan toe te kijken. De achtergrond is een Toscaans landschap, waar de bomen tot in het lichte blauw van de hemel doordringen. (Florence 316-317)

Hoewel het paneel, volgens de gotische traditie, door bogen met tympanen in drieën is verdeeld, heeft Fra Angelico het gehele tafereel in één beeldvlak geplaatst. De compositie is geraffineerd opgebouwd uit verticalen en diagonalen. De verticalen worden bepaald door de staande figuren links en rechts en worden versterkt door de bebouwing en de bomen uit het Toscaanse landschap op de achtergrond.
Ook in het midden zorgen twee tegen het kruis geplaatste ladders voor het verticale element. De figuren die deelnemen aan de afneming staan zo opgesteld dat hun lichamen twee diagonale compositielijnen vormen, waardoor er een x-vorm (symbool van Christus) ontstaat.
Fraai is het sterk verkort weergeven lichaam van Nicodemus die, hoog op de ladder staand, met één arm Christus laat zakken.
Voor het eerst paste Fra Angelico portretten in zijn werk toe. De groep mannen rechts bestaat ongetwijfeld uit tijdgenoten van de schilder. De man met twee draadnagels en de doornenkroon in zijn handen is waarschijnlijk Paolo Strozzi zelf. De architect Michelozzo is geportretteerd in de man met de zwarte kap. De knielende figuur op de voorgrond rechts, een zalig verklaard lid van de Strozzi-familie, leidt de toeschouwer het tafereel binnen, een element dat Fra Angelico ook in het San Marco altaarstuk toepaste.
De vormgeving van de Kruisafneming is het startpunt van een belangrijke vernieuwing in de schilderkunst van Fra Angelico. In zijn volgende werken laat hij de traditionele bogenlijst achterwege en creëert hij één beeldvlak waarop het tafereel als een samenhangende eenheid wordt gecomponeerd: als een eenheid van tijd, plaats en handeling.


San Marco altaarstuk
Het stuk dat Fra Angelico schilderde voor het hoogaltaar van de San Marcokerk is het eerste werk dat hij maakte in opdracht van Cosimo de Medici. Hij schilderde het tussen 1438 en 1443. Het altaarstuk maakte deel uit van het grote, door Cosimo gefinancierde verbouwingsproject van de San Marco en stond vrijwel zeker op zijn beoogde plaats toen de paus de vernieuwde kerk in 1443 inwijdde.
Het paneel is in deplorabele toestand. Een 19e eeuwse schoonmaakbeurt met een te agressief middel heeft het werk geruïneerd. De meeste kleuren zijn verdwenen evenals de meeste details in de schaduwen en tonen. Desondanks is in het stuk een nieuwe visie op de schilderkunst te zien, zoals bij de Kruisafneming al werd aangekondigd: één samenhangende compositie van figuren in één ‘ruimte’.
In het midden troont Maria met kind voor een klassieke bouwkundige constructie, die ook in Masaccio’s Trinità te zien is en afkomstig is van de bogengalerij van de Ospedale degli Innocenti van Brunelleschi. Maria wordt geflankeerd door engelen en heiligen, die ‘perspectivisch’ staan opgesteld. Op de achtergrond bevindt zich een landschap met cypressen. Boven in de hoeken heeft Fra Angelico, net zoals op het Linaioli-altaar, opgetrokken gordijnen geschilderd die de aandacht op het centrum richten.
Op de voorgrond ligt een prachtig, in perspectief geschilderd oosters tapijt, waarop twee belangrijke figuren knielen: de tweelingbroers Cosmas en Damianus. Deze twee vroeg-christelijke martelaren figureren vaak op Angelico’s latere werk. Het waren artsen en de beschermheiligen van de familie Medici. Cosmas, met emotievolle trekken geschilderd, kijkt de toeschouwer aan en nodigt hem uit het tafereel binnen te treden.


De predella van het altaarstuk bestond uit maar liefst negen panelen, waarvan acht gewijd aan episodes uit het leven van Cosmas en Damianus. Slechts twee ervan bevinden zich in het San Marcomuseum, waaronder de Genezing van deken Justinianus. Dit paneeltje vertelt het bizarre verhaal van deken Justinianus die in een droom door Cosmas en Damianus werd geholpen aan zijn afgestorven been. De artsen amputeerden het been en plaatsten op de stomp het been van een kort daarvoor gestorven Moor, zodat hij voortaan een zwart en een blank been had.

Het San Marcoretabel dat werd verwijderd en verdeeld in de 17de eeuw tijdens de renovatiewerken van de kloosterkerk van San Marco was gewijd aan de twee medische heiligen Cosmas en Damianus. Op de predella stonden 9 afbeeldingen, zeven op de voorkant en twee op de zijkanten. Slechts twee ervan bleven in het klooster; de andere zijn nu in verschillende musea (Washington, München, Dublin en Parijs).
Cosman en Damiaan waren volgens de legende tweelingbroers, die tijdens de regering van Diocletianus (ca. 300) in Klein-Azië leefden. Zij waren geneesheer en behandelden hun patiënten gratis uit naastenliefde. Zij werden tijdens de tiende christenvervolging gevangen gezet en samen met drie andere broers terechtgesteld.
De wreedheid van het onderwerp is gewild en met opzet gekozen, alhoewel een dergelijke uitdrukkingswijze indruist tegen het karakter en het gevoel van de kunstenaar. Deze wil alleen zijn christelijke toeschouwers ontroeren en stichten. Hij weet echter op doeltreffende wijze de wreedheid van het tafereel te milderen door lieftallige details. Grasperk is bezaaid met talrijke bloempjes en de vijf slanke cipressen streven hemelwaarts als de zielen der vijf martelaars. (Artis Historia; wga)


Altaarstuk van Sint-Annalena, 1437-45, tempera op paneel, 180x220, Firenze, Museo di san Marco
Gezien de aanwezigheid van Cosmas en Damianus is ook het Annalena altaarstuk in opdracht van de Medici’s gemaakt, waarschijnlijk voor een van de kleinere altaren in de San Marcokerk. Na de dood van de schilder komt het stuk in het Domenicanenklooster van San Vincenzo d’Annalena terecht, waaraan het zijn naam ontleent.
Er is een hardnekkige discussie over de datering. Recente studies gaan in de richting van een latere datering: 1445.
De mis-en-scène in dit altaarstuk is nieuw in die tijd: een compacte compositie met Maria in het centrum, omringd door een beperkt aantal heilige ‘bijfiguren’. Het decor is sober, maar ruimtelijk uitgevoerd. Deze typische vormgeving van het thema komt na 1445 vaker voor en wordt ‘Sacra Conversazione’ genoemd. In het Uffizi hangt een fraai exemplaar van Domenico Veneziano uit hetzelfde jaar. Bekend is dat Veneziano en Fra Angelico elkaar in Florence hebben ontmoet.

In de kapittelzaal (aan de tegenoverliggende zijde): een groot kruisigingsfresco van fra Angelico. De kruisiging is hier weergegeven als mystiek visioen van de offerdood van Christus, met vele — vooral dominicaner — heiligen in aanbidding.
Aan de voet van de trap naar de eerste verdieping is in het kleine refectorium (eetzaal) een groot fresco met het Laatste Avondmaal van Domenico Ghirlandaio uit de tweede helft van de 15e eeuw (vgl. Ognissanti).

Op de eerste verdieping van het klooster bevindt zich het dormatorium, drie gangen met de slaapcellen van de broeders. Er zijn er in totaal 44. Het zijn kamertjes van slechts enkele vierkante meters groot. Antoninus beschikte, als prior, over een wat grotere ruimte. Ook Cosimo had een eigen plek, om zich terug te kunnen trekken na zijn drukke werkzaamheden.
Bij binnenkomst zien we een verkondiging aan Maria, meesterwerk van fra Angelico, met de elegante maar nog gotische figuren van Maria en de engel Gabriël in een sierlijke architectuur in de stijl van de vroege renaissance.

Annunciatie (Onze Lieve Vrouw Boodschap), 1450-54, 230x323, Firenze, San Marco klooster, Dormitorium
Geschilderd in de gang van dit klooster aan de ingang van de slaapzaal. Fra Angelico schijnt zich toch af te wenden van de grote ontdekkingen van Masaccio voor een eerder teder lyrisme, waar de figuren ontdaan zijn van hun menselijke zinnelijkheid in een ascetische ingekeerdheid. (Sneldia)

Onder de loggia met Corinthische zuilen zitten de tengere figuren van Maria en de engel in een devote conversatie met op de achtergrond een zacht ritme van bogen. Links zien we de hemelse velden met Toscaanse cypressen. Gabriëls vleugels strekken zich open als een regenboog. Onderaan een tekst: Salve, Mater pietatis / et totius Trinitatis / nobile triclinium / Maria. De belichting van de scène is echter merkwaardig onlogisch.

De legende vertelt dat de Heilige Dominicus de pij van zijn orde uit de handen van Maria zelf heeft ontvangen. Van de speciale verering die Maria traditioneel bij de Domincanen kreeg, getuigt dit fresco. Bij alle dromerige, hoge sferen verwijst de open loggia, waaronder Maria de boodschap van de engel krijgt, rechtstreeks naar de werkelijke architectuur van de kruisgang van het klooster, zoals hij door Michelozzo was ontworpen. (Florence 324; wga) De bijzondere Ionische kapitelen op de zuilen zijn ook in de bibliotheek te zien. Ook de metalen trekstangen tussen de bogen blijken 15e eeuws en zijn door Fra Angelico zorgvuldig overgenomen. De voor de kloosterlingen zo belangrijke gebeurtenis vindt natuurlijk niet voor niets plaats in een voor hen bekende omgeving. Het verhoogt de spirituele kracht van de scène.
De engel ging haar huis binnen en zei tegen haar: ‘Ik groet u, u die de gunst van de Heer geniet, de Heer is met u.’ Bij deze woorden raakte Maria in verwarring en zij vroeg zich af wat die woorden mochten betekenen. ‘Wees niet bang Maria,’ vervolgde de engel, ‘God schenkt u zijn gunst. Luister: u zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en u moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en hij zal Zoon van de Allerhoogste worden genoemd’. - (Lucas 1:26-38)
Fra Angelico heeft deze passage treffend en met veel gevoel in beeld gebracht. De verwarring en de angst voor wat haar te gebeuren staat zijn van het gezicht van Maria af te lezen. De ruimteweergave in het fresco is fraai. De schilder heeft de ruimte in een voorgrond, middenplan en achtergrond ingedeeld en hij heeft lijnperspectief toegepast, waardoor de bogen verkort worden weergegeven. De strakke architectuur van de loggia versterken het menselijke van de figuren én het organische van de tuin links in het tafereel. Opmerkelijk zijn de frisse kleuren, zoals in de vleugels van de engel te zien zijn, en het kostbare azuriet in de mantel van Maria.
De datering is onzeker. Men vermoedt dat de Annunciatie tussen 1450 en 1454 is gemaakt, de periode waarin Fra Angelico prior was in Fiesole tot hij naar Rome vertrok, waar hij overleed.

Het dormitorium geeft een interessant beeld van het kloosterleven. Niet alleen dáárom zijn de slaapcellen zo de moeite waard. Elke cel is namelijk voorzien van een schildering van Fra Angelico. Hij decoreerde de cellen (sommige uitgevoerd door assistenten) met enige tussenpozen tussen 1439 en 1452, vóór zijn laatste vertrek naar Rome. De fresco’s, de meeste met afbeeldingen uit het leven van Christus, in vele gevallen de kruisiging met een geknielde monnik aan de voet van het kruis, zijn bedoeld voor privé-devotie. Ze zijn om die reden sober uitgevoerd, maar zeker niet minder fraai dan de grote werken. Het zijn er uiteraard te veel om alle te bespreken. We volstaan met het noemen van enkele ‘highlights’: Noli Me Tangere (1), Annunciatie (3), Bespotting van Christus (7), Presentatie in de tempel (10), Doop van Christus (24), Verraad van Judas (33) en Christus aan het kruis genageld (36).

De annunciatie della cella 3, ca. 1440-1450, fresco, 187x157, Firenze, Museo di San Marco
Als de broeders naar de slaapcellen gingen kwamen zij bovenaan de trap eerst oog in oog te staan met misschien wel het beroemdste werk van Fra Angelico: de Annunciatie (zie alinea hierboven). Anders dan de afbeeldingen in de cellen diende dat fresco een algemener belang. Het staat symbool voor de spiritualiteit van de verdieping die bedoeld is voor meditatie en gebed. Het fresco is dan ook een stuk minder sober uitgevoerd dan de Annunciatie in cel 3.
De grote annunciatie uit die cyclus is door sommigen in 1440 gedateerd, door anderen in 1450. Beide data zijn mogelijk, want deze kunstenaar evolueerde zoals Ghiberti traag en zijn stijl heeft in die 10 jaren weinig verandering ondergaan. Fra Angelico behoudt van Masaccio juist datgene wat bvb. Lippi had verworpen: waardigheid, directheid en ruimtelijke ordening. Maar hoezeer we ook de lyrische tederheid van Angelico's gestalten mogen bewonderen, ze hebben nooit de lichamelijke en psychologische zelfverzekerdheid gekregen die typisch zijn voor het mensbeeld van de vroege renaissance. (Janson)

In een van de gangen bevindt zich de toegang tot de beroemde bibliotheek die Michelozzo bouwde voor de boekencollectie van Cosimo. De boeken zijn inmiddels vervangen door geïllustreerde gezangboeken, maar de ruimte, in sobere renaissance-stijl, is nog steeds in oorspronkelijke staat.

Aan het einde van de gangen, tegenover cel 11, zijn de quartieri del priori, van 1493 tot 1498 bewoond door de boetprediker Girolamo Savonarola. Gedurende enige tijd was Savonarola prior van het klooster, maar heeft geschiedenis geschreven als militante prediker tegen modernisering, machtsmisbruik en corruptie van de kerk en van de lokale bestuurders. Zijn provocaties hebben in 1498 tot zijn arrestatie en zijn dood op de brandstapel geleid.

Achter het Chiostro di S. Antonio ligt het grotere Chiostro di S. Domenico, eveneens gebouwd door Michelozzo. Dit gedeelte is nog als klooster in gebruik en alleen met een speciale toestemming toegankelijk.

In 1447-48 en vanaf 1452 werkt hij aan de fresco's in de kapel van paus Nicolaas V (Rome). De religieuze gebeurtenissen worden in een heldere verhaaltrant realistisch weergegeven. Een steeds wisselende architectuur zorgt voor verscheidenheid, de kleuren zijn helder doorschijnend maar door een voldoende gebruik van chiaroscuro krijgen de figuren inhoud.

Tegenover de Cappella del Corporale in de kathedraal van Orvieto, aan de andere zijde van de dwarsbeuk, wordt tussen 1408 en 1444 de Cappella Nuova gebouwd. In 1447 aanvaardt Beato Angelico de opdracht deze vierkante ruimte met de twee kruisgewelven te stofferen. Thema van uitbeelding is hetgeen op het einde der tijden geschiedt. Fra Angelico begint met de hemel boven in de gewelven. Hij ontwerpt vier velden van het ene kruisgewelf en voert daarvan twee uit met behulp van Benozzo Gozzoli en anderen. Christus als rechter omringd door engelen en het koor van de profeten.

In 1449/1450 werd hij voor twee jaar prior van de Dominicanen in Fiesole.

Spoedig roept Nicolaas V hem naar Rome om in het Vaticaan de pauselijke kapel te beschilderen.

Hij sterft in Rome in 1455; zijn grafsteen in de Sancta Maria Sopra Minerva bestaat nog altijd.

Hij werd zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II in 1984. Zijn feestdag valt op 18 februari.

Websites: paneel, 33x63, Rome, Vaticaanse musea
Een deel van de predella van een altaarstuk voor de St.-Niklaaskapel in de San Domenico in Perugia. Links vermenigvuldigt hij het graan, rechts redt hij een schip op zee. Het landschap scheidt en verenigt tegelijk de beide taferelen. De eenvoudige houdingen en draperieën en de sterke kleuren doen aan Bruegels late werken denken. (Meesterwerken, 151)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 163.

Tweets by kunstbus