kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Francis Bacon



Francis Bacon in zijn atelier, gefotografeerd door Henri Cartier-Bresson, 1952

Engels-Ierse kunstenaar, geboren 28 oktober 1909 te Dublin – overleden 28 april 1992 in Madrid.

Hij maakte portretten van personen, waarbij het gezicht of lichaam misvormd was om een betere indruk van hun psychische en emotionele gesteldheid te geven. Bacon portretteerde niet de buitenkant van de personen, maar de binnenkant.

Naast zijn portretten, anonieme figuren zonder meer, of paren en altaarachtige triptieken vormen zijn reeks pausportretten (naar het portret van Innocentius X van Velazquez en foto's van Pius XII op de sedes gestatoria), alsmede de reeks politici, redenaars en Van Gogh-'portretten' een op zichzelf staande thematiek. In de kruisiging ziet Bacon naar zijn eigen zeggen niet zozeer een religieus thema, maar vooral een algemeen geldend symbool van menselijke gedragingen, gevoelens, en vooral van menselijk lijden.

1909 - 1914
Francis werd geboren op 28 oktober in Dublin. Vader en zoon ontwikkelen geen goede relatie. Francis voelt zich aangetrokken tot de ruige wereld van de stalknechten van zijn vaders paardenfokkerij. Ook met zijn op zichzelf gerichte moeder heeft bacon weinig contact. Emotioneel voelt hij zich nog het meest verbonden met zijn oma en met zijn kindermeisje, Jessie Lightfoot. Naast zijn vier jaar oudere broer Harley had francis nog twee zusjes en een broer: Ianthe, Winfried en Edward. Beide broers sterven op jonge leeftijd. Francis wordt door zijn vader - voormalig legerofficier met een passie voor fysieke tucht - al snel beschouwd als de 'slappeling' van het gezin.

1914 - 1925
De familie Bacon verhuist naar London. Met zijn kindermeisje wandelt hij door Hyde Park en verbaast hij zich over de mannen die fosforescerende vloeistof op het gras sproeien in de hoop de vijand af te leiden. Terug in Ierland komt Francis in aanraking met de sociale en politieke onrust die uiteindelijk uitmondt in de Sinn Fein-beweging en de oprichting van de IRA. Bacon leeft een paar maanden bij zijn grootmoeder, in een gebarricadeerd huis en ervaart de permanente dreiging van geweld. Wat hem bijblijft is de herinnering aan kamers met gebogen wanden die later terug zullen keren in de schilderijen uit de jaren zestig (Study for Figure on a Folding Bed). Bacon leert zijn homoseksualiteit onderkennen en verlaat de school net voordat de leiding hem verzoekt te vertrekken.

1925 - 1927
Het toch al stroeve contact met zijn vader verslechtert als Bacon te kennen geeft kunstenaar te willen worden. Ook laat hij zich steeds vaker op feestjes zien als dandy, opgemaakt en wel. Zijn vader stuurt hem het huis uit als hij hem betrapt in zijn moeders ondergoed. Geholpen door een toelage van zijn moeder van £ 3 per maand verhuist Bacon naar Londen, waar zijn leven naar eigen zeggen verdeelt tussen 'the gutter and the Ritz'.

Reizen naar Parijs en Berlijn in 1926-27 en een tekeningententoonstelling van picasso bij Galerie Paul Rosenberg in Parijs wekten zijn belangstelling voor een kunstzinnige levensvervulling.

1927 - 1928
Reist op aanraden van zijn vader met een van diens vrienden naar Berlijn. Verblijft er twee maanden, deelt het bed met zijn chaperonne in het peperdure Hotel Adlon, en maakt uitgebreid kennis met het Berlijnse uitgaansleven. Reist door naar Parijs. Verblijft bij een familie in Chantilly om de taal te leren. Is gefascineerd door 'De moord op de onnozele kinderen' van Nicolas Poussin in het Chateau de Chantilly. Werkt zo nu en dan als interieurontwerper.

1929
Keert terug naar London waar hij aan 7 Queensberry Mews een studio begint als interieurontwerper. Krijgt in het daaropvolgende jaar een buitengewoon positieve recensie in het belangrijke tijdschrift The Studio waar hij zich profileert als een navolger van Le Corbusier en Fernand Léger.

Begint te schilderen. Als tekenaar en schilder is hij autodidact. Een groot deel van zijn vroege werk is door Bacon zelf vernietigd. Wat hiervan behouden is vertoont kubistische en surrealistische elementen. Een hoofdwerk uit zijn vroege periode is 'Painting' uit 1929/30.

1930 - 1933
Woont samen met zijn kindermeisje Jessie Lightfoot en zijn toenmalige vriend Eric Alden die als een van de eersten schilderijen en tapijten van de jonge kunstenaar koopt.
Organiseert in November 1930 een expositie in zijn atelier, samen met Roy de Maistre, een australisch schilder, en de engelse actrice en tekenares Jean Shepeard (1904-1989). Leert van De Maistre te werken in olieverf. De Maistre, schildert religieuze thema's als de Pietà en de Kruisiging. Ook picasso en andere kunstenaars houden zich in die jaren met deze thematiek bezig. Bacon neemt er kennis van via tijdschriften als Cahiers d'Art en Minotaure.

In 'Crucifixion' uit 1933 paste hij voor de eerste maal het voor hem belangrijke thema toe van de kruisiging. Bacons Crucifixion wordt door de Engelse kunsthistoricus en criticus Herbert Read (1893-1968) afgebeeld in het veel gelezen Art Now: Introduction to the Theory of Modern Painting and Sculpture, tegenover een schilderij van picasso.

1934 - 1937
Opent zijn eerste eenmanstentoonstelling. De opkomst is nihil en de kritiek vijandig. Bacon reageert door het niet verkochte werk - en dat is bijna alles - te vernietigen.

Tot in 1935 schildert hij nauwelijks, werkt als croupier en raakt verknocht aan het gokken, waarvoor hij door heel Europa reist.

In 1936 wordt zijn werk als 'onvoldoende surrealistisch' beschouwd en niet opgenomen in de International Surrealist Exhibition.

Mag meedoen aan de tentoonstelling young British Painters bij galerie Agnew's georganiseerd door Eric Hall, een rijke zakenman en diplomaat met wie Bacon een relatie begon die tot aan het begin van de jaren vijftig zou voortduren.

1938 - 1944
Ziet een tentoonstelling met tekeningen en gouaches van Picasso en - later dat jaar - diens Guernica. Bacon wordt financieel ondersteund door Eric Hall, die hem stimuleert door werk te kopen. Toch verdwijnt Bacon tussen 1938 en 1944 van het toneel van de kunst. Hij schildert wel aan schilderijen die hij later weer zou vernietigen, en die in veel opzichten de opmaat vormden voor zijn latere werk.

Bacon bezoekt in het voorjaar van 1940 zijn vader die terminaal ziek is. Op 1 juni 1940 sterft zijn vader.

Leest 'Aeschylus in his Style' van William Bedell Stanford, dat hem tot aan het eind van zijn leven artistiek zal inspireren en beïnvloeden.

In 1943 ziet Bacon kans het statige, oude atelier van John Everett Millais aan 7 Cromwell Place te huren. Het is een grote ruimte met een enorm gewelf. Op het moment dat hij de studio betrekt zijn drie Studies voltooid die een jaar later als het eerste, opzienbarende drieluik bekend worden.

1945 - 1949


1944 Three Studies for Figures at the Base of a Crucifixion

Exposeert het triptiek Studies for Figures at the Base of a Crucifixion en Figure in a Landscape een maand voor de bevrijding in de Lefevre Gallery, in een groepstentoonstelling. Zijn triptiek veroorzaakt veel ophef in de Londense kunstwereld.
Zijn drieluik 'Three studies for figures at the base of a crucifixion' (Londen, Tate Gallery) vertoont drie furiën aan de voet van het kruis met gedeformeerde lichamen: het zinnebeeld van schrik en ontzetting. Vervolgens sluiten Figure study I en Figure study II met de figuur van de weeklagende Maria Magdalena aan op dit thema. In zijn Figure in a landscape (1945, Londen, Tate Gallery), heeft hij een foto als uitgangspunt genomen voor een onnoemelijk gruwelijk visioen van een dode soldaat met machinegeweer. Een dergelijke expressie is sindsdien bepalend voor bijna al zijn werk.

Sluit vriendschap met de schilder Lucian Freud.

De angst en de verschrikkingen van onze tijd vormen telkens weer het gevarieerde hoofdthema, ook als bepaalde figuren inhoudelijk niet nader zijn bepaald. Zijn de extreme deformaties van alle figuren met hun schreeuwend opengesperde monden op zichzelf reeds een uitdrukking van een gekweld zijn, Bacon voert deze uitbeelding van een extreme zielstoestand nog op door het isolement van zijn figuren, door hun eenzaamheid in de leegte en hun gevangen zijn in een kooi-achtige omsluiting. Steevast wordt deze uitdrukking van een onheilspellende, door absurditeit, offer en dood gekenmerkte wereldvisie verhevigd door de toevoeging van dreigend naast de personen geplaatste dierenkadavers (De slachter, 1946, New Vork, Museum of Modern Art).

In 1946 sluit hij een contract met Erica Brausen van de Hanover Gallery. Hij verkoopt haar een schilderij en vertrekt met Jessie Lightfoot naar Monte Carlo, waar ze tot november 1949 met tussenpozen verblijven.


Francis Bacon - On Life, Death, and Gambling

Schildert vrijwel niet en besteedt al zijn energie aan het gokken.

Brausen verkoopt in 1949 een schilderij aan het Museum of Modern Art in New york, een goede zet voor de reputatie van de kunstenaar.

1950 - 1952
Bacon leert de kunstcriticus David Sylvester kennen. Op 1 mei 1951 sterft Jessie Lightfoot in het atelier aan Cromwell Place. Hij bezoekt zijn moeder in Zuid-Afrika en bewondert op de terugweg de Egyptische kunst- en cultuurschatten in Caïro die hij de hoogste vorm van expressie toedicht.


Study of a Dog (1952) (Tate)

Bacon ontdekt boeken van Muybridge. Ze zullen hem blijvend beïnvloeden. Het eerste resultaat vormen de schilderijen van honden die hij in 1952 maakt, zoals Study of a Dog.

1952 - 1954
Wisselt herhaaldelijk van atelier. Leert Peter Lacy kennen. Krijgt in 1952 een eenmanstentoonstelling bij in New york en London.

1954 - 1958
Reist veel naar Marokko, waar peter Lacy zich aan seks en alcohol te buiten gaat. De relatie komt onder druk te staan en Bacon schildert minder en minder. Hij maakt kennis met het echtpaar Sainsbury die zijn grootste verzamelaars worden.
Krijgt eerste overzichtstentoonstelling in het ICA in Londen. Toont ook regelmatig werk in de Hanover Gallery, onder andere de succesvolle Van Gogh-serie. Tekent ondanks het succes bij Hanover Gallery een contract met Marlborough Gallery, waar Frank Lloyd Wright de leiding heeft, in wie Bacon een groot vertrouwen heeft.

1959 - 1964
Doet mee aan de documenta II in Kassel en de Biënnale van Sao Paolo. Betrekt na een succesvolle tentoonstelling bij Marlborough Gallery een nieuw atelier, een kleine ruimte boven een garage aan Reece Mews, South Kensington, waar hij de rest van zijn leven zal wonen en werken. Bacon bouwt een leven op in Soho, de uitgaansbuurt van Londen, waar hij fotograaf John Deakin, Isabel Rawsthorne en Henrietta Moraes leert kennen. Peter Lacy overlijdt. Bacon krijgt overzicht in de Tate Gallery. De tentoonstelling reist verder door heel Europa. Krijgt ook overzichtstentoonstelling in New york. Bacon leert George Dyer kennen.

1964 - 1971
Krijgt een aparte ruimte in de documenta III-tentoonstelling in Kassel. Schildert zijn laatste Kruisiging en zijn laatste Paus. Zegt in een interview zich van deze spoken te hebben verlost (mei 1966).

Schildert steeds meer de vrienden uit de kringen van Soho. Heeft tentoonstellingen door heel Europa, krijgt prijzen toebedeeld, maar besluit geen prijzen meer in ontvangst te nemen na 1967.

Staat in 1971 nummer 1 op de door het Franse tijdschrift Connaissance des Arts gepubliceerde lijst van belangrijkste en bekendste schilders. Krijgt een grote overzichtstentoonstelling in het Grand Palais in Parijs, een eer die voor hem behalve Picasso geen levende kunstenaar te beurt viel. Vlak voor de opening van de tentoonstelling pleegt zijn vriend George Dyer zelfmoord op zijn hotelkamer (de-dood van George Dyer.
Ontmoet in 1974 John Edwards, die hem introduceert in de wereld van East End, waar Bacon een heel nieuwe vriendenkring opbouwt.
In 1975 krijgt Bacon een tentoonstelling met 36 recente werken in het Metropolitan Museum in New york. De kritiek is vijandig.
David Sylvester publiceert een serie interviews.
In 1977 in Parijs moet de politie, na de chaos rond de opening van een tentoonstelling bij Galerie Claude Bernard, de wijk afzetten.

1977 - 1981
Brengt een bezoek aan Rome, maar verzuimt het portret van Paus Innocentius X in 'levende lijve' te bezichtigen.
Muriel Belcher, eigenaresse van zijn stamcafé in Soho, sterft in 1979.
Zijn invloed op een jongere generatie schilders komt tot uitdrukking door zijn prominente aanwezigheid op belangrijke tentoonstellingen als Westkunst (Keulen,1981) en A New Spirit in Painting (London, 1981).

1982 - 1992
Krijgt grote overzichtstentoonstellingen in Mexico, Japan, Basel, Moskou, Los Angeles en Washington. De tentoonstelling in de Tate Gallery in London in 1985 wordt met 125 werken de grootste tentoonstelling tot nu toe.

Bacon voelt zich meer en meer aangetrokken tot de allergrootsten: Michelangelo, Shakespeare, Velázquez, Rembrandt, Proust, James Joyce en Degas, die onverbiddelijke beelden in hem losmaken en een grote invloed hebben op zijn late werk. Reist naar Madrid, om op bezoek te gaan bij zijn kersverse jonge Spaanse geliefde, maar direct na aankomst wordt hij opgenomen in een ziekenhuis, waar hij op de vroege ochtend van de volgende dag, 28 april, sterft aan een hartaanval.

1993
Amper een jaar na het overlijden van de kunstenaar die zich altijd verzette tegen het schrijven van biografieën, verschijnt The Gilded Gutter life of Francis Bacon, waarin een totaal andere, chaotische, en aan exces verknochte Bacon ten tonele wordt gevoerd dan degene die zich wist te profileren als een van de belangrijkste Europese schilders van de twintigste eeuw. Deze en andere publicaties dragen sterk bij aan de beeldvorming rond Francis Bacon.

www.bacon.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 113.

Tweets by kunstbus