kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 16-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Francis Picabia

Franse schilder van Spaanse afkomst geboren Parijs 1878, gestorven Parijs 1953

Francis Picabia werd op 22 januari 1878 te Parijs geboren, maar was van Spaanse afkomst. Zijn vader was een rijke Cubaan, die attaché was aan de Cubaanse legatie in Parijs.

Op 16 jarige leeftijd begon Picabia te schilderen en bezocht hij de École des Beaux-Arts.

In 1905 had hij zijn eerste zelfstandige tentoonstelling.

Al vanaf ongeveer 1910 liep de Franse schilder, dichter en schrijver Picabia mee in de voorste gelederen van de avant-garde. Via zijn vriendschap met de gebroeders Duchamp, Gaston, Raymond en Marcel, kwam hij in aanraking met het kubisme, gevolgd door het dadaïsme en surrealisme.

Hij nam deel aan de tentoonstelling 'Section d'Or' in 1911 en 1912. Ook was hij bevriend met Guillaume Apollinaire.

'Udnie' (1913)

Portrait de Cezanne (1920)

Femmes Au Bulldog, Huile sur carton, 106 cm x 76 cm

Zijn (bijna) abstracte schilderkunst in de periode 1912-1914 maakte indruk, vooral in New York, waar hij dankzij de beruchte Armory Show in 1913 in één adem met Matisse en Duchamp werd genoemd. Hij werd daar als de woordvoerder van de kubisten beschouwd.

Aan het begin van de eerste wereldoorlog werd Picabia chauffeur van een generaal. Tijdens een militaire missie naar Cuba i.v.m het inkopen van rietsuikerstroop kwam hij ook naar de Verenigde Staten. In New York ontmoette hij zijn vriend Marcel Duchamp, vergat hij de missie en richtte samen met hem in l915 een 'Dada'-groep op.

Na een verblijf in Zwitserland in 1918 werd Picabia de gangmaker van de Parijse Dada-beweging, die in 1920 rond de schrijver André Breton ontstaan was. Later organiseerde hij Dada-manifestaties waaraan ook Marcel Duchamp meedeed. Het is in deze periode dat Duchamp zijn Mona Lisa met snor op de salon presenteerde; Picabia's speelgoedaapje voorzien van het Bijschrift 'Portret van Cézanne' was een zo mogelijk nog meliger commentaar op gevestigde reputaties en hun snobbistische navolgers (de kubisten).

Het werken in een bepaalde-stijl verveelde hem snel; in de jaren twintig ging hij veel traditioneler schilderen, wat door sommigen overigens ook wel als het failliet van dada werd gezien en wat in ieder geval lange tijd het einde van Picabia's avantgardistische reputatie betekende.

Verschillende figuratieve stijlen volgen elkaar in rap tempo op, zoals de 'Monsters', de 'Transparanten', de 'Pin-up' of 'Kitschschilderijen' en tot slot nog een weergaloze, abstracte Altersstil. Over de kwaliteiten van dit late werk is nogal uiteenlopend geoordeeld. In relatie tot het traditionele jaren dertig-werk van École de Paris-schilders als Henri Matisse, Derain of Laurentin, is Picabia's werk bruusk en ongenuanceerd te noemen. De naakte pin-ups schilderde hij vrijwel zonder voorbehoud na van foto's uit destijds trendy bladen als Mon Paris en Paris Magazine (ook op de tentoonstelling te zien). Soms veranderde hij een enkel onderdeel, zoals de positie van een arm; hij vereenvoudigde details en pastte de achtergrond aan. Het meest verdienstelijke element aan deze kitscherige schilderijen is de manier waarop hij het zwart/wit van de foto's omzette in geloofwaardige, gloedvolle vleeskleuren. Dat Picabia onverholen foto's naschilderde was tot dan toe natuurlijk nog nooit op zulke schaal vertoond. Tegenwoordig stemt het naschilderen van foto's overeen met de praktijk van alledag in menig schilderatelier!

In de Tweede Wereldoorlog verbleef Picabia in Zuid Frankrijk.

Na de oorlog vindt de laatste grote omslag in z'n oeuvre plaats, als hij in een rauw expressionistisch en soms geheel abstract idoom gaat werken, waarmee hij aansluiting vindt bij de nieuwe generatie Franse kunstenaars van Hartung, Soulages, etc. Een typisch aspect van zijn vroegere werk komt hier terug, namelijk de onmiskenbare referenties aan geslachtsdelen.
Één groep schilderijen echter is aanzienlijk minder makkelijk te duiden: de zgn. Puntschilderijen. Deze bestaan uit pasteuze, donkere vlakken, waarop oplichtende ronde vlekjes zijn geschilderd. In hun geheimzinnigheid -- of juist absolute betekenisloosheid? -- vormen ze Picabia's laatste recalcitrante gebaar.

Picabia overleed na een lang verblijf op Cap d'Antibes op 30 november 1953 te Parijs.

Picabia is in veel opzichten te beschouwen als het verwende broertje van Duchamp. Voor het geld hoefde hij het niet te doen: dat strooide hij kwistig in het rond met name waar het zijn voorliefde voor dure jachten en snelle auto's betrof (hij schijnt er zo'n 120 te hebben bezeten).

Talloze kunstenaars hebben zich sindsdien laten inspireren door zijn werk. De een door zijn Kitsch-schilderijen, de ander door het idee van stijlloosheid; een derde juist weer door zijn schematische machineschilderijen en -tekeningen; een vierde door Picabia's houding ten opzichte van de gevestigde kunstopvattingen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 535.