kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18 04 2017 018:55 voor het laatst bewerkt.

Franse kunst

Franse Kunst

grotten van Lascaux
De oudste overblijfselen van beeldende kunst in Frankrijk stammen uit het Paleolithicum en werden gevonden in de Dordogne en de Pyreneeën. Wereldberoemd zijn de dierenschilderingen in de grotten van Lascaux (ca 15.000-10.000 vC). Tijdens het Neolithicum werden in het noordwesten reusachtige stenen monumenten opgetrokken, zoals de dolmen in Carnac (Bretagne; ca 1500 vC).

Romeinen
Omstreeks 125-120 vC begonnen de Romeinen het zuiden bij hun rijk in te lijven. De verovering van de rest van het land was in 51 vC voltooid. Talloze resten uit de Romeinse tijd zijn bewaard gebleven, zoals het Maison Carrée (Nîmes), een tempel, een triomfboog (Orange) en een amfitheater (Arles).

Karolingische Rijk
In de 9e eeuw behoorde het noordelijk deel van Frankrijk tot het Karolingische Rijk. De miniatuurkunst bloeide, zoals blijkt uit fraaie verluchte handschriften.

Romaanse kunst
In de Romaanse tijd (11e en begin 12e eeuw) werden in het hele land kerken gebouwd met beeldhouwwerk om de portalen en aan de kapitelen.

Abt Suger (1080/81-1151) - Saint Denis Basiliek
In de eerste helft van de 12de eeuw was Saint Denis als bedevaartsoord en laatste rustplaats van de Franse monarchie reeds zo belangrijk geworden, dat de abdijkerk de stroom van pelgrims op de feestdagen niet langer kon verwerken. Abbé Suger, de abt van Saint Denis en minister van Louis VI en Louis VII en een van de belangrijkste steunpilaren voor de pas weer sterker geworden Franse monarchie, besloot tot de nieuwbouw van een kerk, die alle vroegere kerken moest overtreffen in schoonheid en rijkdom. Saint Denis was als begraafplaats van Capetingische koningen van Nationaal belang. De schitterende architectuur kon als teken van de wereldlijke macht van de abt van Saint Denis en als triomfantelijk symbool van het weer aan kracht gewonnen koningschap worden opgevat.

Gotiek
In de loop van de 12e eeuw kwam de gotiek op in de streek rond Parijs, die zich vandaar over heel Europa verbreidde. De gotische kerken werden behalve van beeldhouwwerk ook van gebrandschilderde ramen voorzien. Beroemd werden vooral de grote kathedralen zoals die van Chartres, Amiens, Beauvais, Reims, Bourges en Parijs. Parijs werd bovendien het centrum waar de miniatuurkunst bloeide. De schilders die er werkten, kwamen vaak uit de Nederlanden, zoals de gebroeders Van Limburg, die omstreeks 1415 het beroemde getijdenboek Les très riches heures de Jean, duc de Berry verluchtten. Zeer beroemd was Jean Fouquet.

renaissance
Omstreeks 1500 kwam uit Italië de Renaissance over. Ook de Franse kunst ontleende sindsdien veel aan die van de Oudheid. Beroemde renaissancescheppingen zijn de kastelen van Blois en van Chambord (begonnen in resp. 1515 en 1519). Van iets later datum (1528 e.v.) is het kasteel van Fontainebleau met zijn interieurdecoraties van zowel Italiaanse als Franse kunstenaars.

Lodewijkstijlen
De verschillende fasen van de ontwikkeling die m.n. de toegepaste kunsten na de renaissance hebben doorgemaakt tijdens de regeringen van de Franse koningen Lodewijk XIV (1643–1715), Lodewijk XV (1715–1774) en Lodewijk XVI (1774–1792).

Aan de eigenlijke Lodewijkstijlen was voorafgegaan een bouwkunst en ornamentiek die men wel als Louis Treize (Lodewijk XIII) betitelt, naar de regeringsperiode van Lodewijk XIII (1610–1643), maar die een zeer onsamenhangend beeld vertoont, omdat hierin allerlei elkaar kruisende richtingen werkzaam waren, waarbij buitenlandse (Zuid-Nederlandse en Italiaanse) invloeden van vérstrekkende betekenis waren.

classicisme
De 17e eeuw was een bloeiperiode in de Franse kunst. De heersende stijl was het classicisme als de strenge variant van de barok. Belangrijke architecten waren François Mansart, Louis Le Vau, Claude Perrault en Jules Hardouin- Mansart. De bekendste beeldhouwers, die beiden meewerkten aan een van de grootste projecten van de 17e eeuw, de decoratie van het paleis van Versailles, waren François Girardon en Antoine Coyzevox. Hun faam werd nog overtroffen door die van de schilders Nicolas Poussin en Claude Lorrain. Van de vele andere kunstenaars werd Georges de la Tour bekend om zijn schilderijen met kaarslicht.

Frankrijk gaf de toon aan en gewoonlijk worden de verschillende Lodewijkstijlen dan ook met de Franse namen Louis Quatorze, Louis Quinze en Louis Seize aangegeven. Gedurende de Louis XIV- en Louis XV-periode stond de Franse kunst in het teken van de barok; na ca 1750, dus onder Lodewijk XV, trad reeds de reactie in classicistische zin op en begon dus al de Louis XVI-periode, echter met behoud van het typisch gracieuze en lichte karakter, eigen aan alle 18de-eeuwse kunst. Karakteristiek voor de Franse kunst is gedurende de Lodewijkstijlen de tegenstelling die steeds heerst tussen de classicistische vormgeving van het uitwendige van de gebouwen en de barokke decoratie van de interieurs, waarbij zich de fraai gebogen vormen van meubelen, zilver, porselein, ontwerpen van de gobelinweefsels, enz. aansluiten.

rococo
De eerste helft van de 18e eeuw stond in het teken van het rococo, in de tweede eeuwhelft gevolgd door de strengere Lodewijk XVI-stijl.

Franse Revolutie
De Barok was de laatste overkoepelende kunstperiode die van Madrid tot Warschau en van Antwerpen tot Rome de Kunst bepaalde. Met de Franse Revolutie viel de eenheid van deze kunststijl uit elkaar. In plaats daarvan ontstonden een aantal aparte kunststijlen, die vaak kortstondig en regionaal waren.

19e eeuw

Van de diverse takken van beeldende kunst overheerste in de 19e eeuw de schilderkunst.

neoclassicisme
Met Jacques-Louis David en de academische kunst van Jean Auguste Dominique Ingres.
Jacques Louis David verklaarde met zijn 'De eed van de Horatiërs (1785) de Oorlog aan het Rococo: De figuren zijn krachtig in beeld gezet, de Kleuren sterk en scherp. Thematisch is dit werk nauw verbonden met de historische gebeurtenissen in de revolutieperiode. David roept daarmee een soort ideologisch-politieke Kunst in het leven.

Romantiek
Met Théodore Géricault en Eugène Delacroix.
Voor de romantici stond de zoektocht naar 'het innere zelf' in het middenpunt van de belangstelling. De Kunstenaar probeert om in zijn werk in de verloren geachte eenheid van mens en Natuur als uitdrukking van een diepgewortelde godsdienstigheid terug te vinden.

realisme
Met Gustave Courbet.
In het midden van de 19de eeuw gingen schilders als Jean François Millet en Camille Corot zich toespitsen op de Realistische voorstelling van mens en Natuur. Het schilderen in open lucht kwam weer in de Mode. Millet bijvooorbeeld, schilderde werkende mensen op een heel Realistische manier (zonder pathos!).

impressionisme
Met Edouard Manet, Claude Monet en Auguste Renoir.
In de jaren 1870 stond een kunstrichting op die aanvankelijk door de critici verguisd werd, maar die later een ongelofelijke invloed zou hebben op het verloop van schilderkunst: het Impressionisme. In 1874 kwam het voor de eerste keer tot een gezamenlijke tentoonstelling van deze nieuwe generatie schilders. Ze hielden zich bezig met het afbeelden van de Natuur en het alledaagse leven, maar met één groot verschil t.o.v. hun voorgangers: de Impressionisten interesseerden zich niet in de dingen 'an sich', maar in hoe het oog iets op een bepaald moment en in bepaalde omstandigheden waarneemt. schilders als Claude Monet, Pierre Auguste Renoir, Camille Pissarro en Edgar Degas gebruikten zuivere Kleuren die ze met snelle en levendige penseelstreekjes aan het doek toevertrouwden. Hun doel was om een momentopname te maken.

post-impressionisme
Tegen het eind van de eeuw legden enkele kunstenaars de basis voor de kunst van de 20e eeuw. Paul Gauguin en de Nederlander Vincent van Gogh worden als baanbrekers beschouwd, evenals Paul Cézanne. Een invloedrijk beeldhouwer was Auguste Rodin.
Georges Seurat en de groep van de Pointillisten en Paul Cézanne hielden zich niet langer bezig met een realiteitsgetrouwe weergave. Ze observeerden de Natuur en schiepen een beeldenwereld die beantwoordde aan hun eigen Wetten. Dit streven naar een 'harmonie Parallel met de Natuur' (Paul Cézanne) zette het licht op groen voor een aantal nieuwe stromingen als het Kubisme en het Constructivisme. Maar schilders als Vincent van Gogh en Paul Gauguin pakten het anders aan. Gespletenheid, geluk of treurigheid waren heel duidelijk aanwezig in hun werken. Men laat de precieze afbeelding van de Natuur voor wat ze is ten voordele van een expressieve Vorm- en kleurenkeuze. De schilderkunst was de ultieme uitlaatklep voor de zielenroerselen.

art nouveau
De bouwkunst en kunstnijverheid van de 19e eeuw waren intussen steeds gebaseerd op oude voorbeelden, eerst uit de klassieke Oudheid, later ook uit andere stijlperioden. Pas omstreeks 1890 ontwikkelde zich een nieuwe stijl, die men art nouveau (= nieuwe kunst) noemt en wordt gekenmerkt door golvende lijnen en organische, aan de natuur ontleende vormen.

Parijse School
Parijs bleef het centrum van de schilderkunst tot diep in de jaren vijftig van de 20e eeuw. Veel stromingen wisselden elkaar af of kwamen gelijktijdig tot ontplooiing. Tot de beroemdste Franse kunstenaars behoorden Georges Braque en Henri Matisse. Verder werkten in Parijs tal van beroemde buitenlanders, zoals de in Spanje geboren Pablo Picasso en de Nederlanders Piet Mondriaan en Karel Appel. Wereldberoemd werd ook de architect Le Corbusier. Hij werd in Zwitserland geboren, maar bracht het grootste deel van zijn leven in Frankrijk door.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.