kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-02-2011 voor het laatst bewerkt.

Frantisek Kupka

Tsjechische kunstenaar, geboren 23 september 1871 in Opočno, Bohemen, Tsjechië - overleden 24 juni 1957 in Puteaux in Frankrijk.

František Kupka, ook wel François Kupka genoemd, was een van de pioniers van de abstracte kunst. In zijn oeuvre vindt men constructieve barokmotieven. Hij heeft een aantal thema's uit de Jugendstil consequent door ontwikkeld: bloemmotieven, vegetatieve, uitbundige vormen en de strakke vormen van de Wiener Werkstätte; een derde motief was de studie van verticale lijnen. - (Summa; 25 Eeuwen, Encarta 2007)

Kupka, die begon als neo-impressionist en symbolist, ging onder invloed van de Franse pointillist Georges Seurat over tot abstractere beelden. Hij onderzocht in de jaren 1905-1914 in een sterk fauvistisch pallet de kracht van de kleur in het non-figuratieve schilderij waarbij hij zijn kleuren iedere uitbeeldende functie wilde ontnemen. Een streven dat door de filosoof/publicist Apollinaire, maar dan met betrekking op het synthetisch kubisme, 'orphisme' werd genoemd. Een belangrijk medestander van Kupka was Robert Delaunay die net als hij bezeten was van bewegende wervelende kleuren.

Biografie
František Kupka was de oudste in een groot gezin uit Oostelijk Bohemen in Tsjechië. In 1872 verhuisden zij naar Dobruska waar hij in 1873 pokken kreeg waardoor hij levenslang littekens in zijn gezicht kreeg.

Kupka's vader was secretaris op het gemeentehuis van Dobruška die hem in contact bracht met de burgemeester Archleb. Deze stuurde hem naar de technische school waar hij een opleiding tot zadelmaker volgde. Na een kort verblijf in 1887 elders keerde hij in 1888 terug naar Dobruska om privéles te volgen bij Studnicka, de directeur van de Nijverheidschool te Jaromer. De burgemeester stuurde hem daarna naar de academie van Praag waar hij tot 1891 de toenmalige Europese schilderkunst zou leren kennen.

Kupka zette van 1892 tot 1893 zijn studie voort aan de academie van Wenen waar hij zijn eerste symbolistische portretten schilderde.

In 1894 trok hij bij de opening op 30 mei van de 'Fremdensalon' van de Kunstverein met zijn monumentale werk De laatste droom van de stervende Heine de aandacht van de keizerin van Oostenrijk waarna hij verschillende portretten en Tsjechische patriottische werken schilderde.

Na een kort verblijf in 1894 in Londen en de Scandinavische landen in 1895 belandde hij in de lente van 1896 in Parijs waar hij zich vestigde in het nabijgelegen Puteaux. Hij bezocht in Parijs regelmatig Alfons Mucha en bezocht de Académie Julien en de Ecole des Beaux Arts. Hij verdiende zijn brood als mode-illustrator en cartoonist voor satirische bladen, o.a. in Canard sauvage en Assiette au beurre.

Kupka bezocht Nederland verschillende keren om hier een portret te tekenen van Paul Kruger, de president van de republiek Transvaal.

In 1906 exposeerde Kupka voor het eerst op de Salon d'Automne.

In 1906 vestigde Villon zich in Puteaux die zich waagde aan een door Cézanne beïnvloed kubisme. In het atelier van Puteaux ontpopte Villon zich vanaf 1911 als de voortrekker van de Section d'or-groep. Binnen deze Puteaux-groep met de Villons, Albert Gleizes, František Kupka, Albert Metzinger, Francis Picabia en Fernand Léger vierde een synthetisch kubisme hoogtij.

Impressionistische en pointillistische invloeden, persoonlijk verwerkt, leidden bij Kupka rond 1911 tot abstracte kunst die verband hielden met het Orphisme.

Via de uitwerking van licht en beweging van het Italiaanse Futurisme mondde Kupka uit in zijn ophef veroorzakende Touches de piano - le lac uit 1909. Hij sneed daarbij zijn doek in stroken, waarmee hij aldus zijn 'plans par couleur' ontwikkelde en de Abstracte Kunst inluidde.

Kupka exposeerde ook op de Salon d'Automne van 1910 waar de kubisten gezamenlijk tevoorschijn kwamen. In hetzelfde jaar schilderde Kupka zijn abstracte schilderij 'Nocture'.

Zijn 'schijven van Newton' uit 1911-12, beheerst door twee elkaar overlappende, concentrische cirkels, is een ode aan Newton (hij wijdde er verschillende aan de grote fysicus), de grondlegger van de experimentele optica. De cirkelsegmenten breiden zich in golfbewegingen over het doek uit, als een contrapuntische fuga. Het beetje licht op het vlak verbindt zich met het onstoffelijke karakter van het kleurenspectrum. -(Leinz 67-68)

Zijn schilderij 'Kosmische lente' uit diezelfde periode geeft met zijn symfonische aanzwellen van chromatische kleurenakkoorden een overrompelend beeld van “het scheppen van de wereld”. Net zoals Kandinsky beschouwde hij het schilderen als een soort visuele muziek die de bovenzinnelijke “werkelijkheden” van het universum, de metafysica van de schepping zelf, rechtstreeks naar de geest en de gedachtewereld van de kijker kon overbrengen.
Het werk 'Amorfa – fuga in twee kleuren' uit 1912 gaat over de onzichtbare muziek van de schepping, waaruit vormen opstijgen, en deze schepping wordt voorgesteld als een contrapuntische arabesk van elementaire contrasten, rood en blauw, zwart en wit. De mysticus Kupka heeft nooit belangstelling gehad voor abstractie als louter een stilistische ontwikkeling; net als Kandinsky gelooft hij dat abstractie iets moest openbaren. - (godding 25)


Mme Kupka Among Verticals, 1911

Met zijn Madame Kupka parmi les verticales, Amorpha, fugue à deux couleurs en Plans verticaux I wekte hij sensatie op het Salon d'automne van 1912. Cirkelmotieven verwerkt met elliptische vormen in vaak heel warme kleuren wisselen af met verticale motieven binnen een strakke geometrie met dikwijls koude kleuren. Kupka gebruikt de statische middelen van de schilderkunst om tot andere, dynamische dimensies te komen.

In 1905 definieert Albert Einstein in zijn 'Spezielle Relativitätstheorie' de vierde dimensie van de ruimte als tijd. Frantisek Kupka maakt hier als eerste kunstenaar gebruik van in bewegingsstudies van ballet: zijn 'symorphie' ontwikkelt zich in de ruimte zoals een symfonie in de tijd. Hij probeert de ruimte op een niet-beschrijvende, 'roterende' manier uit te beelden met behulp van de psychofysiologische werking van kleur, die Goethe het eerst had beschreven. Later schrijft hij: "Waar het allemaal om draait, is natuurlijk het begrip van ruimte en tijd, het begrip van associaties en het begrip van de mogelijkheden om zulke associaties op te roepen. De onbeweeglijkheid van beeldende elementen en de opeenvolging van muzikale elementen." De dynamiek van de vierde dimensie geeft de beschouwers van de kubistische schilderijen een 'muzikale' indruk, vergelijkbaar met 'de grootse muzikale architecturen van Bach'. De vierde dimensie is voor Kupka beweging in ruimte en tijd. Smakelijke schilderijen als 'Printemps cosmique' geven het ontstaansproces weer van 'organische' groengele vormen en 'anorganische' blauwrode vormen. Het ontstaan van de materie kan zich slechts afspelen in een dimensie waarover de mens alleen maar kan speculeren, de vierde dimensie: "De voortbeweging in de derde dimensie vindt plaats in de ruimte, terwijl de voortbeweging in de vierde dimensie berust op de wisseling van atomen." - de Eerste Wereldoorlog werd hij samen met de Tsjechische beeldhouwer Otto Gutfreund ingelijfd als vrijwilliger bij het Tsjechisch Legioen van het Franse leger. Door de ontberingen en zijn leeftijd (45 jaar) was hij vaak ziek. Tenslotte zwaait hij als kapitein af en werd hij vanwege zijn prestaties in de oorlog en in de kunst benoemd tot Emeritus hoogleraar aan de kunstacademie van Praag.

In 1919 raakte Kupka bevriend met de Tsjechisch industrieel Jindrich Waldes dankzij wiens financiële ondersteuning Kupka kon blijven schilderen en reizen tussen Parijs en Praag. Waldes' verzameling zou later de kern vormen van de collectie Kupka's in de Národni Galerie.

Met zijn werken op de Salon des Indépendants van 1923 kreeg hij erkenning als orphist. In Praag verscheen zijn boek La Création dans les arts plastiques. In 1924 exposeerde Kupka in de Galerie la Boétie.

Aan het begin van de dertiger jaren was hij regelmatig depressief.

In 1931 sloot hij zich aan bij de modernistische beweging Abstraction-Création waar hij in contact kwam met de kunstenaars van de geometrische abstractie. In zijn kunst kwam hij tot een nauwgezette stilering, vaak geïnspireerd op jazzmuziek en de syncope ritmen erin: Jazz-Hot nr.I uit 1935 en Musique uit 1936 zijn werken uit deze fase.

In 1936 waren drie werken van Kupka te zien op de tentoonstelling 'Cubism and Abstract Art' in het Museum of Modern Art te New York.

Een retrospectief ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag vond plaats in de Galerie S.V.U. Mánes te Praag in december 1946 waar de Tsjechische regering een reeks belangrijke werken aankocht die te zien zijn in de Narodni Galerie.

Hij overleed te Puteaux in 1957 op 85-jarige leeftijd.

In 1968 schonk Kupka's weduwe meer dan 100 tekeningen en doeken aan het Centre Georges Pompidou in Parijs. Een andere grote collectie werk van Kupka bevindt zich in het Museum Kampa in Praag, Tsjechië.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 376.