kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 04-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Franz Radziwill

Radziwill geschilderd in 1928 door Otto Dix

Duits schilder, geboren Strohhausen 2 juni 1895, gestorven 12 augustus 1983, Wilhelmshaven

Radziwill geldt als een van de bekendste vertegenwoordigers van het magisch realisme.

In 1896 verhuist de familie Radziwill naar Bremen. Van 1901 tot 1909 bezoekt Franz de Volksschule en van 1909 tot 1913 is hij leerling metselaar.

Van 1913-1915 studeert Radziwill architectuur aan de Technische Hogeschool en volgt hij avondlessen in commercieel tekenen en grafisch ontwerp aan de kunstnijverheidsschool van Bremen. In deze periode ontstonden zijn eerste architectuurschilderijen en stillevens. Door zijn mentor, de architect Karl Schwally, leert hij de kunstenaars van de kunstkringen in Fischerhude en Worpswede kennen, waartoe Bernhard Hoetger, Otto Modersohn, Heinrich Vogeler, Jan Bontjes van Beek en Olga Bontjes van Beek en Clara Rilke-Westhoff behoren.

Van 1915 tot 1919 is hij soldaat Rusland, Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Hij maakt vele aquarellen en tekeningen. Van 1918-19 is hij krijgsgevangene van de Engelsen in Manancourt.

Zwei Manner und eine Frau in einer Loge, 1923

In 1919 keert Radziwill terug naar Bremen waar hij zijn studie aan de kunstijverheidsschool weer opneemt evenals de contacten in Fischerhude en Worpswede. Samen met Heinz Baden en Heinrich Schmidt richt de groep "Der Grüne Regenbogen" op.

In 1920 verhuist hij naar Berlijn, waar hij kennis maakt met Schmidt-Rottluff, Heckel, Pechstein, Grosz, Dix en Schlichter. In 1921 verblijft hij voor het eerst in Dangast op aanraden van Schmidt-Rottluff.

In de periode tussen 1921 en 1938 oriënteert Radziwill zich op andere uitdrukkingsmogelijkheden dan die hij tot dan toe met zijn expressionistisch vroege werk had. In deze zoekende fase valt zijn blik op Nederland. Vanaf 1925 bezoekt hij ons land regelmatig. Licht en schaduw worden in zijn doeken belangrijk, net als bij de schilders uit de Gouden Eeuw. Radziwill, voor wie in Nederland een lans gebroken wordt door kunsthandelaar Jack Vecht, schildert doeken als Duinen van Schoorl, Monnikendam en Nederlands landschap met rivier. In de Kunstzalen A. Vecht in Amsterdam boekt Radziwill in de jaren twintig en dertig enkele van zijn grootste successen.

In 1922 verblijft hij voor de tweede maal in Dangast en besluit te verhuizen. Zijn vader sterft in hetzelfde jaar. In 1923 trouwt hij met Johana Ingeborg Haase en koopt in oktober '23 een huis in Dangast. Hij geeft tijdelijk het schilderen op voor de poëzie.

Radziwill heeft als kunstenaar een belangrijke invloed gehad op Nederlandse kunstenaars van het magisch realisme. In de jaren twintig en dertig verblijft de Duitse oostfriese kunstenaar regelmatig in Nederland.
Geïntrigeerd door de onderwerpen en ruimtelijke composities van Nederlandse schilders uit de Gouden Eeuw – met name Rembrandt, Van Goyen en Ruysdael - maakt Radziwill in 1925 een kunstreis langs verschillende grote Duitse musea. Hij sluit deze reis af met een bezoek aan Amsterdam. Radziwill wordt uitgenodigd bij Jack Vecht die op de vooravond van sabbath open huis houdt. De avonden worden gefrequenteerd door een bont gezelschap van kunstenaars en aanverwanten.
In 1925 heeft hij zijn eerste solotentoonstelling in Oldenburg.

In 1926 exposeert Radziwill bij Vecht en bezoekt dan ook de omgeving van Schoorl waar vele kunstenaars zoals John Rädecker, Charley Toorop, Thé Lau, Jan Mulder en Kasper Niehaus waren neergestreken. Hij verblijft in die tijd bij een Nederlandse kunstenaar, mogelijk bij Thé Lau in diens stolpboerderij of bij Kasper Niehaus.

die Straße, 1928

In 1927 maakte hij verschillende op schetsen gebaseerde duinlandschappen, die weliswaar allemaal in Schoorl worden gelocaliseerd, maar die voor een belangrijk deel op fantasie moeten berusten. De duinen zijn uitvergroot, hebben onwaarschijnlijke kleuren en worden afgewisseld met bloembollenvelden die in werkelijkheid niet in deze omgeving voorkomen. Hij heeft een tentoonstelling in galerie Paul Cassirer in Berlijn.
In 1927, met een beurs van kooplui uit Hamburg is het voor Radziwill mogelijk om in Dresden te studeren, waar hij Otto Dix leert kennen. Dix stelt hem een van de ateliers van de kunstacademie ter beschikking en schildert Radziwill's portret. Radziwill bestudeert de schilderkunst van Caspar Friedrich en Carl Gustav Carus.

In 1928 maakt Radziwill een reis naar Tsjechoslowakije. Hem wordt de Gouden Medaille van de stad Düsseldorf toegekend voor het schilderij die Straße.
In 1928 is er weer werk van Radziwill te zien bij Vecht. Een tentoonstelling die volgens de kunstenaar zelf veel indruk maakt. Radziwill is dan weer in Nederland en doorkruist met Thé Lau op een oude motor de kuststreek. Per boot gaat het tweetal van Amsterdam naar de Zuiderzee, langs Monnikendam, Edam en Volendam. Een schetsje van Monnikendam is aanleiding voor een schilderij met als magisch realistisch element een eenmotorig vliegtuigje dat over de daken scheert.

Een derde bezoek aan Nederland volgt in 1929, hiervan dateren twee tekeningen, gebaseerd op de omgeving van Hilversum – een industrieel landschap met elektriciteitsmasten en een met de voormalige spoorbrug over het Noord-Hollandsch Kanaal bij Schoorldam. In 1929 neemt hij deel aan de tentoonstelling 'Neue Sachlichkeit' in het Stedelijk Museum in Amserdam.

In 1931 wordt Radziwill lid van de Novembergruppe in Berlijn. In dat jaar begint hij een intensieve briefwisseling met de beeldhouwer Günther Martin, die lid van de NSDAP is.
Eind 1931 krijgt Radziwill een grote solotentoonstelling bij Vecht op het Rokin. Ondanks de economische crisis verkoopt hij daar tien schilderijen. Het mooiste vindt hij zelf dat er drie schilderijen gekocht worden door ‘guten Holländische Malern’. Wie dat zijn, blijft gissen. Mogelijk Hynckes over wie de kunstcriticus/schilder Niehaus opmerkte dat hij Radziwill ‘kent en goed begrepen heeft’. Mogelijk ook Willink die zich als geen andere Nederlandse kunstenaar oriënteerde op de Duitse nieuw zakelijke kunst en waarbij juist in die jaren kunst en lichtval een surreëel element in zijn werk gaan vormen, waarbij verwantschap is met Radziwill.

Strand von Dangast mit Flugboot, 1929

In 1932 richt hij de groep "Die Sieben" op met Theo Champion, Adolf Dietrich, Hasso von Hugo, Alexander Kanoldt, Franz Lenk en Georg Schrimpf.
In 1933 komt er een einde aan zijn nauwe contacten in Berlijn. In de afgelopen 13 jaar werd hij hier vertegenwoordigd door de galeries Cassirer en Neumann-Nierendorf. Bovendien had hij belangrijke kunstenaars leren kennen, zoals de schilders Feininger, Meidner en Schwitters, de beeldhouwers Marcks, Scharff en Voll, die architekten Gropius, Poelzig en Scharoun en de componisten Berg en Schönberg.
In mei 1933 wordt Radziwill lid van de NSDAP. Hij volgt Klee op als professor aan de Academie in Düsseldorf.

In de jaren na 1931 is Radziwill nog enkele keren in Nederland. Maar dan ook in zijn hoedanigheid als soldaat bij de Wehrmacht. Vecht treft hem in 1941 onaangekondigd in het uniform van de bezettende macht op de stoep aan. De kunsthandelaar laat weten dat Radziwill nog altijd welkom is, maar niet in zijn Wehrmacht-uniform. Hun contact is daarmee voorgoed verbroken.

In 1935 wordt Radziwill ontslagen aan de academie in Düsseldorf wegens "pedagogische onbekwaamheid". 51 van zijn "ontaarde" expressionistische vroege schilderijen werden in de Hamburger Kunsthalle ontdekt en in beslag genomen. Hij keert terug naar Dangast en breidt zijn huis uit.

In de periode 1936-39 maakt hij bootreizen als gast van de 'Kriegsmarine', naar Brazilië, de Caraïbische eilanden, Spanje, Groot-Brittanië en Scandinavië. In 1938 krijgt Radziwill een tentoonstellingsverbod en wordt zijn schilderkunst in Dangast voortdurend gecontroleerd door de nazis.

Van 1939-41 is Radziwill soldaat aan het Westfront. In 1941 wordt hij op grond van zijn leeftijd vrijgesteld van militaire dienst. In 1942 doet hij dienst bij de 'Luftschutzpolizei' in Wilhelmshaven en bij de Feuerwehr in Dangast. Zijn vrouw Johanna Ingeborg sterft in hetzelfde jaar.

Van 1944-45 moest hij verplicht dienst doen als technisch tekenaar in de Machinefabriek Heinen in Varel. In de laatste maanden van de oorlog moest hij dienst doen in de Volkssturm en raakte in Engelse krijgsgevangenschap, waaruit hij weer kon ontvluchten.

1954

In 1947 trouwt hij met Inge Rauer-Riechelmann en wordt hun dochter Konstanze geboren. In 1948 sterft zijn moeder.

In 1963 ontvangt Radziwill de Prix de Rome en een beurs voor de Villa Massimo, waar hij in 1964 verblijft.

In 1965 ontvangt hij het Großkreuz zum Niedersächsischen Verdienstorden, in 1970 de Großer Niedersächsischer Staatspreis en in 1971 het Großes Verdienstkreuz zum Verdienstsorden der Bundesrepublik Deutschland.

In 1972 geeft Radziwill het schilderen op vanwege een oogziekte. In 1980 wordt hij ingeschreven in het 'Goldene Buch' van de stad Oldenburg voor zijn 85ste verjaardag. In 1983 sterft Franz Radziwill op 12 augustus in Wilhelmshaven.

websites: www.radziwill.de, www.artnet.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 44.