kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Frédéric Bazille

Frans schilder, geboren 6 december 1841 te Montpellier – overleden 28 november 1870 in de Slag bij Beaune-la-Rolande (bij Orléans).

Jean-Frédéric Bazille was een voorloper van het impressionisme en filantroop van de impressionisten zelf.

Bazille schilderde in zijn korte leven een indrukwekkend oeuvre bijeen, dat vandaag over de hele wereld gelauwerd wordt en te zien is in New York, in het Musée d’Orsay van Parijs en in het Musée Fabre in Montpellier.

Zijn oeuvre is misschien het meest verwant met dit van Manet. Even sterk colorist als deze, behoorde Bazille tot die groep van realisten, die, voortgaande op Courbet, het impressionisme voorbereidde. Bij voorkeur schilderde hij de figuur in het landschap. Meestal waren zijn landschappen in heldere kleuren. Hij behoorde tot de intieme vriendenkring van Monet. (Summa; imp 53; 25 eeuwen 260)

Biografie
Bazille kwam uit een rijke en voorname protestante bourgeoisfamilie. Hij was de zoon van een rijke landeigenaar, wijnbouwer en stedelijk notabele uit Montpellier. Het Maison Périer, zijn geboortehuis, is vandaag helaas in privéhanden, waardoor het niet kan worden bezocht, maar nog altijd kan je er het traliewerk zien aan de vensters van de vroegere kamer van Bazille. Het verhaal wil dat zijn ouders die zouden hebben laten installeren omdat hun zoon, dromer als hij was, vaak op de vensterbak zat en ze vreesden dat hij er ooit af zou vallen.

Hij raakte geïnteresseerd in de schilderkunst door Alfred Bruyas, een plaatselijke kunstverzamelaar en vriend van o.a. Courbet en een aantal impressionisten.

Bazille vertrok in 1862 naar Parijs om er onder druk van zijn familie zijn medicijnenstudie voort te zetten. Hij begon te schilderen en werkte in het atelier van de Zwitserse schilder Charles Gleyre. Bazille was bevriend met Alfred Stevens en Édouard Manet en maakte bij Gleyre ook kennis met Claude Monet, Alfred Sisley en Auguste Renoir. Deze vier kunstenaars vonden elkaar in het verknocht zijn aan het schilderen in de vrije natuur en maakten buitenstudies in Fontainebleau, een bos in de buurt van Parijs.

Nadat hij in 1864 zijn medicijnen-examens niet haalde legde hij zich volledig toe op het schilderen. Financiëel verkeerde hij in de gelukkige omstandigheid onafhankelijk te zijn en kon hierdoor ook zijn schildersvrienden helpen. Samen met Monet die hem in contact bracht met Jongkind en Boudin huurde hij een werkplaats. Ook met Pierre-Auguste Renoir deelde hij het atelier en maakte hij reisjes.

Bazille had een voorliefde voor het uitbeelden van harmonieuze taferelen, zoals 'De familie-reünie' (1867, Parijs, Musée d'Orsay) en van rustige landschappen met een heldere, transparante atmosfeer, zoals 'Open plek in het bos van Fontainebleau' (1865, Parijs, Musée d'Orsay).

In 1866 exposeerde Bazille voor het eerst een stilleven in de Parijse salon. Een ander werk werd afgewezen. Hij zou nog regelmatig tot de Salon worden toegelaten.

Bazille betrekt een atelier in de buurt van Café Guerbois, een ontmoetingspunt voor de impressionisten.

Familiereünie, 1867, olieverf op linnen, 152x230, Parijs, Musée d'Orsay
Bazille combineerde een nieuw soort figuurschilderkunst met energieke aandacht voor de kleurvorming in de open lucht. In de paar jaar die hem nog restten tot zijn vroege dood, toonde hij zich weliswaar nog af en toe iets onzeker, maar ontwikkelde hij anderzijds zijn nieuwe opvattingen dapper en veelzijdig. Zijn meest prestigieuze poging tot plein-airisme is het grote schilderij Familiereünie, dat in 1868 voor de Salon werd geaccepteerd. Bazille had zijn familie verzameld rond zijn statige ouders op het terras in Méric, hun landhuis tegenover Castelnau in het dal van de Lez. Hij wilde het familie- en klassenbewustzijn een bepaalde manier van leven, een nieuw natuurgevoel en gevoel voor helderheid en frisheid representatief uitdrukken en de familie overtuigen van zijn kunnen als schilder. Dit "meesterwerk van de bourgeoisie" zou een omvangrijke cultuursociologische studie waard zijn aan de hand van de houdingen van de figuren. Tussen de scherp getekende, koel en vlak geschilderde zwijgende figuren gebeurt niets. Ze hebben niet eens oogcontact met elkaar. Hier is geen onopgemerkt gadegeslagen tafereel vastgelegd; kunstenaar (c.q. toeschouwer) en afgebeelden slaan elkaar veeleer met afstandelijke gelatenheid gade. (imp 86)

Het atelier van de kunstenaar, rue de la Condamine, 1870, olieverf op linnen, 98x129, Parijs, Musée d'Orsay
Een portret van zichzelf en zijn kunstenaars-vrienden geschilderd in Batignolles. Nadat hij zijn atelier deelde met Monet en Renoir, van wie hij ook een portret schilderde en die hij ook anderszins ondersteunde, betrok hij in 1868 een nieuw huis in de buurt van Café Guerbois. Daar liet hij Manet, die de figuur van de lange Bazille in diens eigen doek had geschilderd, en Monet een nieuw werk zien; Maître, zijn goede vriend, speelt piano, bij de trap spreken waarschijnlijk Zola en Renoir of Sisley met elkaar. Uitwisseling van ideeën, vriendschap en artistieke arbeid vullen het beeld, dat levendig, open en op geen enkele wijze hiërarchisch geworden lijkt. (imp 86)

Hij werd in 1870 op 28-jarige leeftijd doodgeschoten bij Beaune-la-Rolande in het departement Loiret tijdens de Frans-Duitse Oorlog waarin hij vocht voor de Zoeaven.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1817.