kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-11-2008 voor het laatst bewerkt.

Gentile Bellini


Het redden van het Heilig Kruis uit het Water

Venetiaanse kunstschilder uit het Quattrocento, geboren ca. 1429 in Venetië – overleden 1507 aldaar.

Gentile Bellini is de zoon van Jacopo Bellini en de broer van Giovanni Bellini.

Gentile is vooral bekend van zijn schilderijen die het aanzicht van Venetië in zijn dagen tonen. Deze werken zijn waardevolle afbeeldingen van het leven in een stad tijdens late 15e eeuw. Hij werd ook bekend door zijn portretten en het schilderen van episoden van het leven van vroege christelijke heiligen.

Biografie
Gentile Bellini nam het atelier van zijn vader over en werd in 1460 tot ridder geslagen.

Zijn werk omvat o.m. de grote decoratie van de Scuola Grande Di San Marco (~ 1470) samen met zijn broer Giovanni.

In 1474 verzorgde hij de nieuwe beschildering en restauratie van de raadszaal in het dogenpaleis.


Portret van Mohammed II (Londen, National Galery)

In 1478 werd hij door de regering van Venetië opgedragen om naar Constantinopel te gaan om sultan Mehmet II te schilderen. Maar de echte maas in het net van het verbod op het afbeelden was het besluit van Fatih Sultan Mehmet, de Sultan die Istanbul veroverde, om zijn portret te laten schilderen door de Italiaanse schilder Gentile Bellini, hofschilder te Venetië. Het moet rond 1470 zijn geweest dat voor het eerst een portret van een Ottomaanse Sultan aan de muur van het paleis hing. - (Oosterse invloed van de islamitische schildertraditie in verscheidene van zijn schilderijen, waaronder het portret van een Turkse kunstenaar.

Giorgio Vasari schrijft in 1550 over dit portret: "Niet lang daarna nam een ambassadeur een aantal portretten mee naar Turkije, voor de Grote Turk en ze brachten bij deze keizer zoveel verbazing en verwondering teweeg dat hij ze, hoewel schilderingen bij de mohammedaanse wet zijn verboden, zeer welwillend aannam, waarbij hij niet ophield het uit deze werken blijkende vakmanschap en meesterschap te roemen; en wat meer is, hij vroeg of men hem de meester zelf zou willen zenden. Waarop de Senaat, overwegende dat Giovanni een leeftijd had bereikt waarop men moeilijk allerlei ongemakken verdraagt nog afgezien van het feit dat zij hun stad een dergelijk man niet wilden onthouden, want hij was in die tijd druk bezig in de bovengenoemde zaal van de Grote Raad, besloot zijn broer Gentile naar Turkije te sturen, ervan uitgaande dat deze het even goed zou doen als Giovanni. En nadat Gentile zijn voorbereidingen had getroffen, voeren zij hem op hun galeien veilig en wel naar Constantinopel; daar werd hij door de gezant van de Signoria voorgesteld aan Mehmed, die hem vriendelijk ontving en hem, als iets nieuws, hartelijk bejegende, vooral nadat hij de vorst een prachtig schilderij, dat deze bewonderde, had aangeboden en Mehmed kon er met zijn verstand niet bij dat een sterfelijk mens als het ware zoveel goddelijkheid bezat dat hij de dingen der natuur zo levendig kon uitdrukken.
Gentile was daar nog niet lang of hij portretteerde keizer Mehmed zelf, naar het leven en zo goed dat het als een wonder werd beschouwd. Nadat de keizer een groot aantal blijken van zijn kunnen had gezien, vroeg hij Gentile of deze de moed bezat een zelfportret te vervaardigen, en na hierop bevestigend te hebben geantwoord, had de schilder dit portret, met behulp van een spiegel, reeds na enkele dagen gereed, en het was zo goed dat het leek te leven; toen hij het naar de soeverein bracht, was diens bewondering zo groot dat hij alleen nog maar kon denken dat er een of andere goddelijke geest in Gentile huisde.
En ware het niet zo geweest dat het de Turken, zoals gezegd, wettelijk verboden is de schilderkunst uit te oefenen, dan had Gentile van de keizer nooit toestemming gekregen weer te vertrekken. Maar of het nu was uit vrees dat men zou gaan morren, of om een andere reden, op zekere dag liet Mehmed hem bij zich komen, en na hem eerst te hebben bedankt voor al zijn blijken van hoffelijkheid, prees hij hem hogelijk als een voortreffelijk man; vervolgens zei hij hem dat hij om willekeurig welke gunst mocht vragen en deze zou hem worden verleend, waarop Gentile, bescheiden en rechtschapen als hij was, niets anders verlangde dan een welwillende brief waarmee de keizer hem zou aanbevelen bij de Doorluchtige Senaat en de Hoogmogende Signoria van Venetië, zijn vaderstad. Dit geschiedde met alle mogelijke hartelijkheid, waarna hij eervolle geschenken ontving, geridderd werd en verlof kreeg om te vertrekken.
En naast de overige dingen die hem bij zijn vertrek door de soeverein werden geschonken, nog afgezien van vele voorrechten, kreeg hij een op Turkse wijze vervaardigde ketting omgehangen, met een waarde van tweehonderdvijftig gouden scudi, en deze bevindt zich nog steeds bij zijn erfgenamen te Venetië. Na uit Constantinopel te zijn vertrokken, reisde Gentile bijzonder voorspoedig naar Venetië terug, waar hij door zijn broer Giovanni en door bijna de gehele stad met blijdschap werd ontvangen, waarbij een ieder zich verheugde over alle eer die Mehmed zijn talent had bewezen. Toen hij vervolgens zijn opwachting maakte bij de doge en bij de Signoria, werd hij heel welwillend ontvangen, en zij prezen hem omdat hij de keizer, naar hun wens, veel voldoening had verschaft. En om uit te drukken hoeveel waarde zij hechtten aan de brieven waarin deze vorst hem had aanbevolen, kenden zij Gentile een jaargeld toe van tweehonderd scudi, dat hem zijn leven lang werd uitgekeerd. Na zijn thuiskomst heeft Gentile niet veel meer gewerkt. Ten slotte liep hij reeds tegen de tachtig ging hij, na deze en vele andere werken tot stand te hebben gebracht, over tot het andere leven."

En toen kwam Antonello da Messina naar Venetië, in 1475, verbleef er ongeveer anderhalf jaar en kwam er misschien nog terug vóór zijn dood in 1479. Hij was, mogelijk in Sicilië, wellicht in Vlaanderen zelf, in de geheimen van de Vlaamse olieverftechniek ingewijd, schilderde o.m. portretten in den Vlaamsen stijl. Ook van de lichtstudies van Piero della Francesca schijnt hij wel iets te hebben geleerd. Menige Florentijn en Umbriër, zoals men zich herinneren zal, en zelfs, in 1473, Bartolomeo Vivarini van Murano, hadden het al met olieverf geprobeerd, doch zonder de voorbeelden uit het Noorden te kunnen evenaren: de kleur bleef nog wat taai. Maar Antonello wist, hoe men ze niet alleen diep en volluidend kreeg, doch ook zachtvloeiend in onvatbare overgangen, en door overdekkende glazuren doorschijnend. Voor de Venetianen was dit de verbeide openbaring. Zij maakten die zich dadelijk ten nutte. Men hoeft maar het portret van Mohammed II te zien (1480, Londen), dat Gentile Bellini, op verzoek van den sultan, te Konstantinopel ging schilderen: de indruk is er niet zozeer bepaald door de lijn als wel door de kleurmassa's en lichtwaarden.

Hiermee wordt feitelijk gezegd, dat een omwenteling in de Italiaanse kunst had plaats gegrepen. Zelfs tussen het werk van Piero della Francesca en dit bestaat er niet een verschil in graad, maar in wezen. Bij Piero was de vorm toch nog hoofdzaak, op den vorm rustte de structuur zelve van het gewrocht. Bij dien Mohammed van Gentile Bellini wordt de vorm wel niet opgelost, en de locaaltoon ondergaat er zelfs niet den wijzigenden invloed van de lucht of van andere kleuren: maar het geheel is principieel samengesteld naar kleur-en-licht-tonen; en dat was in Italië iets nieuws; er mag zelfs beweerd worden, dat de Venetianen het beginsel weldra consequenter toepasten dan zelfs bij de Vlamingen nog het geval was geweest. Zo begon nu het grote leven van de Venetiaanse school, zij onderscheidde zich van de andere Italiaanse scholen door een eigenaardig karakter van Europese betekenis. En daar zou nu niet minder dan de moderne schilderkunst uit geboren worden.

Niet echter Gentile Bellini, maar zijn iets jongere broer Giovanni verschijnt als het hoofd van de school, om zijn veelzijdig meesterschap, dat zich onder de aansporing van Antonello uit de strenge plastiek van Mantegna tot koninklijk gemak in zacht smeltende rythmen ontwikkelde, terwijl hij zich van het innig dramatische van zijn Pietà's tot den zaligsten vrede verhief. - Giovanni Bellini wezenlijk en schilderde hij voornamelijk nog genrestukken met een stralende kleurigheid.

In zaal 20 van de Galleria dell’Accademia is een grote cyclus over de wonderen van de relieken van het heilige kruis te vinden, waar o.a. schilders als Carpaccio, Manueti en Gentile Bellini schilderijen voor hebben gemaakt. - (schilderijen Processie op de Piazza San Marco (1496) en Het redden van het Heilig Kruis uit het Water (1500) tracht hij het Venetiaanse leven getrouw weer te geven.

De meeste schilderijen van Gentile Bellini zijn verloren gegaan. Zijn stijl is in wezen ouderwetser dan die van zijn broer Giovanni.


Gentile Bellini is onbetwistbaar de kunstenaar die de Oriënt in de Venetiaanse schilderkunst introduceerde.
In 1474 begeleidde hij een missie naar Constantinopel, op nadrukkelijk verzoek, zegt men, van Mehmed II de Veroveraar. Hij maakte een portret van de machtige heerser, waarbij hij de grootst mogelijke eenvoud betrachtte. Zijn profiel tekent zich scherp af tegen een zwarte achtergrond. Alleen de romaanse rondboog om hem heen is rijk versierd, evenals het met edelstenen geborduurde tapijt dat over
de balustrade hangt. Zijn mijmerende blik verzacht enigszins zijn vastberaden trekken en de hardheid van zijn mond. Zijn houding doet denken aan die van de beroemde Turkse aquarel waarop hij aan een rode roos ruikt. Volgens een hardnekkige legende, verspreid door Ridolfi, verliet Bellini het hof na een huiveringwekkende gebeurtenis. Op een dag trok de sultan, tijdens een discussie met de schilder over De onthoofding van Johannes de Doper, de nauwkeurigheid van de anatomische details op het schilderij in twijfel Om zijn gelijk aan Bellini te bewijzen, liet hij voor diens ogen een slaaf doden. Het lot van het portret was op zijn minst eigenaardig. De zoon van de sultan, die iedere invloed uit het Westen verwierp, bracht het naar de markt. Daar werd het gekocht door Venetiaanse kooplieden. Terug in Venetië behield Bellini een grote liefde voor de Oriënt, waarvan hij de schoonheid en weelde had mogen proeven. Hij gaf hiervan een schitterend bewijs met de twee schilderijen waarvoor hij in 1504 opdracht kreeg van de Scuola Grande di San Marco en die in 1507, na zijn dood, werden voltooid door zijn broer Giovanni. Op Sint-Marcus predikt in Alexandrië beeldde hij de beschermer van Venetië af op een vreemde verhoging, die lijkt op een kleine brug. Voor hem op de grond staat een opmerkelijke groep gesluierde vrouwen met extravagante hoofddeksels. Zij luisteren aandachtig naar hem. Achter hen staan Venetianen (ongetwijfeld de leden van de Scuola Grande) en een groep oriëntaalse hoogwaardigheidsbekleders met tulbanden. Zijn gegevens had hij duidelijk uit het kostuumboek van Vercelio gehaald, en uit de Omzwervingen van Nicolay. Het Alexandrië van het Philo-tijdperk, zoals Bellini het schilderde, was een verbazingwekkende synthese van Venetië en Constantinopel. De tempel (half kerk, half moskee, of liever een tot moskee met minaretten omgebouwde kerk) waarvoor het tafereel zich afspeelt, lijkt net zoveel op de Aya Sophia (met zijn overvloed aan steunberen) als op de San Marco-basiliek. De plaats waar dit wonderlijke monument stond, moest de ideale stad van de Oriënt voorstellen, getooid met een obelisk. Op de Marteldood van Sint-Marcus, waaraan hij in 1515 begon en dat omstreeks 1528 werd voltooid door Vittore Belliniano, speelt het drama zich af voor de ogen van een groot oriëntaals publiek met kleurige tulbanden, nu in een geheel westerse omgeving. - (Vittore Carpaccio (Venetië, 1460/65 - ca. 1525/26), zoon van Pietro Scarpazza, kreeg waarschijnlijk zijn opleiding in het atelier van Gentile Bellini. Na de dood van Gentile Bellini in 1507 werkte hij, samen met diens broer Giovanni Bellini en een zekere Gerolamo depentor, aan de decoratie van de zaal van de Grote Raad in het Dogenpaleis.

Websites:
. www.elseviermaandschrift.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1085.