kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

George Minne

George(s) Minne (1866-1941)

Georges Minne, (hij signeert met 'George Minne'), Belgisch beeldhouwer, schilder, tekenaar, illustrator, docent aan academie. Onderwerpen:allegorie, genrekunst, portretten. Behoorde tot Les Vingt.

Zijn kunst wordt tot het naturalistisch symbolisme gerekend. maar zijn slanke vergeestelijke figuren en zijn composities laten ook een indeling bij de Jugendstil toe en geeft verbondenheid te zien met de Preraffaëlieten.
Minne onderging Meuniers invloed maar zijn werk herinnert door de mystieke gevoeligheid toch nog meer aan een andere grote beeldhouwer van Nederlandse stam: Claus Slüter.
Invloed op Joseph Beuys en Georg Ehrlich.

Geboorteplaats/datum Gent 1866-08-30
Sterfplaats/datum Sint-Martens-Latem 1941-02-20

Volgde een opleiding tot architectuur van 1882 tot 1884 bij Jean Delvin aan de Academie van Gent.

Hij werd bevriend met de schrijver Maurice Maeterlinck in 1886, wiens werken, 'Les serres chaudes' in 1888 en 'Soeur Béatrice' in 1900, hij illustreerde. Verzorgde ook boekillustraties voor zijn vrienden uit het symbolistische milieu Charles van Lerberghe, Émile Verhaeren en Grégoire Le Roy, waarmee hij een sterke affiniteit vertoonde.

In 1890 exposeerde hij enkele van zijn beelden bij de XX te Brussel en in 1891 werd hij lid van deze belangrijke kunstenaarsgroep.

In 1891 trok hij naar Parijs om er Rodin op te zoeken. Hij werd er echter afgewezen.

Biddende non, 1894, wellicht als een houten beeld gedacht.
De scherpe grafische uitwerking verwijst naar Barlach. Minne heeft overigens vooral op buitenlandse kunstenaars wezenlijke invloed uitgeoefend. Het werk van de Duitse expressionist Wilhelm Lehmbruck is zowel inhoudelijk als stilistisch aan de kunst van Minne verwant.

Op dertigjarige leeftijd wil hij vanaf nul opnieuw beginnen en volgt dan bij Charles Van der Stappen van 1895 tot 1896 een opleiding beeldhouwen aan de Academie van Brussel.

Sint-Martens-Latem 1897 - 1941
In 1898 vestigde hij zich in Sint-Martens-Latem. Hij wordt beschouwd als de leidende figuur van de eerste groep kunstenaars te Sint-Martens-Lathem die later de mystieke symbolisten werden genoemd. Het waren de kunstschilders Albinus Van den Abeele, Valerius De Saedeleer, Albert Servaes en Gustaaf Van de Woestijne.

Zowel Minne als Meunier komen op het einde van de 19de eeuw tot een expressieve vormentaal. Minne streeft naar een zo sterk mogelijk vereenvoudiging om de uitdrukkingskracht van zijn beelden te verhogen. Hij werkt op klein formaat en beperkt zijn thematiek tot slechts enkele types. Bepaalde religieuze thema's, zoals de verloren zoon en de piëta, ontwikkelt hij tot wanhopige en treurende figuren die zich aan elkaar vastklampen. Vertrekkend bij een knielende Johannes de Doper komt hij tot zijn knielende jongelingenfiguren, die hij in opeenvolgende versies steeds meer reduceert en abstraheert. De uitgelengde, ritmisch gebouwde jongeling van 1898 vormt de slotsom van Minnes streven.

'De kleine geknielde', 1896, marmer, 47,3 cm, Museum voor Schone Kunsten, Gent

Geknielde jongeling, 1898
De idee van de geknielde jongeling is omstreeks 1895 opgevat. Het eigenlijke werk komt pas in 1898 tot stand en krijgt een geprivilegieerde plaats toebedeeld in het door die andere beroemde Belg, Henry van de Velde, pas ontworpen Folkwangmuseum te Hagen.

In 1900 stelde hij ten toon in de Sezession te Berlijn.

Zijn meest beroemde werk De Knapenfontein, uit marmer gekapt, werd oorspronkelijk aangekocht voor het Folkwangmuseum te Hagen, in 1905. In 1922 werd het naar Essen overgebracht. Bronzen versies bevinden zich te Gent, aan de voet van het Belfort, te Wenen en te Brussel. Het narcisme, de zelfbespiegeling van de in zichzelf gekeerde jongelingen vormt een belangrijk thema in het symbolisme.

Van 1910 tot 1912 legde hij zich toe op de realistische uitbeelding van stoere menselijke figuren, daarna keerde hij terug tot zijn oorspronkelijke austeriteit, in de geest van Maillol.

Docent aan de Academie van Gent van 1912-1914 en 1918-1919.
Tijdens de oorlog 1914 - 1918 week hij uit naar Wales, met zijn vrouw. Na de oorlog trok hij terug naar de Academie,als leraar, tot 1919.

In 1930 werd hem de titel baron verleend.

Zijn werk wordt gekenmerkt door een sobere, symbolische vormentaal, vaak met langgerekte figuren.
De typisch frêle lichaamsbouw in zijn beelden en tekeningen leunt aan bij het mensbeeld dat rond de eeuwwisseling verschijnt, o.a. ook in de Jugendstil. De schoonheid lijkt melancholisch, verbonden met kwetsbaarheid, onvolwassenheid, eenzaamheid of een gelaten gevoel van disharmonie met de buitenwereld. Minne geldt als een der belangrijkste symbolistische beeldhouwers van Europa.
Hij werkte in hout, marmer, brons en graniet. Zijn tekeningen (meer dan 500) werden in houtskool en potlood gemaakt.
Belangrijke thema's: staande, knielende of dragende jongelingen, badenden, moeder-en-kindfiguren. Bekende werken: Fontein met vijf knielende jongelingen (vijf versies, o.a. te Brussel), de Drinkzakleger in Bremen en het gedenkteken voor Georges Rodenbach te Gent.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1035.