kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01-11-2008 voor het laatst bewerkt.

George Rickey

Amerikaans beeldhouwer, geboren South Bend, Indiana 6 juni 1907, gestorven Saint Paul, Minnesota 17 juli 2002.

Rickey's vader een belangrijke functionaris bij de Singer Sewing Machine Company verhuisde toen deze nog een kind was naar Helensburgh in Schotland. Rickey kreeg zijn opleiding aan Glenalmond College en studeerde moderne geschiedenis aan Balliol College in Oxford. Tegelijkertijd nam hij schilder- en tekencursussen aan de Ruskin School of Drawing and Fine Art.

Rickey reisde korte tijd door Europa en studeerde in 1929/1930 Painting aan de Académie Lhote in Parijs en aan de Academie Moderne, waar hij werkte onder Fernand Léger en Amédée Ozenfant.
Hierna keerde hij terug naar de V.S. en doceerde korte tijd geschiedenis aan de Groton School, waar onder andere McGeorge Bundy een van zijn vele studenten was. McGeorge Bundy (1919–1996) was adviseur voor nationale veiligheid van de presidenten Kennedy en Johnson van 1961–1966 en was president van de Ford Foundation van 1966–1979.

Hierna wijdde hij zichzelf full-time aan het schilderen en in 1933 had hij zijn eerste solotentoonstelling in de Caz-Delbo Gallery in New York. Een jaar later verhuist hij naar New York waar hij een eigen studio opzet. Zijn vroege schilderwerken zijn beïnvloed door Cézanne en het Sociale Realisme. In de late jaren dertig doceert Rickey kunst aan verschillende scholen door het hele land, waaronder Olivet College en Kalamazoo College in Michigan, Knox College in Illinois en Muhlenberg College in Pennsylvania.

Hij richtte zich voornamelijk op schilderen. Terwijl hij aan deze programma's deelneemt schildert hij portretten, geeft hij les en creëert hij een aantal muurschilderingen in Knox College, Galesburg Illinois.

In 1942 tijdens de Tweede Wereldoorog neemt hij dienst in het Amerikaanse Air Corps en werkt met ingenieurs aan het verbeteren van wapens voor vliegtuigen een ervaring die eerdere interesse in wetenschap en technologie weer aanwakkert. Na de oorlog gaat Rickey weer aan verschillende colleges kunst doceren en op kosten van de G.I. Bill (G.I Bill: G.I. = Government Issue, een door de staat betaalde regeling die voorzag in een hogere opleiding of een beroepsopleiding voor de veteranen) gaat hij In New York kunst studeren aan de University Institute of Fine Arts en in de late jaren '40 aan het Chicago Institute of Design, waar hij een jaar lang Bauhaus doceermethoden studeert. Daar begint hij serieus het idee te overwegen om geometrische vormen en beweging samen te berengen.
In 1945 maakt hij zijn eerste mobile en vanaf 1949 creëert Rickey kinetische glassculpturen en later mobiles van ruw staal. Terwijl hij doceert aan de universiteit van Indiana, waar hij David Smith ontmoet, wiens werk hem zeer inspireert, maakt hij zijn eerste kinetische sculptuur van ramen.

In zijn werken combineert hij zijn liefde voor techniek met Smith's gracieuze solide kubistische vormen en de mobiles van Alexander Calder.
Rickey slaagde erin beeldhouwwerken te ontwerpen waarvan de metalen onderdelen, vaak zeer grote onderdelen die soms tonnen wegen, bewegen op het minste zuchtje wind.

Vanwege een professoraat in architectuur aan het Rensselaer Polytechnic Institute in Troy verhuist George Rickey in 1960 naar East Chatham, New York, wat tot aan zijn dood zijn thuisbasis blijft. Hij stopt met lesgeven in 1966.
Hij blijft sculpturen maken en onophoudelijk reizen. Om zijn publieke opdrachten evenals zijn exposities bij te houden, heeft hij studio's in Berlijn en in Santa Barbara, Californië.

In 1962 heeft hij een solotentoonsteling in de Düsseldorfer Kunstverein en in de periode 1966-1977 neemt hij deel aan Documenta 3, 4 en 6 in Kassel. In 1966 heeft hij een tentoonstelling in de Corcoran Gallery of Art en in 1967 publiceert hij Constructivism, Origins and Evolution.

In 1971 heeft Rickey een solotentoonstelling in het Museum of Art, San Francisco, andere tentoonstellingen zijn: 1973 in de Kestner Gesellschaft, Hannover, 1976, in de Kunsthalle van Bielefeld en 1992 in de Berlinische Galerie.

Zijn laatste sculptuur, en eveneens zijn hoogste 17 meter 40 centimeter (57 feet en 1 inch) werd geïnstalleerd in het Hyogo Museum in Japan op 30 maart 2002 enkele maanden voor zijn dood.

websites: query.nytimes.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 43.