kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Georges Braque

Georges Braque (1882-1963)



De Franse kunstenaar Georges Braque werd op 13 mei 1882 geboren in Argenteuil-sur-Seine, een plaats dicht bij Parijs. Zijn vader was schilder van beroep, die in zijn vrije tijd ook nog aan de schilderkunst deed. Braque groeide op in de havenstad Le Havre, waar hij in de avonduren de kunstacademie de l'Ecole des Beaux-Arts bezocht en de schilders Eugène Boudin (1824-1898), Camille Corot (1796-1875), Othon Friesz en Raoul Dufy (1877-1953) ontmoette. Bovendien volgde hij een opleiding tot huisschilder.

In 1900 vestigde hij zich in Parijs en bezocht na zijn militaire diensttijd de academie van Humbert waar hij Francis Picabia ontmoet en de Academie voor Schone Kunsten waar ook zijn vrienden uit le Havre, Othon Friesz en Raoul Dufy, studeren.

In 1904 is zijn studie afgelopen en vestigt hij zich voorgoed in Montmartre, de schildersbuurt in Parijs.

Op de 'Salon des Indépendants' van 1906 exposeert Braque 6 landschappen.


Viool en kandelaar, 1910, analytisch kubisme

In de zomer van 1906 gaat Braque met Othon Friesz naar Antwerpen waar hij havenscènes schilderde. Hierna gaat hij in de winter van 1906-1907 met hem naar l'Estaque, vlakbij Marseille. In de zomer van 1907 is hij samen met Friesz in La Ciotat.

In 1908 sloot hij zich aan bij de kunstenaarsbeweging de Fauves van Henri Matisse (1869-1956) en André Derain (1880-1954).
Op de tentoonstelling van de Onafhankelijken werd hij door Guillaume Apollinaire geïntroduceerd bij Pablo Picasso. Samen met Pablo Picasso zou Georges Braque de grondlegger zijn van het kubisme en samen ontwikkelden zij deze stroming, waarvan de klassieke periode tot 1914, onderverdeeld kan worden in een analytische en een synthetische fase.

In 1908 schilderde hij zijn beroemde werk 'Bomen bij l'Estaque'. Vauxelles was de eerste, die de term kubisme gebruikte om het werk van Georges Braque te omschrijven. Later dat jaar vond de eerste solo-tentoonstelling plaats in de galerie van Daniel Henry Kahnweiler.

Rond 1911 werd door Georges Braque de tweede fase van het kubisme ingeluid met zijn 'papiers collés'. Deze vorm noemt men 'synthetisch' kubisme.

Na het begin van W.O. I gingen Picasso en Braque uit elkaar. Braque ging in dienst en keerde in 1917 terug naar Parijs na een ernstige verwonding, waar hij de rest van zijn leven doorbracht, met uitzondering van zijn zomerse verblijven in Varengeville. In 1917 ontmoette hij Henri Laurens en Juan Gris.

Na 1920 verandert zijn kunst, al blijft het gegrond op het kubisme. De strakke lijnen verdwijnen bijna allemaal en in hun plaats komen de gebogen lijnen. Ook worden de vormen beter herkenbaar.


Viool en Pijp (Le Quotidien)(1913)

Tussen 1922 en 1925 werkt Braque in een neoklassieke stijl en komt in zijn schilderijen de mens voor. Dit zijn korfdraagsters en vruchten dragende vrouwen. Zij hebben een bijna klassiek figuur met toegevoegde borsten. Braque was in 1923 betrokken bij de productie van het Ballet Russes van Diaghilev.

In 1929 schildert Braque een aantal stillevens, die een zeer sterke kubistische inslag hebben. Vooral de compositie doet sterk denken aan zijn werken van rond 1921.

Na 1929 komen er geen kubistische werken meer, al komt een min of meer kubistische vormgeving hier en daar nog wel in zijn schilderstukken voor. Ook in wandkleden komt een kubistische inslag te voorschijn.

Omstreeks 1939 ontstonden de eerste beeldhouwwerken van Georges Braque.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte de kunstenaar voornamelijk aan interieurs en stillevens. In 1945 werkte Braque aan schilderingen in de kerk van Assy. Twee jaar later ontstonden zijn atelierstukken.

In de jaren vijftig beschilderde Georges Braque het plafond van de Henry II zaal in het Louvre in Parijs en maakte hij gebrandschilderde ramen voor de kerk in Varengeville.

Zijn hele leven had hij een zeer persoonlijke stijl en bleef hij los staan van welke schilderrichting dan ook. Op 31 augustus 1963 overleed hij in zijn woning te Parijs na een ziekte van enkele maanden. Op 4 september 1963 werd hij begraven op het kerkhof van Varengeville (bij Diepe). Hij bezat in dit dorp sinds 1929 een buitengoed, waar hij dikwijls verbleef.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 100.

Tweets by kunstbus