kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Georges Grard

Belgisch beeldhouwer, tekenaar van figuurvoorstellingen en naaktfiguren,
Naamsvariant: George Grard,
Familierelatie: Vader van Chantal Grard, wie opvalt met haar persoonlijke bijdrage tot de hedendaagse bronsscene.
Geboorteplaats/datum Doornik 1901-11-27
Sterfplaats/datum Koksijde 1984-09-26 datum uit cat. Antwerpen 1986

(Voornaamste) bron van dit artikel vindt u op de site van het George Grard werd opgericht om het oeuvre van de Belgische beeldhouwer George Grard (1901-1984) te bewaren, te bestuderen en te exposeren. De Stichting beschikt over een eigen bronsgieterij en heeft als creatief en educatief centrum ook aandacht voor actuele beeldhouwkunst.
Deze unieke verzameling is ondergebracht in een gerestaureerde hoeve en toont tekeningen, gipsen en bronzen sculpturen: het levenswerk van een van onze grote Belgische figuratieve beeldhouwers.
Vele bronzen vonden hun weg naar privéverzamelingen of musea. De kunstenaar zelf bewaarde alle originele gipsen, het zijn deze sculpturen waar hij aan werkte tot hij de juiste vormspanning en uitstraling bereikte. Via foto's en een documentaire verneemt men meer over leven en werk van Grard. De Stichting groeit uit tot een educatief centrum rond beeldhouwkunst: in de ateliers en de bronsgieterij kan de bezoeker alle aspecten van de verloren-was-techniek volgen. Jaarlijks is er een zomertentoonstelling met werk van actuele kunstenaars.

George Grard (1901-1984) wordt algemeen erkend als één van onze grote Belgische beeldhouwers. Grard is zijn hele leven trouw gebleven aan één thema: de liefde voor het vrouwelijk naakt. Reeds in zijn jeugdwerken blijkt dat hij zijn creativiteit concretiseerde via de studie naar model. De nauwe samenwerking tussen kunstenaar en model zou een constante blijven. De evolutie binnen zijn werk is allesbehalve spectaculair: binnen een bewust gekozen beperking opent zich een gevarieerde en verstilde wereld van zittende, liggende en staande figuren.

1901 > geboren te Doornik op 26 november

1913-1917 > opleiding aan de "Academie des Beaux-Arts" te Doornik
1919-1930 > volgt de cursussen tekenen,beeldhouwen en decoratieve schilderkunst
1922 > huwt te Doornik met Emilienne Desfrennes, een hoedemaakster
1923 > geboorte van George-Marcel
1930 > bekomt een beurs van de stad Doornik & behaalt de Rubensprijs van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel

In de woelige jaren '30, '40, en '50, toen de strijd tussen figuratief en abstract heftige discussies uitlokte, bleef Grard overtuigd van de weg die hij ingeslagen was. In 1962 schreef hij in een korte inleiding dat hij weinig afwist van de strijd tussen groepen en scholen: Ik bekijk dat allemaal van ver. Het leven zelf interesseert me meer. Het is uit het leven dat ik heb geput. Deze eenvoudige woorden typeren hem en weerspiegelen zijn consequente houding.

In de jaren '30 ging Grard naar de kust, hij werd er verliefd op het licht en bleef er werken tot aan zijn dood. In zijn kielzog volgden kunstenaars als Pierre Caille, Paul Delvaux en anderen zodat men later sprak over de "School van Sint-Idesbald".

1931 > vestigt zich te Sint Idesbald in 1931 waar hij woont in vissershuisjes. We weten niet hoe we leven, maar we leven. Richt een atelier in in de schuur van een ander vissershuis te Sint-ldesbald. Hier wordt de zogenaamde School van St. Idesbald geboren, zonder een school te zijn werkt ieder in z'n eigen hoekje. Het is een gemeenschappelijke manier van denken, een manier van leven, een visie tegenover de kunst. Het huis wordt de ontmoetingsplaats van kunstenaars als Caille, Creuz, Dasnoy, Delvaux. In deze school moeten we nog Georgette Dufour en Isette Gabriels vermelden, modellen van Grard en eveneens kunstenaressen
1935 > behaalt de Prix de la Roseraie in het kader van de Wereldtentoonstelling te Brussel. Trekt zich volledig terug in St. Idesbald om zich enkel aan zijn beeldhouwkunst te wijden
1947 > reist na de Tweede Wereldoorlog om gezondheidsredenen naar Zuid-Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland, Joegoslavië...
1947 > verleent zijn medewerking aan een project om in het Jubelpark te Brussel vier sculpturen te plaatsen die de vier seizoenen voorstellen: de lente...
1948 > behaalt de Prix du Hainaut en de Prix Picard de la Libre Académie de Belgique. Het Museum voor Moderne kunst te Brussel verwerft de Volheid
1950 - 1955 > plaatsing van de Waternimf op de de Pont-à-Pont brug te Doornik; de stad Antwerpen koopt De Lente aan voor het Middelheim Museum; plaatsing van het monumentale beeld Zittende Vrouw bij de gebouwen van de Nationale Bank, Berlaimontlaan te Brussel; plaatsing van De Zee bij het casino te Oostende
1954 > ontmoet Francine Van Mieghem, zijn toekomstige echtgenote

Als we George Grards levenswerk overschouwen, valt op dat hij tot midden de jaren '50 werkte met een volrond vrouwentype: De waternimf of Naiäde. Het zijn deze beelden die bij velen reminiscenties oproepen aan volrijpe vruchten. Kunsthistorici hebben in deze beelden de mediterrane sfeer teruggevonden die ze kenden door het werk van A. Maillol. Grard zelf voelde meer verwantschap met de sensuele beelden van A. Renoir.

1957 > verblijft een maand in Stanleyville, toenmalig Belgisch-Kongo en werkt naar het model Anasthasie Kosoagna. De Grote Afrikaanse wordt tentoongesteld op de Wereldexpo van 1958.
In 1957 werkte Grard een maand in Kongo: de Afrikaanse Anasthasie inspireerde hem tot zijn De Grote Afrikaanse, een rechtopstaande uitgelengde slanke figuur. Dit beeld is een keerpunt en betekende de overstap naar een nieuw vrouwentype. Deze uitgelengde gestaltes keren in de jaren '60 en '70 terug binnen een reeks figuren waarin Grard zelf verwijzingen ziet naar de natuur: voor een staande figuur durf ik nu denken aan een boom, voor een ineengebogen vorm aan een berg en voor een liggende figuur aan het water. Daarom kan een werkje van dertig centimeter de zee als titel dragen.

Grard is geen beeldhouwer in de letterlijke zin van het woord: aanvankelijk modelleerde hij de klei, later werkte hij vooral in gips. Met vijlen en raspen herwerkte hij de vorm tot hij de juiste spanning bereikte. Via een tussenstap in was werden de beelden vervolgens in brons gegoten. In de manier waarop Grard zijn bronzen bewerkte, zien we een verschuiving in de jaren '60. In tegenstelling tot donkere patines met een gladde textuur zien we later een geaccidenteerd oppervlak met een ruwe geut die meer contrastwerking toont tussen lichte en donkere vlakken.

1962 > Individuele tentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten Brussel. Grard schrijft een korte tekst die later bekend wordt als zijn Credo:...in onze tijd behoort het tot de geplogenheden om het leven te negeren en het bekijken van de zon, de dieren en de planten als een soort zonde te beschouwen. Deze zonde is er nu juist een die mij ligt. Ik hou van alles wat mij omringt. Ik hoop er mijn beeldhouwwerk van doordrongen te hebben. Ik stel de mens boven alles. Dit is mijn recht. Ik weet niets van de strijd tussen groepen en scholen. Ik bekijk dat allemaal van ver. Het leven zelf interesseert me meer. Het is uit het leven dat ik heb geput
1964 > inhuldiging in aanwezigheid van George Grard van de Pont Albert 1er te Luik, waarvoor hij twee beelden maakte: De Aarde en Het Water
1967 > Grard wordt verkozen tot lid van de Klasse der Schone Kunsten, afdeling Beeldhouwwerk van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België
1970 > behaalt de vijfjaarlijkse Prijs ter Bekroning van een kunstenaarsloopbaan.

1970 > geboorte van Chantal Grard, dochter van Francine en George Grard - Van Mieghem

1971 > plaatsing van de doopvont in de Saint-Brice-kerk te Doornik (Adam en Eva); de deur van het tabernakel en het altaar (de passie en de verrijzenis van Christus)

1975 > legt zich toe op het tekenen ten gevolge van gezondheidsproblemen
Eind de jaren '70 kreeg de beeldhouwer te kampen met gezondheids problemen. Het werken in gips en op grote formaten viel hem steeds moeilijker en hij begon meer en meer te tekenen. Uit deze reeks tekeningen waarin we een vrijere en expressievere interpretatie van het levend model zien toont de Stichting een selectie.

1976 > plaatsing van De Kwartel voor de Hallen van Kortrijk
1979 > aankoop van Vrouw die naar de zon kijkt door de Stad Doornik. Het beeld wordt tegenover het Museum voor Schone Kunsten geplaatst
1980 > aankoop van De Kwartel door Paul Delvaux voor het Delvauxmuseum te Sint-ldesbald
1981 > plaatsing van Vrouw die naar de zon kijkt in het Stadspark te Veurne. Beslissing van de Gemeenteraad van Doornik om De Naïade op haar oorspronkelijke plaats, namelijk op de Pont-à-Pont, terug tentoon te stellen. Dit besluit kwam naar aanleiding van de gelijktijdig georganiseerde retrospectieves te Hasselt en Doornik
1983 > plaatsing van Vrouw die naar de zon kijkt voor het Cultureel Centrum te Hasselt

1984 > overleden te Sint-Idesbald op 26 september, begraven te Koksijde

Zijn monumentale bronzen vrouwenfiguren werden blikvangers op de pleinen en in de parken van versscheidene Belgische steden: Le Printemps (Antwerpen-Middelheim, Luik, Koksijde; La Naïade (Doornik); Femme drapée (Brussel); La Mer (Oostende); La Caille (Kortrijk); L'Eau et la Terre (Luik); Femme regardant le soleil (Hasselt, Doornik, Veurne). Talloze sculpturen en tekeningen maken deel uit van zeer voorname binnen- en buitenlandse private en openbare collecties.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 711.