kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 26-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Gerard van Honthorst

Nederlands schilder, geboren 4 november 1592 Utrecht - overleden 27 april 1656 aldaar.

een van de meest begaafde volgelingen van Caravaggio. was een vooraanstaand vertegenwoordiger van de Utrechtse caravaggisten, Nederlandse navolgers van de Italiaanse schilder Caravaggio. Zijn grote voorbeeld was Antonie van Dyck.

Honthorst schilderde historiestukken (bijbelse, mythologische, allegorische en literaire onderwerpen), genrestukken van drinkers en muzikanten en talloze portretten.

Gerard, ook wel Gerrit genoemd, keerde na een verblijf in Italië in de jaren 1610, in 1620 terug in Utrecht. Hij werd vooral bekend door zijn schilderijen van nachtelijke scènes met figuren in kaarslicht. In de jaren 1630 verwierf Van Honthorst als portretschilder een vooraanstaande positie in hofkringen, reden waarom hij in 1637 naar Den Haag verhuisde. In 1649 werd Van Honthorst uitgenodigd deel te nemen aan de decoratie van de Oranjezaal in het stadhouderlijk paleis Huis ten Bosch. In 1652 keerde de schilder terug naar Utrecht, waar hij vier jaar later overleed.

Leven
Gerard Hermansz. van Honthorst was de zoon van een decoratieschilder uit Utrecht, en kreeg zijn opleiding van zijn vader en van Abraham Bloemaert.

Hij reisde na zijn opleiding naar Italië, waar hij vanaf 1616 vermeld wordt in Venetië, Florence en Rome.

Gerard van Honthorst kwam in contact met Guido Reni. Samen oogstten zij veel succes met hun werk en vonden een belangrijke beschermheer in de persoon van Vincenzo Giustiniani en zijn broer Benedetto. Zij woonden een tijd lang in hun paleis en konden zodoende de weergaloze kunstcollectie, waaronder veel werken van Carravagio, bestuderen. Honthorst kreeg ook opdrachten van kardinaal Scipione Borghese, die hem het hoofdaltaar van de S. Paolo in Rome liet decoreren en van kardinaal Barberini, de latere paus Urbanus VIII.

In Italië kwam Honthorst onder de invloed van Caravaggio en diens lichteffecten (clair-obscur). Maar ook Annibale Carracci was een bron van inspiratie. Hij ging zich specialiseren in nachtelijke taferelen met figuren die door fel kaarslicht beschenen worden. Deze schilderijen vielen zeer in de smaak van het publiek en leverden hem de bijnaam "Gherardo della Notte" op. Aan een rauw realisme heeft Honthorst zich echter nooit gewaagd; anders dan de werken van zijn collega's Hendrick ter Brugghen en Dirck van Baburen behouden zijn schilderijen altijd iets elegants dat aan Bloemaert herinnert.

Honthorst ontmoette in de artiestenwijk de schilders Paul Bril en ene Colijn, die samen met hem in 1620 naar Utrecht terugkeerde. Een half jaar later trouwde hij met zijn nicht Sophia Coopman.

In 1622 trad hij toe tot het Utrechtse Sint-Lucasgilde en hij verwierf weldra een uitstekende reputatie, dankzij de Winterkoningin.

Olieverf op doek, 108 x 89 cm, Rijksmuseum
Een man hangt lachend uit het raam. In zijn ene hand houdt hij een viool met een strijkstok en in de andere hand een wijnglas. Hij duwt een Perzisch tapijt opzij, dat dient als gordijn. De man draagt een fantasiekostuum: een zwierige baret en bont gestreepte jas. Waarschijnlijk is dit geen portret maar zomaar een vrolijke figuur. De speelman lijkt echt uit het schilderij naar voren te komen. Hij nodigt de toeschouwer uit om mee te feesten.
De Utrechtse kunstenaar Gerard van Honthorst verbleef lange tijd in Italië en raakte daar onder invloed van de schilder Caravaggio. Het clair-obscur en de thematiek van de 'caravaggisti' spraken Van Honthorst erg aan. Het opvallende fantasiekostuum van de speelman, met baret en gestreepte pofmouwen, was ook afgekeken van Caravaggio. Met 'De vrolijke speelman' ontwikkelde Van Honthorst hieruit een schilderijtype, dat erg veel navolging vond bij Nederlandse kunstenaars.
Op de vensterbank waar de speelman overheen hangt, bevinden zich de signatuur van de schilder en het jaar waarin het schilderij is voltooid, 1623. In hetzelfde jaar schilderde Van Honthorst een andere uit het raam leunende muzikant: een fluitspeler. Het zou wel eens om een pendant kunnen gaan. Op beide schilderijen komt het licht schuin van opzij en steekt de figuur zijn hand uit. De schouder van de 'Vrolijke speelman' is eigenlijk naar verhouding te fors voor zijn lichaam.

Na zijn terugkomst in Utrecht bleef hij deze stijl nog enige tijd trouw, maar in de loop van de jaren twintig kwam er een steeds classicistischer inslag in zijn werk die het goed deed bij de adellijke heren. De gladde, koele schilderijen die uiteindelijk in zijn latere jaren ontstonden verraden weinig persoonlijkheid en worden tegenwoordig niet meer bijzonder gewaardeerd. Samuel van Hoogstraten schreef daarover in 1678: Hondhorst [...] had in zijn bloeijende tijdt een wakker pinseel gevoert; maar, 't zy om de juffers te behaegen, of dat hem de winst in slaep wiegde, hy verviel tot een stijve gladdicheyt. Zijn reputatie berust dan ook voornamelijk op zijn Caravaggistische periode.

In 1627 kocht hij aan het Domplein een ruim huis, waar hij op 100m² een zeer succesvol atelier opzette, met wel 25 leerlingen, die ieder honderd gulden betaalden.

28 juli 1627 ontving hij, als decaan van het gilde, de grote Vlaamse schilder Peter Paul Rubens.

Honthorst kreeg opdrachten van de Engelse koning Karel I, waarvoor hij in 1628 samen met zijn leerling Joachim von Sandrart naar Londen reisde. Hij schilderde Diana en Apollo en ontmoette hij opnieuw Orazio Gentileschi die inmiddels een wat andere stijl had ontwikkeld.

Honthorst stond op het hoogtepunt van zijn roem en kreeg een goed paard, het Engelse staatsburgerschap en jaarlijks een pensioen. Nieuwe opdrachten kwamen van prins Frederik Hendrik en van koning Christiaan IV van Denemarken. Om aan de vraag te kunnen voldoen opende hij in 1637 een tweede studio in Den Haag op het Westeinde. Na de dood van Michiel Jansz. van Miereveld werd hij hofschilder van stadhouder Willem II. Hij werkte mee aan de decoratie van de paleizen in Rijswijk en Honselersdijk en het Huis ten Bosch.

Honthorst had vele leerlingen en helpers, waaronder Sandrart en zijn broer Willem, bekend vanwege de opdrachten, die hij uitvoerde als hofschilder voor Louise Henriëtte van Nassau, de echtgenote van Frederik Willem de Grote keurvorst van Brandenburg. Herman van Honthorst, zijn andere broer was een spraakmakende priester en werd uit de gevangenis ontslagen na tussenkomst van de stadhouder.

Zijn roem begon vanaf 1640 te verbleken en Honthorst schilderde steeds minder.

vrouw Amalia van Solms en hun drie jongste dochters, 1647, Olieverf op doek, 263.5 x 347.5 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Zijn helm heeft hij niet opgezet; deze staat geheel links op een tafel. Zo kan het ontblote hoofd van stadhouder Frederik Hendrik worden gelauwerd door de engeltjes in de linker bovenhoek. Oorspronkelijk was op dit deel van het doek een zelfde soort draperie aangebracht als in de rechter bovenhoek. Deze draperie zal ervoor gezorgd hebben dat Amalia van Solms - echtgenote van Frederik Hendrik - als centrale figuur meer dan nu het geval is de aandacht opeiste. Zij heeft aan haar zijde hun jongste dochter Maria. Rechts staan - hand in hand - haar dochters Albertina Agnes en Henrietta.
Amalia had Gerard van Honthorst opdracht gegeven dit portret te vervaardigen. Het doek heeft gehangen in Huis ten Bosch. Dit stadhouderlijk paleis kwam tegelijkertijd met het schilderij tot stand zodat het doek geïntegreerd kon worden in de architectuur van het gebouw. Het paste precies tussen twee deuren. Door de figuren op breed, met marmeren plavuizen belegd terras te plaatsen met op de achtergrond een bebost terrein en weidse wolkenhemel, werd binnenskamers de suggestie van ruimtelijkheid gewekt. In hetzelfde vertrek hingen ook portretten van zoon Willem en van de oudste dochter Louisa Henrietta. Ze staan allen op dezelfde plavuizen. Zo was het gezin toch nog compleet.
Het jaar waarin dit schilderij werd gemaakt, 1647, was het sterfjaar van Frederik Hendrik. Zijn voorkomen op dit posthume portret verloochent het krijgshaftig leven dat aan zijn dood voorafging in ieder geval niet: van de tenen tot de schouders is hij gehuld in harnas. Als kapitein-generaal van het Staatse leger, zette Frederik Hendrik de strijd tegen Spanje voort. Zijn militaire optreden zorgde ervoor dat het grondgebied van de Republiek in de laatste twee decennia van van de Opstand definitief vorm kreeg. Als veldheer toonde hij zich vooral zeer kundig in het belegeren van door de vijand bezette steden. Dit leverde hem de bijnaam 'Stedendwinger' op.
Het Staatse leger was het leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588-1795). Aan het eind van de 16de eeuw, tijdens het stadhouderschap van prins Maurits, werd de krijgsmacht op een voor die tijd moderne leest geschoeid. Bewapening, organisatie en tactiek werden vernieuwd. Belangrijk, en nieuw in Europa, was de omvorming van een leger van tijdelijke huursoldaten naar een staand leger van beroepssoldaten die permanent onder de wapenen waren. Maurits en zijn broer en opvolger Frederik Hendrik behaalden er vele successen mee.

Hij ligt in de Catharijnekerk in Utrecht begraven.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Gerard_van_Honthorst
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4594.

Tweets by kunstbus