kunstbus







Gerbrand (Jansz.) van den Eeckhout (1621-1674)

Nederlands dichter, prentkunstenaar, etser, schilder, tekenaar

Gerbrand van den Eeckhout was een veelzijdig kunstenaar. Behalve prenten, tekeningen en schilderijen maakte hij ook boekillustraties en ontwerpen voor edelsmeedkunst (Gerbrands vader was een edelsmid). Net als Lastman en Rembrandt schilderde Van den Eeckhout vooral historiestukken en portretten. Eeckhout nam Rembrandts donkere kleuren en clair-obscur over. Was een navolger van Gerard ter Borch II en Pieter de Hooch en ook Pieter Lastman beïnvloedde hem.

Gerbrand van den Eeckhout werd ook gewaardeerd als kunstkenner en taxateur. Hij was een ontwikkeld man en stond in contact met geleerden en dichters.

Geboorteplaats/datum Amsterdam 1621-08-19
Sterfplaats/datum Amsterdam 1674-09-22 begraven: 29 october 1674

Amsterdam 1635 - 1674

1635-1640 in de leer bij Rembrandt, met wie hij goed bevriend raakte en wiens overheersende invloed het karakter van zijn kunst bepaalde, vooral in het schilderen van bijbelse taferelen, o.a. 'Boaz en Ruth' (1655; Museum Boymans-Van Beuningen, Rotterdam).

Gerbrand van den Eeckhout bleef zijn hele leven trouw aan zijn leraar. In de jaren veertig volgde hij de voorbeelden van Rembrandt ( "Juda en Tamar"). Dan is hij zijn eigen weg gegaan ("Levi en zijn minnares uitgenodigd de nacht door te brengen bij een inwoner van Gibeah") om in de jaren zestig weer terug te keren naar de compositie en schilderkunstgrepen uit Rembrandt's latere periode ("De aanbidding der wijzen").

Zijn vroege werk is kwalitatief het best. Eeckhout kwam al jong als portretschilder in aanzien en kreeg belangrijke opdrachten zoals twee levensgrote groepsportretten voor het wijnkopersgilde, waarvan één (uit 1657) in het bezit is van de National Gallery te Londen. Ontwierp modellen voor goudsmeden, waarvan enkele met G. du Chesne zijn gesigneerd. Eeckhout heeft ook gravures en tekeningen nagelaten, waaronder enkele met de penseel geschetste bladen, die bedrieglijk veel op het werk van zijn leermeester lijken.

Zie ook Zie Lexicon Rijksmuseum Amsterdam, RKD Images




supplement
Wie echt grote artistieke ambities had en schilder van bijbelse en mythologische taferelen wilde worden, was eigenlijk wel verplicht een reis naar Italië te maken. Daar kon men immers de kunst en architectuur van de Klassieke Oudheid en de werken der grote schilders van de Renaissance bestuderen. De dichter Constantijn Huygens vond dan ook dat hij de jeugdige historieschilders Rembrandt van Rijn (1606-1696) en Jan Lievens (1607-1674) – die hij overigens allebei zeer bewonderde – stevig moest kapittelen omdat ze geen aanstalten maakten de tocht naar Italië te ondernemen. Die onwil kon volgens Huygens aan niets anders te wijten zijn dan aan dat vleugje onverstand bij figuren die voor het overige zo geniaal zijn. Rembrandt en Lievens gaven zelf als excuus dat ze hun tijd wel beter konden gebruiken dan die met reizen te verdoen. Maar misschien hadden ze eenvoudigweg geen zin in alle rompslomp.
Landschapsschilders gingen op reis om motieven te verzamelen die ze in hun schilderijen konden toepassen. Daarbij hoefden ze minder ontberingen te lijden dan hun verhevener vakbroeders de historieschilders, want ze konden aanzienlijk dichter bij huis blijven. In de ogen van een schilder uit Haarlem, Amsterdam of Leiden, gewend als hij was aan het kale, vlakke Hollandse polderland, was het bosachtige, geaccidenteerde landschap van de Utrechtse Heuvelrug of de streek rond Nijmegen al tamelijk exotisch. Een geliefd reisje voerde dan ook stroomopwaarts over de grote rivieren langs steden zoals Rhenen, Arnhem en Nijmegen, met als einddoel Kleef. Ook Gerbrand van den Eeckhout moet zo’n tochtje richting Kleef hebben gemaakt, misschien zelfs wel tweemaal. Het ‘Glooiend landschap met Arnhem in de verte’ tekende hij in het begin van de jaren vijftig. Rechts is in de verte de toren van de Arnhemse Eusebiuskerk te zien. Lange tijd was het bouwsel niet meer geweest dan een onvoltooide romp. Aan het begin van de jaren vijftig werd een aanvang gemaakt met de voltooiing van de toren, en op Van den Eeckhouts tekening is duidelijk te zien dat het werk in volle gang is. Links ontwaart men een zittend figuurtje, op de rug gezien. Misschien is dat Jacob Esselens (1626-1687), een Amsterdamse handelaar in textiel, die ook heel verdienstelijk kon tekenen. Hoogstwaarschijnlijk heeft Esselens Van den Eeckhout minstens eenmaal op een tocht vergezeld, want van beide kunstenaars zijn tekeningen bekend van dezelfde plek, alsof ze naast elkaar hebben zitten tekenen. Een mooi voorbeeld is Esselens’ ‘Schuren bij een zandafgraving’. Hetzelfde landschap is door Van den Eeckhout in beeld gebracht, maar ook, om het verhaal nog wat ingewikkelder te maken, door de al eerder genoemde Jan Lievens. Uit een brief van Lievens uit 1664 blijkt dat hij voornemens was in dat jaar een Cleefsche reys te ondernemen. Het zou dus kunnen dat in 1664 Van den Eeckhout, Esselens en Lievens samen op stap zijn geweest.
zie volledige bron met illustraties Kunst onderweg in de Gouden Eeuw: kunstkrant 2005 op rijksmuseum.nl door Marijn Schapelhouman, hoofdconservator Tekeningen.

privacybeleid