kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 26-11-2008 voor het laatst bewerkt.

Gerrit Benner

Nederlandse schilder, glasschilder en tekenaar, geboren 31 juli 1897 te Leeuwarden - overleden 19 november 1981 in Nijemirdum.

'Ik houd van Friesland, maar ik voel mij geen Fries. Zeggen dat je een Fries bent, of zoiets, is klotekoek. Ik ben een mens, die Gerrit Benner heet en die schildert.'

Een autodidact die zijn the­ma's ontleende aan het land­schap. Hij werd vooral bekend door zijn abstracte, veelkleurige landschapschilderingen in neo-expressionistische stijl die hij pas na de Tweede Wereldoorlog maakte. Hij werkte tot 1953 in het cultureel nogal geïsoleerde Friesland; daarna verhuisde hij naar Amsterdam waar hij werd opgenomen in de na-oorlogse vernieuwingsbeweging die het kunstklimaat in Amsterdam beheerste.

De Fries Gerrit Benner woonde jarenlang in Amsterdam en gebruikte er het atelier van Karel Appel; hij toonde veel bewondering voor het werk van Hendrik Nicolaas Werkman en voelde verwantschap met kunstenaars als Picasso en Munch. Hij exposeerde behalve in het Amsterdamse Stedelijk in Sao Paolo, Milaan, Berlijn, Krefeld en Venetië.

Benner sleepte internationale prijzen in de wacht. Hij ontving de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 in 1955; een tweede prijs op de Biënale van São Paulo in São Paulo, Brazilië; de Guggenheim Prize for the Low Countries in 1958; en de International Hallmark Art Award New York.

Zijn werk is onder meer in bezit van het Stedelijk Museum (Amsterdam), Van Abbemuseum (Eindhoven), het Fries Museum (Leeuwarden),het Museum Twente (Enschede) en het Museum Belvédère in Heerenveen.

Gerrit Benner is zowel landelijk als internationaal een befaamde kunstenaar. De werken laten een eigenheid in al zijn facetten zien: de verbondenheid met de natuur; vertaald onder andere in landschappen, figuren, ruiters en paarden in een stijl die uniek is. Zijn snelle bewegingen die een soort schriftuur hebben zijn oorspronkelijk, krachtig, eenvoudig en expressionistisch. Benner wist de eenvoud en verwondering in zijn werk vast te houden. Zijn werk kent geen stilstand ‘een schilderij is goed als het niet af is’ zei hij ooit eens. Willem Sandberg, decennialang aan het Stedelijk Museum verbonden constateerde: “Velen met vroeg succes blijven staan; Benner, een laatbloeier, gaat verder. Elk bezoek aan zijn werkplaats verrast, verblijdt”.

Benner wordt meestal direct geassocieerd met Friesland, de provincie waar hij tot 1953 woonde. Maar de gerijpte (Friese) landschappen waarmee hij faam verwierf schilderde hij pas toen hij in Amsterdam woonde. Wolken, water, weilanden en koeien in felle kleuren en hoekige, aan het expressionisme verwante vormen, ze typeren het oeuvre van deze schilder die als autodidact zijn eigen spoor trok.
Het onderwerp van vrijwel alle schilderijen van Gerrit Benner was het Friese land met z'n ruime horizon, de boerderijen, de duinen en het vee op het land. Daarbij ging het hem niet om een zuivere weergave van de werkelijkheid maar om de uitdrukking van zijn diepe bewondering voor die natuur, in simpele vormen en vier of vijf vaste kleuren.
Naast veel landschappen vervaardigde de kunstenaar bloemen, vogels en ruiters (die hij vereenvoudigde tot bijna kinderlijke stileringen).

Biografie
Gerrit Benner wordt in 1897 geboren in Leeuwarden, hij blijft enig kind. Na een opleiding als huisschilder op de ambachtsschool gaat hij aan het werk als schildersknecht. In 1918 trouwt hij met Geesje Schaap en ze beginnen een winkel in galanterieën: sieraden en damestassen in de Pijlsteeg in Leeuwarden. Hij schilderde en tekende als autodidact in de nachtelijke uren, als het dagelijks werk was gedaan. Pas na de oorlog was zijn werk voor het eerst te zien op een expositie.

In 1937 gaat zijn winkel failliet en in de daarop volgende depressieve periode verbrandt hij de meeste van zijn werken.
Doordat de eerste periode eindigde in een zware mentale crisis, waarin de schilder vrijwel alle voordien gemaakte werken vernietigde, bezit zij vrijwel uitsluitend betekenis voor een biografisch peilen naar de menselijke achtergronden van het latere werk, het werk van de man die reeds een halve eeuw leven achter zich had. Buiten de schaarse, kleine resten uit vooroorlogse jaren, die hoogstens preluderen op zijn latere werk maar nauwlijks een oordeel toelaten, bestaat alles wat wij van hem kennen uit schilderijen, gouaches en tekeningen, in de naoorlogse jaren onstaan. Want Benner, de autodidakt, die alles persoonlijk moet veroveren, is een laatbloeier wiens artistieke jeugd begon op een leeftijd, waarop anderen, terend op verworvenheden of succes, zijn gerijpt, gevestigd of verstard.

In 1942 duiken Gerrit, Geesje en hun twee zoons Henk en Pieter Benner onder in Eernewoude. Een schuur op zijn onderduikadres wordt atelier.

In 1945, na de bevrijding, begint dan een nieuw bestaan, wanneer Benner zich als vrij kunstenaar een plaats poogt te veroveren en tenslotte, vooral buiten de eigen provincie, wordt opgemerkt.

Na de oorlog ontmoet Benner Siep van den Berg en zijn vrouw Fie Werkman. Via hen leert Benner het werk van Hendrik Nicolaas Werkman kennen en hij voelt een sterke verwantschap. In 1947 heeft Benner zijn eerste tentoonstelling in Museum het Princessehof in Leeuwarden. Hij ontmoet zijn mecenas dr. H.J. Straat die hem een maandgeld geeft en regelmatig werk van hem aankoopt. Dankzij het brede netwerk van Straat kan Benner doorbreken in Amsterdam.

In het werk van Benner was aanvankelijk nog zijn belangstelling te zien voor het werk van de druksels van H.N. Werkman en het expressionisme, bekend van de schilders van de Ploeg. Tot circa 1950 blijven mystieke motieven als paardjes, mensfiguren en het dorp overheersen. De manier van schilderen, met gelaagde verfbehandeling, doet denken aan het werk van Herman Kruyder.

krijt en waterverf op papier, 49 x 63 cm.Fries Museum Van 13-5 t/m 2-9-2007 Gerrit Benner: Werken op papier
In 1946 verbleef de Friese landschapsschilder Gerrit Benner regelmatig in Groningen. Benner ontmoette daar andere kunstenaars en kunstkenners en tekende er veel, niet alleen op tekenpapier, maar ook op blocnote en behang. Het werk dat hij in Groningen achterliet, is de huidige collectie Gübitz-Vellinga. Het Fries Museum presenteert een selectie uit deze collectie, die het museum in bruikleen heeft van het Instituut Collectie Nederland (ICN).
Gerrit Benner verbleef in de oorlogsjaren onder meer in het Friese Eernewoude. Met zijn gezin dook hij hier onder, omdat hij niet voor de Kulturkammer wilde werken. Benner stelde zijn huis in Leeuwarden ter beschikking aan het gezin van Oscar Gübitz, een kennis uit Groningen. Na de oorlog verbleef Benner een tijd lang op de zolder van de familie Gübitz. Daar in Groningen was een levendiger kunstklimaat dan in Leeuwarden.
De collectie Gübitz-Vellinga beslaat ongeveer 250 werken op papier. In de tekeningen uit de collectie heeft Benner geëxperimenteerd met thema’s als paarden, atelier-uitzichten, kroegscènes en boten en een eigen handschrift ontwikkeld. Daarin zijn ook verwijzingen naar moderne kunstenaars en stromingen te herkennen, zoals de paarden van Franz Marc of de bomen van andere Duitse expressionisten. Op sommige bladen zijn slechts enkele potloodstrepen of inktlijnen te zien, andere vellen tonen een compositie waar bewonderaars Benner later zo om roemden: een combinatie van trefzekere lijnen en kleurrijke vormen.
Als context bij de werken op papier stelt het Fries Museum schilderijen ten toon die het in bruikleen heeft gekregen van andere musea en instellingen zoals de provincie Fryslân, het Stedelijk Museum Amsterdam, het Gemeentemuseum Den Haag en enkele particuliere verzamelaars.

De weinige werken van Benner die uit de vooroorlogse tijd bewaard zijn gebleven, kenmerken zich door een realistische stijl in een vrij somber palet. Na de oorlog ontwikkelde hij een lyrisch expressionisme dat zich kenmerkte door heldere expressieve kleuren. Gevoed door met de natuur verbonden emoties en verlangens, creëerde Benner toen in zijn kunst een dromerige sprookjeswereld.

In korte tijd werd Benner een nationaal erkende kunstenaar. De jaren vijftig betekenden een hoogtepunt in zijn ontwikkeling. De onderwerpkeuze verengde zich tot het landschap en de composities kregen een opener karakter. Met fel gekleurde vlekken en banen wekte Benner de illusie op van landschappen. Zijn in primaire kleu­ren geschilderde voorstellin­gen zijn sterk geabstraheerd, waarbij echter figuratief land­schappelijke motieven herken­baar blijven.

Amsterdam - 1981
In 1953 besluit Benner naar Amsterdam te verhuizen, hij neemt zijn intrek in het voormalig atelier van Karel Appel, een bewonderaar en vriend van Benner.
Zijn eigen innerlijke gesteldheid en zijn situatie in Leeuwarden maken het noodzakelijk en de groeiende erkening maakt het mogelijk, dat hij acht jaar later, in 1953, naar Amsterdam vertrekt. Het betekent een nieuwe wending, ook in zijn werk, al kondigt zij zich in de laatste Friese jaren reeds aan en volgt allerminst een plotselinge verandering op grond van nieuwe indrukken. Sindsdien bouwt hij aan het oeuvre, waarmee hij onder onze belangrijkste kunstenaars werd opgenomen.

Door de verhuizing naar Amsterdam kwam hij in intensiever contact met de sfeer en het werk van de Cobra-schilders. Het stimuleerde hem tot vrijere expressie en tot dikker in de verf gezette doeken. De band met de natuur en met het Friese landschap kon en wilde hij niet loslaten. Steeds opnieuw gebruikte hij elementen uit dat landschap – koeien, paarden, land, wolken, water – om een wondere wereld te scheppen. Deze doeken zijn meestal groen, blauw en grijs van kleur, met soms een rood of geel accent. Een geheel non-figuratieve kunstenaar is Benner nooit geworden. Uit Benners werk spreekt voor velen dezelfde troost die ook de landschapskunst van zijn vroeg-twintigste eeuwse Friese voorganger Jan Mankes zo kenmerkte.

In 1954 krijgt Benner een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. In 1955 wint Benner een prijs voor schilderkunst op de Biennale van Sao Paolo en in 1958 wordt hij afgevaardigd naar de Biennale van Venetië.

In 1955 ontving hij op de Biennale van Sao Paulo de derde prijs en drie jaar later kreeg hij de nationale Guggenheimprijs.

In 1960 heeft Benner zijn eerste internationale solotentoonstelling in Bochum, maar een echte internationale doorbraak blijft achterwege. Tussen 1962 en 1971 ontvangt Benner een aantal opdrachten voor monumentale werken, waaronder een raam voor een kerk in Helmond en een wandkleed voor het stadhuis van Amsterdam.

De abstrahering van het landschap zette na zijn verhuizing naar Amsterdam door en bereikte in de zestiger en zeventiger jaren een climax. Benner werkte in afzondering en verwerkte de invloeden van buitenaf op een heel persoonlijke wijze. Sandberg wist Benner raak te typeren: "Velen met vroeg succes blijven staan, Benner een laatbloeier gaat verder, elk bezoek aan zijn werkplaats verrast, verblijdt".

Omstreeks 1970 reisde Benner regelmatig weer naar Friesland. In de periode daarvoor was hij een weg ingeslagen waarin hij, op een nog soberder en meer verinnerlijkte manier én met nog minder materiaal (verf en elementen), juist zoveel mogelijk expressie in zijn landschappen trachtte aan te brengen. Naarmate hij vaker in het buitenhuis van zijn oudste zoon in Gaasterland logeerde, kwam er meer terug van de lyriek, van de paardjes en vogels uit zijn eerdere werk. Zelf verklaarde Benner eens: ‘Soms benauwt de wereld me en dan kom ik altijd terug bij de natuur, de bron van alle dingen’.

Nijemirdum (Gaasterlân-Sleat) 1971
In 1971 keren Gerrit en Geesje Benner terug naar Friesland, ze gaan wonen in Nijemirdum. Benner blijft werken tot aan zijn dood in 1981.

In 2003 hebben de Provinciale Staten van de Provincie Fryslân een tweejaarlijkse prijs ingesteld en naar Benner vernoemd. Het betreft een oeuvreprijs of een prijs voor een kunstenaar wiens werk recentelijk een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. De eerste Gerrit Benner Prijs voor Beeldende Kunst werd uitgereikt in 2005.

Websites:
. Gerrit Benner, uitgegeven door Flevodruk te Harlingen in samenwerking met Galerie de Vis te Harlingen.
Het werk van Gerrit Benner (1897-1981) is zo oorspronkelijk dat hij tot de ‘lyrisch expressionisten’ behoort. ‘Benners werk is van alle tijden en blijft actueel….’ Hij schildert actie vanwege de actie. Als hij een figuur tekent, voel je de vorm en de actie van het lichaam eerst, proporties en anatomie kloppen misschien minder… maar het leeft….’ ‘Door zijn hele werk loopt die ene draad: het streven om de harmonie van de wereld onvertroebeld en zuiver uit te beelden’. “Dans l’art il faut mettre sa peau“(Jean François Millet 1814-1875): In de kunst moet men zijn ziel leggen, en dat deed Gerrit Benner, aldus de inleiding in het bovengenoemnde boek geschreven door kunsthistoricus Elmyra van Dooren.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1290.