kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 03-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Gerrit Berckheyde

Gerrit Adriaensz. Berckheyde

Noord-Nederlands kunstschilder, geboren 6 juni 1638 in Haarlem gedoopt - overleden 14 juni 1698.

Naamsvarianten: Berckheijde of Berkheijde

Gerrit Berckheyde is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de architectuurschilderkunst en vooral bekend van stadsgezichten van voornamelijk Haarlem, Amsterdam en Den Haag.

Gerrit Adriaensz Berckheyde was voornamelijk werkzaam als veduteschilder. Onder invloed van Pieter Saenredam, ook woonachtig te Haarlem, tekende hij veel rechtlijnige stijlvolle Hollandse stadsgezichten. Hij muntte uit in het weergeven van belangrijke gebouwen, pleinen, huizenblokken of architectonische onderdelen. Zijn schilderijen zijn meestal van ruim formaat en getuigen van picturale sensitiviteit. Hoewel hij beroemd was om zijn Amsterdamse stadsgezichten, heeft Berckheyde zich nooit permanent in Amsterdam gevestigd. Hij schetste studies die hij later in zijn atelier in Haarlem uitwerkte.

Het werk van de barokschilder Gerrit Berckheyde is onder meer te vinden in het Rijksmuseum en het Historisch museum in Amsterdam.

Gerrit Adriaensz. Berckheyde was niet zoo veelzijdig als zijn broer, met wien hij samenwoonde. Hij beperkte zich vrijwel tot gebouwen en stadsgezichten, waarnaast hij enkele landschappen maakte en eenige malen het interieur der St. Bavo-kerk in den trant van Job.
Gerrit's werk, dat veel talrijker is dan dat van zijn broer, is in het algemeen blond, met sprekende doch aangenaam doorschijnende schaduwen. Hij houdt ervan, door een zacht zonlicht beschenen gebouwen tegen een lichtblauwe lucht te doen uitkomen. Zijn figuren zijn niet zoo goed als die van Job. Herhaaldelijk liet hij dan ook zijn werk door een ander stoffeeren, meest door Huchtenburg. Naast tallooze gezichten op de Groote Markt te Haarlem, hetzij met het stadhuis, hetzij met de kerk, schilderde hij er verscheidene van den Dam te Amsterdam en van het stadhouderlijk kwartier te 's-Gravenhage en de omgeving daarvan. Ook maakte hij portretten van kasteelen en beeldde hij vreemde steden af, zelfs het nooit door hem bezochte Rome.
Gerrit's stadsgezichten zijn doorgaans natuurgetrouw. Zij waren zeer in trek en werden door meer dan een onzer dichters, o.a. door Vondel, bezongen. Men vindt ze in onze meeste musea en in tal van buitenlandsche. - (W. Martin - Schilders van gebouwen, stadsgezichten en kerkinterieurs. Biografie
Gerrit Berckheyde was leerling van zijn oudere broer, de schilder Job Adriaensz. Berckheyde, en waarschijnlijk ook van Frans Hals.
Samen met zijn broer werkte hij een tijd in Heidelberg voor de Keurvorst van de Palts.

Job Adriaenszoon Berckheyde was de meest begaafde der beide broeders. Hij kwam op veertienjarigen leeftijd bij Jan de Wet in de leer en werd in 1654 meester in het Lucasgild. Met zijn acht jaar jongeren broeder Gerrit heeft hij in ons niet bekende jaren, maar vermoedelijk vóór 1654, gereisd langs den Rijn. Wij kennen b.v. van Gerrit schilderijen met Keulen en Bonn. Samen werkten zij in Heidelberg voor den keurvorst van de Palts. Hun reis strekte zich uit tot Mannheim. - (W. Martin - Schilders van gebouwen, stadsgezichten en kerkinterieurs. Sint-Lucasgilde, de beroepsorganisatie voor schilders.

Berckheyde schilderde vanaf 1660 vrijwel uitsluitend stadsgezichten, voornamelijk van Haarlem, Amsterdam en Den Haag. Ondanks een grote productie en veel herhalingen, wist hij een hoog niveau te handhaven en wist een nuchtere uitbeelding van zijn onderwerp te combineren met een schilderachtige weergave van het licht.


Olieverf op paneel, 32 x 45,5 cm
De 17de-eeuwse architectuurschilder Gerrit Berckheyde schilderde dit karakteristieke stukje Haarlem. De rivier Het Spaarne was in de 17de eeuw de belangrijkste vervoersader van Haarlem. In het water van Het Spaarne liggen schuiten met goederen. De goederen moeten in de Waag, het grote natuurstenen gebouw op de hoek (naar ontwerp van architect Zocher), gewogen worden. Zware goederen werden met behulp van de kraan, die naast de Waag staat, uit de schepen getakeld. De kerktoren links is van de Bakenesserkerk. De Waag en de Bakenesserkerk behoren nog steeds tot het Haarlemse stadsbeeld. De Waag werd aan het einde van de 16de eeuw gebouwd van blauwe Namense steen, een zeer harde steensoort.

Berckheyde speelde in zijn schilderijen een subtiel spel met licht en schaduw. Zo koos hij voor dit schilderij een zonnestand, waarbij de trapgevels van de huizen langs Het Spaarne volop zon vangen. De gevel van de Waag, toch de blikvanger in het schilderij, valt in de schaduw. Bij de toren van de Bakenesserkerk valt eenzelfde licht-donker contrast op.

(Amsterdam, 1672, Olieverf op doek, 33,5 x 41,5 cm (afb.rechts)
Dit schilderij, in 1672 gemaakt door Gerrit Berckheyde, benadrukt de bewondering voor het bouwwerk van Van Campen. Berckheyde vulde bijna het hele doek met het gebouw. Om het schilderij nog wat te verlevendigen zijn op de voorgrond een groep mensen en een aantal paarden afgebeeld.
(Amsterdam, 1672, Olieverf op paneel, 40,5 x 63 cm
Strak en symmetrisch zijn gracht en huizen weergeven. Gerrit Berckheyde schilderde met grote nauwkeurigheid de bocht van de Herengracht tussen Leidsestraat en Vijzelstraat. Het was een nieuw bebouwd gedeelte van Amsterdam, onderdeel van een groots opgezette stadsuitbreiding in de 17de eeuw. Daarom ziet de gracht er nog zo kaal uit. Later zou dit gedeelte van de gracht de 'Gouden bocht' gaan heten, vanwege de monumentale panden met hun rijke bewoners. Aan de rechterzijde liet Andries de Graeff, burgemeester van Amsterdam, zijn huis bouwen: het zesde huis, met twee beelden op de dakrand.
Dit gedeelte van de Herengracht was bedoeld voor de rijke burgerij, die zelf de bouw van de huizen bekostigde. Veel van de huizen staan er nu nog. De meeste hebben in de loop der tijd veranderingen ondergaan. Zo zijn de trotse beelden op de daklijsten verdwenen en bij het eerste huis rechts is de geveltrap gesloopt. In de monumentale panden wonen nu vrijwel geen mensen meer. Tegenwoordig zijn er bedrijven gevestigd.
Met meetkundige precisie heeft Berckheyde de huizen in perspectief gezet. Een koel licht accentueert de nog lege plekken. Rechts op de kade, bij de ingang naar de Nieuwe Spiegelstraat, moet op de hoek ook nog een huis worden gebouwd. De heipalen steken uit de grond. Het voorste, rechtergedeelte van de gracht ligt in de schaduw. De huizen aan beide zijden spiegelen in het grachtenwater. Er is een heel klein beetje bedrijvigheid op het water en op de kade.
Het is een merkwaardig gezicht, zo'n kale gracht zonder bomen. Onverhuld staan de gevels te pronken aan het water.
Ruim tien jaar later maakte Berckheyde nog een gezicht op de Gouden Bocht, maar dan van de andere kant. Het ziet er even kaal uit als in 1672.
Amsterdam trok in de 17de eeuw veel mensen van het platteland en uit het buitenland. Dit kwam door de economische groei en de betrekkelijke geloofsvrijheid die er heerste. Regelmatig barstte de omwalde stad uit haar voegen. In de 17de eeuw vonden dan ook verschillende stadsuitbreidingen plaats. Het zuidelijk gedeelte van de Herengracht, waar de Gouden Bocht ligt, werd na 1657 gegraven. Evenals de zuidelijke delen van de Keizers- en de Prinsengracht. Toen kreeg Amsterdam haar karakteristieke halvemaansvorm. - (kabinet-kunst speelde zich intusschen af in Haarlem, de stad van Saenredam. Hier sluiten de Berckheydes onmiddellijk aan bij Saenredam's teekeningen gelijk die met het stadhuis, afgebeeld in Ampzingh's Beschrijvinge der stad Haerlem van 1628. Er ontstaat een als topografisch stadsgezicht bedoeld schilderij, bestaande in de afbeelding van een belangrijk gebouw of stadsgedeelte, schilderachtig en smaakvol gearrangeerd met zoo min mogelijk afwijking van de werkelijkheid. Figuren ontbreken er nooit, maar deze zijn slechts een ondergeschikte stoffeering, die bedoelt bij te dragen tot verduidelijking der situatie. Men ziet b.v. bij Haarlem's stadhuis ambtenaren of leden der vroedschap, vóór de beurs op den Dam vreemde kooplieden, bij een kerk aan den Rijn in Duitschland priesters.

De stemming in het stadsgezicht is vrijwel steeds opgewekt. Regen, wind en modder worden gemeden. Doorgaans schijnt de zon of is het althans lekker weer om te wandelen, boodschappen of zaken te doen. Meestal is het zomer, een enkele maal een mooie lente- of herfstdag, soms ook een winterdag met versch gevallen sneeuw. Er komen mooie wolkenluchten boven onze stadsgezichten voor, maar effecten van zonsondergang of schemering worden in den regel niet geschilderd, terwijl de vereischte duidelijkheid den kunstenaar ten eenenmale ervan terughoudt, de ongemeen schilderachtige effecten weer te geven die de pleinen, grachten en straten bij maneschijn
opleveren. Hetgeen de prentkunst heeft voortgebracht aan nachtelijke stadsgezichten in verband met straattafreelen, zoekt men onder onze oude schilderijen tevergeefs.

Het terrein onzer stadsgezichten- en gebouwen-schilders is vrij ruim. Het strekt zich uit tot de steden, de buitenhuizen met hun tuinen en parken, de kasteelen en burchten, en het bestrijkt tevens het buitenland: den Rijn en Italië vooral. Vaak is een belangrijk gebouw de hoofdzaak of het uitgangspunt. Er wordt nog niet zoo systematisch gewerkt als in de achttiende eeuw, toen een schilder b.v. alle poorten of al de kerken van een stad in schilderijen vastlegde.

De 17e-eeuwsche stadsgezichten-schilder vermijdt in den regel het armoedige, geruïneerde en onvoltooide, tenzij het bij het te portretteeren gedeelte behoort (b.v. een kasteel, een oude stadswal) of wanneer een gebeurtenis wordt vereeuwigd zooals het oude Amsterdamsche raadhuis na den brand of het nieuwe tijdens den bouw (schilderijen van J. Lingelbach in het Rijksmuseum en in de burgemeesterskamer te Amsterdam), of wel het ingestorte deel van den Utrechtschen Dom, de puinhoopen van Delft in 1654 en dergelijke. Slopjes en steegjes evenwel, woningen in aanbouw, oude houten huizen, schilderachtige hoekjes kiest geen hunner uit voor een schilderij. Deze motieven gebruiken de genre-schilders, terwijl de ruïnes tot het terrein der landschapschilders behoorden. Wanneer men bedenkt, hoeveel er, met name in Amsterdam, in de tweede helft der zeventiende eeuw is gebouwd en tot welke schilderachtige situaties de daarmee samenhangende werkzaamheden aanleiding moeten hebben gegeven, dan wordt men er zich terdege van bewust dat, terwijl een Breitner hier stof te over zou hebben gevonden, de toenmalige stadsgezichten-schilders daarin slechts gegevens ontmoetten voor een studie of op zijn best voor een ets. Zij vermeden het pakkende en grootsche evenzeer als het romantische en koesterden daarentegen het burgerlijk behaaglijke en het genoeglijke.

Het schilderen van stadsgezichten op den hierboven geschetsten grondslag begon, gelijk gezegd, te Haarlem, waar de Berckheydes aanknoopten bij hetgeen de sympathieke Saenredam zonder gerucht was begonnen. Hoewel minder verfijnd dan deze gevoelige meester, waren de Berckheydes niettemin knappe schilders, die behooren tot de opmerkelijke verschijningen onder de kunstenaars van onzen bloeitijd. Terwijl Saenredam zich in zijn geschilderde stadsgedeelten beperkte tot het afbeelden van één gebouw (het oude Amsterdamsche stadhuis, de Maria-kerk te Utrecht enz.), gingen de Berckheydes over tot het maken van meer gecompliceerde stadsgezichten, al speelt ook daarin herhaaldelijk een bepaald gebouw de hoofdrol.

Of de Berckheydes uit den kring van Frans Hals zijn voortgekomen, is niet zeker. De traditie berust vermoedelijk op een vergissing. Maar dat er in Hals' omgeving stadsgezichten werden gemaakt, bewijst het reeds genoemde stuk met de Houtstraat te Haarlem door Claes Hals, terwijl het door Jan Wouwermans geschilderde kijkje bij het koor der St. Bavo-kerk, eveneens in Haarlem (Museum), een tweede getuigenis is van een zich naast Saenredam ontwikkelende stadsgezichten-schildering. - (W. Martin - Schilders van gebouwen, stadsgezichten en kerkinterieurs. www.dbnl.org)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 102.