kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Gerrit Willem Dijsselhof

Nederlands schilder en ontwerper, geboren 8 februari 1866 Zwollerkerspel (Zwolle) - overleden 14 juni 1924 Overveen (Bloemendaal). Echtgenoot van Willy Keuchenius, vader van Johanna R. Dijsselhof.

Dijsselhof (ook Dysselhof) heeft zijn bekendheid vooral te danken aan zijn talloze schilderijen met als onderwerp vissen: zijn aquariumstukken. Minder bekend is dat hij met zijn boekversieringen, batiks en meubelontwerpen mede aan de wieg heeft gestaan van de Nieuwe Kunst, de Nederlandse bijdrage aan de internationale Art Nouveau.

Gerrit Willem Dijsselhof was aquarellist, graficus, illustrator, interieurontwerper, meubelontwerper, schilder, glasschilder, muurschilder, dessinontwerper, boekdecoratie-ontwerper en behangontwerper van genrekunst, landschappen, portretten, stillevens en dieren.

Leerling van Pierre Joseph Hubert Cuypers en Jacob Eduard van Heemskerck van Beest, beïnvloed door Walter Crane.
Leraar van Frans Langeveld en Jan van Vuuren.

Biografie
Opleiding Akademie van beeldende kunsten in Den Haag van 1882 tot 1884, en van 1884 tot 1886 aan de Rijksnormaalschool voor Kunstnijverheid in AMsterdam.

Net als William Morris (1834-1896) verfoeide Dijsselhof de industrialisatie en streefde hij naar een herstel van oude ambachten. In 1886, toen hij 20 jaar was en op de kunstnijverheidsschool zat, verkondigde hij aan zijn medescholieren dat fabrieken slechts 'zielloze' dingen voortbrengen '(Kijk om je heen en zie hoe zielloos alles is)' en alleen handwerk tot schoonheid kan leiden.

Behalve de kunstnijverheidsschool bezocht hij ook de tekenacademie, hij volgde een boetseerklas en een opleiding voor bouwkundig tekenen. In die verschillende opleidingen kwam de veelzijdigheid al tot uiting die hij later in zijn werk zou tonen. Dijsselhof werd niet moe zich in allerlei technieken te bekwamen. Hij tekende en schilderde, experimenteerde met batikken en houtsnijden, ontplooide zich als grafisch vormgever, typograaf en meubelontwerper en maakte ook nog borduurpatronen en glas-in-loodramen.

Berlijn 1888: Met Theo Nieuwenhuis reisde hij door Europa tussen voorjaar 1888 en juni 1889. Ze deden onder meer Dresden, Praag, Wenen en München aan.
Parijs 1889


Toen Dijsselhof zijn 'aquariumstukken', (grote schilderingen van kreeften, kabeljauwen, schollen en ponen in hun mysterieuze onderwaterwereld waarbij je je ook werkelijk even in een aquarium waant), die hij schilderde in het aquarium van Artis, in 1891 voor het eerst toonde, had hij er direct succes mee. Het waren druiperig geschilderde aquarellen, waar hij de vissen met de pen intekende.

Dijsselhofs idealisme dreef hem al snel helemaal in de richting van de toegepaste kunst. Vooral zijn boekversieringen en zijn vormgeving van bijvoorbeeld diploma's en kalenders toont de invloed van de Engelse Arts and Crafts-beweging en van de Nederlandse architect Cuypers die net als Dijsselhof begeesterd was door de kunst van de middeleeuwen. De kalenderbladen van Dijsselhof doen meteen denken aan middeleeuws getijdenboeken. Maar tegelijk neigde zijn werk meer en meer naar de Art Nouveau, al bleef het wel een typisch Hollandse, sobere versie van de slingerstijl.

1894 [kamerscherm]
Dijsselhof had zich duchtig gemanifesteerd als een veelzijdig sierkunstenaar, zoals dat toen heette: hij was in de jaren negentig van de negentiende eeuw een van de pioniers van de opbloei van de toegepaste kunst in Nederland. Voor de versiering van diploma’s en boeken paste hij de houtsnede toe, een in onbruik geraakte druktechniek: hij voegde gestileerde dierfiguren in een repeterend symmetrisch patroon samen tot fraaie randen. Ook ontwierp hij meubelen en hele interieurs, vaak met gedecoreerde bespanningen uitgevoerd in batik. Samen met Lion Cachet (zie 1900bis) had hij vanaf omstreeks 1890 met die oosterse techniek geëxperimenteerd. Het kamerscherm uit 1894, met een gesneden raamwerk van eikenhout, laat een virtuoze toepassing ervan zien. Dijsselhof heeft de op de grond rondscharrelende vogels in gevarieerde houdingen weergegeven, maar het wordt geen schilderij. De silhouetten zijn als het ware opgenomen in een vlak ornament dat zich uitspreidt over de verschillende delen van het scherm.

Th. Nieuwenhuis, C.A. Lion Cachet en Dijsselhof werkten onder meer samen voor de speciaal voor hen opgerichte meubelwerkplaats voor het vervaardigen van voorname meubelen, klokken en verlichting van de kunsthandel E.J. van Wisselingh & Co. in Amsterdam. Zij ontwierpen complete interieurs voor vooral Amsterdamse notabelen, waarvan de hoofdvorm traditioneel bleef maar de decoraties vernieuwend waren. De werkplaats zorgde voor de uitvoering ervan. Veel van deze produkten behoren nu tot de fraaiste en rijkste voorwerpen die in Nederland gemaakt zijn in de Nieuwe Kunst of Jugendstil-periode. Er werden kostbare houtsoorten gebruikt, voorzien van snij-, inleg- en beeldhouwwerk en chique meubelstofferingen. Er werden de mooiste dingen gemaakt, maar de opdrachten bleven achter. Lion Cachet ging luxe passagiersschepen inrichten en alleen Nieuwenhuis bleef er werken tot ver in de jaren twintig. Dijsselhof heeft bij Wisselingh tot aan september 1905 in totaal zo'n veertig ontwerpen gemaakt, waarvan het merendeel stoelen betreft.

interieur van de kamer van de Amsterdamse huidarts W. van Hoorn dateert van 1895, dus enige jaren voordat de werkplaats werd opgericht. Van Hoorn was een trouwe klant van Van Wisselingh, waar hij in de ban raakte van de schilderijen van Dijsselhof en diens proeven op het gebied van de kunstnijverheid. Dankzij deze opdracht werd Dijsselhof als een van de eerste kunstenaars van rond 1900 in staat gesteld zijn opvattingen over wonen te materialiseren.
De inrichting van het vertrek was een radicale afrekening met de muffe, neo-barokke Hollandse huiskamer uit de negentiende eeuw. Met het voor die tijd strakke en ranke meubilair, de tere kleurstellingen en de gebatikte wandpanelen vol sierlijk gestileerde vogels, is de kamer een toonbeeld van de ingetogen manier waarop de Nieuwe Kunst omstreeks 1900 in Nederland gestalte kreeg.

Het meest opvallende element aan het interieur zijn de gebatikte panelen. Zoals bekend, kwam de batiktechniek in de jaren 1890 in de belangstelling te staan en behoorde Dijsselhof tot de pioniers die met deze techniek experimenteerden. Voor de decoratieve panelen van de kamer van dr. Van Hoorn heeft de grafisch georiënteerde Dijsselhof zijn inspiratie in de natuur gezocht, die hij tot zijn essentie terugbracht. Dit is bijvoorbeeld te zien aan het paneel met flamingo's, waarvan de elegante lijnvoering door de kunstenaar volledig is uitgebuit. De sierlijke, verticale houding van deze watervogels wordt versterkt door smalle stroken van gestileerde, opgaande bladranken die eindigen in abstracte verwijzingen naar bladwerk. De gebatikte omlijsting bestaat uit ritmisch weergegeven, geabstraheerde vissen (onderkant) en vogels (bovenkant), terwijl de verticale lijsten gestileerde klimopplanten laten zien. De batiks zijn gevat in een betimmering van esdoornhout dat door de kunstenaar is voorzien van decoratief snijwerk. Ook hier toont zich weer de grote kracht van de graficus en het gemak waarmee hij, ambachtsman pur sang, met de guts weet om te gaan. Op geraffineerde wijze worden constructieve elementen als schroeven verwerkt, bijvoorbeeld als hart van haast kinderlijk weergegeven bloempjes.

Het Gemeentemuseum Den Haag verwierf tijdens het directoraat van dr. H.E. van Gelder in 1931 de zogenoemde Dijsselhofkamer. Dit interier, dat in de jaren vanaf 1895 werd gerealiseerd voor de Amsterdamse huidarts dr. W. van Hoorn, maakt sinds 1934 deel uit van het door de architect H.P Berlage ontworpen museumgebouw. Met de verwerving van deze kamer heeft Van Gelder een van de belangrijkste voorbeelden van de Nieuwe Kunst voor het nageslacht weten te behouden.

Laren 1897 - 1899
Haarlem 1899 - 1912
Overveen 1912 - 1924

Aan alle ontwerpen van Dijsselhof, of het nu om letters, stoelen, tafels of behang ging, is goed te zien hoeveel zorg hij eraan besteedde en hoe perfectionistisch hij was. Dat perfectionisme zou hem uiteindelijk de das omdoen. Het maakte zijn kunstnijverheid duur en moeilijk verkoopbaar. Na tien jaar experimenteren met alle soorten van toegepaste kunst keerde hij in 1905 dan ook noodgedwongen terug naar zijn vertrouwde vissen, die tenminste geld in het laatje brachten. Tot zijn dood in 1924 bleef hij vissen schilderen en af en toe een braaf landschapje. Het expressieve, grote gebaar en de durf waarmee zijn vroege aquariumstukken waren opgezet, maakten nu plaats voor steeds kleinere, realistische diepzeetafereeltjes van een schooltje rode ponen of een snoekbaars die zich eenzaam een weg door het water baant.

Websites: www.bertsgeschiedenissite.nl, www.elseviermaandschrift.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4706.

Tweets by kunstbus