kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Gillis van Coninxloo



Zuid-Nederlands kunstschilder van landschappen, 24 jan. 1544 Antwerpen – 4 jan. 1606 begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.

Gillis van Coninxloo, ook wel Gillis van Koningsloo, was de belangrijkste schilder uit de familie Van Coninxloo, zoon van Jan II.
Leerling van Gillis Mostaert,
Leraar van o.m. Govert Govertsz van Arnhem, Willem van den Bundel, Jonas van Merle, Hercules Seghers, Jacques van der Wijen,
Nagevolgd door Gillis Claesz. de Hondecoeter, Karel van Mander, Anton Mirou, Jacob Savery, Roelant Savery, Adriaen Pietersz. van de Venne, David Vinckboons,
Invloed op Mattheus Adolfsz. Molanus.


Elias gevoed door de raven

Gillis van Coninxloo was de eerste belangrijke schilder van boslandschappen en heeft als zodanig veel invloed gehad op de landschapschilderkunst. Voorheen was het panoramische vergezicht overheersend geweest. In de late zestiende eeuw gaat men zich meer interesseren voor nabijgelegen landschappelijke elementen, zoals een open plek in het bos. Deze verschuiving is zichtbaar in het werk van bijvoorbeeld Jan Brueghel de Oude en Paul Bril. De figuren in het werk van Van Coninxloo zijn over het algemeen klein, waardoor de grootsheid van de bomen nog meer tot haar recht komt. Als een typische specialist liet Van Coninxloo het schilderen van de figuren (de stoffering) het liefst over aan anderen.

Biografie
Volgens Carel van Mander was Gillis van Coninxloo in zijn geboortestad een leerling van achtereenvolgens Pieter Coecke van Aelst de Jonge, Lenaert Kroes en Gillis Mostaert, waarna hij in 1570 toetrad tot het Antwerpse Sint-Lucasgilde. Er is geen werk van Van Coninxloo bekend uit zijn Vlaamse tijd.

Frankenthaler Schule (School van Frankenthal)
Na de val van Antwerpen in 1585 zag hij zich als protestant genoodzaakt de stad te verlaten en week uit naar Zeeland. In 1587 vestigde hij zich in het protestante bolwerk Frankenthal bij Mannheim in de Palts in Duitsland. Daar waren nog andere landschapschilders werkzaam, die samen bekend zijn geworden als de Frankenthaler Malerschule, waarvan Gillis van Coninxloo de voornaamste representant was.
In Frankenthal schilderde Coninxloo nog voornamelijk panoramische coulisselandschappen. Hier behoorden Pieter Schoubroeck en Anton Mirou tot zijn kring.

'FRANKENTHAL (in de Rijnpalts) was tegen het einde der 16de e. een toevluchtsoord voor Vl. schilders, die vanwege hun geloofsovertuiging hun vaderland moesten verlaten. Een der eersten van hen was Gillis van Coninxlo, die van 1587-95 te F. gewoond heeft en het hoofd werd van enkele Vl. landschapschilders. Aldus spreekt men van de F.er Schule, die een belangrijke episode in de geschiedenis der landschapschilderkunst betekent. Naast landschappen werden ook historische taferelen behandeld. Andere bekende vertegenwoordigers zijn P. Schoubroeck en A. Mirou.' (uit: W.R. Juynboll en V. Denis, Winkler Prins van de Kunst, 3 dln. Amsterdam/Brussel 1958, dl. 2, p. 35-36, met opgave van literatuur)

In 1595 vestigde Gillis zich echter definitief in Amsterdam. Daar ontstonden zijn boslandschappen, gekenmerkt door een lage horizon, grillige bomengroepen en in het algemeen een groter realisme. Hiermee luidde hij een rijke traditie in die via Paul Bril en Jan Brueghel voerde tot schilders als Abraham Govaerts, Alexander Keirincx, Denijs van Alsloot, Gijsbrecht Leytens en Roelant Savery.

Van Mander schreef over Van Coninxloo: "Ik ken in dezen tijd geen beter landschapschilder en ik zie dat men zijn manier in Holland zeer gaat navolgen".

De ontwikkeling van het Vlaamse landschap bleef niet zonder invloed op het Noord-Nederlandse bleef. Abel Grimmer maakt kleine Bruegeltjes. Zo ook de miniatuurachtig preciese Hans Bol (1534-1593), die sedert 1584 voornamelijk te Amsterdam werkt. Lucas van Valckenborgh en zijn broer Marten (1542-1604) vermengen nog veelal ouderwetsen trant met herinneringen aan Bruegel. Maar Gillis van Coninxloo (1544-1607), ondanks zijn romantisme, getuigt in zijn boomgroepen, van een onmiddellijker en oprechter natuurgevoel dan zij (Midas' Oordeel, 1588, Dresden; de figuren niet van Coninxloo).
Zijn werk, ook door prenten verbreid, genoot veel bijval. Hij had invloed op Jan Bruegel den Oude, David Vinckboons en Roeland Savery. In zijn latere werken (voornamelijk te Wenen) bereikte hij een merkwaardige eenheid van toon. Van Mander houdt hem voor den voortreffelijksten landschapschilder van zijn tijd. De Antwerpenaar Paul Bril (1554-1626) bracht dien stijl naar Rome over, waar hij onder den invloed van de Carracci een meer klassiek-decoratief karakter kreeg en Claude Lorrain aankondigde. Te Rome was insgelijks de Frankforter Adam Elsheimer werkzaam (1578-1610): een romanticus zoals Van Coninxloo, maar die het vooral in lichteffecten zocht en daardoor zeker in den gezichtskring van Rembrandt vallen zou.
Van Gillis van Coninxloo gaat te Antwerpen Joos de Momper uit (± 1564-1635); met zijn barre berglandshappen in vreemde lichtcontrasten verschijnt hij soms als een voorbode van den genialen Hercules Seghers, die trouwens een leerling van Van Coninxloo was. Jan Bruegel, bijgenaamd de Fluwelen (1568-1625), de broer van Pieter den Jonge, brengt iets van Van Coninxloo over in zorgvuldig gepenseelde, liefelijk heldere, glanzend gladde paneeltjes. Hij was beroemd als dieren-, bloemenen stillevenschilder, maar er zijn ook landschappen van hem, - o.m. te Dresden, van 1604 en 1605, - waarin de wijde vlucht van de vlakte reeds aan de grote Hollanders van het volgend geslacht doet denken. Jongere Vlamingen, die naar Holland overkwamen, hebben er dan toe bijgedragen om de Vlaamse manier aldaar verspreiding te verschaffen en in bijzondere richtingen te leiden: David Vinckboons (1578-1629) met dorpstonelen, en Roeland Savery (1576-1639) met dierstukken.
- (landschapsschilderkunst. De nadruk lag hier niet op de jacht zelf maar wel op het omringende, alles overheersende landschap.
In de Nederlanden was Joachim Patinir (1480- 1524) de eerste schilder die zich in het landschap specialiseerde. Hij was de eerste om als landschap bedoelde taferelen te maken, waarin vanuit een vogelperspectief een religieus of Bijbels tafereel werd weergegeven. Patinir werd hierbij beïnvloed door Jheronimus Bosch, Gerard David, Barend van Orley en Leonardo da Vinci. Idyllisch ogende rotslandschappen waren zijn handelsmerk die ondermeer door Henri met de Bles (1500- na1550) en Pieter Breughel de Oudere (1515-1569) werden overgenomen. Aan het begin van de zeventiende eeuw waren de belangrijkste beoefenaars van het genre: Paul Bril (1554-1626), Tobias Verhaecht (1561-1631), Frederik van Valckenborch (1566-1623), Roeland Savery (1576-1639) en Jan I Brueghel (1568-1625).

Van Paul Bril zijn nog enkele tekeningen met jachtscènes bewaard gebleven. Meestal is er een eenzame jager met hond in een donker woudlandschap te zien. Dit type was geen inventie van Paul Bril maar ging terug op de Venetiaanse schilderkunst uit de zestiende eeuw. Het was Gillis van Coninxloo (1544-1607) en na hem Paul Bril die dit soort van weergaven in de Spaanse Nederlanden tot bloei zouden brengen. - (www.ethesis.net


Test je competentie op YaGooBle.com.

Eerste pageview van vandaag: 1

Tweets by kunstbus