kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Gino Severini

Italiaans schilder, mozaïekkunstenaar, decorontwerper en schrijver, geboren Cortona 7 april 1883, gestorven Parijs 27 februari 1966.

Gino Severini was een van de belangrijkste vertolkers van het futurisme, hij vormde een belangrijke schakel tussen Franse en Italiaanse kunst. Hoewel Severini zijn historisch meest kenmerkende werken voor de Eerste Wereldoorlog schiep, maakte hij een lange carrière mee waarin hij doorging zijn stijl te ontwikkelen, in het bijzonder in zijn abstracte werken.
Severini combineerde de divisionistische principes van de compositie met een kubistisch futuristische benadering. Hij richtte zich vooral op het uitdrukken van beweging en op het verbinden van gebeurtenissen die in gedachten samenvielen, maar in de tijd gescheiden waren.

biografie
vroeg werk en futurisme tot 1915
Gino Severini studeert tot zijn vijftiende in Cortona totdat hij vanwege de diefstal van examenpapieren van alle Italiaanse scholen uitgesloten wordt. In 1899 verhuist Severini met zijn moeder naar Rome, waar hij verschillende baantjes als boekhouder heeft. Vanwege zijn passie voor kunst volgt hij avondlessen tekenen aan de Villa Medici en s'ochtends studeert hij perspectief.

Samen met een groep vrienden, waaronder Umberto Boccioni, die hij in 1901 ontmoet, leert hij de geschriften van Arthur Schopenhauer, Friedrich Nietzsche, de Russische romanschrijvers en Pierre-Joseph Proudhon, en de algemene beginselen van het Marxisme kennen. Met Boccioni bezoekt hij vaak het atelier van Giacomo Balla, die net teruggekeerd is uit Parijs en leert van hem de techniek van het divisionisme.

Severini's eerste olieverfschilderijen zijn een reflectie van een onderwijs dat zich concentreert op de waardes van licht en perspectivische oplossingen van de totale compositie. Zijn vroege landschappen worden nog steeds gedomineerd door een sterke realistische benadering, echter zonder chiaroscuro of tooneffecten, waarvan een aantal wordt geëxposeerd op de jaarlijkse tentoonstelling in Rome van de Amatori e Cultori in 1903 en 1904.

Na een korte periode in Florence, waar Severini in opdracht enkele kopieën van werken in de Uffizi schildert, keert hij terug naar Rome en maakt hij op populistische wijze enkele portretten voor omslagen van de zondag-editie van de socialistische krant Avanti.

In de herfst van 1906, inmiddels teleurgesteld in het provinciale en academische klimaat van de Italiaanse hoofdstad, vertrekt Severini naar Parijs. Na de eerste moeilijke en door armoede getroffen maanden, komt Severini in contact met de intellectuele wereld van schrijvers en kunstenaars aangetrokken tot het district Montmartre en maakt kennis met Modigliani, Maurice Raynal, Picasso, Gris, Braque en Max Jacob.

Hij wordt in het bijzonder getroffen door de impressionistische schilderijen in het Musée du Luxembourg. Nu wordt hij zich volkomen bewust van het belang van Balla's onderwijs en de behoefte totaal te breken met een buitensporig naturalistische benadering. Severini schreef later over zijn ervaring in Parijs: "Nu spraken mensen over ritme, volume en driedimensionale ruimte in lichamen; zij spraken over kleur en ontwerp om kleur en ontwerp, niet in relatie tot wezenlijke dingen", La vita di un pittore (Milaan, 1965).

Verscheidene jaren echter, richtte Severini zich op de voortzetting van zijn studie van de wetten van complementaire kleuren en de wetenschappelijke theorieën van de late 19de eeuw, naar de lijnen uitgezet door Seurat.

Tussen 1907 en 1909 schildert Severini talrijke werken in een in toenemende mate verfijnder wordende techniek en met een corresponderend afnemend belang voor de veristische weergave van het onderwerp; zijn studies over licht plaatsen hem op het pad van een gevorderd formeel synthetisme.

Tijdens deze jaren in Parijs, bezoekt Severini het Théâtre de l'Oeuvre, waar hij kennis maakt met acteurs, actrices en toneelschrijvers. Hij ontmoet Félix Fénéon en de Franse dichter Paul Fort (1872–1960), wiens dochter Jeanne hij in 1913 huwt en brengt met een vriend korte perioden door op het platteland in Poitou.

Severini heeft een atelier in het district Pigalle, op de rue Turgot 22 en de Impasse Guelma 5, waar zijn buren onder meer Braque, Suzanne Valadon en Maurice Utrillo zijn.
In het begin van 1910 ontvangt hij een brief van Boccioni, die hem uitnodigt om zijn handtekening te zetten onder het Manifesto dei pittori futuristi. Dit manifest wordt als pamflet uitgegeven op 11 februari 1910. De ideeën en de poëzie van het futurisme stellen hem in staat zijn visie te verruimen en een tot nu toe onbekend terrein te onderzoeken, dat van de voorstelling van snelheid en dynamiek.
Zijn inspiratie nog steeds halend uit de techniek en kleur analyse van Seurat's schilderkunst, begint Severini in 1910 de krachtige en vitale lading van zijn chromatische naast elkaar plaatsingen. Hij vervaardigt zijn eerste schilderijen van dansers en het cabaret.

In de schilderijen die hij 1911 voltooit, accentueert Severini het ritme ontstaan door de fragmentatie van licht, daardoor een ruimtelijke scansie verkrijgend, in toenemende mate gebaseerd op geometrische vormen, zoals in Black Cat (Ottawa, N.G.), The Boulevard (Londen, in de privécollectie van de heer en mevrouw Eric Estorick) en de Pan-Pan Dance in Monico (1909–11; vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog; tweede versie, 1960; Parijs, Pompidou).
Met het accentueren van contrasten door middel van kleur, construeerde hij een dynamische voorstelling waarin gelijktijdigheid wordt gebracht, afgelost door de welluidendheid van de beeldcompositie als geheel.
Severini ontwikkelt een zeer persoonlijke stijl, hoewel hij aanhanger blijft van de ideeën van de futuristen. Hij onderhoudt een bevoorrechte relatie met Frankrijk, waarbij hij vaak optreedt als intermediair tussen Franse culturele kringen en zijn Italiaanse vrienden. Severini ondertekent het tweede manifest van de futuristische schilderkunst, La pittura futurista—Manifesto tecnico (11 april 1910, het Technische Manifest over de Schilderkunst van de futuristen), en neemt in 1912 deel aan de tentoonstellingen van de groep in de belangrijke Europese hoofdsteden, Parijs, Londen en Berlijn. Voorts steunt hij zijn vrienden in polemische discussies en organiseert hij tentoonstellingen voor de Milanese futuristen in Parijs.

Na een korte periode in Italië heeft hij in de lente van 1913 een solotentoonstelling in Londen in de Marlborough Gallery, welke later wordt overgebracht naar de Sturm-Galerie in Berlijn.
Severini's schilderkunst wordt in deze periode meer en meer abstract. Hij benadrukt de formele stilering van lichtende energie, door het kiezen van afbeeldingen van beweging in de ruimte, zoals ballerina's in Dynamic Hieroglyphic of the Bal Tabarin (1912; New York, MOMA), of treinen en bussen.

In 1914 schrijft Severini een manifest Le analogie plastiche del dinamismo, maar het wordt pas veel later gepubliceerd. Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt is hij in Rome, maar keert hij direct terug naar Parijs.

In 1915 exposeert hij met de futuristen in San Fransisco, op de Panama–Pacific International Exposition. Intussen begint hij inspiratie voor zijn schilderkunst uit de oorlog te halen; de werken worden meer solide en volumineus behandeld, zoals in
Meanwhile he began to take inspiration for his painting from the war; the works became more solid and volumetric in treatment, as in Plastic Synthesis of the Idea ‘War’ (1915; München, Staatsgalerie Moderne Kunst).

stilistische evolutie 1916-66
De periode 1915-21 is zijn kubistische periode, waarin hij talrijke stillevens met muziekinstrumenten maakt.
In zijn schilderijen in 1916 maakt Severini's stijl een dramatische verandering door. Van de ontleding van volumes, gaat hij naar een formele zuiverheid geïnspireerd door de traditie van de Italiaanse Renaissance.
Maternity (1916; Cortona) is het belangrijkste schilderij uit deze periode; het is het resultaat van een nieuwe aandacht voor de wiskundige en compositionele regels waar hij vele jaren gepassioneerd bij betrokken was en wat leidde tot de publicatie van zijn Du Cubisme au classicisme Parijs, 1921). Het boek werd door de kubisten zeer bekritiseerd.
Tijdens de oorlog zet Severini zijn kritische overdenkingen met betrekking tot kunst en wetenschap door in het 'divisionisme in vorm' (Symbolisme plastique et symbolisme littéraire, Mercure Frankrijk, 1 februari 1916) en maakt de strenge constructieve oplossingen van de kubisten tot de zijne, een richting die hij in zijn eigen schilderkunst neemt. Zijn versie van het kubisme benadert het dichtst het Synthetische Kubisme, bijvoorbeeld Bohémien jouant de l’accordéon (1919; Milaan).
In deze jaren was Severini's belangstelling gericht op twee ideeën geplaatst in een dialectische relatie: dat van een terugkeer naar het vak en de werkwijze van de kunstenaar en dat van een uitbreiding van constructieve waarden van ruimte door fragmentatie en herschikking.

In 1917 wordt Severini uitgenodigd om zijn futuristische schilderijen te exposeren in 291 de galerie van Alfred Stieglitz in New York en de tentoonstelling krijgt lovende kritieken. In 1918, wanneer de oorlog verhevigt, wordt Severini gedwongen Parijs te verlaten en hij vlucht naar Aix-les-Bains, vlakbij Chambéry, en dan naar Le Châtelard in de Savoie, waar hij talrijke stillevens en landschappen schildert.

In 1919 tekent Severini een driejarig contract met de handelaar Léonce Rosenberg (het bekendst om zijn verbinding met de kubisten), die hij een paar jaar eerder had ontmoet. Aangetrokken door de rationele grondslagen van wetenschappelijke studies, breidt hij zijn onderzoek uit naar de theorie van schilderkunst en architectuur en woont een serie lezingen over wiskunde bij. Hierdoor gaat hij schilderijen maken die geconstrueerd zijn op nauwkeurige geometrische lijnen, zoals Stilleven met Gitaar (1919; Otterlo, Kröller-Müller Stichting), welke hij in 1919 exposeert in de Galerie de l’Effort Moderne in Parijs; dit werk werd niet goed ontvangen door de critici.

In de periode 1924-1935 voert Severini verscheidene opdrachten voor muurschilderingen en mozaïeken uit.

In de vroege jaren '20 krijgt hij de opdracht een kamer te decoreren voor de Sitwell familie in Castello di Montegufoni, vlakbij Florence. Zijn fresco's voltooid in 1922 en geschilderd volgens dat waaraan hij refereert als 'the aesthetic of compass and number' (de esthetiek van ruimte en aantal), bevatten karakters van de commedia dell'arte. Dit thema wordt ook prominent in zijn schilderijen (op de schildersezel) in de 20er jaren.

Dit was de eerste van een lange serie muurdecoraties geschilderd volgens de prikkel van een herontdekt religieus geloof, versterkt door zijn vriendschap met de katholieke filosoof Jacques Maritain.

Vanaf 1924 werkt Severini in Zwitserland aan een cyclus muurschilderingen in de kerk van Semsales in het kanton van Freiburg.

In 1927-28 voltooit hij ook fresco's in de Barokke kerk in La Roche, nabij Aigle. In deze decoraties, nog steeds kubistisch in geest, drukt hij volgens de wetten van 'sensibiliteit' en 'intelligentie' zijn zoektocht naar evenredigheid tussen subject en object uit, 'geordend in de context van een derde term, welke het werk is'.

In 1928-29 brengt Severini ongeveer een jaar in Rome door, waar hij in contact komt met leden van de Novecento Italiano. Hij neemt deel aan hun tentoonstellingen in het buitenland en schildert decoratieve panelen met afbeeldingen van Romeinse ruïnes en maskers voor Rosenberg's huis in Parijs.
In de late jaren '20 en de vroege jaren '30 exposeert Severini zijn schilderijen in talrijke internationale retrospectieve tentoonstellingen; hij blijft muurschilderingen maken (kerk van Tavannes, Zwitserland; mozaïeken in de kerken van Tavannes, nabij Biel en Freiburg) en hij maakt illustraties voor boeken van Paul Fort en Paul Valéry.
In 1933 krijgt hij van de vijfde Triënnale van Milaan de opdracht om een mozaïek voor de receptie hal van het nieuwe Palazzo della Triennale te maken. In hetzelfde jaar krijgt hij de opdracht om de kerk Notre Dame du Valentin in Lausanne te decoreren.

Severini's terugkeer naar Italië in 1935 valt samen met de bloeitijd van de grote monumentale ondernemingen geïnitieerd door het regime van Benito Mussolini. Hij neemt deel aan vele projecten, waarbij hij mozaïeken maakt voor het Palazzo di Giustizia in Milaan (1936), voor het Palazzo delle Poste in Alessandria (1936) en mozaïeken en fresco's in de universiteit van Padua in 1937. Hij werd gestimuleerd door het in die jaren gangbare ideaal van het creëren van een nieuwe betrekking tussen architectuur en de beeldende kunst. In de late jaren '30 maakte Severini ook vele decors en kostuums voor het theater.

Severini vestigt zich in 1946 weer in Parijs en keert terug naar een neo-kubistische stijl van schilderen. Hij experimenteert eveneens met een gestileerde vorm herinnerend aan de futuristische stijl van ontleding, zowel in zijn schilderijen als in zijn grote decoratieve projecten in de jaren '50, in het bijzonder voor het Palazzo dei Congressi in Rome.
In de volgende jaren ontvangt hij talrijke eerbewijzen. In 1950 wint Severini een belangrijke prijs op de Biënnale van Venetië.

Na zijn dood wordt zijn stoffelijk overschot van Parijs naar Cortona overgebracht.

websites:
. www.moma.org
. www.kubisme.info


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1697.