kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 01-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Giotto

Giotto di Bondone



Giotto door Paulo Uccello

Italiaans kunstschilder en architect, geboren 1266/1267 Colle di Vespignano bij Florence - overleden 8 januari 1337 in Florence.

Er wordt veelal aangenomen dat Giotto zijn echte naam was, in plaats van een afkorting van Ambrogio (Ambrogiotto) of Angelo (Angiolotto).

Giotto's werk geldt als een enorme doorbraak en hij wordt wel gezien als de vader van de moderne schilderkunst en de belangrijkste schilder van zijn tijd. Het is moeilijk om precies het begin van de Italiaanse Rinascimento (Renaissance) aan te duiden, maar sommigen menen dat deze met Giotto aanving.

Giotto wordt gezien als sleutelfiguur tussen Middeleeuwen en Renaissance: de mensen die hij afbeeldt tonen emoties, er komt een duidelijke neiging tot het doorbreken van het platte vlak in zijn schilderijen en alles krijgt meer volume door licht- en schaduwgebruik.
. In de Italiaans-Byzantijnse kunst vóór Giotto waren zowel menselijke figuren als achtergronden erg "plat" (weinig diepte) en onrealistisch, en waren gezichten uitdrukkingsloos.
. Giotto beeldde mensen "massief" af en slaagde erin emoties weer te geven. Velen vinden de dramatiek in zijn werk dan ook zijn belangrijkste innovatie.
. Ook betrok Giotto de achtergrond beter bij het geheel; gebouwen en natuur zijn geschilderd op een manier die veel beter overeenkomt met de regels van het perspectief, hoewel nog niet perfect.
Dit alles wordt gedeeltelijk toegeschreven aan veranderingen in de kerk; onder invloed van Franciscus van Assisi (1182-1226) waren emoties en de natuur belangrijker geworden. Giotto had echter nog niet de technische kennis van de anatomie zoals Leonardo da Vinci die had.

Ondanks zijn innovaties had, zoals gebruikelijk in zijn tijd, al of vrijwel al zijn werk, dat in opdracht gemaakt werd, een religieus onderwerp.

Giotto wordt genoemd in het werk van zijn vriend Dante, net als Cimabue, en tevens in dat van Boccaccio.

De term Giotteschi duidt een groep 14e-eeuwse schilders aan, veelal anoniem gebleven, die onder Giotto werkten. In zijn eigen tijd had Giotto's werk een zeer grote invloed, maar de doorbraak van de Internationale Gotiek verminderde dat. De latere schilders Masaccio en Michelangelo gelden als zijn erfgenamen.

Biografie
Giotto di Bondone werd waarschijnlijk in 1267 geboren op het platteland nabij Florence, in het dorp Vespignano. Zijn vader Bondone was een arme keuterboer, hijzelf was op jonge leeftijd herder.

In het beroemde boek Le Vite van de 16e-eeuwse Giorgio Vasari staat het van Lorenzo Ghiberti's Commentarii afgeleide verhaal dat Giotto al op tienjarige leeftijd tijdens het schaapshoeden krijttekeningen maakte op rotsen. Op een dag zag de schilder Cimabue (ca. 1240-1302) hem een schaap tekenen op een zo natuurlijke en volmaakte manier dat hij Giotto's vader vroeg of Giotto zijn leerling kon worden. Ook gaat het verhaal dat Giotto zonder verdere hulpmiddelen in één keer een perfect ronde cirkel kon tekenen. Over zijn leerlingschap bij de Florentijnse schilder Cimabue, wiens faam volgens Dante voor die van Giotto moest wijken, is weinig bekend.

Tot zijn vroegste werk wordt gerekend de cyclus van 28 fresco's die hij maakte rond de periode 1290-1295 en die het leven van Franciscus afbeeldt, in de Bovenkerk in Assisi, de Basilica di San Francesco. Velen menen echter, om stilistische redenen, dat Giotto hiervan niet de maker was; dit is nog steeds een van de meest controversiële kwesties in de kunst.

Vermoedelijk net na 1300 maakte Giotto in het Atrium van de oude Sint Pieter in Rome (nu Vaticaanstad) de Navicella, een enorm mozaïek dat het Schip van de Kerk voorstelt. Als gevolg van latere bewerkingen is dat echter nauwelijks nog herkenbaar als een Giotto.


Interieur van de Arenakapel in Padua (Maria aan wie de kapel is opgedragen.

Zeer bekend zijn ook de fresco's die Giotto maakte in de Cappella degli Scrovegni, ook wel Arenakapel genoemd, in Padua, die vermoedelijk dateren van rond 1303/1306, maar in ieder geval van vóór 1313. Ze beelden onder andere het leven en de lijdensweg van Jezus, het leven van Maria en de zeven deugden en de zeven hoofdzonden uit. De fresco's zullen eeuwenlang de 'inspiratiebron' van de Italiaanse schilderkunst zijn. Ze spelen ook een belangrijke rol in Op zoek naar de verloren tijd van Proust.

In de 14e eeuw beleefde Padua zijn gouden eeuw, vooral op het gebied van figuratieve kunst. De rijke koopman Enrico Scrovegni kocht in het jaar 1300 de ruïnes van de oude Romaanse arena in Padua en het land dat erbij hoorde. Hij liet er een kerk bouwen. Toen deze in 1303 klaar was vroeg hij Giotto de muurschilderingen te maken. In 1305 werd de frescocyclus voltooid en was een meesterstuk tot stand gebracht.
De kapel is beschilderd met afbeeldingen uit het leven van Maria, het leven en de lijdensweg van Jezus en met de zeven deugden en hoofdzonden. Deze drie cycli beslaan de afbeeldingen op de zijwanden. Het Laatste Oordeel vormt een apart groot fresco aangebracht op de muur boven de ingang. Het gewelf van de kapel is beschilderd als een hemel van een intens blauw bedekt met sterren.
Het perspectief, het kleurgebruik en de enscenering van het geheel zijn oogstrelend.

De hervonden plastische vormen van de menselijke figuur, tegen een landschappelijke achtergrond of in driedimensionale architectonische ruimten, vindt bevestiging in de opeenvolgende werken.

Vermoedelijk in de jaren 1320 werkte Giotto aan de decoratie van vier kapellen in de Santa Croce in Florence. Veel hiervan is verloren gegaan, maar er blijft een fresco over dat de dood van Franciscus beschrijft.

Van 1329 tot 1333 werkte Giotto in Napels voor koning Robert van Anjou met wie hij bevriend raakte, maar van het daar gemaakte werk is niets meer over.

In 1334, dus drie jaar voor zijn dood, werd Giotto op grond van zijn grote bekendheid benoemd tot bouwmeester van de kathedraal Santa Maria del Fiore in Florence. Hij ontwierp de campanile (de bij of tegen een kerk gebouwde toren), nu ook wel "De toren van Giotto" genoemd, maar de uiteindelijke versie, voltooid in 1359, wijkt af van zijn ontwerp. Hij heeft bijvoorbeeld een plat dak in plaats van een spits en is slechts 85 m hoog, niet 122 m.

Er zijn enkele schilderijen op panelen die aan hem toegeschreven worden, maar die worden nu veelal toegeschreven aan leerlingen. Op sommige staat zijn handtekening, maar dat moet als een soort "merk" gezien worden, niet als een indicatie van zijn auteurschap. Een voorbeeld hiervan is de Stefaneschi-triptiek, dat zich nu in de pinacoteca van de Vaticaanse musea bevindt. Aan de andere kant is er geen twijfel dat het ongesigneerde altaarstuk Ognissanti Madonna (Uffizi, Firenze) van zijn hand is.

Giotto was getrouwd en liet bij zijn dood in 1337 zes kinderen achter. In tegenstelling tot veel andere kunstenaars uit die tijd kon hij goed met geld omgaan. Hij gold dan ook als een rijk man.

Navolgers
Dankzij zijn verblijf in Padua, Rimini en Napels (naast dat in Florence uiteraard) zijn plaatselijke scholen ontstaan die zijn stempel dragen en die bepalend zijn geweest voor het ontstaan van een gemeenschappelijke figuratieve manier van fresco-schilderen.
Giotto heeft veel leerlingen en navolgers gehad. Een van de belangrijkste was Taddeo Gaddi (ca. 1300-1366), in wiens fresco's van het leven van Maria in de Baroncellikapel in de S. Croce in Florence een meer vertellende, sprookjesachtige interpretatie van Giotto's stijl wordt gegeven.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Giotto_di_Bondone
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 4.