kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-11-2008 voor het laatst bewerkt.

Giovanni Bellini

Renaissance kunstschilder uit Italië, geboren 1430 Venetië - overleden 29 november 1516.

Giovanni Bellini (ook Giambellino), de belangrijkste Venetiaanse schilder uit de renaissance, wordt beschouwd als de stichter van de Venetiaanse schilderkunst.

Aanvankelijk liet Giovanni zich beïnvloeden door het werk van Andrea Mantegna, die getrouwd was met de zus van Giovanni Bellini, waardoor zijn werk een zeker calligrafische precisie kreeg. Geleidelijk aan onderscheidde hij steeds meer door zachtere vormen en een welhaast poëtische sfeer. De landschappelijke achtergronden in de werken na 1475 zijn van een zodanige kwaliteit dat Bellini wel de belangrijkste landschapsschilder van de renaissance wordt genoemd.

Hij was altijd verbluffend vindingrijk en hij stond steeds open voor de veranderende stemmingen en ontdekkingen zodat hij niet alleen invloed had op, maar aan het eind van zijn lange leven ook nog creatief reageerde op de vernieuwingen van, zijn eigen leerlingen Giorgione en Titiaan.

Zijn broer, Gentile Bellini, is eveneens een redelijk gekende schilder.

Bellini schilderde met name religieus werk, waaronder een serie liefelijke Madonna's. Aan Bellini's kunst ligt een diep en oprecht geloof ten grondslag, dat ongetwijfeld de duurzame schoonheid van zijn religieuze werk, en niet in het minst zijn grote reeks Madonna's bezielt. Op latere leeftijd waagde hij zich ook aan profane allegorieën die nu vaak moeilijk te begrijpen zijn. In elk geval diende Giambellino's werk als bron voor meer dan twee eeuwen Venetiaanse schilderkunst.

Biografie
Giovanni werd opgeleid door zijn vader, Jacopo Bellini, die in een icoonachtige stijl schilderde die zijn vroege stijl beïnvloedde. De Venetiaanse traditie werd toen al gekenmerkt door de kennismaking met de Nederlandse schilderkunst van de 14e eeuw. Door de nauwe betrekkingen van Venetië met het noorden waren er al kunstwerken uit Vlaanderen en omringende gewesten naar het zuiden gekomen. Daarbij kreeg de schilderkunst van de Florentijnse vroeg-renaissance steeds meer invloed op de kunst in Venetië.

Zijn vroeg werk is gekenmerkt door een lineaire stijl met lichteffecten. De sculpturale helderheid van Mantegna is er duidelijk te zien, maar toch is Bellini's eigen beheerstheid en zachtheid als onmiskenbaar aanwezig. Van de Noorditaliaanse scholen is die van Padua voor Bellini van beslissende betekenis geweest en voorts de blijvende indruk die het werk van Mantegna op hem heeft gemaakt.

Signeerde in 1460 de Pala Gattamelata.

Christus in de hof van Olijven, ca. 1459, tempera op paneel, 81x127, Londen, National Gallery
Dit vroege werk van Bellini is crucial om de verhouding na te gaan met zijn schoonbroer Andrea Mantegna. Dit werk vertoont een sterke gelijkenis met Mantegna’s Olijfhofscène uit 1459 (afb. rechts)(voor Giacomo Marcello geschilderd en momenteel ook in de National Gallery). De werken werden zelfs lange tijd allebei aan Mantegna toegeschreven. De atmosfeer is geladen en vreemd. Het wrange barre landschap vertoont iets van de strenge bewegingsloze emoties van de Primitieven. Achter de strenge lijnen steekt echter een verschillende aanpak van het dramatische element: Mantegna werkt met donker contrast van sterke kleuren; Bellini is subtieler, lyrischer en menselijker. (WGA)

Piëta, ca. 1460, tempera op paneel, 74x50, Venetië, Museo Correr
Het schilderij is onderaan voorzien van een vervalste datum 1499 en eveneens vervalste initialen van Albrecht Dürer. Het paneel is immers tot einde 19de eeuw aan Dürer toegeschreven. Het werk is nog volledig in de stijl van Mantegna gemaakt. De krachtige lijn bereikt haar grootste spanning in de drapering van de lendendoek en de loshangende onderarmen van de Christusfiguur. (WGA)

Bellini schildert vooral religieuze voorstellingen, zowel altaarschilderingen op groot formaat als kleine schilderstukken voor particulieren. Hierbij speelt de 'Sacra Conversazione' een grote rol. Deze weliswaar reeds eerder, bijv. door de Vivarini's gecultiveerde wijze van uitbeelding werd door Bellini vervolmaakt en verheven tot de typisch Venetiaanse vorm van altaarschildering. Verder schildert hij vooral afzonderlijke heiligen en Madonna's, vaak met verscheidene heiligen. Sinds 1460 vindt je de Madonna's steeds weer terug in zijn werk.

Piëta, kort na 1470 (1465-1470), tempera op paneel, 86 x 107, Milaan, Pinacoteca di Brera
Uitvoerig opschrift en signatuur op de balustrade (haec fere quum gemitus turgentia lumina promant / Bellini poterat flere ionnis opus). Het behoorde oorspronkelijk tot de collectie Sampieri di Bologna. In 1811 door onderkoning Eugène de Beauharnais aan de Brera geschonken. Prachtige compositie van de drie figuren, afgesneden door de balustrade. Een eindeloos teder gebaar verbindt de Christus met zijn moeder en scheidt hem van de rest van de wereld, zelfs van zijn liefste leerling. Eigen luminositeit die vanuit het schilderij lijkt te stralen. (Meesterwerken 116, ?)
Sterke verwantschap met Mantegna. Dit is goed te zien in de beeldende kracht van de omtreklijnen en de sculpturale plasticiteit van de figuren, die sterk op de voorgrond staan als willen ze de ruimte van de toeschouwer instappen. Bellini dompelt de ruimte onder in een atmosfeer van natuurlijk licht dat de tonen verzacht en concentreert zich meer op de voorstelling van de rouwende mensheid dan op de uitwerking van een strakke perspectivische ruimte. Zo creëert hij een nieuwe beeldtaal die in de volgende jaren typisch zou worden voor zijn werk. (brera 64)
De Pietà is een veelvuldig door hem uitgebeeld thema. Met zijn halffiguren verlevendigt hij een devotieschildering zodanig dat deze bijna het karakter krijgt van een tafereel. Hij beeldt intensere, meevoelender relaties uit tussen zijn personages en zoekt naar een nieuwe expressiviteit. De vaak bijna geschrokken uitdrukking berust echter in wezen op het ouderwetse van zijn wijze van uitbeelding, die 'gotisch' aandoet. De Pietà uit 1460 geldt als het hoogtepunt van Bellini's eerste periode.

Het bezoek van Antonello da Messina aan Venetië in 1475 had een fundamentele invloed op de Venetiaanse schilderstijl. Het lijkt ook de talenten in Giovanni te hebben losgemaakt. Zijn kleuren werden sterker en kregen meer diepte zonder dat de interactie tussen vorm en ruimte verloren ging. Het licht komt het doek overvloedig binnen. De veelzijdigheid van de door Da Messina ingevoerde olieverftechniek maakte Bellini's latere meesterwerken zoals Sint-Franciscus in extase (ca. 1470-80) mogelijk. Ook beïnvloedde hij Giambellino's portretkunst, wiens portret van doge Loredan (1502) een meesterstuk is.

En toen kwam Antonello da Messina naar Venetië, in 1475, verbleef er ongeveer anderhalf jaar en kwam er misschien nog terug vóór zijn dood in 1479. Hij was, mogelijk in Sicilië, wellicht in Vlaanderen zelf, in de geheimen van de Vlaamse olieverftechniek ingewijd, schilderde o.m. portretten in den Vlaamsen stijl. Ook van de lichtstudies van Piero della Francesca schijnt hij wel iets te hebben geleerd. Menige Florentijn en Umbriër, zoals men zich herinneren zal, en zelfs, in 1473, Bartolomeo Vivarini van Murano, hadden het al met olieverf geprobeerd, doch zonder de voorbeelden uit het Noorden te kunnen evenaren: de kleur bleef nog wat taai. Maar Antonello wist, hoe men ze niet alleen diep en volluidend kreeg, doch ook zachtvloeiend in onvatbare overgangen, en door overdekkende glazuren doorschijnend. Voor de Venetianen was dit de verbeide openbaring. Zij maakten die zich dadelijk ten nutte. Men hoeft maar het portret van Mohammed II te zien (1480, Londen), dat Gentile Bellini, op verzoek van den sultan, te Konstantinopel ging schilderen: de indruk is er niet zozeer bepaald door de lijn als wel door de kleurmassa's en lichtwaarden.

Hiermee wordt feitelijk gezegd, dat een omwenteling in de Italiaanse kunst had plaats gegrepen. Zelfs tussen het werk van Piero della Francesca en dit bestaat er niet een verschil in graad, maar in wezen. Bij Piero was de vorm toch nog hoofdzaak, op den vorm rustte de structuur zelve van het gewrocht. Bij dien Mohammed van Gentile Bellini wordt de vorm wel niet opgelost, en de locaaltoon ondergaat er zelfs niet den wijzigenden invloed van de lucht of van andere kleuren: maar het geheel is principieel samengesteld naar kleur-en-licht-tonen; en dat was in Italië iets nieuws; er mag zelfs beweerd worden, dat de Venetianen het beginsel weldra consequenter toepasten dan zelfs bij de Vlamingen nog het geval was geweest. Zo begon nu het grote leven van de Venetiaanse school, zij onderscheidde zich van de andere Italiaanse scholen door een eigenaardig karakter van Europese betekenis. En daar zou nu niet minder dan de moderne schilderkunst uit geboren worden.

Niet echter Gentile Bellini, maar zijn iets jongere broer Giovanni verschijnt als het hoofd van de school, om zijn veelzijdig meesterschap, dat zich onder de aansporing van Antonello uit de strenge plastiek van Mantegna tot koninklijk gemak in zacht smeltende rythmen ontwikkelde, terwijl hij zich van het innig dramatische van zijn Pietà's tot den zaligsten vrede verhief.

Hij bezat den blik van den onfeilbaren waarnemer en de vrij heersende fantasie van den schepper. Het landschap van zijn achtergronden treft door atmosferischen luister en brede harmonie. Maar altijd is hij nu in de eerste plaats een schilder, iemand die van meet af in kleuren denkt, - en hij denkt in heerlijke kleuren.

Zelfs op de reproducties van zijn Madonna met zes heiligen (± 1480, Accademia te Venetië) valt hiervan nog iets te merken: de volle, statig-zachte gestalten staan in de warme schemering die de omtrekken omhult; de lendendoek der naakte heiligen, de kleren van twee musicerende engelen - die, hetzij terloops gezegd, over Mantegna van Donatello's amoretti afstammen, en in deze edeler gedaante bij een Venetiaanse ‘santa conversazione’ voortaan zelden ontbreken zullen, - behouden nog wat van Mantegna's scherpe tekening: al het overige is vertaald in een geheel anderen stijl. Niet alleen dat de lichaamsvlakken, zonder harde grenzen, weker, organischer in elkaar glijden, wat een vluchtige vergelijking met b.v. een S. Sebastiaan van Mantegna leert: dat brengt de klassieke tijd overal mee; niet alleen dat het oog in prachtig-voornamen kleurengloed baadt; maar dit is het gewichtige: dat de vormen, mollig in halve schaduw verzonken, leven door de elkaar-bindende kleurakkoorden en door het licht dat uit de kleuren zelf straalt. Men voele hoe de compositie eigenlijk door die lichten is saamgehouden; hoe partij wordt getrokken van effecten als het heldere kruis op duisterend marmer of het donker verhemelte tegen glimmenden koepel.

Aan madonna's uit de volgende jaren zou men kunnen nagaan, hoe het gevoel aldoor naar zachter harmonie neigt en de tonen in rijker samenzang versmolten worden. Er wordt in alle onderdelen naar picturale malsheid gezocht.
Er is slechts één portret van hem bekend, Doge Loredan in de National Gallery: zijn preciese zuiverheid en de edele stijl, in vorm en kleur, wordt door geen ander overtroffen.

Maar nergens wellicht heeft Giovanni Bellini fonkelender koloriet bereikt dan in de H. Maagd bij het Meer, een allegorische voorstelling (Florence, Uffizi, - datum onzeker): de samenwerking van kleur en licht en lichtgevulde ruimte is hier volkomen; elke toets zo sappig en toch zo zuiver in toon; het landschap koestert zich in den amber en het stille goud van den namiddag, één met de effene rust van de zonnige, dromende stemming. - Bellini wel de belangrijkste landschapsschilder van de renaissance wordt genoemd. Zijn kunde om een figuur met een uitdrukking van rustige overdenking weer te geven terwijl hij volledig beweeglijk is, wordt niet door zijn tijdgenoten geëvenaard.

Hij was een van de meest vooraanstaande schilders in Venetië, en kreeg als zodanig de leiding over de vervaardiging van de decoraties van het Venetiaanse Dogenpaleis, die door brand (1577) verloren zijn gegaan.

Werd in 1483 staatsschilder van Venetië en in 1484 lid van de Scuola Grande.

Religieuze allegorie, ca. 1480-90, paneel, 73 x 118, Firenze, Uffizi
Één van de beroemdste en meest geliefde werken van Bellini.
Mogelijke interpretaties:
. Een picturale voorstelling van een Frans allegorisch gedicht uit de 14de eeuw
. Een religieus gesprek (Sacra Conversazione)
. Een complexe allegorische voorstelling van Gods vier dochters (Barmhartigheid, Rechtvaardigheid, Vrede, Liefde)
. Een visioen van het Paradijs
. Een meditatie over de incarnatie
. Een allegorie op het Vagevuur
Geen van de vele verklaringen van het onderwerp is algemeen aanvaard. Dit mysterie heeft zeker de interesse voor het werk verhoogd. Wat het gevoel betreft reeds een aankondiging van de stemming van Giorgione's werk, aan wie het tot laat in de 19de eeuw omwille van de typische lichtwerking en het subtiele naturalisme is toegeschreven. Voor een schilderij uit die tijd (1480-90) is de vrijheid t.a.v. de conventionele vorm in een religieuze compositie uniek. (Meesterwerken, 28)
Het werk wordt vaak geïnterpreteerd als een allegorie op het Vagevuur. Maar toch is het niet gelukt om de afbeelding afdoende te verklaren. Vanaf de voorste terrassen reikt de ongewone ruimtelijke enscenering over een meer heen naar het rotslandschap en de stad op de achtergrond. Bellini bewijst een meesterlijk colorist te zijn door het terughouden gebruik van gedempte tonen, die alles in een warm sfeervol licht zetten en de vormen van de alom aanwezige natuur ondergeschikt te maken. (Florence 166; WGA)

De beeldende vaardigheid van Bellini voelde zich ook aangetrokken tot het portret. Beroemd zijn vooral zijn portretten van Venetiaanse dogen en daarnaast ook zijn Allegorie (Florence, Uffizi), die reeds behoort tot de rond 1500 geliefde, qua inhoud hermetische schilderingen die in de omgeving van Giorgione zijn ontstaan. En niet alleen qua thema komt Bellini op het laatst nog tot een toenadering tot de smaak van die tijd, de aanvang van de 16e eeuw, een smaak die zo sterk verschilde van dievan zijn jonge jaren. Ook stilistisch bestaat er tussen hem en zijn leerlingen Giorgione en Titiaan een verwantschap qua koloriet en licht sfumato, waardoor van veel schilderijen uit deze periode niet met zekerheid valt te zeggen van wie van de drie ze zijn.

Bellini is een knap en gevoelig mystiek-dromerig stemmingsvertolker. Na 1500 zien we sierlijker en ingetogener gestalten. Vooral religieuze thema's en portretten (waarvan slechts één bewaard). - (Summa; RDM)

Madonna met kind, Sint-Jan de Doper en een vrouwelijke heilige, ca. 1504, olieverf op paneel, 54x76, Venetië, Accademia
Venetië, dat afhankelijk was van elke verandering van sfeer in de lucht of op zee, drukte zich in kleuren uit.
Het licht van Venetië verdoezelt de vormen tot er slechts kleur overblijft. Het licht van Venetië schuilt in de kleur, en de kleuren zijn het licht. Dat verklaart de bijna mystieke rust van Bellini's schilderijen. Toch speelt ook de ruimte een rol in Bellini's liefde volle weergave van het vasteland.
Bij Bellini geven de sfeer en de ruimteverdeling nog meer dan de kleuren de stemming weer van de sacra conversazione, de voorstellingen waarop de Madonna en de heiligen in mediterende stille gemeenschap voor het wonder van het Kind staan. (KIB ren 54)

Piëta, ca. 1505, paneel, 65x90, Venetië, Galleria dell’Accademia
In de achtergrond, achter de symbolische vijgenboom, zien we een ommuurde stad die we kunnen identificeren als Vicenza. We herkennen de Dom, de Torre, de pre-palladiaanse basiliek, maar ook de klokkentoren van de Sant’Appolinare Nuovo uit Ravenna en de Natisone van Cividale.
De dode Christus ligt in de schoot van Maria. Zijn gewicht is haar bijna te veel en zijn lichaam lijkt zelfs uit haar greep weg te glijden. Haar gezicht is door ouderdom en intens lijden getekend.
Het haar van de dode Christus hangt neer en raakt het boogvormige met bloeiende bloemen bezaaide graspad achter de groep (een verwijzing naar de Mariale “hortus conclusus”) Dit element en de voorstelling van Christus’ lichaam zou verwijzen naar Dürer. (WGA)

Het feestmaal van de goden, 1514, doek, 170x188 (167x175), Washington, National Gallery of art
Gesigneerd en gedateerd. Voor Alfonso d'Este in Ferrara. In 1598 door kardinaal Aldobrandini mee naar Rome genomen. Uit het palazzo Aldobrandini in bezit van de schilder Camuccini te Rome, wiens collectie in 1856 is gekocht door de hertog van Northumberland. In 1920 uit Alnwick Castle in de verzameling Widener gekomen.
De goden van Bellini en Antonello, die elders in Italië goddelijk naakt of in rijke gewaden verschijnen, zagen er in Venetië uit als slenterende toneelspelers die op het punt staan de Midzomernachtsdroom van Shakespeare op te voeren.
Vasari vermeldt dat Titiaan aan het doek heeft gewerkt en zijn stijl is inderdaad te herkennen in het wijde landschap links. Die modernisering is waarschijnlijk in 1525 uitgevoerd. Het onderwerp is de verliefde overval van Priapus op de slapende nimf rechts. Dat ging niet door wegens het balken van de ezel. Het verhaal is ontleend aan de Fasti van Ovidius. Mercurius draagt een helm als een soepterrine, Jupiter is niet al te nuchter en Priapus ziet eruit als Bottom de wever en gedraagt zich als een proleet. En toch is het tafereel betoverend en vol rust; het feest van de goden is geen drinkgelag, maar een stille droom in een arcadisch landschap, dat door Titiaan is overgeschilderd om het te laten aansluiten bij de drie stukken die hij voor hetzelfde vertrek in het paleis van Ferrara maakte. (Meesterwerken, 116)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 49.