kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Giuseppe Arcimboldo

zelfportret c.1575

Italiaans maniëristisch schilder, geboren ca. 1527, vermoedelijk in Milaan - overleden 11 juli 1593 aldaar.

Beroemd is Arcimboldo (ook wel Archimboldo) vooral geworden om zijn allegorische teste composte, compositieportretten. Deze stelde hij samen uit losse, naturalistisch geschilderde voorwerpen uit het leven van alledag, zoals bloemen, fruit of boeken, waardoor hij treffende karakteriseringen bereikte, zoals De Bibliothecaris, die is samengesteld uit boeken, papieren en schrijfgerei. Een variant van dit procédé zijn de z.g. omkeerschilderijen, bijv. Scherts met groente. Als dit schilderij, dat een schaal met groente voorstelt, omgekeerd wordt opgehangen, dan vertoont het de kop van een tuinman.
Een afbeelding die samengesteld is uit kleinere objecten wordt nu nog arcimboldesque of archimboldesque genoemd.

Het maniërisme had in het werk van Arcimboldo zijn grenzen wel bereikt. De kunstenaar had geen enkele binding meer met de natuur; hij schilderde niet meer wat hij zag, maar wat hij dacht. Het werk van Arcimboldo dient te worden opgevat als een vormgeven aan het denken van het maniërisme, dat een nabootsing van de natuurlijke werkelijkheid vervangt door niet-naturalistische, fantastische metamorfose van de werkelijkheid. Op deze wijze van voorstelling zou later, in de 20e eeuw, het surrealisme teruggrijpen.

Zijn veelzijdige talent kwam behalve in de schilderkunst ook tot uiting in zijn werkzaamheid als musicus en ingenieur.

Biografie
Arcimboldo genoot zijn opleiding in het atelier van zijn vader Bagio Arcimboldo.

24 december 1549 werd zijn naam voor de eerste maal vermeld in de de jaarboeken van de kerkfabriek van de Dom van Milaan naar aanleiding van zijn in dat jaar bereikte maestro-titel.

Net als zijn vader werkte hij als schilder aan de dom van Milaan. Hij ontwierp er muurschilderingen, glasramen en een altaar voor.

Omstreeks 1556 maakte hij een fresco in een dwarsbeuk van de kathedraal van Monza. In 1558 ontwierp hij wandtapijten voor de domkerken in Como en Monza.

In 1562 werd hij naar het hof van de Habsburgse keizers geroepen. Voor Ferdinand I en diens opvolgers Maximiliaan II en Rudolf II bleef hij tot 1587 hofschilder in Praag en Wenen.

Al direct na aankomst op het Habsburgse hof schilderde hij er de eerste versie van De Vier Seizoenen: portretten, samengesteld uit bloemen, vruchten, takken en bladeren.

Arcimboldo beeldde niet alleen de seizoenen uit, maar ook de elementen water en vuur. Hoewel ze op de toeschouwer van nu kunnen overkomen als een parodie op de portretkunst, werden Arcimboldo's 'teste composte' (samengestelde koppen), zoals de eigentijdse kunsttheoreticus Giovanni Paolo Lomazzo ze noemde, over het algemeen positief ontvangen. Ze werden deels beschouwd als 'grilli', als grappen, capriccio's of chimaera's, maar, passend bij het idee van 'delectare et prodesse' (aangenaam en nuttig) van Horatius konden ze ook een diepere betekenis hebben, waardoor de schijnbare banaliteit voorwerp werd van een geleerde discussie. Bovendien waren veel van deze hoofden, hoewel samengesteld uit nauwkeurig geobserveerde stukjes van de werkelijkheid, echt bedoeld als portretten die een fysionomische gelijkenis moesten hebben met de geportretteerde. In die zin werden ze niet als oneerbiedig, maar vaak als eerbetoon gezien aan de keizers die Arcimboldo als 'hofkonterfeiter' diende.

Winter

De werkwijze die Arcimboldo gebruikte voor zijn fantastische portretten is eigenlijk steeds dezelfde: rond een bepaald thema associëerde hij planten, dieren of voorwerpen die hij in de vorm van een mensenhoofd verwerkte. In de reeks van de "De Vier Jaargetijden" zijn het:
. de Lente bestaat uit bloemen en lentekruiden
. de Zomer uit graan, vruchten en komkommers
. de Herfst toont appels, paddestoelen, druiven en peren en ook nog de duigen van een wijnton
. de Winter toont klimop, knoestige wortels, citrusvruchten en een gevlochten mat.

“de vier jaargetijden”, in het bezit van Het Louvre, waren door de Habsburger Maximiliaan II toegedacht aan hertog August van Saksen; daarom duikt diens Meissener wapen op in het winterschilderij. Uit wat de natuur in de verschillende jaargetijden voortbrengt zijn heel virtuoos hoofden samengesteld, die vervolgens als allegorieën kunnen gelden. De weelderige bloemenlijst verhoogt de indruk van pracht; hij werd misschien pas later, in de 17de eeuw toegevoegd. (Louvre 328)

Vuur

In de reeks van de "Vier elementen" (Water, Vuur, Lucht en Aarde) zijn het:
. vissen, parels, schelpen en koralen voor het Water
. vuur, steenkool, kaarsen, toortsen, een olielamp, edelsmeedwerk, vuurstokjes, vuurwapens, lonten en vuurstenen voor het Vuur
. vogels voor de Lucht
. landdieren voor de Aarde

Het vuur, uit de reeks De vier elementen (vuur, lucht, aarde en water), 1566, olieverf op paneel, 67x51, Wenen, Kunsthistorisches Museum
De personificatie van het Vuur, uitgevoerd in 1566 en bestaande uit een lont, een olielamp, een vuursteen, een kaars, brandend hout, kanonnenlopen en vuursteensloten, bevat een verwijzing naar keizer Rudolf II. Over het wapen met de twee adelaars van de Habsburgers heeft de figuur een met edelstenen versierd halssnoer om zijn nek hangen waaraan aan de onderkant het Gulden Vlies hangt, een orde gesticht door de Bourgondische hertog Filips de Goede, een voorouder van de Habsburgers. De bedoeling van dit schilderij als portret is duidelijk. (Portret 123)

De Bibliothecaris uit 1566 is helemaal opgebouwd uit boeken. Voor de baard en de snor werden marterstaarten gebruikt. Die staarten werden toen gebruikt om de boeken af te stoffen.
Het gezicht van "De Jurist", eveneens uit 1566, bestaat uit "gepluimde" kippen en vissestaarten. Men dacht eerst dat het om een portret van Calvijn ging, maar door de papieren om de hals (notariële aktes) besloot men later dat het om een jurist ging.
Er is op twee verschillende plaatsen een inscriptie op het schilderij aangebracht: "Isernia". Dit is Grieks voor "men moet dopen".

De Groenteboer
Als dit schilderij, dat een schaal met groente voorstelt, omgekeerd wordt opgehangen, dan vertoont het de kop van een tuinman.

Ook De Schotel is zo'n omkeerschilderij: nu eens een kwalijk mannenhoofd, dan een schotel vol lekker bereid wildgebraad en gevogelte.

De Wijnkeldermeester bestaat uit wijnkruiken, tappen en bekers.
De Kok uit potten, pannen, schotels en een spies.
Deze schilderijen zijn enkel nog gekend van oude zwart-wit foto's. De originele exemplaren zijn onvindbaar.

Vertumnus, 1591, olieverf op paneel, 71x58, Bålsta (Stockholm), Skoklosters Slott
De boosaardige onwijze Arcimboldo maakte landschappen in de vorm van mensenhoofden, surrealistische portretten van bibliothecarissen geheel van boeken, van jagers met gezichten die uit wild bestonden, van Herodes met een hoofd dat samengesteld was uit honderden vermoorde kinderen, en zelfs een van de keizer met een gezicht van vruchten, bloemen en groenten, zodat hij leek op de oogstgod Vertumnus die Pomona het hof maakte in vrouwenkleren.
Vertumnus was de god van de oogst en de overvloed, maar is hier in feite een bizar portret van de Habsburgse keizer Rudolf II. Deze keizer hield in de 16de eeuw een kosmopolitisch hof te Praag. Het werd een internationaal artistiek centrum van het late Maniërisme. Het werk mag dan al wat oneerbiedig overkomen, het is eigenlijk het resultaat van Arcimboldo’s onverdroten zoektocht naar nieuwe ideeën en uitdrukkingswijzen (het is zelfs een vrij goede weergave van de keizer). Niettemin had Arcimboldo ook wel de bedoeling om met zijn werken een bepaalde provocatie te realiseren. (KIB ren 239)
Het werk bevond zich in de befaamde Wunderkammer van Rudolf van Habsburg maar werd tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) met alle daar bewaarde schilderijen en kunstvoorwerpen over Europa verspreid na de plundering van Praag door Zweedse troepen.

Flora is vermoedelijk het laatste werk van Arcimboldo en dateert uit 1591. Het gelaat bestaat volledig uit lentebloemen en staat symbool voor de lente, het nieuwe leven, de vruchtbaarheid. Op de ommezijde van het schilderij vind je de inscriptie: "La flora dell' Arcimboldo".

Arcimboldo was niet de eerste die op deze excentrieke manier figuren samenstelde. Er bestonden al tekeningen bij tijdgenoten Il Rosso Fiorentino en Tobias Stimmer waarop figuren staan opgebouwd uit kubusjes of spijkers. Via gedrukte reproducties waren die tekeningen gekend onder de kunstenaars. Er was ook de gewoonte om bijvoorbeeld tijdens feestmaaltijden de etenswaren onder de vorm van gezichten of figuren te presenteren.

Zijn werk werd in ambachtelijk en kunstzinnig opzicht zeer gewaardeerd, en het excentrieke, soms komische aspect vormde wellicht een welkome afleiding van de harde politieke realiteit van alledag. Vele van Arcimboldo's schilderijen die hij aan het Duits-Habsburgse hof maakte, kopiëerde hij zelf voor het Spaans-Habsburgse en voor het Saksische Hof.

Behalve schilder was hij architect, ontwerper van bizarre kostuums en decors en organisator van grote festiviteiten en toernooien (vb. Praag in 1570, Wenen in 1571). Als ingenieur maakte hij plannen van verschillende waterbouwwerken. Hij bedacht ook een geheimschrift en een "kleurenclavecimbel". Dat was een toetsinstrument in de vorm van een clavecimbel. Als je op een toets drukte schoof een stuk gekleurd glas voor een lichtbron en moet zo een prachtig effect gegeven hebben. Niets blijft daarvan over. Dit idee zou vroeg in de 20ste eeuw opnieuw opduiken, bijvoorbeeld bij de Russische componist Alexander Scriabin. Zijn veelzijdige belangstelling was typisch voor de renaissance met Leonardo Da vinci als voornaamste voorbeeld: hij was zowel schilder, beeldhouwer, ingenieur, anatomist, schrijver, dichter, architect, sterrenkundige, uitvinder en nog zoveel meer.

Na zijn dienst aan het hof keerde hij terug naar Milaan.

In 1591 werden zijn verdiensten beloond door zijn verheffing in de adelstand en kreeg hij de adellijke titel van "Palsgraaf".

Hij overleed te Milaan op 66-jarige leeftijd in 1593.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1091.