kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 23-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Giuseppe Penone

Italiaanse kunstenaar, geboren 1947, Garessio Ponte (Cuneo / Piemonte), leeft en werkt in Turijn.

De Italiaanse kunstenaar Penone groeide op in een landelijk dorp, waar hij al jong zich begon te bemoeien met de natuur. Op zijn 20e ging hij ingrijpen in het groeiproces van bomen. Hij greep boomstammetjes vast die hij afklemde of met elkaar vervlocht. Bomen zijn nadien nooit weggeweest uit zijn werk als kunstenaar, ook niet toen hij zich aansloot bij de Arte Povera, een Italiaanse variant op de Minimal Art.

To Unroll One's Skin, 1970–71

Penone was de jongste vertegenwoordiger van een groep Italiaanse kunstenaars die aan het einde van de jaren zestig door de criticus Germano Celant onder de noemer arte povera (arme kunst) bijeen werd gebracht en onderzocht in zijn kunst geregeld de relatie tussen lichaam en ruimte. Penone onderzoekt de grenzen van het eigen lichaam en de grenzen van de eigen waarneming, laat de interactie tussen mens en natuur voelbaar worden. Zo projecteerde hij uitvergrote vingerafdrukken op muren of gebruikte spiegelende contactlenzen waarin de kamer als een reflectie in de ogen van de kunstenaar verscheen. Tot de thema's van de arte povera behoorden de wortels van de cultuur en het leven, verschillende bronnen van energie, en vooral energie als oerkracht.

Penone is de enige in wiens werk de natuur het belangrijkste motief was. Met de groeikracht van de natuur en in het bijzonder die van bomen, lijkt hij nog steeds in een intense en obsessieve relatie te staan. Penone interesseerde zich voor de spirituele kant van het groeiproces in de natuur. Bomen zijn, als groeiende verbinding van hemel en aarde, de as van de wereld, en daarmee een elementair voorbeeld van de tegenstelling natuur en cultuur.

1960-68 Studeert met Anselmo en Pistoletto aan de Academia delle Belle Arti van Turijn.

In 1968 omarmde Giuseppe Penone de stam van een boom. Het raakvlak van zijn lichaam met de boom markeerde hij met ijzerdraad dat aan de stam werd vastgeklemd. Tijdens de groei van de boom werd het ijzerdraad in de bast ingekapseld, waardoor de contouren van Penone's lichaam ten slotte als litteken op de stam zichtbaar bleven. In dit vroege werk zijn vrijwel alle belangrijke thema's van Penone's kunst al aanwezig: zijn intense en sensuele relatie met de natuur; het belang van de aanraking en daarmee van de huid en de vingers; het groeiproces en het aspect van tijd dat daarmee verbonden is.

1968 Eerste solotentoonstelling in de Deposito d'Arte Presente en in 1969 in de Galleria Gian Enzo Sperone, Turijn.

Heel bekend van Penone zijn de Alberi (Bomen), waarmee Penone al in 1968 begon. Steeds haalt hij uit rechthoekige houten balken of uit een afgehakte dikke boomstam de grillige levensvorm van de boom weer tevoorschijn. Door de jaarringen weg te schillen en daarbij de knoesten te volgen, treedt de vorm die de boom op een bepaald moment van zijn leven bezat opnieuw naar voren. Wie deze werken eenmaal heeft gezien zal voortaan bij iedere gerooide stam en bij iedere willekeurige balk die hij als bouwmateriaal aantreft, beseffen dat daarin in feite tal van bomen schuilgaan. ‘Elk jaar wordt hij herboren en bergt hij de herinnering aan zijn boom-zijn in zichzelf op', schrijft Penone over de boom, en het is deze verborgen herinnering die Penone blootlegt.

Helicodial tree, 1988

1972-1987 Neemt deel aan de Documenta 5, 7 en 8.

1977 Solotentoonstelling in het Kunstmuseum van Luzern.

1978 Dolotentoonstelling in Museum Folkwang, Essen, en deelname aan de Biennale van Venetie.

1984 Solotentoonstelling in het museum of Contemporary Art, Chicago.

Giuseppe Penone, ‘Otterlose beuk', 1987-88, brons, 1000 x 200 x 150 cm, Kröller-Müller Museum, Otterlo

1992 Overzichtstentoonstelling in Castello di Rivoli, Turijn.

De laatste jaren werkt Penone ook met marmer. Zoals hij de verborgen levensstructuur in houten balken ontbloot, zo maakt hij ook de donkere aderen in het marmer zichtbaar door de witte steen eromheen weg te hakken. Het is alsof het koude marmer een organisch innerlijk bezit, als waren de grillige zwarte aderen de levensaderen van de steen. Anders dan een wetenschappelijk analist of patholoog-anatoom, die een dood wezen door het uiteen te rafelen als het ware nog doder maakt, brengt Penone de dode materie juist tot leven. De grillige structuren die zich losmaken uit de steen vertonen een opmerkelijke overeenkomst met takken die in hun groei zijn verstrengeld of met de anatomie van over en om elkaar heen grijpende pezen en spieren.

Penone's referenties aan de natuur gaan vrijwel altijd gepaard met gebaren die aan zijn eigen lichaam herinneren. De grote installatie Palpebre (Oogleden) uit 1989-1991 is samengesteld uit fragmenten die ieder op zich ‘ooglid' zijn. Met houtskool op vilt heeft Penone de fijne aderpatronen van het oogscherm weergegeven. De geloken vormen van de afzonderlijke elementen gaan op in het monumentale landschap van de grote installatie en worden verbonden door kleine witte ‘ankers': afdrukken in gips van een gedeelte van Penone's gezicht, waarop hij zijn vingerafdruk heeft aangebracht. Het geheel maakt een organische indruk, alsof aan de opeenvolging van elementen een bepaalde groeiwijze ten grondslag ligt. In zijn teksten legt Penone bovendien een verband tussen de vorm van de oogleden en een natuurlijk landschap, waarin de heuvels ‘een oneindige reeks op de ruimte gerichte ogen' vormen.

Penone's werk gaat over het verlangen naar vereniging van mens en natuur, twee entiteiten die zich in de westerse samenleving ver van elkaar hebben verwijderd. Voortdurend probeert hij een lichamelijk, sensueel en poëtisch contact tussen de twee te realiseren. In recente werken komen vingers – het meest gevoelige tastzintuig – en vingerafdrukken menigmaal voor. Penone suggereert een verwantschap tussen zijn vingers en de takken van een boom of neemt zijn vingerafdruk als het vertrekpunt van concentrische, onregelmatige lijntekeningen die allengs op jaarringen van bomen gaan lijken. Zijn vingerafdruk, het unieke teken van zijn identiteit, wordt zo het centrum van almaar uitdijende groeilijnen. Het is een uitgesproken sensueel gebaar, dat bovendien duidelijk maakt dat de kunstenaar, en daarmee in feite ieder wezen, de kern vormt van zijn omgeving – een wereld waarvan hij zowel schepper als deelgenoot is.

Elevazione, 2001

2001 Elevazione, 9m hoge bronzen boom leunend op vier elzen
Dit beeld is onderdeel van de Internationale Beelden Collectie, en werd op de Westersingel geplaatst tijdens het Culturele Hoofdstadjaar 2001, net als de worsten van West. Zo kleurrijk en opvallend als het werk van West is, zo natuurlijk is het beeld van Penone. Deze naturalistische bronzen boom is een afgietsel (op ware grootte) van een boom, zonder top. Penone wilde dat het beeld moeiteloos past in de groene boomrijke laan van de Westersingel. Maar het is niet zomaar een boom. Zoals jonge boompjes vaak door palen gesteund worden, wordt deze gedragen door vier elzen, alsof ze samen een familie vormen. Ze stuwen het werk omhoog, vandaar de titel: Elevazione (verheffing). Hoe groter de elzen groeien, hoe hoger Penones boom groeit.

bron: Bert Steevensz, De Pont
http://live.avro.nl/beeldenstorm/afleveringen/18_penone.asp Waarom wil een kunstenaar de schepping verbeteren?


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 328.