kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2016 voor het laatst bewerkt.

glasschilderkunst

Glasschilderkuns == fabricage van kleurige glasvensters met meestal figuratieve voorstellingen.

Gebrandschilderd glas == glas gekleurd door middel van een methode waarbij de kleuren door verhitting gefixeerd worden. Het glas wordt verhit van ca. 650 - 690 °C om de opgebrachte verf (met zware metaaloxyden) met het glas te verbinden.

Antiekglas
Als het glas afwijkingen bevat, zoals strepen, verschil in dikte of luchtbelletjes, kan het de invallende lichtstralen in verschillende richtingen breken. Vooral in gekleurd glas veroorzaakt dit een levendig spel van licht. Deze glassoort, antiekglas genoemd, wordt gebruikt voor het vervaardigen van gebrandschilderd glas en reparaties daarvan. Modern glas vertoont geen oneffenheden en laat het licht ongehinderd door.

Musivische glasschilderkunst
Oorspronkelijk werden in de glasschilderkunst glasscherven van verschillende kleuren door buigzame stroken lood als een mozaïek samengevoegd (Musivische glasschilderkunst).
In de Middeleeuwen was het maken van gekleurd glas een zaak van proberen en veel geluk. Men kende de chemische samenstelling en concentraties van de kleurstof niet, die nodig waren om de gewenste kleur te verkrijgen. Ook nu nog kan de glasmaker niet precies zeggen welke kleurintensiteit zijn mengsel zal opleveren. Dit hangt te veel af van de temperatuur in de glasoven, de tijdsduur van het bakken en de toegevoegde kleurconcentratie. Gekleurd glas is gewoon glas, vermengd met een bepaalde metaaloxide, dat er de kleur aan geeft.

Later werd mofglas gebruikt, een soort loodglas, waarin een tekening kon worden gekrast en meer verschillende afbeeldingen konden worden gemaakt.

Aan het einde van de Middeleeuwen werd een nuanceringstechniek voor kleuren ontwikkeld. De aparte glasscherven werden hierbij van een dunne gekleurde extra glaslaag voorzien en via slijptechnieken tot vele variaties bewerkt.
Het éénwaardig koperoxide, dat aan glas een rode kleur geeft, maakt zelfs in geringe hoeveelheid het glas haast zwart. Om toch helderrood te verkrijgen moet het rode glas dunner worden gefabriceerd. Om breekbaarheid ervan tegen te gaan heeft men al vroeg getracht het glas in twee lagen te blazen, namelijk een dunne rode laag op een dikkere ongekleurde ondergrond. Dit wordt plaqueglas genoemd, of "opgelegd glas". Het plaqueglas komt behalve in rood ook voor in andere kleurstellingen. Het uitslijpen van plaqueglas kan verrassende effecten opleveren. Op de uitgeslepen plaatsen wordt dan een andere felle kleur aangebracht, bijvoorbeeld bij knopen op kleding.
In de zestiende eeuw werd Jean-Cousinrood gebruikt voor een zachtrode kleur. De naam is ontleend aan de uitvinder ervan.

Kabinetskunst
De technisch meer eenvoudige kabinetskunst verdrong uiteindelijk de musivische glasschilderkunst. Deze stond differentiëringen van de tekeningen toe, waardoor zij met de paneelschilderkunst kon concurreren.

Het toenemend gebruik van emailverf was mede oorzaak van het kwaliteitsverlies bij het vervaardigen van glasramen. Hoewel de glasschilder nu in staat was, zonder daarbij van loodstrips gebruik te maken, gedetailleerdere voorstellingen op het glas te schilderen, gaf de emailverf een veel minder intensief kleureffect. Het had bovendien het nadeel dat het snel afbladderde. Beschadigde kerkramen werden dichtgemaakt met gewoon vensterglas en bijgeschilderd met olieverf.

Voorbeelden
De vroegst bekende bont gekleurde vensters van kerken dateren van de 4e eeuw.

Vanaf de vroege Middeleeuwen wordt gebrandschilderd glas voornamelijk toegepast in kerken en kathedralen. Tot de indrukwekkendste werken van de glasschilderkunst moeten de in 1160 gemaakte vensters in de westgevel van de kathedraal van Chartres worden gerekend. De oudste die nog geheel zijn behouden zijn die van de Dom van Augsburg (begin 12e eeuw).

Het Nederlandse bezit aan middeleeuws gebrandschilderd glas is ten opzichte van andere Europese landen zeer beperkt. In de loop van de zestiende eeuw werden veel kostbare kerkramen vernield tijdens oorlogen en godsdiensttwisten en werd de belangstelling voor de glasschilderkunst steeds minder. Aan het eind van de achttiende eeuw waren er bijna geen glazeniers meer te vinden.

Het toenemend gebruik van emailverf was mede oorzaak van het kwaliteitsverlies bij het vervaardigen van glasramen. Hoewel de glasschilder nu in staat was, zonder daarbij van loodstrips gebruik te maken, gedetailleerdere voorstellingen op het glas te schilderen, gaf de emailverf een veel minder intensief kleureffect. Het had bovendien het nadeel dat het snel afbladderde. Beschadigde kerkramen werden dichtgemaakt met gewoon vensterglas en bijgeschilderd met olieverf.

Er resten nog slechts enkele kerken met glas uit de zestiende en verder een redelijk aantal uit de zeventiende en achttiende eeuw. Maar die laten een vervallend ambacht zien.

In de negentiende eeuw ontstond er een nieuwe belangstelling voor oude ambachten, waaronder ook dat van glasschilder. De hieruit voortkomende stromingen, zoals de art nouveau en de neogotiek, manifesteerden zich niet alleen in kerkglazen, maar ook in de decoratie van wereldlijke gebouwen. Na een inzinking in de eerste helft van de twintigste eeuw was er na de Tweede Wereldoorlog weer sprake van een nieuwe bloei.

Moderne glasschilderingen
De glasschilderkunst is tot in de 20e eeuw in gebruik gebleven en heeft ook de moderne kunst geïnspireerd. Zo heeft bijvoorbeeld Marc Chagall vensters voor de vrouwendom in Zürich gemaakt en daarbij het glas ook daadwerkelijk beschilderd. Daarentegen ging het bij de meeste moderne kunstenaars niet zozeer om het aanbrengen van afbeeldingen. Veel meer ging het hen om de door het gekleurde glas opgeroepen stemming in de ruimte, die was aangepast aan het architectonische totaalconcept. Voorbeeld hiervan zijn de sacrale bouwwerken van le corbusier, b.v. in Ronchamp.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 3830.

Tweets by kunstbus