kunstbus
Heb je een links, progressief of sociaal hart? Volg ons dan op Twitter of Facebook

Je kunt ook zelf een opinie of encyclopedisch artikel op Kunstbus of Muziekbus plaatsen!

lexicon opinie


Govert Flinck

Govert Flinck (1615-1660)


1639 Zelfportret Noord-Nederlands schilder van portretten, genre- en historiestukken, tekenaar, decoratieschilder (van interieurs). Bezat tevens samen met zijn zoon Nikolaas een belangrijke kunstcollectie.

Naamsvarianten: Govaert Flinck, Govert Anthonisz. Flinck, Govert Teunisz. Flinck,

Geboorteplaats/datum Kleef 1615-01-25
Sterfplaats/datum Amsterdam 1660-02-02

Bekend van drie grote schutterstukken (Rijksmuseum, Amsterdam); verzorgde ook een groot deel van de decoratie van het stadhuis op de Dam. Flinck was bij leven al een gevierd portretschilder.

Leraar van Johannes Spilberg II,
Beinvloed door Bartholomeus van der Helst, Adriaen Hanneman,
Invloed op Adam Camerarius,

levensloop
Govaert Flinck werd geboren in 1615 in Kleef, in het Rijnland. Arnold Houbraken, een beroemde biograaf van Nederlandse schilders, vertelt uitgebreid hoe de jonge Flinck weigerde zich te interesseren in de zijdehandel, waar zijn vader hem graag in opgeleid had gezien. Pas toen Lambert Jacobsz., die doopsgezind preker en schilder was, eens in Kleef kwam preken, werden zijn ouders door deze Jacobsz. ervan overtuigd dat hun zoon best schilder kon worden, want “…gelyk zy ook met hem over een kwamen, dat hy haren Zoon met hem mede naar Leeuwarden, in zyn huis en onder zyn opzicht, de Konst zoude leeren.”

Leeuwarden 1629 - 1631, ca 1629 begon hij zijn leertijd bij Lambert Jacobsz. in Leeuwarden (Lambert Jacobsz. (ca 1592-1637), Fries schilder; schilderde in de trant van de jonge Rembrandt landschappen met bijbelse voorstellingen en was leermeester van Jacob Adriaansz. Backer en Govert Flinck.)

Amsterdam 1632 - 1660
In Leeuwarden was ook Jacob Backer bij Lambert Jacobsz in de leer. Volgens Houbraken vertrokken de twee samen naar Amsterdam. Flinck was daar van 1633 tot 1636 leerling van Rembrandt. Waarschijnlijk was in de tijd dat Flinck in Rembrandt's atelier leerde, ook Ferdinand Bol daar aanwezig.

Eerste gedateerde werken vanaf 1636.
Rond 1636 verliet Flinck de werkplaats van Rembrandt en stond op eigen benen. Houbraken vermeldt dat hij op dat moment Rembrandt's werk zo nabij kwam dat verschillende werken van Flinck als Rembrandt zijn verkocht. Zelfs Flincks Zelfportret op 24-jarige leeftijd (nu in de Londense National Gallery) werd tot voor kort gezien als een zelfportret van zijn leraar, maar volgens Houbraken heeft hij later deze stijl 'met veele moeite en arbeid afgewent' en werkte hij veel meer naar Vlaamse voorbeelden.

Govert Flinck maakte net als Rembrandt portretten en historiestukken, zoals "Rembrandt als herder"1636, Samuel Manasse Ben Israel (1637, in het Mauritshuis in Den Haag) en "Isaak zegent Jacob" uit 1638.

Vanaf de jaren '40 werd Flincks toets barokker en vergaarde hij eigen roem. Met de smaak van de tijd mee ontwikkelde hij in de richting van een meer classicerende stijl als die van Anthony van Dyck en Bartholomeus van der Helst: gladder en eleganter. Daarmee volgde hij in tegenstelling tot Rembrandt de smaak van de opdrachtgevers. Deze 'italiaanse' manier van schilderen en zijn connecties met de belangrijkste regenten van Amsterdam, brachten hem groot succes en rijkdom. Zijn portretten vonden gretig aftrek onder de Amsterdamse notabelen en ook aan het hof van de prins van Oranje. Zijn schildershuis aan de Lauriergracht 27 in de Jordaan, was dan ook befaamd. Zijn goede connecties met de Amsterdamse notabelen leverden hem opdrachten op van de Amsterdamse Kloveniers, waaronder het schutterstuk met kapitein Bas.

Het ging Flinck blijkbaar voor de wind, want in 1644 koopt hij een dubbel pand op de Lauriergracht voor 10.000 gulden. Houbraken schrijft: “Terwyl nu zyn Konstroem alom verspreid wierd, bekroop hem de troulust…” Op 3 juni 1645 gaat Flinck in ondertrouw met Ingitta Thoveling. Zij kwam oorspronkelijk uit Rotterdam, waar haar vader bewindhebber van de VOC was geweest. Ten tijde van de ondertrouw woonde ze met haar moeder, die weduwe was, op de Prinsengracht.

Flinck's sociale status ging er steeds meer op vooruit en daarmee steeg de kans op opdrachten van de Amsterdamse elite. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Flinck in de jaren 1640 drie regenten– en schuttersportretten schilderde. Dat blijkt nog meer uit het ontzag waarmee Houbraken spreekt over het grote atelier van Flinck en één van zijn bewonderaars, Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg. Houbraken geeft een lange lijst van bekenden en vrienden van Flinck, allen lid van de Amsterdamse elite, zoals Cornelis en Andries de Graaf, Pieter en Johan Six.

In 1651 overleed Flinck's vrouw, die al jaren aan waterzucht leed. Flinck zelf, veranderde een aantal maanden later van confessie. De doopsgezinde Flinck werd Remonstrants. In de eerste helft van de jaren 1650 maakte Flinck steeds minder schilderijen. Dat lijkt vooral te wijten aan het teruglopen van het aantal portretten dat Flinck maakte. Houbraken zegt daarover: “Doch zyn geest geneigt tot grooter ondernemingen en aangespoort door de Konst van Rubbens en van Dyk, die hy te Antwerpenen met veel opmerken had wezen beschouwen, wees degenen die hem portretten wilden laten schilderen naderhand af, naar Bartholomeus vander Helst…” Houbraken heeft, op basis van overgeleverd werk, grotendeels gelijk. Het aantal portretten neemt zeker flink af, maar het is niet zo dat Flinck helemaal geen portretten meer schilderde.

In zijn latere, meer classicistische stijl maakte Flinck voor Amalia van Solms een 'Allegorie ter nagedachtenis van Frederik Hendrik' (1654/1656): Amalia van Solms bij het graf van Frederik Hendrik bezocht door de Hoop, olieverf/doek. 307 x 189, Den Haag, Mauritshuis.
De laatste tien jaar van zijn leven werkte hij aan verschillende eervolle opdrachten, zoals dit werk dat hij in opdracht van Amalia van Solms vervaardigde voor een vertrek in Huis ten Bosch. Amalia zit met een weduwensluier op haar hoofd bij het (imaginaire) graf van Frederik Hendrik die is afgebeeld als zittende bronzen figuur tussen vier zuilen met deugden op de hoeken (vgl. het graf van Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk in Delft). Naast haar staat een vrouwelijke figuur met een helm, die waarschijnlijk de oorlogsgodin Bellona voorstelt. Het boek van Amalia dat Amalia vasthoudt zou de in 1652 verschenen biografie van Frederik Hendrik kunnen zijn. De jonge vrouw in het blauw links is de Hoop. Ze leunt op een anker en in haar hand houdt ze een takje met een klein sinaasappeltje, symbool voor het huis van Oranje. Een engel wijst op de zon die door de wolken breekt. Op de achtergrond omringen putti een dood neerliggende figuur in harnas die waarschijnlijk haar overleden zoon stadhouder Willem II voorstelt. Vanaf de top van de zuil verheft zich de vogel Phoenix als teken van nieuwe hoop, die ook door het sinaasappeltje wordt gesymboliseerd: acht dagen na zijn vaders dood werd de latere stadhouder Willem III geboren. Er is in dit stuk vrijwel niets meer over van Rembrandts stijl. Flinck heeft zich aangepast aan de smaak van de elite. Rotterdam.

Flinck kreeg veel opdrachten voor het Amsterdamse stadhuis waar hij een groot deel van de decoratie heeft geleverd (1656-1657). In de tweede helft van de jaren 1650 schilderde Flinck twee zeer grote stukken voor in het nieuwe stadhuis. In 1659 kreeg hij de opdracht voor het schilderen van 12 historiestukken à 1000 florijnen voor de burgerzaal van het nieuwe stadhuis op de Dam. Het was de grootste opdracht die ooit in de stad was vergeven. De reeks over 'De opstand van de Batavieren tegen de Romeinen' voor het stadhuis op de Dam maakte hij echter nooit af. Flinck stierf tijdens het werk op 2 februari 1660.

Het schoorsteenstuk in de oude raadzaal toont de onomkoopbaarheid van de Romeinse consul Marcus Curius Dentatus, en moest de burgermeesters aan hun waarden en normen herinneren. In zijn sterfjaar 1660 voltooide hij nog “de samenzwering onder Claudius Civilis”. Er was gepland dat Flinck nog 7 werken met de Bataven als thema zou schilderen en bovendien nog eens vier met afbeeldingen van goede patriotten, maar, volgens Houbraken “[…] beliefde het den Almachtigen dit voornemen te stuiten […]”.

Toen Flinck 2 februari 1660 op 44-jarige leeftijd overleed werd het werk afgemaakt door Rembrandt, Jan Lievens, en Jacob Jordaens. Joost van den Vondel, die Flinck hoger achtte dan Rembrandt, betreurde dat zeer en schreef:
Dus leefde Appelles Flinck, te vroeg de stadt ontruckt,
Toen hy, behantvest van haere edele overheden
Het heerlyck raethuis met historien zou kleeden,
Gelyckze Tacitus van outs heeft uitgedruckt.
Die Rome strycken leert voor 't recht der Batavieren.
Bekranst dien schilderhelt met eeuwige laurieren.

Op 7 februari werd Govert Flinck begraven in de Westerkerk.

Vondel
De vier schilders die het vaakst door Vondel werden bezongen zijn Govert Flinck (19 gedichten), Joachim van Sandrart, Philips Koninck en Jan Lievens. Govert Flinck moet Vondel wel zeer na gestaan hebben, want deze wijdde niet alleen twee gedichten aan zijn portret, maar ook een vers op zijn huwelijk en een op zijn overlijden. Vondel noemde hem de 'Kleefsche Apelles'. (Apelles was een kunstenaar die leefde en werkte in de tweede helft van de vierde eeuw voor Christus. Hij was geboren in Kolophon. Apelles was de enige aan het hof van Alexander de Grote die portretten van deze Macedonische keizer mocht schilderen. Hoewel er geen werk van hem bewaard is gebleven, is zijn roem enorm. Apelles gold in de oudheid als de beste schilder ooit.)
(italiaanse' manier van schilderen werd door latere generaties niet gewaardeerd. De 'Nederlandse' stijl van Rembrandt en Frans Hals, was de maatstaf. Govert Flinck, ooit de meest succesvolle schilder van Amsterdam, werd vergeten.

Websites: www.rijksmuseum.nl

Deel dit artikel op Twitter of Facebook

Heb je een links, progressief of sociaal hart? Volg ons dan op Twitter of Facebook

Pageviews vandaag: 26.