kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Guido Geelen

Geelen neemt een prominente plaats in binnen de Nederlandse beeldhouwkunst vanwege zijn vrije en eigenzinnige omgang met keramische technieken, brons en aluminium.

'Beeldenmaker' Geelen, zoals hijzelf graag genoemd wil worden, maakt beelden die vaak zijn opgebouwd uit reproducties van de meest uiteenlopende gebruiksvoorwerpen. Geelen maakte bijvoorbeeld een keramische sculptuur die is samengesteld uit in rode klei samengeperste honden, autobanden, stofzuigers, televisies en computers. Door deze voorwerpen te ordenen en vervolgens op elkaar te stapelen, creëert Geelen een keramische muur die ondanks, of wellicht dankzij, zijn ogenschijnlijke morbide karakter de beschouwer blijft intrigeren.

In Tilburg heeft hij de N.L.O. Tehatex (1979-1983) gedaan en daarna nog twee jaar Academie voor Beeldende Vorming(1983-1985). In 1988 ontving Geelen de Aanmoedigingsprijs gebonden kunsten van de Stichting Amsterdams Fonds voor de Kunst, in 1989 de Charlotte Köhlerprijs voor beeldhouwkunst en de Vordemberge-Gildewart Award en in 1990 de Aanmoedigingsprijs beeldende kunst van de Stichting Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Klei is een grondstof voor pottenbakkers en keramisten en het gebruik ervan wordt eerder met kunstnijverheid in verband gebracht dan met monumentale kunst. Guido Geelen slaagde er in de jaren tachtig in de keramiek van zijn precieuze reputatie te ontdoen door met gebakken klei ruimtelijk werk te maken dat refereert aan zowel traditionele als modernistische kunstopvattingen en verwijst naar de tradities van de keramiek zelf.

De tussen 1989 en 1992 gemaakte sculpturen vertonen een duidelijke verwantschap met de strenge ordening van de Minimal Art. Ook de zakelijke ondertitels, die naar de fabriekscodes van de verwerkte materialen verwijzen, passen in de minimalistische traditie. Maar in de detaillering van de beelden wijkt Geelen daar juist volstrekt van af.

Zo maakte hij enkele aan de minimal art herinnerende stapelingen, opgebouwd uit rechthoekige keramische segmenten waarin florale beeldstrengen in blokken zijn samengeperst. In deze werken houdt de gebakken klei zijn natuurlijke kleuren: terracotta, grijs en zwart. Op deze wijze bouwde hij ook een muur met modules waarin uiteenlopende figuratieve vormen als honden, autobanden, stofzuigers en televisies tot een geometrische orde zijn gebracht. Van de meeste van die artikelen heeft Geelen eerst mallen gemaakt (voor de dierfiguren gebruikte hij door de industrie afgedankte exemplaren) en deze vervolgens vol klei geperst. De zo ontstane vormen van zachte klei zijn daarna in rechthoekige kisten gedwongen en vervolgens gebakken.

Het geheel oogt enigszins als een afvalberg, chaotisch en keurig tegelijk, alsof het hele boeltje van ons dagelijks leven in gelid is gebracht. Anderzijds hebben de strakke contouren van het beeld hierdoor een prachtige beweeglijkheid gekregen. Het fascinerende spel van licht en schaduw en de onverwachte, bijna bizarre verzameling geven aan de ordening bovendien een vrolijke noot. Tegenstrijdigheden als deze zijn kenmerkend voor Geelen: orde en chaos, gestreng en barok, maar ook ambachtelijk en industrieel, eenvoudig en complex, kunst en kitsch gaan in zijn werk een vanzelfsprekend verbond aan.

Als contrast met deze monumentale, robuuste werken dreef hij de verfijning van de keramiek op de spits in ornamentele wand- en vloerbeelden waarin hij glazuren en decoraties toepast die refereren aan de traditie van burgerlijk gebruiksporselein. De vormen van deze barokke objecten zijn weelderig gedecoreerd met gekleurde afbeeldingen van liefdespaartjes, vruchten en bloemen. Gaandeweg maakt de geometrische ordening plaats voor barokke uitbundigheid.

In 1994 begon Geelen ook met brons te werken, in 1998 met aluminium. Stofzuigers, urinoirs en andere gebruiksvoorwerpen en later grote beesten, zoals koeien en varkens, werden afgegoten en in nieuwe constellaties samengebracht. De gietkanalen die normaliter na het gietproces verwijderd worden, liet Geelen als integraal onderdeel van deze beelden intact. Zo worden de beelden soms overwoekerd door een oppervlak van 'aders', waardoor deze een organisch uiterlijk krijgen. Van geometrische ordening is geen sprake meer. De, zoals Geelen het noemt, ‘imploderende' beelden hebben plaats gemaakt voor ‘exploderende', bijna chaotische sculpturen uit brons. Zonder titel (urinoirs) uit 1994, met zijn onregelmatige woekering van uitsteeksels, lijkt nog het meest op een schrikbarend uitvergrote kever, waarvan de ledematen en voelsprieten door een ernstige ziekte misvormd zijn. Wie zijn ogen de kost geeft ziet echter dat de uitsteeksels zijn samengesteld uit afgietsels van ouderwetse Hollandse tabakspijpen en het ‘lichaam' uit twee op elkaar geplaatste afgietsels van een urinoir.

Kunst 2000 (fl. 100 000) is toegekend aan Guido Geelen 'voor zijn onorthodoxe wijze waarop hij de toepassing van het traditionele materiaal klei een vernieuwende impuls heeft gegeven'.

Guido Geelen maakt deel uit van de Tilburgse School, een groep kunstenaars die de aandacht voor ambachtelijke technieken deelt.

Zie ook http://www.depont.nl/.

































Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1369.

Tweets by kunstbus