kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Guido Lippens

Nederlands kunstenaar

Na een periode van expressionistisch, figuratief werk in de jaren zestig is Guido Lippens schilderkunst gaan beoefenen die wel fundamentele-schilderkunst werd genoemd. Dat kon een steeds herhaalde handeling zijn van het leegstrijken van een verfkwast op pakpapier, het uit de hand betekenen van een wit vlak volgens een strak raster, of het beschilderen van een vlak met achtereenvolgens één, twee en drie lagen wit, zodat een subtiel verschil in kleurintensiteit waarneembaar was. Aan het eind van deze periode, in 1982, nam Lippens deel aan de Documenta in Kassel.

De eindeloze oefeningen in concentratie zonder een herkenbaar beeld te willen maken, resulteerden later in kleine schilderijen waarin wel motieven herkenbaar waren, bijvoorbeeld de contouren van een cirkelzaagblad, maar waarin geen verhaal te lezen was. Nog steeds waren precisie en concentratie de trefwoorden waarom alles draaide. Guido Lippens heeft deze bescheiden beeldtaal steeds uitgebreid met nieuwe motieven. Ook in de techniek is steeds meer variatie gekomen. Naast het tekenen en schilderen werd figuurzagen een belangrijk element. Zelfs heeft hij schroeiplekken van een kookplaatje op hout gebruikt.

Guido Lippens is niet bang dat zijn werk voor decoratief wordt aangezien. Het is weliswaar niet alleen maar decoratief, maar herhaling en decoratie vormen toch het procédé dat tot zijn kunst leidt. Deze karakteristiek bezorgde hem een plaats in de tentoonstelling De kracht van herhaling, in 1996 in Museum de Wieger en Museum Jan Cunen in Oss.

Voor het groot atelier (Museum de Wieger) heeft Lippens een doordacht ontwerp gemaakt dat zeer aanwezig is, terwijl het alles toelaat wat we met deze ruimte op het oog hadden. De vooruitstekende muurdelen, de zogenaamde penanten, zijn van vloer tot plafond betegeld met een serie van twaalf verschillende tegels van 15 x 15 centimeter. Het schema waarin de tegels zijn gevat staat vast, met een vaste regelmaat vindt ook een verspringing plaats. Op de schouw vindt men de hele reeks van elf motieven (de twaalfde tegel is effen blauw) waaruit de series bestaan. Deze motieven komen vaak terug in het werk van Guido Lippens. Ze maken deel uit van zijn beeldtaal, die geen vastliggende betekenis heeft. Deze motieven trekken de aandacht zonder dwingend te zijn. Ze trekken de blik van de beschouwer, maar sturen hem niet. Met de Wiegertableaus heeft het groot atelier een bijzondere en unieke uitstraling gekregen. Zoals Henri Matisse een kapel heeft gedecoreerd in Vence en Jan van de Dobbelsteen de oude zaal van de Tweede Kamer heeft aangekleed, bestaat er nu ook een ruimte die blijvend de signatuur draagt van Guido Lippens.

1999 vleeshal - Onder de titel How Sweet 2 laat Guido Lippens recente schilderijen en tekeningen zien. Zijn schilderijen zijn opgebouwd uit zich herhalende vormen en patronen die door hun intense kleurkracht het schilderij in beweging lijken te zetten. Hoewel de patronen ogenschijnlijk geordend zijn binnen symmetrische en rationele patronen zijn zij dat bij nauwkeurige bestudering bepaald niet. De vormen gaan hun eigen weg en ontsnappen aan het metende oog. In hun kleuren- en vormentaal lijken de schilderijen over andere landen en culturen te spreken: arabische arabesken, oosterse pracht. Maar dan zo geïntensiveerd dat zij in hun decoratieve kracht naar een andere betekenis haken.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 869.