kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 02-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Günther Uecker

Günther Uecker Ausstellung Jesuitenkirche Aschaffenburg 2008

Uecker werd 13-3-1930 geboren in Wendorf, Mecklenburg, in de voormalige DDR.

Medeoprichter van de groep Zero, maakt sedert 1958 reliëfs, waarbij de structuur gevormd wordt door spijkers. Soms is het ritme van deze structuur streng geometrisch, soms vrijer, in draaikolkachtige bewegingen. Aanvankelijk waren zijn reliëfs volkomen wit, in later werk liet hij de spijkers hun metaalkleur behouden. De spijkerformaties van Uecker hebben een dynamisch effect: licht, schaduwen en de beweging van de beschouwer spelen daarbij een rol. Soms versterkt hij de instabiele werking op het oog nog door de reliëfs mechanisch in beweging te zetten en ze daarbij door lichtbronnen te belichten. Vanaf 1962 werden ook meubelen en tv-toestellen met spijkers overwoekerd en wit geverfd. Hij maakte ook monumentale werken, waarbij licht en beweging een rol spelen, maar de spijker, als zijn persoonlijk beeldmateriaal, bleef centraal staan. In de jaren zeventig ontwierp hij voorts toneeldecors en -kostuums voor operavoorstellingen. In de jaren tachtig werkte hij vooral met as en roetachtige materialen, refererend aan de dood en de geschonden natuur. Uecker zet zich dan met name in voor de bedreigde leefomgeving van Amerikaanse Indianen. (Encarta 2001)

In 1956/57 maakte hij zijn eerste witte structuurobject van verf en spijkers op hardboard en hout. In 1959 werd de spijker het belangrijkste element van zijn objecten en ontstonden er bespijkerde kogels en cilinders, bespijkerd meubilair en vlakke en golvende "spijkervelden". De spijkers en velden worden met witte verf bespoten, waardoor ze gedematerialiseerd worden tot een raster waarop lichtvibratie en ritme te zien zijn. (Leinz 163)

“Mijn lichaam speelt een belangrijke rol in de verhoudingen van mijn werken. De bewegingen van mijn voeten, de buiging van het lichaam en van de uitgestrekte armen zijn choreografische tekens die een beeldvlak vullen.” (Uecker)

Biografie
1949-1953 Fachhochschule für angewandte Kunst Wismar en Kunstakademie in Berlin-Weißensee

Voordat hij naar het Westen emigreerde, raakte Günther sterk onder de indruk van de Oost-Europese avant-garde, die tot 1951 in het communistische land werd getolereerd. Vooral Kasimir Malevitsj en zijn Poolse leerling Vladislav Strzeminski hadden grote invloed op Uecker, terwijl de expressionisten hem vooral door hun absolute toewijding aan de kunst beïnvloedden.

1953-1957 Zet zijn studie voort aan de Kunstacademie van Dusseldorf.

Halverwege de jaren vijftig bereikte Uecker een volwassen visuele benadering toen hij als respons op de ideologische illustraties van het Sociaal-Realisme de inhoud in de schilderkunst afwees. Als weergave van zijn persoonlijke situatie schilderde hij zijn 'Vuile schilderijen; waarbij hij zijn vingers gebruikte. Het thematische werd vervangen door de textuur van dik opgebrachte verf en door de heimelijke poëzie van gewone materialen. Om een textuur van basreliëf en de vibratie van het oppervlak te versterken, begon Uecker alledaagse voorwerpen in zijn werk op te nemen, zoals de spijker, waarmee Uecker het voornaamste medium van zijn toekomstige kunst had ontdekt. Toen hij in 1957 voor het eerst een monochroom schilderij met spijkers omzoomde, had dit echter nog weinig van doen met het ritme van licht en schaduw.

1958 Gezamenlijke tentoonstellingen met Mack en Piene.

In 1959 werden de spijkers van schildersmateriaal het thema zelf, een middel om een gevoelig, schilderkunstig gestructureerd spel van licht en schaduw te creëren dat meteen de aandacht van de beschouwer trok. Soms is het ritme van de structuur streng geometrisch, soms vrijer, in draaikolkachtige bewegingen. Aanvankelijk waren zijn reliëfs volkomen wit waardoor ze gedematerialiseerd worden tot een raster waarop lichtvibratie en ritme te zien zijn. In later werk liet hij de spijkers hun metaalkleur behouden. De spijkerformaties van Uecker hebben een dynamisch effect: licht, schaduwen en de beweging van de beschouwer spelen daarbij een rol.

"Ik heb gekozen voor een witte zone als uiterste gekleurdheid, als hoogtepunt van het licht, als triomf over het duister. Een witte wereld is, geloof ik, een humane wereld, waarin de mens zijn kleurige bestaan beleeft, waarin hij levend kan zijn", schreef Günther Uecker.

Hij creeert spiralen van spijkers, die hij Clouages noemt. Met de ritmische effecten die door het zeer gedifferentieerde spel van licht en schaduw ontstaan plaatste hij zich in de stroming van het kinetisme.

De spijkers werden ook een probleem voor Uecker, want het proces om duizenden spijkers aan te brengen, betekende een enorme mentale en fysieke inspanning. Correcties waren onmogelijk, en één fout zou in staat zijn een werk te ruïneren. Door dit risico krijgt Ueckers werk een diepe ernst. Zijn kunst lijkt een op de kunstenaar gericht experiment: in zijn tweedimensionale schilderijen of statische objecten, in zijn door een kronkelende lijn van spijkers, metalen staven of Plantages gemoduleerde lichtobjecten, in zijn tijdelijke installaties voor een bepaalde plek, of in zijn meditatieve aquarellen.

1959 eerste solotentoonsteling in galerie Azimuth, Milaan. Eerste draaiende schijven.

1960 Wordt lid van de Zero-groep,
Gunther Uecker vormde samen met Otto Piene en Heinz Mack de in 1957 door de laatste twee opgerichte Zero groep uit Dusseldorf. Deze drie kunstenaars waren het er over eens dat een kunst van subjectieve verwarring, van het lijden onder de gesel van de tijd en onder persoonlijke gebreken en mislukkingen, vervangen moest worden door een kunst die vibreerde op de ritmen van het universum en daarmee van de moderne samenleving. Deze grondhouding kwam overeen met de keuze voor het levengevende licht als het nieuwe medium van de kunst. Het 'Nieuwe Idealisme' dat uit deze houding voortkwam, de romantische visie die Piene en Mack van het licht hadden, werd niet aanvaard door Uecker (die zich pas later bij de groep had aangesloten). Maar ook hij droomde aanvankelijk van een nieuwe, 'lege mens', een persoon zonder geschiedenis en dus zonder vooroordelen, die zich wist te bevrijden van het westerse trauma van oorlog en holocaust, en 'bereid was naar een andere planeet te vertrekken'.

De kerngroep van Zero, waar zich in los verband kunstenaars als Christian Megert, Hans Salentin, Hermann Goepfert en Jan Schoonhoven van de nederlandse nul groep hadden aangesloten, liep voorop in de doorbraak naar een postinformele, serieel monochrome schilderkunst. Schilderijen, reliefs en objecten die optische vibraties en energieen aan zich bonden, werden gebruikt als instrumenten om in geperforeerde patronen of spijkerstructuren het licht op te vangen, in een ritme te brengen en te nuanceren.

Na 1960 breidde Uecker zijn collectie lichtobjecten uit met bewegende environments.
Vanaf 1962 werden ook meubelen en tv-toestellen met spijkers overwoekerd en wit geverfd. Hij maakte ook monumentale werken, waarbij licht en beweging een rol spelen, maar de spijker, als zijn persoonlijk beeldmateriaal, bleef centraal staan. Soms versterkt hij de instabiele werking op het oog nog door de reliëfs mechanisch in beweging te zetten en ze daarbij door lichtbronnen te belichten.

1962 Neemt deel aan de tentoonstelling 'Nul' in het Stedelijk Museum en aan het Zero-festival in Dusseldorf. De groepen Zero en 'N' delen de eerste prijs op de Biennale van San Marino.

1964 Ontvangt een kunstprijs van het Land Rheinland-Westfalen.

1964-1977 Neemt deel aan Documenta 3,4 en 7, Kassel.

Het aanvankelijk tamelijk naïeve optimisme van het Zero-manifest ("Zero is stilte, Zero is het begin, Zero is rond, Zero roteert") verdween al snel en het keerde bij Uecker nooit terug. De werkelijkheid bleek complexer. 'Een naoorlogse generatie wordt een vooroorlogse generarie', schreef hij in een stellingname tegen de oorlog. Dit gedesillusioneerde inzicht wijst erop dat het fundamentele onderwerp van Uecker 'Niet kunst en leven is, maar leven en dood'. Het kan slechts betekenen dat Uecker met zijn artistieke rituelen, binnen de onophoudelijke transformatie van het eeuwige en onveranderlijke (de tijd die niet verstrijke maar is), de mensen tegenover het schilderij of object plaatst, in een denkbeeldig centrum dat de maatstaf van alle dingen is.

De Zero-groep viel in 1967 uiteen. Uecker verzette zich tegen pogingen om een nieuw idealisme uit te roepen, analoog aan het Parijse Nouveau Realisme. We mogen Uecker dan ook niet alleen in de context van deze groep beschouwen. Voor Uecker betekende Zero geen utopische horizon, maar een overgangsrite. Kunst was vor hem niet een idealistisch en in licht badend reservaat, maar, een ruimte waarin hij zijn bestaan opvoerde, en waarin invloeden van Rudolf Steiner tot het Taoisme en Zen zichtbaar werden. In die zin voelde Uecker zich meer verwant met Yves Klein dan met de Euforische dromers van de Zero-groep.

Spijkers zijn ook reële gebruiksvoorwerpen. Ze behoren tot de praktisch wereld en vertegenwoordigen handwerk. Toen Uecker ze esthetiseerde, bewees hij dat kunst op eenvoudige en begrijpelijke wijze ontstond. Tegelijkertijd toonden de spijkers duidelijk hun fysieke en agressieve aspect. Ueckers werk ging van lichtstructuur tot fysieke perceptie en tastbaarheid, van het optische tot het object. Hij creëerde in de vroege jaren' 60 reeds objecten met borstels, bespijkerde alledaagse voorwerpen als tafels, krukken en een piano. Een bovenmaatse spijker, het extroverte en brutale object dat Uecker in 1968 door de buitenmuur van het warenhuis Kaufhof in Dortmund boorde, markeerde zijn breuk met het meditatieve paneel. Vanaf dat moment voerde Uecker ook happenings op. Zijn beeldhouwwerken werden objecten waar de bezoeker over- of doorheen kon lopen, zoals zijn architectonisch opgevatte spijkertafel.

In de jaren '70 breidde hij zijn repertoire uit en gebruikte zachtere materialen (in een soort postminimalistische, antiformele tendens); hij hing gescheurde doeken, geplooid karton en touwen op.

1970 Deelname Biennale van Venetie.
1971 Overzichtstentoonstelling in het Moderna Museet, Stockholm. Neemt deel aan de Biennale van Sao Paolo.

1972 Maakt de film Schwarzraum-Weisraum.
1974 Decorontwerp voor de opera Fidelio van Beethoven, in Bremen.

Vanaf 1976 werkzaam als hoogleraar aan de kunstacademie van Dusseldorf.

Toen hij in de jaren '80 naar het spijkerreliëf terugkeerde, creëerde hij expressief wervelende patronen die in witte en zwarte verf waren gedoopt. Vernietiging en rust hielden elkaar in evenwicht. Daarin toonde hij zich als een Europees beeldhouwer die veel verder ging dan het idealisme van Zero.

Hij werkte met as en roetachtige materialen, refererend aan de dood en de geschonden natuur. Uecker zet zich dan met name in voor de bedreigde leefomgeving van Amerikaanse Indianen.

1983 Solotentoonstelling in de Kunsthalle van Dusseldorf.
1984 Reis via de Transsiberische Spoorweg.
1987 Overzichtstentoonstelling in het Wilhelm-Hack-Museum, Ludwigshafen.
1992 Overzichtstentoonstelling in het Museum des 20. jahrhunderts, Wenen.

Werken:
. Spijkerconstructie, 1962, spijkers, doek en hout, 60x52, Venetië, Verzameling Peggy Guggenheim

. Hoek, 1968, spijkers en doek op hout, 200x200x200, verzameling van de kunstenaar

. Spijkerreliëf, spijkers op doek en hout, 80x80, Wenen, Museum moderner Kunst

. Spijkerreliëf, 1988, hout, verf en nagels op doek, 90x90x15, Verzameling Frieder Burda
De spijkers en velden zijn met witte verf bespoten, waardoor ze gedematerialiseerd worden tot een raster waarop lichtvibratie en ritme te zien zijn. De in golfpatronen bespijkerde oppervlakte verandert door de lichtinval van karakter. Het licht en de schaduw van de spijkers en de ruimte ertussen vormen allerlei kringen en spiralen. (Leinz 163)

. Woud van één stam, 1990, spijkers, as, lijm en hout, 7 delen, 170x600, diameter 80, privé-verzameling


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 45.