kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Gustave Courbet

Gustave Courbet (1819-1877)


Gustave Courbet, geestelijk en artistiek leider van het Realisme, wist voortdurend schandalen uit te lokken met zijn schilderijen. Hij koos bij voorkeur onderwerpen die geen enkele status hadden en voerde deze dan uit op een formaat dat tot dan alleen maar gebruikt werd voor verheven historiestukken of religieuze onderwerpen. Daarbij had hij ook nog een heel directe stijl van schilderen waarbij de verf dik opgebracht werd. Reden genoeg in die tijd om hem te verdenken van revolutionaire of zelfs anarchistische activiteiten.

Gustave Courbet was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Realisme, een richting in de schilderkunst die de dagelijkse werkelijkheid en gewone mensen tot onderwerp nam, in plaats van verheven mythologische of historische scènes. Het nieuwe was vooral dat deze 'gewone' situaties of voorwerpen geen bijzaak maar hoofdonderwerp in het schilderij waren, en vaak op groot formaat werden afgebeeld. Zijn manier van schilderen is spectaculair: Courbet bracht de verf in brede vegen op met behulp van een paletmes.

biografie
Gustave Courbet, geboren op 10 juni 1819 te Ornans, was een zoon van een boer in die streek.

In 1840 ging hij naar Parijs. Al gauw na zijn aankomst in Parijs waar hij rechten had moeten gaan studeren, maakte Courbet zijn entree in het atelier van de succesvolle academieschilder Charles Steuben. Dit atelier stond in het hart van het Quartier Latin, waar Courbet een paar jaar later zelf een atelier zou inrichten. Hij zou later verklaren dat hij noch van deze noch van enige andere leermeester iets had geleerd. Met een karakteristiek zelfvertrouwen besloot hij zijn eigen leermeester te worden en begon hij aan een cursus 'schilderen naar model' aan de 'vrije' (dat wil zeggen docentloze) Académie Suisse. Ook ging hij de werken van Spaanse, Venetiaanse en Hollandse meesters in het Louvre kopiëren.

Courbet voltooide zijn zelfonderricht in zes jaar hard werken, veel inspannender dan de doorsnee academieopleiding. Zijn voortgang gedurende deze vroege jaren is moeilijk in kaart te brengen. Veel van zijn vroege studies zijn verloren gegaan, andere werden later gewijzigd of van een verkeerde datum voorzien. De nog bestaande werken variëren enorm in kwaliteit, stijl en uitvoering.

In de jaren na 1840 worstelde Courbet verder, waarbij zijn grote vitaliteit en zijn geestelijke veerkracht hem in staat stelden om ondanks mismoedige momenten snel vooruit te gaan. Met zijn megalomane eigendunk voelde hij zich sterk en begaafd genoeg om de confrontatie aan te gaan met het bastion van de gevestigde kunstwereld, waar hij uit eigen verkiezing trots buiten stond, en die te winnen. Vastbesloten de kunstwereld te veroveren, stuurde Courbet vanaf 1841 schilderijen naar alle Salons. In 1841, 1842 en 1843 werd hij afgewezen, vervolgens werd in de drie volgende jaren telkens één werk van hem geaccepteerd. In 1847 werden al zijn inzendingen geweigerd, maar de juryloze Salon van 1848 stelde hem in staat niet minder dan tien schilderijen te laten zien.

Net als andere jonge kunstenaars profiteerde hij van de kortstondige liberalisering van de Salon door de Republiek. Het jaar 1848 markeerde het eind van de periode van zijn leertijd en van zijn jeugdige hang naar Romantiek. Hijzelf dateerde later het begin van zijn rijpe Realistische periode vanaf dit jaar. Zijn selfmade opleiding had de basis gelegd voor zijn latere realisme.

Terugkijkend beschreef Courbet zijn artistieke vorming als die van een radicale, onafhankelijke 'student van de natuur'. Door de gang van zaken op de Académie en het advies van docenten in de wind te slaan had hij 'als een sterke zwemmer de rivier van de traditie overgezwommen' en was opgedoken om met een weergaloze eigenheid direct de confrontatie aan te gaan met de waarheid van de Natuur. Maar de loop van zijn artistieke ontwikkeling was in feite niet half zo bijzonder geweest als hij zelf dacht. Ook de voorgaande generatie zelfstandige Romantische kunstenaars, zoals bijvoorbeeld Géricault, waren studenten van de natuur geweest in de specifieke zin die die term voor Courbet inhield: kunstenaars die meer door persoonlijke neigingen dan door een docent of een school waren gevormd. Want 'de Natuur' die Courbets kunst uitmaakte was niet de natuur van de wereld buiten, maar een onweerstaanbare, ingeboren aandrang, die hem naar het museum voerde op zoek naar verantwoorde werken.

Hier 'plunderde' hij, geholpen door zijn grote technische handigheid, uit de schilderijen van de oude meesters alles wat zijn instinct, zijn natuur, aansprak en annexeerde de buit. Courbet maakte zijn entree in de kunstwereld op de manier van een 'natuurlijk genie' van het soort dat een uitvinding was van het eind van de achttiende eeuw. Er was veel in zijn zelfbeeld dat afkomstig was uit het bohémien gedrag in de Sturm und Drang periode: zijn narcisme en onbehouwen genialiteit, zijn volksheid en strijdbare materialisme, zijn vertoon van minachting voor de traditie (waar hij tegelijkertijd afhankelijk van was) en zelfs zijn waardering voor de barokschilders van het clair-obscur, zoals bijvoorbeeld Caravaggio en Rembrandt. Aan hen ontleende hij zijn 'Realistische' schilderstijl, waarbij hij zijn figuren modelleerde met sterke licht-donker contrasten om hun lichamelijke stevigheid, hun zwaarte en hun materiële substantie te benadrukken.

Halverwege de negentiende eeuw verklaarde de schilder Gustave Courbet dat schilderkunst vooral een kunst van het zien is en zich derhalve alleen bezig moet houden met de zichtbare dingen. Deze verklaring zette zich vooral af tegen de classicistische kunst die voornamelijk geïdealiseerde beelden schiep en tegen de poëtische en dikwijls op literatuur gebaseerde, fantastische kunst van de Romantiek. Courbet wilde zich juist richten op de eigen tijd, waarbij onderwerpen die eigenlijk te gewoon, te vulgair gevonden werden niet geschuwd werden. In zijn opvatting moest een schilder niet selectief te werk gaan. De 'juiste' stijl zou dan eigenlijk de oorspronkelijk stijl zijn, dat wil zeggen 'stijl-loos. Courbet was ook een politiek socialist en die interesse blijkt uit de keuze van zijn onderwerpen die, ondanks het niet willen selecteren, vaak op de laagste lagen van de maatschappij betrekking hebben. Deze socialistisch getinte stroming wordt aangeduid als 'Realisme'.

De revolutie van 1848 verhief het gewone genreschilderij tot de waardigheid van historiestuk en ook van een politiek beïnvloed realisme door het van breed gedragen nationale thema's te richten op specifiek maatschappelijke thema's. Courbet en Millet verbeeldden arbeiderstaferelen met een grote waardigheid die conservatieve critici en een groot deel van het publiek uit de middenklasse trof als een belediging en een bedreiging van gevestigde waarden. Het lag meer aan hun ongewone, wrange stilering dan aan de onderwerpen zelf dat er zo'n krachtige weerstand ontstond.

Vooral met zijn monumentale figurencomposities demonstreerde Courbet een radicaal realisme, dat eerst shockeerde, maar nadien door velen werd nagevolgd. Courbet beoefende ook de landschapschilderkunst, vooral in zijn rotsachtige geboortestreek in de omgeving van Ornans. Zowel op groot als op klein formaat ontwikkelde hij een eigen manier om met het paletmes de volumes van rotsen en vegetatie te suggereren. Zijn kleinere landschappen, zoals De rotsen van La Loue, waren op het einde van de negentiende eeuw bij de verzamelaars bijzonder populair.

In Courbets 'Steenkloppers'(1849-50) herkenden de critici niet de realiteit, zoals zij die kenden. Ze begrepen dat dit werk geen neutrale, objectieve visie gaven, maar bedoeld waren om de bezittende klassen van de maatschappij te beschuldigen, aan te vallen en misschien zelfs onderuit te halen. Ze veronderstelden dat deze werken met hun provocatieve grote formaat en artistieke ongeliktheid erop gericht waren over de hoofden van het schilderijen kopende publiek heen de 'lagere' klassen aan te spreken. Vanaf dit tijdstip werd realisme, ongeacht de feitelijke bedoeling van de kunstenaars, gekoppeld aan radicale politiek. Aanhangers zoals Courbet werden beschuldigd van een systematische vooringenomenheid voor het lelijke en verachtelijke, dat wil zeggen een vorm van verraad van de waarheid.

Toen 'De begrafenis te Ornans' en 'Het atelier van de schilder' door de jury van de salon van 1855 werden afgewezen, trok Courbet de elf schilderijen die wel geaccepteerd waren terug en richtte zijn eigen tentoonstellingstent op. Het zogenaamde 'realistisch manifest' was in feite de inleiding van de catalogus bij deze tentoonstelling:
''De benaming realist is me opgelegd, zoals men aan de generatie van 1830 de benaming Romantici heeft opgelegd. In geen enkele andere periode hebben die benamingen een correcte voorstelling van zaken opgeleverd; als het anders was, zouden de werken overbodig zijn. Ik doe geen uitspraak in hoeverre deze kwalificatie, die niemand goed begrijpt, juist is; ik zal me beperken tot een enkele uiteenzetting om misverstanden uit de weg te ruimen. Geheel buiten elk systeem om en zonder enig vooroordeel heb ik de kunst van de Antieken en de hedendaagse meesters bestudeerd. Ik heb noch de één willen navolgen, noch de ander willen kopiëren; evenmin was mijn streven gericht op het nutteloze doel van het L'art pour Part. Nee! Uit het hele arsenaal van de traditie heb ik simpelweg mijn eigen, individuele, weloverwogen en onafhankelijke gevoel willen opdiepen. Weten om te kunnen, dát was mijn streven! In staat zijn om zelf de zeden, de ideeën, het aanzien van mijn tijd te vertalen, volgens mijn eigen waardeoordeel, in één woord: levende kunst maken, dát is mijn doel!''

In 1861 opende Courbet op verzoek van enige kunststudenten een atelier voor 42 leerlingen, meer gericht op het in vrijheid volgen van kunst dan aan formeel onderwijs. In een manifest richtte hij zich tot zijn leerlingen en verklaarde hij dat schilderen een in de kern concrete kunst is en alleen kan bestaan uit het weergeven van reële en bestaande dingen. Het is een volledig fysieke taal die visuele objecten gebruikt in plaats van woorden. Het abstracte, onzichtbare en niet bestaand ligt buiten het bereik van de schilderkunst. Hij gaf ze deze regels;
1. Doe niet wat ik doe;
2. Doe niet wat anderen doen;
3. Als je zou doen wat Rafaël ooit deed, zou je je eigen bestaan opgeven -zelfmoord;
4. Doe wat je ziet en voelt.
De school verliep al snel en werd in 1862 gesloten.

Courbet werd beschuldigd, voor de vernieling van Napoleons triomferende column in Place Vedôme. Hij werd gevangen genomen en veroordeeld tot het betalen van de reconstructie.

In 1873 vluchtte Courbet naar Zwitserland om te bezinnen en verder aan zijn schilderscarrière te werken. Hij stierf op 31 december 1877.

zie bronnen:
www2.lokv.nl-gustave-courbet


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 3836.

Tweets by kunstbus