kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 26-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Gustave de Smet

Gustave de Smet (1877-1943)

Belgische Kunstschilder, een van de grondleggers van het vlaams-expressionisme, geboren 21 januari 1877 te Gent - overleden 08.10.1943 in Deurle.

De Smets opleiding aan de Gentse academie en zijn bewondering voor Emile Claus leidden aanvankelijk tot een impressionistische stijl. Samen met Van den Berghe, Servaes, Permeke en zijn broer Léon vormde hij de tweede groep van Sint-Martens-Latem, waar hij zich in 1901 vestigde. Tijdens zijn verblijf in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog, brachten contacten met Sluyters, Gestel, de gebroeders Wegeman en vooral zijn vriendschap met de Franse schilder Le Fauconnier een fundamentele verandering in zijn kunst teweeg: tot aan zijn terugkeer naar Vlaanderen (1922) zou De Smet in een zuivere maar wat zwaartillende expressionistische stijl schilderen, waarin een zekere verwantschap te zien is met het Duitse expressionisme.

Teruggekeerd in België (1922), woonde De Smet achtereenvolgens in Kalmthout, Oostende (bij Permeke), Bachte-Maria-Leerne en Afsnee (1923) en vanaf 1927 in Deurle.

Reeds in het begin van de jaren twintig kwam hij tot de stilering die hem eigen is: uiterst vereenvoudigde en derhalve wat houterige figuren, nagenoeg tot het tweedimensionale gereduceerd en frontaal weergegeven. De wijze waarop hij schaduwen en perspectief of details tot eigen conventionele tekens herleidde, roept herinneringen op aan de volkskunst, m.n. de volkse houtsnede. De ‘folkloristische’ sfeer van zijn meest karakteristieke werken wordt soms nog versterkt door de keus van het onderwerp (zoals schiettent, jager, circus, boerenportretten, landschappen), wellicht meer nog door de opmerkelijke warmte van zijn coloriet (combinaties met okers en roodbruine tonen).

In de periode 1926–1928 manifesteerde zich een neiging tot een welhaast geometrische vlakverdeling, die aansluit bij een algemene trend in de Europese schilderkunst van toen tot vormverstrakking, zoals o.a. in het werk van Fernand Léger en André Lhote werd weerspiegeld. Het palet werd helderder en de schilder behandelde, behalve dorpse en landelijke thema's, ook enkele scènes die door de kritiek (niet zonder enige overdrijving) als ‘mondaine onderwerpen’ werden bestempeld.

Vanaf 1937 trad het oeuvre van De Smet in zijn laatste fase. Sinds een paar jaar was de gestrengheid van de ordonnantie iets losser geworden. De vormen, eertijds duidelijk afgebakend, vertonen de neiging tot vervloeien en het gebeurt zelfs dat de schilder de kleuren op het doek mengt. Een belangrijke verzameling van De Smets werk is ondergebracht in het Museum Gustaaf de Smet te Deurle (opengesteld in 1950).

Met Permeke en Van den Berghe heeft De Smet een beslissende invloed gehad op de Belgische schilderkunst van het interbellum. (Summa; Encarta 2001)

Biografie
Gustaaf De Smet gaat bij zijn vader, een decoratief schilder, in de leer.

Van 1888-1895 studeerde hij aan de kunstacademie van Gent.

In 1901 verhuist hij naar Laethem-Saint-Martin als lid van de kunstenaarskolonie van de Latemse-School, waar Permeke, Van den Berghe, Servaes en zijn broer Leon de Smet werken; hij neemt een neo-impressionistische stijl aan.

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, 1 augustus 1914, vertrok Gustave de Smet met zijn familie en vergezeld door zijn vriend Frits van den Berghe, naar Amsterdam. Hij liet een groot aantal schilderwerken bij zijn broer in Gent achter.
In die tijd schilderde hij in de stijl van het luminisme op een post-impressionistische wijze. De invloed van de Amsterdamse kunstenaars was enorm. De Haagse school periode was aan zijn einde en de nieuwe moderne invloed van het Franse fauvisme vond langzaam zijn weg naar Amsterdam, met als voorbeeld de schilders Leo Gestel, Jan Sluyters en Le Fauconnier. Gestel in het bijzonder introduceerde De Smet in de kunstenaarskringen van Amsterdam. Door het kubisme kregen zijn schilderijen grote oppervlakken.

In 1914 vestigde Le Fauconnier zich in Nederland en werkte in Bergen waar hij samen met Van Gestel de Bergense School stichtte. De Smet werd sterk beïnvloed door de bruine en donkere kleuren van de Bergense School.

In Blaricum was inmiddels een enclave van Belgische vluchtelingen ontstaan. De meesten konden en wilden, vanwege hun Vlaams activisme en hun afkeuring voor de Belgische kunstpolitiek, niet naar hun vaderland terugkeren. Vanaf augustus 1916 vestigde hij zich met zijn vrouw Gusta Blaricum.

Rond 1918 werkte Gustave de Smet regelmatig in de vissersdorpen Huizen en Spakenburg aan de Zuiderzee. Hij ontmoette Jozef Cantre en die leerde hem het houtsnijden.

In 1918 keert Gustave de Smet terug naar St.-Martens-Latem en opent samen met P.G. Hecke en A. de Ridder het atelier Selection.

Zijn eerste eenmanstentoonstelling in België in 1920 in de galerie 'Le petit Centaure' bestond hoofdzakelijk uit onderwerpen met Nederlandse gondslag.

In 1923 Keerde hij definitief naar België terug. In 1927 verhuist hij naar Deurle.

Hij overleed op 8 oktober 1943 te Deurle-sur-Lys, België.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 937.