kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2016 voor het laatst bewerkt.

Haagse School

Haagse school

Zie ook Haagse Stijl.

Haagse School in de schilderkunst
Groep van Nederlandse Kunstenaars die voornamelijk woonden in Den Haag tussen 1870 en 1900. Deze groep schilders putten hun inspiratie uit het polderlandschap en het alledaagse leven van vissers en boeren in de omgeving van Den Haag en Scheveningen.

De term Haagse School werd voor het eerst in 1875 gebruikt door de kunstcriticus Jacob van Santen Kolff voor een reeks Nederlandse schilders die in de tweede helft van de 19e eeuw in hun werk duidelijk gemeenschappelijke trekken ontwikkelden en die allen te Den Haag werkten.

De kunstenaars zetten zich af tegen de traditionele en conservatieve opvattingen die golden op de kunstacademie. Schilders van de academie idealiseerden hun onderwerp, terwijl leden van de Haagse School juist een meer realistische benadering met een impressionistische en symbolische inslag hadden. Ze specialiseerden zich in het schilderen van landschappen.

twee generaties
De haagse-school bestond uit twee generaties schilders, waarvan de jonge generatie later een andere weg zou inslaan. De oudere generatie bestond o.a. uit Jozef Israëls en Hendrik Willem Mesdag. De jonge generatie bestond ondermeer uit de broers Jacob, Matthijs en Willem Maris, Paul Gabriël en Anton Mauve.

inspiratiebronnen
Hoewel zeer uiteenlopend in leeftijd en aanleg, wijdden de meeste van deze schilders zich aan het Hollandse landschap, waarbij zij zich toelegden op de weergave van het atmosferische, grijze van het licht. Het werk van de Franse schilders uit de school van Barbizon vormde voor hen een belangrijke inspiratiebron. Ook lieten zij zich inspireren door de Engelse landschapschilders John Constable en Richard Parkes Bonington (1802-1828) en de beroemde Hollandse landschapschilders uit de 17e eeuw.

gekleurd grijs
Terwijl in de jaren zeventig van de 19e eeuw de Franse impressionisten hun revolutionaire schildertrant ontwikkelden, waarbij zij de inwerking van het licht op de dingen - voornamelijk het landschap - ontleedden in kleine vlekjes van primaire kleuren, hield een grote groep Nederlandse schilders die in de omstreken van Den Haag werkzaam waren, zich eveneens bezig met de weergave van het licht. In tegenstelling tot de Franse impressionisten probeerden zij niet het felle zonlicht - en de daarmee samenhangende felle kleuren - in hun werk te vangen. De Haagse School, zoals deze schilders werden genoemd, kreeg tevens de naam Grijze School, waarin misschien wat té nadrukkelijk wordt geduid op hun geboeidheid door de grijze tonen in het Hollandse licht. Albert Gerard Bilders (1838-1865), drukte zich in 1860 als volgt hierover uit: `Ik zoek een toon, die wij gekleurd grijs noemen; dat is alle kleuren, hoe sterk ook, zodanig tot een geheel gebracht dat ze den indruk geven van een geurig, warm grijs.'

In het begin was het kleurgebruik van de schilders van de Haagse School vrij somber, met voornamelijk grijze tinten. Later werden ze beïnvloed door het impressionisme. De kunstenaars gebruikten lichtere en heldere kleuren en de verftoets werd losser.

Den Haag
De meeste schilders die de theorie van het Haagse Impressionisme aanhingen,- onder wie Anton Mauve, Jacob en Willem Maris, Johannes Bosboom, Mesdag en Israëls, woonden rond 1870 -in het toen nog veel "groenere" Den Haag. Den Haag was nog een klein en rustig stadje, ingesloten tussen weilanden en Scheveningen met de zee. Deze was één van de laatste Nederlandse grote steden die in de negentiende eeuw [pas rond 1880] ging uitbreiden. Hierdoor behield de Hofstad lang haar landelijke karakter. Juist dit aspect trok de schilders van de Haagse School aan.

Den Haag was het artistieke centrum van de realistische schilderkunst. De schilders van de Haagse School gingen uit van het realistische landschap maar wilden dit niet exact kopiëren. Veel belangrijker voor hen was de stemming die de natuur, een landschap of een zeegezicht, bij hen opriep. Die wilden zij vastleggen in hun tekeningen en schilderijen.

Zoals de schilder Gerard Bilders, één van de grondleggers van de Haagse School, het verwoordde: "Het is mijn doel niet, een koe te schilderen om de koe, noch een boom om den boom; het is om door het geheel een indruk te weeg te brengen, dien de natuur somtijds maakt, een grootschen, schoonen indruk."

gedempt licht
Het was het Hollandse, zilvergrijze, waterrijke polderlandschap met zijn hoge luchten, dat hen bovenal boeide. Maar ook wanneer deze schilders bijvoorbeeld een interieur (met mensen verdiept in hun werk) weergaven, had niet zozeer het onderwerp hun aandacht, als wel de inwerking hierop van een stemmingsvol gedempt licht.

1847 Pulchri Studio
1847 Willem Roelofs, Hendrik Johannes Weissenbruch en anderen stichten Pulchri Studio, een kunstenaarsvereniging in Den Haag, ten huize van de Haagse schilder Lambertus Hardenberg. De leden tekenen samen naar model en discussiëren over hun werk.

Johannes Bilders
1850 In Oosterbeek verzamele jonge schilders zich rond Johannes Bilders om samen te schilderen in de buitenlucht.

Barbizon
1851 De schilder Willem Roelofs ontdekt als eeste Nederlander Barbizon. Enthousiast vertelt hij zijn collegas over deze verzamelplaats voor moderne kunstenaars. Jacob en Matthijs Maris verblijven in 1860 enige tijd in Barbizon.

1869 Hendrik Willem Mesdag verhuist naar Den Haag.
1870 Jacob Maris verhuist naar Den Haag.
1872 De familie Israëls verhuist naar Den Haag.
1874 Anton Mauve vestigt zich in Den Haag.

1875 De naam Haagse School
De kunstcriticus J. van Santen Kolff gebruikte voor het eerst de term 'Haagse School' in een lovend artikel in het tijdschrift De Banier in zijn artikel Een blik in de Hollandsche schilderkunst onzer dagen. Hij bezocht in 1875 een tentoonstelling in de Haagse Academie, waar werk te zien was van deze nieuwe generatie schilders. Hij was zeer enthousiast over hun stijl en schreef: "Hier hebben wij realisme van de ware, allergezondste soort voor ons. Dien kant moeten, naar mijn innige overtuiging, onze landschaps- en zeeschilders allen vroeg of laat uit, willen zij, naar den geest van onze tijd, blijven scheppen".

bloeitijd
De bloeitijd van de Haagse School viel tussen de jaren 1870 en 1890. De schilders Weissenbruch, Willem Roelofs (1822-1897) en Paul Joseph Constantin Gabriel (1828-1903) werden vooral geboeid door polder- en rivierlandschap, waarbij in het water staande koeien een geliefd detail vormden.

Hollandsche Teekenmaatschappij
1876 Bosboom, Jozef Israëls, Anton Mauve en Jacob en Willem Maris richten de Hollandsche Teekenmaatschappij op. Er wordt jaarlijks een aquarellententoonstelling georganiseerd met Haagse School schilders en buitenlandse kunstenaars.

Jozef Israëls, die in zijn tijd als leider van de groep werd beschouwd, was een schilder van de mens. Uit zijn schilderijen en aquarellen spreekt een diep medeleven met het trieste lot der armen.

De oudste van de Haagse kunstenaars, Johannes Bosboom, schilderde voornamelijk kerkinterieurs, waarbij hij zich sinds 1880 geheel toelegde op de weergave van lichteffecten op de ongebroken blanke wanden van protestantse kerken.

Panorama Mesdag
De zeeschilder Hendrik Willem Mesdag dankt zijn bekendheid in het bijzonder aan het onder zijn leiding vervaardigde, op een rondlopend doek geschilderde panorama van Scheveningen, het zgn. Panorama Mesdag.

A.G. Bilders behoorde tot een jongere generatie. Zijn landschappen, hoewel vóór de grote bloei van de Haagse School ontstaan, oefenden diepe invloed uit op zijn tijdgenoten: Anthon Mauve, bekend om zijn Gooise heidelandschappen, en Jacob en Willem Maris.

Jacob Maris, de invloedrijkste van de drie broers Maris, maakte landschappen en stadsgezichten in oneindige schakeringen van grijs. Willem Maris legde zich in zijn landschappen met vee vooral toe op de weergave van zonlichteffecten, terwijl het werk van Matthijs Maris in feite niets uitstaande heeft met de Haagse School. Zijn sprookjesachtige landschappen en figuurstudies verschillen hemelsbreed van het Haagse realisme.

Willem de Zwart werd in zijn kleurgebruik, dat feller is dan dat van de overige Haagse meesters, een schakel naar het meer op mens en stad gerichte Amsterdams impressionisme.

1880 Isaac Israëls richt Kunstenaarsvereniging Sint Lucas op.

Koninklijk Genootschap van Nederlandse Aquarellisten
1882 Rochussen, Springer en anderen richten het Koninklijk Genootschap van Nederlandse Aquarellisten op. Dit bestond uit de ouderwetse schilders die de Haagse school te modern vonden.

Einde landelijke karakter Den Haag
Den Haag werd een grote stad en Schevenigen ontwikkelt zich tot een levendige badplaats. Toen de stad rond 1880 toch nieuwe wijken in de natuur begon te bouwen, verlieten de meeste kunstenaars haar dan ook onmiddellijk. Zij vertrokken naar meer landelijke oorden, waaronder het noordelijker gelegen vissersdorp Katwijk en het plattelandsdorp Laren, om hier het onbedorven landschap en pittoreske leven van de eenvoudige vissers- en boerenbevolking te kunnen schilderen.

Larense School
Enkele van deze schilders, Anton Mauve in 1885 en Albert Neuhuys, vestigen zich in Laren.

Oprichting van de Nederlandsche Etsclub, door Jan Veth, Antoon Derkinderen en Willem Witsen.

1886 George Hendrik Breitner verhuist van Den Haag naar Amsterdam.

1890 Willem Witsen verhuist naar het Oosterpark 82 in Amsterdam. Zijn huis wordt een trefpunt voor de Tachtigers.

Haagsche Kunstkring
1891 Theophile de Bock richt de Haagsche Kunstkring op, "de vereeniging van wat jong is en voelt". Hij vindt de kunstenaarsvereniging Pulchri Studio niet modern genoeg.

invloed
De invloed van de haagse-school in Nederland was opmerkelijk groot en heeft veel jonge kunstenaars zoals, Jan Toorop, Breitner en piet mondriaan beïnvloed.

Amsterdamse impressionisten
Aan het eind van de 19de eeuw ontstond een jonge generatie kunstenaars in Amsterdam. Zij namen de nieuwe ideeën over schilderkunst van de Haagse School over, maar weken af wat betreft hun onderwerpskeuze. In plaats van landschappen schilderden zij voornamelijk het dagelijks leven in hun stad.

collecties
Aanvankelijk stond de kritiek gereserveerd tegenover het werk van de Haagse meesters. Later steeg hun populariteit tot ongekende hoogte, o.a. in Engeland en de Verenigde Staten. Grote collecties schilderijen, aquarellen en tekeningen van meesters uit de Haagse School zijn te vinden in het Rijksmuseum te Amsterdam, het Gemeentemuseum Den Haag en Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 39.