kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 31-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Haim Steinbach

Amerikaans beeldend kunstenaar, geboren in 1944 in Tel Aviv, Israel. Woont in New York.

Vertegenwoordiger van de shopping art, maakte aanvankelijk minimal art. In 1978 richtte hij zich op een analyse van de voorwaarden en mechanismen die voorwerpen tot kunst maken. In de traditie van Marcel Duchamp ging hij werken met readymades, gewone voorwerpen die geplaatst in de context van museum of galerie als kunstwerk worden gezien. Hij vervaardigde daarna installaties uit alledaagse voorwerpen. In 1984 ontwierp hij een standaardplank om steeds enkele exemplaren van twee verschillende gebruiksvoorwerpen op een afstandelijke, pseudo-wetenschappelijke wijze ten toon te stellen. De geëtaleerde artikelen, aanvankelijk alledaagse gebruiksvoorwerpen en later exclusieve artikelen, reflecteren de Amerikaanse consumptiecultuur. Tegelijkertijd zijn ze in hun nieuwe context begeerlijke kunstwerken. In zijn seriële assemblages verraadt Steinbach zijn minimalistische achtergrond niet. (Encarta 2001)

“Ik ben me ervan bewust dat de verschillen tussen een elite en daartegenover een breder publiek tegenwoordig in talloze opzichten verdwenen zijn. Er bestaat een nivellerende factor in de wijze waarop dingen geproduceerd worden, waarbij een illusie van een gemeenschappelijke vrijheid, van één publiek, wordt gewekt. Dit soort dynamiek interesseert me en ik probeer me daar in mijn werk mee bezig te houden” - (Steinbach)

Steinbach keert de idee van Duchamp om. Hij vervangt de afstandelijke benadering van Duchamp door een strategie waarin het object al zijn sociale en culturele krachten kan ontplooien. We zien het belangrijke principe van de metonymie: een kunstbeen of een halssnoer rond een hals van vilt vertegenwoordigen het hele lichaam, terwijl een kinderstoeltje of schoolbankje op geforceerde zindelijkheid, gehoorzaamheid en onderdrukking wijst. Door objecten naast elkaar op een ambachtelijke plank te zetten, bestempelt Steinbach industriële producten duidelijk als kunst. Hij laat zijn objecten spreken en transformeert de readymade van Duchamp zo in een bijtend kritisch theater van het object. (20ste 570-570)

Biografie
Verhuisde op dertienjarige leeftijd naar New York.
Opleiding: 1962-68: Pratt Institute Brooklyn NYC
1971-73: Yale University, New Haven CT

Exposeert sinds 1980 in diverse groeps- en solotentoonstellingen; o.a. in 1986 New Sculpture in Jay Gorney Modern Art, NYC (samen met Robert Gober en Jeff Koons).

Rond 1978 zette Haim Steinbach een punt achter zijn korte schilderscarrière en vernietigde het merendeel van zijn produktie. (...) Het leek hem beter direct te gaan werken met door de mens gemaakte voorwerpen. Na een aantal andere installaties volgde een serie object-assemblages: meestal één voorwerp geplaatst op een zelfgemaakt voetstukje. Het waren sentimentele hebbedingetjes of rariteiten geassocieerd met volkskunst en natuur, symbolen die binnenskamers bepaalde idealen belichamen. Het voetstukje was opzettelijk naïef als goed bedoelde huisvlijt in elkaar geknutseld. (...)

Stay with Friends (Kellogg's), 1986

Omdat de voorwerpen en de doe-het-zelf plankjes elkaar in idiotie dreigden te beconcurreren, ontwikkelde Steinbach rond 1984 een standaardmodel plank. Een wigvormig schap gemaakt van multiplex en beplakt met spiegelend, gemarmerd, monochroom en nephout formica. Bijna altijd werd één zijkant opengelaten zodat constructie en multiplex zichtbaar zijn.
Heus vakwerk dat door een meubelmaker in alle gewenste formaten en constructies wordt geleverd. Met deze ingreep wisselde Steinbach de curiosa tevens in voor massa-produkten: vaatwerk uit de beste warenhuizen, doorsnee gebruiksvoorwerpen (...) en het verantwoorde design, opgepikt uit de anonimiteit van hun winkelbestaan. In grotere aantallen met elkaar geconfronteerd om de notie van uniciteit te vermijden. Keurig in het gelid en op afgemeten afstanden van elkaar; klaar voor inspectie. Het geheel heeft het klinische voorkomen van een laboratoriumkast en de wetenschappelijke air van een archeologisch museum. De neutralisering van de plank bleek een gouden greep. Eenvoudig en toch gedistingeerd. Herkenbaar als een Steinbach, maar toch gestroomlijnd genoeg om voor serieel vervaardigd produkt door te gaan. In vormgeving doet het denken aan een minimal object en de sculpturen van Richard Artschwager. (...)

Niet alleen omdat deze kunstenaar al in de jaren zestig natuurlijke materialen nabootste met formica, maar vooral vanwege de onbesliste staat waarin zijn sculpturen opzettelijk verkeren. Ze doen denken aan meubilair en gebruiksvoorwerpen, maar ontmaskeren zich in hun non-functionaliteit als kunst, (...) waarbij ze onomwonden en doelbewust hun dubbelzinnigheid te kennen geven. De uitgestalde voorwerpen van Haim Steinbach staan niet voor wat ze concreet zijn. De arrangementen zijn niet als een letterlijke voorstelling bedoeld. Er zit een 'draai' in het kijken. (...) Je kunt de assemblages van Steinbach zien als een beeld maar ook lezen als een tekst. Het is een minimal arrangement van een plank met dingen, maar ook een nabootsing van commerciële technieken en de manipulatie van de media. Het is een etalage van koopwaar en tegelijkertijd een metafoor voor het laat-industriële tijdperk en de vervreemding van de westerse cultuur.
- (Uit: Marjolein Schaap, Haim Steinbach, de archeologische waarde van linoleum. in: Metropolis M 1989 nr 1)

In het onderstaande interview vertelt hij wat hij met zijn werk beoogt:
Mijn belangstelling voor voorwerpen begon in het begin van de jaren '70, toen ik samen met een vriendin vaak antiekzaakjes, rommelmarkten en verkopingen af struinde. (...) In 1979 kreeg ik het aanbod voor een tentoonstelling. Ik maakte een installatie, waarin ik de wanden gedeeltelijk bedekte met afwisselend verticale banen in een effen kleur en banen behangpapier met een patroon. Ik monteerde eenvoudige houten planken met consoles tegen die wanden en zette er heel gewone huishoudelijke artikelen op. (...) Hiermee stelde deze installatie voorwerpen en hun presentatie boven schilderijen en de voorstelling of representatie van voorwerpen op schilderijen. (...)

In de zomer van 1980 was ik zogenaamd gevestigd in Fashion Moda in de South Bronx. Gedurende zes weken kwam ik elke dag binnen, opende de galerieruimte, die bestond uit een grote etalage en 'speelde winkeltje'. Mijn goederen bestonden uit tweedehandsartikelen, gevonden voorwerpen, overhemden, schoenen en make-up spiegeltjes, opgeraapt van de straat of tweedehands aangeschaft. (...) Hiermee richtte ik mij op een directe, fysieke wijze tot de beschouwer in zijn of haar onmiddellijke omgeving.(...) Een voorwerp nodigt uit tot gebruik, aanraken, verzetten, optillen, schuiven, dragen enzovoort. De uitnodiging tot actie, de directe toegankelijkheid van het voorwerp, zet een serie conditionele reflexen in gang die totaal van karakter verschillen met theorieën over schilderijen. (...)
Een pot is een pot. Je kookt er eten in, je eet dat op en je leeft weer een dagje langer. Maar wordt aan dat eetritueel eenmaal dag na dag voldaan, dan komt er een extra betekenis in de context van taal en communicatie. De manier, waarop wij objecten bekijken als grotesk of modieus, of juist als modieus en grotesk zoals in de punk, interesseert me; hoe aantrekkingskracht, afstotelijkheid en dwang in de vormen van een voorwerp en in de rituelen eromheen worden gestopt door de enkele wil die op te roepen. Dingen die oud zijn of een ouderwetse uitstraling hebben, stuiten bij jongeren vaak op afkeer. Ze vinden ze afschuwelijk omdat ze herinnerd worden aan hun eigen ouderdom en dood. (...)
Archeologen graven de cultuur van anderen op. Zij passen geleerde, wetenschappelijke methodes toe als zij een beeld proberen te reconstrueren van uitgestorven beschavingen. Ik ben ook een opgraver maar ik verzamel materiaal uit mijn dagelijkse omgeving. Ik wil het beeld vast leggen van de geschiedenis van het heden. Ik zou graag het proces willen begrijpen, waardoor de mensheid verhalen uit verleden of heden fabriceert.
(...)

Je belangstelling voor of je rol ten opzichte van het minimalisme is in zekere zin volledig tegengesteld aan die van archeologen; toch breng je fragmenten van beide samen in je sculpturen.
Ik gebruik minimalisme en structuralisme als denkwijzen. Ik beschouw de plank en de opstelling als een soort paradigma. De plank is in zekere zin een heel algemene constructie, een voorwerp dat de nadruk legt op een zeer nadrukkelijke vorm van presentatie in onze maatschappij.

Hoe verhoudt zich dit paradigma of deze constructie tot je werk?
De eenvoudige geometrische wigvorm van de plank verwijst naar de vorm van de vlag of het spelbord. Net als het spelbord geeft de plank een plaats aan waarop voorwerpen staan en waarop ze verschoven of verwisseld kunnen worden. Net als een vlag kan hij als een teken worden gelezen. De voorwerpen worden geplaatst; volgens de wijze waarop ik het bepaal maar het feit dat ze door de manier van plaatsen toevallig zijn samengekomen, onderstreept een tijdelijke toestand. De voorwerpen zijn blootgesteld aan de beschouwer, omdat de beschouwer weet dat hij of zij ze fysiek kan bewegen. Vanuit psychologisch oogpunt impliceert het werk de medeplichtigheid van de beschouwer door hem of haar tot ingrijpen te verleiden. Het werk wekt de beschouwer op om ermee te spelen, omdat het binnen de termen van zijn of haar eigen terrein valt. Het geeft een platform aan waarop kunstenaar, werk en beschouwer gelijkwaardig zijn. In deze zin bekrachtigt het het recht van de beschouwer om aan de scheppende handeling deel te nemen. De beschouwer kan ervoor kiezen de kunstenaar te zijn.

Kun je iets zeggen over je verhouding tot de Pop Art?
Pop Art maakt duidelijk dat de populaire cultuur zo dominant aanwezig is dat er geen kunst meer kan bestaan, die daardoor onberoerd is. Door de Pop Art werd een visie naar voren gebracht die de economie helder maakte van het alledaagse beeld met betrekking tot context en design (ook de presentatie). In de Pop Art is de strip als beeld net zo'n reducerend middel wat betreft opzet en technische toepassing als het raster uit de Minimal Art. (...)

Mijn werk 'Algemeen zwart/wit' speelt in op verwijzingen naar Pop en Minimal Art. Het cornflakespak, een specifiek product van een algemene levensmiddelenfabrikant, getuigt van de tegenspraken in marketing. De verondersteld terughoudende of neutrale verpakking doet denken aan Warhol's emblematische Brillodozen of Campbell soepblikken. De witte basisrechthoek legt een verbinding met de geometrie van de driehoekige plank. Een samensmelting van pop en minimal vindt plaats in de spookfiguurtjes van steengoed. In hun toespeling op het lichaam houden deze massaal geproduceerde beeldjes misschien het verdwijnen van de hermetische ideologie van kunst en vorm in. - (Uit: Elisabeth Sussman, Interview met Haim Steinbach in: The Binational, American Art of the late 80s, German Art of the late 80s. Boston/Keulen 1988)

Als in een groot warenhuis stalt Steinbach op étagères van formica die meestal een aantrekkelijke kleur hebben, allerlei verschillende consumptie- artikelen uit. Zo kan het voorkomen dat twee zwarte karaffen op een roze- oranje étagère geplaatst zijn naast drie roze-oranje pakken wasmiddel van het in zwart opgedrukte merk 'BOLD 3' die op een iets grotere, zwarte étagère staan uitgestald. De relatie tussen de verschillende artikelen wordt alleen bepaald door de symmetrie tussen kleur, vorm en aantal. Deze uitgesproken decoratieve manier van rangschikken, ziet er aantrekkelijk uit, een lust voor het oog die je doet vergeten dat de combinatie op het inhoudelijke niveau absurd is. Iedereen weet echter uit ervaring dat een dergelijke presentatie het maken van een keuze vergemakkelijkt en beïnvloedt. De inhoudelijk zinloze ordening is noodzakelijk geworden om de veelheid aan produkten voor de consument toegankelijk te maken. Je zou kunnen denken dat Steinbach met zijn uitstallingen kritiek wil leveren op het feit dat het verlies aan inhoudelijke samenhang als gevolg van het grote aanbod, ondervangen wordt door een puur visuele logica. Wanneer je zijn uitspraken er op na slaat, blijkt dat niet zo te zijn. Steinbach beschouwt de opkomst van wat je een visuele logica en taal zou kunnen noemen, als een positieve sociaal-maatschappelijke ontwikkeling. Deze zal er volgens hem toe bijdragen dat het onderscheid tussen een intellectuele elite en de grote massa wordt opgeheven. Hij hoopt dat zijn werken deze ontwikkeling zullen bevestigen en verder stimuleren.
Bij het zien van de werken van Steinbach dringt zich vrijwel direct een vergelijking op met de Brillo-dozen of Campbell-blikken van Andy Warhol. De verwantschap met pop art is ook bij andere East Village kunstenaars zo opmerkelijk dat men wel van neo-pop spreekt. Toch steekt er achter die visuele overeenkomst een groot verschil in benadering en mentaliteit. Andy Warhol en anderen namen in hun werk beeldelementen, technieken en materialen uit reclame, strips, TV en films op, onder meer om af te rekenen met het traditionele idee dat een kunstwerk zijn waarde ontleent aan een individuele signatuur. Vooral Andy Warhol gebruikte het vulgaire, glamourachtige en niet-subjectieve karakter van die clichés als provocatie aan het adres van de 'high art'. (...) De 'popular culture' bleef daarbij een middel om iets over waarden en het tot stand komen van een betekenis in de kunst zelf tot uitdrukking te brengen. Het was er niet om te doen het onderscheid tussen 'high art' en 'low art' definitief op te heffen.
De meeste East Village kunstenaars willen dat wel. Koons en Steinbach nemen de psychologische en visuele kwaliteiten van de consumptiecultuur bloedserieus. Ze plaatsen het meest banale verlangen naar zekerheid en veiligheid en de meest makkelijke, a-intellectuele manier van ordenen op een voetstuk. Niet om ze te laten schitteren in stompzinnigheid en daarmee te shockeren, maar om ze feestelijk binnen te halen als de dragers van een nieuwe kunst: kunst die 'lower middle America' geruststelt en in haar identiteit bevestigt.
- (Uit: Let Leerling, Objects of desire. in: Archis 1987/10)

Ultra red nr 1, 1986 gemengde techniek, 152 x 272 x 48, Parijs, Coll. Sonnabend
op de in drie ongelijke hoogtes verdeelde schap staan twee pagode~achtig opgestapelde torens van knalrode pannen, vier amberkleurige kerosine lampen en in het midden drie groepjes van steeds twee digitale wekkers met lichtgevende rode cijfers. De keuze van Steinbach wordt naar zijn zeggen bepaald door zijn waardering voor ontwerp, kleur en functie van de voorwerpen. Er kleven zekere risico's aan de 'etalerende' werkwijze van Steinbach. Nieuwe eigenaren kunnen zo gauw een werk het atelier uit is, de authenticiteit van het werk aantasten door eenvoudig met de componenten te schuiven of onderdelen te wijzigen. ook is het al voorgekomen dat een klant zeggenschap wilde hebben over de samenstelling door voor zijn familiestukken een plaats op de schap te eisen. Met andere woorden: waar hecht de kunstenaar eigenlijk zijn naam aan? De waarde wordt voor een deel meebepaald door wat er op de plank staat en Steinbach kiest steeds kostbaarder objecten zoals de antieke potten uit het Middenoosten in zijn 'Jugs and mugs nr 2'.

Naast een veld van 6 Droommachine radio alarmklokjes, rijst een toren de lucht in van rode pannen wat op een Renaissance klokkentoren lijkt, of wanneer je de lava lampen aan de rechter kant er in betrekt op een uitbarstende vulkaan gaat lijken. Dit werk moedigt de kijker aan om in termen van aftellen en explosies te gaan denken, vulkanen en Italiaanse landschappen, in een consumenten herverwerking van de destructie van Pompeii, maar zoals in het algemeen bij al het werk van Steinbach, gaat het hier meer om kleur en vorm.

Steinbach exposeerde in Nederland op Hoorn van Overvloed (Horn of Plenty), Stedelijk Museum Amsterdam, januari 1989, georganiseerd door gastcurator Gosse Oosterhof. Naar aanleiding van deze tentoonstelling schreef Anna Tilroe in De Volkskrant van 27 januari 1989 over Steinbach: 'Het is waar dat Haim Steinbach een oog heeft voor fluitketels, vazen, koffiekoppen, schoenspanners of afvalbakken die, in de woorden van Bickerton, "op een speciale manier zijn ontworpen". Het is ook waar dat hij hun vorm- en materiaaleigenschappen accent geeft, en soms zelfs een komisch accent, door ze in uitgekiende combinaties uit te stallen op zorgvuldig gefabriceerde muurplankjes. Maar na een paar van deze mini-etalages rijst een somber vermoeden: okee, wij zijn consumptiegek, maar Steinbach is een enthousiaste gek.'.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1698.