kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20-08-2008 voor het laatst bewerkt.

Han van Meegeren

Henricus (Han) Antonius van Meegeren

Nederlandse kunstschilder, kunstvervalser, tekenaar en aquarellist, geboren 10 oktober 1889 te Deventer - overleden 30 december 1947 te Amsterdam.

Henricus Anthonius (Han) van Meegeren werd op 10 oktober 1889 geboren als het derde kind in een rooms-katholiek gezin in het Nederlandse Deventer.

Han van Meegeren bleek reeds vroeg een groot talent voor tekenen en schilderen te bezitten. Zijn tekenleraar op de HBS in Deventer, Bart Korteling (1853-1930), had een grote invloed op hem. Zijn studiekeuze kan mede door dit tekentalent zijn bepaald. Na zijn eindexamen ging Van Meegeren in 1907 bouwkunde studeren aan de Technische Hoogeschool in Delft. Zijn studie werd op zijn ingenieursexamen na met goed gevolg afgelegd.

In 1912 huwt hij de Indonesische Zoreida Marries Anna de Voogt met wie hij een zoon, Jacques, en later een dochter, Inez, krijgt.

Wanneer de Delftse Universiteit een prijs uitlooft voor de beste tekening van een 15-eeuws kerkinterieur, dingt Han mee en wint hij met zijn tekening van de Rotterdamse Sint-Laurens. Daarop begint hij zijn studies te verwaarlozen. Tegen de wil van zijn vader in stopt hij op 24-jarige leeftijd met zijn architectuur studie om zich volledig aan zijn teken- en schilderspassie te wijden. Daarop worden de studietoelage van zijn vader gestaakt en ziet Han zich genoodzaakt een baan in een kunsthandel aan te nemen.

In 1917 kreeg zijn eerste eenmans-tentoonstelling van schilderijen een welwillende ontvangst bij kunstcritici, die er wel op wezen dat Van Meegerens stijl zeer traditioneel aansloot op het impressionisme van de Haagsche School. Ten einde in het onderhoud van zijn kroost te kunnen voorzien, moet van Meegeren aan de lopende band kitscherige bloemstukjes en stillevens schilderen die hij via de kunsthandel en een enkele eenmanstentoonstelling verkoopt. De pers karakteriseerde zijn werk toen als 'niet bijster origineel, volkomen in het spoor van de klassieke Haagse en Amsterdamse School'.

Eind 1919 wordt hij lid van de Haagsche Kunstkring waarop hij drie maanden door Italië trekt. Hierdoor geraakt hij geïnspireerd tot de aanmaak van een aantal bijbelse voorstellingen waarvoor de waardering nog steeds uitblijft.

Van Meegeren ontwikkelt een op klassieke meesters als Michelangelo, Caravaggio, da Vinci, Rembrandt, Frans Hals en Vermeer geïnspireerde stijl die door de kunstcritici echter vooral 'sentimenteel, hol en emotieloos' wordt bevonden. Een serie bijbeltaferelen, in de beginjaren '20 vervaardigd, toonde aan dat Van Meegeren zich ook sterk door het symbolisme liet inspireren.

Zijn huwelijk met Zoreida loopt spaak en hij hertrouwt met Johanna Theresia Oerlemans, voormalige echtgenote van kunstcriticus C.H. de Boer.

Voor het eerst kwam Van Meegeren in 1923 ertoe vervalsingen te vervaardigen van schilderijen die op de oude meesters uit de Gouden Eeuw geleken en bovendien door het nabootsen van de oude signatuur de echtheid van een schilderij suggereerden. De sterk toenemende waardering voor Frans Hals deed hem twee variaties op van deze schilder bekende portretten vervaardigen van diens schilderijen. De bekende kunstkenner en collectioneur C. Hofstede de Groot kocht er via een bemiddelaar één van, het andere werd na Hofstede de Groots enthousiaste positieve advies gekocht door de kunstveilinghouder Fred. Muller & Co. Bij expertise van dit laatste schilderij bleken echter talrijke feilen: moderne verfstoffen waren gebruikt, onder de verflagen kwamen 20e-eeuwse draadnagels te voorschijn en ook de samenstelling van de gebruikte lijm klopte niet. Ten slotte zag Hofstede de Groot zich gedwongen ook het tweede schilderij te kopen, en van de beide 'Halsen' werd verder niet veel gehoord. De naam van Van Meegeren was bij dit alles niet genoemd, al kunnen er wel geruchten omtrent zijn betrokkenheid in omloop zijn gebracht.

Ongestoord door dit vervalsingsintermezzo werd Van Meegeren inmiddels in Haagse kringen een gewaardeerd en tamelijk succesrijk kunstenaar. Alsnog kreeg van Meegeren eind jaren 1920 in welgestelde kringen stilaan wat erkenning als portretschilder en begonnen opdrachten toe te stromen, zodat hij voor het eerst serieus wat geld begon te verdienen met zijn kunst.
Vooral enige tekeningen in grote oplagen gereproduceerd en als plaatwerk verkocht, werden onder een ruim publiek bekend. In menige Nederlandse huiskamer prijkte in de jaren '30 en '40 Van Meegerens Hertje (1921), of zijn Straatzangers (1928), ietwat sentimentele of lieflijk bedoelde voorstellingen. 'Een Van Meegeren aan de wand maakt uw kamer interessant', luidt een reclameslogan waarmee voor de oorlog het werk van Han van Meegeren werd aangeprezen.

Voor portretten kreeg hij vele schilder- en tekenopdrachten. Dit moet bij sommige van zijn collega's jaloerse gevoelens en bij critici heel wat onbegrip hebben opgeroepen, want van Meegeren, die goed op weg was om een modieuze goed verkopende schilder van sentimenteel kitscherig werk te worden, werd door de kunstkenners en -critici doodgezwegen.

Toch leek dit kalme leven van kunstenaar op de tweede rang hem steeds minder te bevredigen. Dat kwam vooral aan de dag in de kunstbeschouwingen die hij van 1928 tot 1930 in het maandblad De Kemphaan, een strijdbaar rechts-radicaal kunstblad, publiceerde. Hierin sprak hij zich duidelijk uit ten gunste van de traditioneel-figuratieve kunst van vroeger eeuwen en beklaagde hij zich fel over de partijdige voorkeur van de kunstcritici uit zijn tijd voor de 'modernen'. Ook een ruzie in de Haagsche Kunstkring, die zich in 1932 afspeelde, was terug te voeren op de tegenstelling tussen 'traditionelen' en 'modernen'. Van Meegeren bedankte na dit incident voor het lidmaatschap en besloot zich met zijn echtgenote in Zuid-Frankrijk te vestigen.

Hoewel Van Meegeren als schilder wel enig succes had, kreeg hij in Nederland niet de waardering die hij verwachtte. Hij werd geridiculiseerd door kunstcritici en kon op een gegeven moment zelfs niet meer exposeren. Dat zijn succes hem blijkbaar niet gegund werd en dat zijn talent niet erkend werd, wierp bij de toen al zwaar zenuwzieke schilder heel wat onverzoenlijke wrok op.

Van Meegeren vond de plaatselijke critici vals en onwetend en hij besloot zijn gelijk te bewijzen door ze publiekelijk te vernederen. Van Meegeren was zeer bekend met de schildertechnieken van de Nederlandse meesters en besloot om een valse Vermeer te maken. De critici zouden het werk prijzen, waarna Van Meegeren zou onthullen dat het werk nep was, daarmee de onwetendheid van de critici aantonend. In het bijzonder was dr. Abraham Bredius zijn doelwit, die een erkend autoriteit op het gebied van Vermeer was en die zeer door Van Meegeren werd veracht.

Juist in de maand van Van Meegerens vertrek uit Nederland, oktober 1932, dook een in Vermeer-stijl vervaardigd schilderij Dame en heer aan spinet op. Via de kunsthandel kwam dit doek bij een particulier terecht, en pas na 1951 zou het als een vervalsing worden aangemerkt. Dat Van Meegeren de maker was is zeer waarschijnlijk. Van belang was dat de Haagse kunstkenner A. Bredius in 1932 de vondst van deze 'Vermeer' met geestdrift had verwelkomd.

Van Meegeren werkte aan zijn vervalsingen in het grootste geheim in zijn villa 'Primavera' in het Zuidfranse plaatsje Rocquebrune waar hij in 1932 vanuit Den Haag ging wonen. In zijn Franse atelier oefende Van Meegeren aanvankelijk op drie oude meesters - hij vervaardigde twee Vermeers, één Hals en één Ter Borch, die hij overigens, wellicht omdat hij zijn kopiistenwerk te doorzichtig vond, onder zich hield. Alleen zijn vrouw Jo Oerlemans moet van de topvervalsing hebben geweten. Aan de hand van Van Meegerens schilderij wees Kreuger ook op een andere medeplichtigheid van Jo van Meegeren: 'Zij poseerde graag en vaak, en heeft dat ook gedaan voor alle vier Emmaüsfiguren. Eigenlijk is Van Meegerens Emmaüsgangers gewoon een groepsportret van Jo.'

De Emmaüsgangers
In 1936 kwam hij ertoe het schilderij De maaltijd van Emmaüs (gewoonlijk in Nederland aangeduid als De Emmaüsgangers) te vervaardigen, dat spoedig beroemd zou worden. Het zou zijn beste werkstuk op het terrein van de vervalsingskunst worden. Op nu haast technisch-volmaakte wijze - door ervaringen in 1923 wijs geworden - zette hij het schilderij op.

Van Meegeren was een bijzonder nauwkeurig vervalser. Het schilderij moest niet alleen worden uitgevoerd naar de stijl en de vaardigheid van Vermeer, het moest er ook nog eens oud uitzien. Van Meegeren wist de hand te leggen op een zeventiende-eeuws doek om op te schilderen, maakte zijn eigen verven uit onbewerkte materialen aan de hand van oude formules om ervoor te zorgen dat ze authentiek overkwamen en gebruikte dezelfde soort penselen die Vermeer gebruikt schijnt te hebben. Hij bedacht ook een methode om met phenol/formaldehyde de verf na toepassing hard te laten worden alsof hij al eeuwen oud was. Nadat het schilderij af was, bakte Van Meegeren het volledig droog, rolde er een trommel overheen om het een licht craquelé te geven en waste het later in zwarte inkt om de barsten te vullen.

Het kostte Van Meegeren enkele jaren om zijn technieken uit te werken en toen hij klaar was, was hij tevreden met zijn werk. Niet alleen omdat het een overtuigende vervalsing was, maar ook omdat de vervalsing, De Emmausgangers, op zichzelf een fraai werk was geworden. Ruim 6 weken had hij nodig om deze meesterlijke vervalsing te maken.

Uitgaand van een schilderij van M.M. da Caravaggio, De maaltijd van Emmaüs, koos hij een voorstelling die van Vermeer nu juist niet bekend was. Stijl, compositie en koloriet waren treffend Vermeerachtig, en kwamen overeen met de weinige bijbelse of klassieke groepsvoorstellingen die Vermeer had gemaakt (vooral de aan Vermeer toegeschreven Martha en Maria in Edinburgh). Juist de vroom-intieme glans en gloed pasten bij de opvattingen en verwachtingen die in de jaren '30 bij vele kunstkenners omtrent de 17e-eeuwse Nederlandse schilderkunst waren gevormd. De sterk overheersende bewondering voor Rembrandt leek heel die kunst te 'rembrandtiseren' op een veel romantisch-religieuzere wijze dan men na 1945 voor Rembrandts kunst zou aanvaarden. Van Meegeren had de 'Vermeer' gegeven waarop men destijds als het ware wachtte.

Van Meegeren schakelde een advocaat in die het werk aan Bredius presenteerde die reeds zijn fiat aan een vorige, heel wat minder overtuigende, 'Vermeer' had gegeven. Deze had al een tijd verkondigd dat er nog onontdekte Vermeers uit diens Italiaanse periode moesten bestaan en zag zijn theorie bevestigd. De rest van de Nederlandse kunstkenners waren net zo gemakkelijk overtuigd. Dat was wel anders toen Han van Meegeren vlak na de oorlog bekende dat niet Vermeer maar híj de maker was van 'De Emmaüsgangers' plus een handvol andere werken die eerder aan zeventiende eeuwse grootmeesters waren toegeschreven. Tal van mensen claimden dat ze vanaf het begin argwaan hadden gekoesterd over de echtheid van het doek. Uit bronnen blijkt evenwel dat alleen een Haagse kunstenaar en een kunsthandelaar uit Parijs van mening waren dat het een vervalsing was. De enige andere expert die twijfels had was Bredius zelf, zoals onlangs bekend werd, maar die waren van korte duur.

'Een verrijking voor het Nederlands kunstbezit!', 'er moet alles aan gedaan worden om dit meesterwerk voor Nederland en, indien mogelijk, voor het Museum Boymans te verwerven' aldus directeur D. Hannema na het aanschouwen van de Emmausgangers van Johannes Vermeer. Het voor in 1937 enorme bedrag van f.520.000,-- werd ingezameld door diverse instanties.

De schilder genoot van zijn succes. Hij wilde aanvankelijk de fraude onthullen, maar toen hij de valse Vermeer aan het museum Boijmans Van Beuningen verkocht voor een bedrag wat nu aan ettelijke miljoenen euro's gelijk zou zijn, had hij daar zijn bedenkingen over. Hij had bewezen dat de kunstwereld goedgelovig was, en dat kwam goed uit zolang hij daar geld mee kon verdienen.

Tussen 1938 en 1945 maakte hij zes verdere valse Vermeers en vervalsingen van Frans Hals en Pieter de Hoogh. De kwaliteit van sommige van deze werken zou hem in andere tijden wellicht eerder als vervalser hebben ontmaskerd, maar de wereld had het druk met de oorlog en de bezetting en Van Meegeren kon zijn activiteiten ongestoord voortzetten. Omdat er tijdens de bezetting toch al een actieve en geheime handel in kunst aan de gang was, konden Van Meegerens vervalsingen mooi meeliften.

Begin 1940 ging hij terug naar Nederland en vestigde zich in Laren in de riante villa 'De Wijdte' aan het toenmalige Hoefloo met direct uitzicht op de Larense heide. Vanuit Laren begon hij zijn vele miljoenen te beleggen in huizen en grond. In zijn villa werden braspartijen voor vrienden en Duitse gasten georganiseerd. Hij was een bohémien die hield van feesten, drank en vrienden. Ook al was hij geen lid van de Kulturkammer, toch had hij in 1942 voor de Führer een schilderij 'De Wolinzameling' gemaakt voor een actie aan het Oostfront.

Een eenmanstentoonstelling eind 1941 in Laren en begin 1942 in Den Haag toonde zijn tekenwerk, verscheidene van zijn kunstwerken werden o.a. naar tentoonstellingen in Duitsland gezonden en een fraaie, grote uitgave Teekeningen I (1942) gaf vele reprodukties van zijn recent werk. Afgezien van de traditionele, in die tijd zelfs enigszins ouderwets aandoende, symbolistische trekken kon men hierin met enige moeite ook fascistoïde en antisemitische symboliek terugvinden. Een aan de Führer met een geschreven opdracht op het titelblad van dit boek zou na de oorlog Van Meegeren nog kwalijk worden genomen, al kon niet bewezen worden dat de juichend geschreven opdracht van zijn hand was - zijn handtekening had hij in vele exemplaren gezet. Ook was Van Meegeren er waarschijnlijk geen voorstander van dat door een van zijn kunstbemiddelaars de 'Vermeer' Christus en de overspelige vrouw in 1943 aan Hermann Goering werd verkocht, al incasseerde hij wel de ruim anderhalf miljoen gulden die daarvoor werd betaald.

Gelukkiger zal hij zijn geweest met een andere verkoop. Een van zijn 'Vermeers', 'De Voetwassing', werd aangekocht door het Rijksmuseum voor f. 1.168.000,-- op aandringen van vooraanstaande experts, enigszins gehaast, juist om te voorkomen dat zulk oud Nederlands cultuurbezit in buitenlandse (in die tijd: Duitse) handen zou vallen.

Na drieënhalf jaar in Laren te hebben vertoefd, kocht Van Meegeren in het najaar van 1943 een pand aan de Keizersgracht 321 in Amsterdam en werd in Amsterdamse bohémienkringen een gulle en daarom graag geziene grand seigneur. Daar bleef hij tot de bevrijding en tot het moment van zijn arrestatie.

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog stuitten geallieerde troepen in Oostenrijk op een zoutmijn, waar de belangrijkste Nazi's de kunstwerken hadden verborgen die ze hadden geplunderd in de door het Derde Rijk? bezette landen. De strijdkrachten lieten kunstexperts komen om zeker te stellen dat de schatten correct werden behandeld, geïdentificeerd en gerepatrieerd. Tussen deze schatten bevonden zich kunstwerken uit de verzameling van Reichsmarschall Hermann Göring. In Görings collectie zat een 'Vermeer', Het doek Christus en de overspelige vrouw, die geen enkele expert kon thuisbrengen. Een onderzoek leidde naar een Nederlander die een nachtclub in Amsterdam uitbaatte: Han van Meegeren. (Van Meegeren dreef geen nachtclub in Amsterdam in 1945, dit is een hardnekkig verhaal dat steeds terugkomt maar er is geen grond voor. Wellicht was in een van de vele panden in Amsterdam die hij bezat een nachtclub gevestigd; meer dan dat kan het niet geweest zijn. - F.H. Kreuger)

De Nederlandse autoriteiten dachten dat hij een collaborator was toen Van Meegeren de oorsprong van het schilderij niet kon verklaren en arresteerden hem op 29 mei 1945. Van Meegeren bevond zich in een zeer lastig parket, want hij kon van verraad beschuldigd worden en daar stond in die tijd de doodstraf op.

Na enkele dagen intensieve ondervraging vertelde hij de autoriteiten de waarheid en bekent Han van Meegeren de vervalser te zijn van de vermeer en van diverse andere schilderijen waaronder 'De Emmaüsgangers', Vermeers, De Hoochs en Frans Hals', maar die geloofden hem aanvankelijk niet. Pas nadat hij in de gevangenis binnen twee maanden een andere vervalsing had gemaakt, werd hij geloofd.

Ter verdediging van zijn vervalsingspraktijken stelde Van Meegeren het zelf voor dat hij ertoe gekomen was als een miskend kunstenaar die de holle pretenties van de kunstexperts en de grillen van het kunstsnobisme aan de kaak wilde stellen. Daarmee verwierf hij al dadelijk de bewonderende steun van enkelen en een grote populariteit bij een wijd publiek. Ook de verkoop van het schilderij aan Goering kon in dit verband als een soort heldendaad worden voorgesteld - 'the man who swindled Goering', was de kop van een artikel in een Amerikaanse krant in 1947. Bij dit alles werd wel voorbijgegaan aan de grote sommen gelds die Van Meegeren met zijn vervalsingen had binnengehaald en was nog niet bekend dat hij zich reeds in een tijd toen nog geen sprake kon zijn van miskenning - in 1923 - aan vervalsingspraktijken had schuldig gemaakt. Ook de beschuldiging van politieke collaboratie verdween geheel onder tafel, de bijzondere rechtspleging had in dat opzicht trouwens weinig houvast. Van Meegeren zelf werd in de herfst van 1945 voorlopig in vrijheid gesteld in afwachting van een strafrechtelijk proces

Van Meegeren werd tot een jaar celstraf veroordeeld. Voordat hij zijn straf zou ondergaan, overleed Van Meegeren op 30 december 1947 op 58-jarige leeftijd aan een hartverlamming in de Valeriuskliniek in Amsterdam. Han van Meegeren ligt begraven op de Algemene Begraafplaats in Deventer, zijn geboortestad. Hij heeft o.a. les gegeven aan J. van Hoboken en P. Glazener.

Voorzover het erom ging de kunstwereld van Van Meegeren's kwaliteiten te overtuigen, kan men zeggen dat de actie nog meer succesvol is geweest dan Van Meegeren had gehoopt: Sommige van zijn vervalsingen hangen tegenwoordig in musea met de naam Van Meegeren op het beschrijvingsplaatje.

Onder zijn 'echte' werk behoren idyllische tekeningen als 'Het Hertje', waarvan de reprodukties in veelvoud over de toonbank zijn gegaan. Verder zijn er ook nog de nachttaferelen waarmee Van Meegeren, die zich graag overgaf aan drank en vrouwen, uitdrukking gaf aan zijn lichtzinnige kant. En niet te vergeten de vele portretten van naasten en bekenden, waarin hij volop blijk geeft van zijn technisch kunnen.

Aan deze broodschilder zou zonder de Vermeer-vervalsingen nooit verder aandacht zijn besteed, maar dat laat onverlet dat zijn materiaalbeheersing en stilistische vaardigheden van hoog niveau zijn.

Uiteraard valt er in dat opzicht genoeg aan te merken op zijn vervalsingen, want met de echte Vermeer kon hij zich niet meten. Toch zeggen de kwalificaties waarmee de in hun hemd gezette kunstkenners nadien 'De Emmaüsgangers' bestempelden meer over henzelf dan over het befaamde doek. ,,De compositie is onevenwichtig en verkrampt, de kleur is grauw, de handen zijn plomp met weke worstachtige vingers'', luidde het valselijke oordeel van één van hen.

Websites:
. Meegeren, Kreuger
. izithelo/thesis/van_meegeren.htm
. www.hanvanmeegeren.info


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 327.