kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 27-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Hans Bol

Zuid-Nederlandse landschapschilder en tekenaar, geboren 16 december 1534 in Mechelen - overleden 20 november 1593 in Amsterdam.

De zestiende eeuwse Vlaming en maniërist Hans Bol vormt een belangrijke schakel tussen de Vlaamse Kunst en die van de Noordelijke Nederlanden, met name in de uitbeelding van het Landschap. Opgeleid in de Mechelse traditie van het 'waterverfschilderen', koos Bol later voor kleine formaten en legde hij zich toe op minutieus, meestal in kleur uitgewerkte tekeningen. Behalve deze miniatuurgouaches heeft Bol een omvangrijk grafisch oeuvre nagelaten van zowel tekeningen als prenten. De vroegst bekende tekening, een Landschap uit 1557, bevindt zich in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen.

Hans Bol verhuisde na vele omzwervingen en na de val van Antwerpen, naar Amsterdam waar hij in 1593 overleed. Hans Bol zou als navolger van Bruegel een belangrijke bijdrage leveren aan de verspreiding van motieven in Bruegels werk via de prenten die hij maakte. Hij behoorde ook tot de groep Vlamingen die naar Amsterdam emigreerden en zo de Vlaamse beeldtaal verspreiden. Zo belandden motieven uit Bruegels oeuvre in het werk van onder andere Ariaen van de Venne (1636-1672) en Hendrick Avercamp (1585-1634).

Bol's meest belangrijke leerlingen waren zijn stiefzoon Frans Boels, Jacob Savery en Joris Hoefnagel.

Biografie
Was sinds 1560 lid van het St. Lucas- of schildersgilde in Mechelen. Hans Bol kreeg zijn schildersopleiding van twee ooms, Jacob Bol I and Jan Bol. Na twee jaar opleiding in Heidelberg werd hij meester in het Mechelse gilde van Sint Lucas.

In 1572 moest hij na de annexatie van Mechelen door de Spanjaarden vluchten naar Antwerpen, waar hij meester werd in 1574. In Antwerpen specialiseerde hij zich in het miniatuurschilderen. Zijn nauwkeurige, sierlijke landschapsminiaturen zijn van een buitengewone kwaliteit. Stilistisch zijn ze verwant aan werk van Jacob Grimmer en Joachim Patenier. Ook Pieter Bruegel d.O. heeft zijn werk beïnvloed.

Na een tiental jaren verliet hij Antwerpen en trok via Bergen op Zoom, Dordrecht en Delft naar Amsterdam.

Werken:
Panoramische gezichten staan aan het begin van de Nederlandse landschapsschilderkunst die in de zeventiende eeuw op hoog niveau beoefend zou worden. De Antwerpenaar Hans Bol (1534-1593) heeft daarbij grote invloed uitgeoefend. Zijn gedetailleerde gezichten op Antwerpen, gezien vanaf een hoog standpunt, hebben veel navolging gekregen. Zijn schilderijen zijn relatief breed en in die zin vergelijkbaar met foto's die gemaakt zijn met een breedbeeldcamera. Schilderijen, tekeningen en vooral prenten waarvan de breedte twee tot drie keer zo groot is als de hoogte zijn bepaald niet uitzonderlijk, zeker als het om landschappen gaat.

Museum Boijmans van Beuningen Rotterdam
De serie tekeningen van de Twaalf Maanden van Hans Bol is uniek in haar soort. Het is de enige compleet bewaarde serie voorstudies voor een prentserie van de Kunstenaar van deze omvang. De serie heeft een zodanige cultuurhistorische betekenis dat zij voor Nederland behouden dient te worden. De Twaalf Maanden van Hans Bol zijn getekend op kleine rondjes papier. Zij tonen de gangbare bezigheden passend bij de tijd van het jaar, zoals het houtkappen in november, het oogsten van het fruit in september, het flaneren in mei en het slachten van vee in december. Het teken van de dierenriem regeert over iedere voorstelling. De werken verraden invloed van Pieter Bruegel De Oude. Het Thema van de maanden is regelmatig uitgebeeld in de 16de eeuw, maar de serie van Hans Bol onderscheidt zich door originaliteit: de combinatie van een Realistische weergave van de Natuur en de elegantie van de Compositie is uniek. De geringe afmetingen - met een diameter van slechts 14 cm - beletten hem niet details met grote precisie weer te geven. Bijzonder is ook dat de steden, waarin enkele scènes zich afspelen, soms te herkennen zijn als Antwerpen, Brussel en Bergen op Zoom. Zo betoont Bol zich ook een pionier van het stadsgezicht.
Museum Boijmans Van Beuningen wil de tekeningen Graag aankopen en organiseert een tentoonstelling rond deze serie. Burgemeester Opstelten geeft het startsein voor de inzamelingsactie en opent daarmee tevens de tentoonstelling van de aan te kopen tekeningen. De serie behoorde ooit tot de collectie van de beroemde Haarlemse verzamelaar Franz Koenigs (1881-1941). Na diens dood kwamen de Twaalf Maanden in het bezit van een van zijn kinderen. In 2001 werd de Reeks geveild en belandde in de kunsthandel. Het Job Dura Fonds kocht de serie in 2003 aan om deze, althans voorlopig, voor Nederland te behouden en Museum Boijmans in staat te stellen gelden bijeen te brengen voor aankoop. De verwervingsactie door Museum Boijmans Van Beuningen wordt onder andere gesteund door de Stichting Job Durafonds de Mondriaan Stichting, de Vereniging Rembrandt, de Stichting Lucas van Leyden en een groot aantal Rotterdamse fondsen en particulieren. Museum Boijmans Van Beuningen verwierf in 2005 de twaalf tekeningen van Hans Bol. Een aankoop om trots op te zijn. - (Zie de twaalf afbeeldingen op Waterverf op papier, 133 x 206 mm, Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen
Icarus is slechts een detail in dit wijds opgezet landschap met op de voorgrond de Boer, de Visser en de Herder. Deze zijn evenwel commentaar gevende getuigen van de vallende Icarus. Hans Bol volgt met deze voorstelling Ovidius’ verzen. - (schilderij aan van de 16de eeuwse Mechelse schilder Hans Bol. Het kleine kunstwerk wordt tentoongesteld in het Hof van Busleyden en komt zo weer thuis in de Dijlestad, waar de schilder geboren werd. Er zijn slechts weinig werken van Hans Bol in Belgische musea terug te vinden. De Stedelijke Musea Mechelen zijn dan ook erg trots op hun nieuwste aankoop. ,,De Spaanse Furie''' meet slechts 8 bij 11 centimeter en verhaalt het gevecht van Spaanse soldaten met lokale bewoners. Hans Bol werd geboren in 1534 en stierf vermoedelijk in 1593. Hij stamde uit een familie van Mechelse schilders en sloeg zelf op de vlucht toen Spaanse troepen onder leiding van hertog Alva zijn woning in Mechelen verwoestten. De schilder uit in zijn kleine werk zijn ongenoegen over de Spaanse opmars in de Nederlanden. Zijn groot talent als miniatuurschilder blijkt uit de zeventien personen die hij afbeeldde op een oppervlakte van amper 88 vierkante centimeter. Het werk wordt tentoongesteld in de opgefriste ,,Zaal van de Spaanse Furie'' in het Hof van Buysleyden. Het past er naadloos in de collectie van interpretaties over de verovering van Mechelen door de troepen van Alva. Je kan het schilderijtje dagelijks gratis bewonderen van 10 tot 17 uur.

Kruisiging
Vermeldenswaardig is de Kruisiging door Hans Bol (Mechelen 1534 - 1593? Amsterdam). De tekening is gesigneerd en gedateerd HA.S BOL/1573 (E 40.000-60.000). Bol baseerde de tekening op het verhaal in Johannes 19: 31-34, waarin verschillende episodes en details voorkomen die ontbreken in de andere Evangelies. De tekening lijkt gemaakt te zijn als voorbereidende studie voor het middenpaneel van een klein drieluik voor een huisaltaar. Bol was blijkbaar zeer tevreden over de compositie aangezien hij in de loop van de tijd verschillende andere versies produceerde. Naast het schilderij uit 1593 zijn twee gouaches uit 1587 en 1590 behouden gebleven, die zich nu bevinden in de School of Design op Rhode Island en in het Museum voor Schone Kunsten in Boedapest. (Sotheby's)


BOL (Jan) of Hans, schilder, geb. te Mechelen 16 Dec. 1534, zoon van Simon B. en Cath. van den Stock, overleed te Amsterdam 20 Nov. 1593. Hans Bol was slechts 14 jaar oud, toen hij reeds de lessen in teekenen en schilderen volgde onder leiding zijner ooms, Jacobus en Jan. Na twee jaar in hun atelier gewerkt te hebben, vertrok hij naar Duitschland en verbleef twee jaar te Heidelberg. 10 Febr. 1560 werd hij ingeschreven in het schildersgilde te Mechelen. Na de plundering van Mechelen, waarbij hij alles verloor, vluchtte hij naar Antwerpen in 1572, waar zijn kunstvriend, Ant. Couvreur, hem kleedde en voorzag van benoodigdheden om te kunnen werken. Tijdens zijn verblijf te Antwerpen schilderde hij voornamelijk dieren en visschen. Te voren schilderde hijfijne landschappen voor versiering van salons en cartons voor de brusselsche tapijtwerken. 1574 werd hij aangenomen in het antwerpsch St.-Lucasgilde. 16 Sept. 1575 verkreeg hij het recht van poorter der stad. In dien tijd begon hij kleine schilderijen in olieverf te vervaardigen die, bijzonder de landschapjes, veel succes hadden. Opnieuw onderging hij groote verliezen bij de plundering van Antwerpen. Hij week uit naar Bergen op Zoom; 1586 vertrok hij naar Dordrecht, Delft en vervolgens naar Amsterdam. Aldaar had hij een gemakkelijken verkoop van zijn talrijke landschappen en miniaturen. Beroemd zijn zijn kleine gezichten op Amsterdam. Hij vervaardigde ook vele prenten naar verschillende meesters. Zie de lijst in J.Ph. v.d. Kellen, Le peintre-graveur hollandais et flamand. Vele stukken van Hans Bol zijn gegraveerd door E. Sadeleer. De vrouw van Bol was de wed. Boels, die een zoon had, Frans, leerling van zijn stiefvader.

G. Goltius graveerde in ovaal het portret van den mechelschen kunstenaar met een latijnsch vers; nog een ander portret graveerde hij met latijnsch onderschrift. Dit portret bootste van Mander na. Zijn portret werd voorts gegraveerd door H. Hondius, J. Ladmiral en N. de Larmessin.

Zie: Neefs, La peinture et la sculpture á Malines in: Messsager des sciences hist. (1873) 475-479; Immerzeel, De levens en werken der holl. en vlaamsche kunstschilders I, 70; Kramm, De levens en werken d. kunstsch. I, 117; Biogr. Nat. Belg. II, 626-630. - Fruytier (P.C. Molhuysen en P.J. Blok (red.), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 8. A.W. Sijthoff, Leiden 1930 Hans Bol, Schilder van Mecchelen. (Karel van Mander, Het schilder-boeck (facsimile van de eerste uitgave, Haarlem 1604), Davaco Publishers, Utrecht 1969 (schilders hun wesen hadden: Soo is insghelijcx onder sulcken geselschap oock te Mecchelen, daer meer als 150. sulcke Winckelen waren, opghecomen Hans Bol, en is daer in die Stadt uyt goeden geslachte gheboren geweest Ao. 1534. den 16en. December, en heeft t'zijnen 14. Iaer aenghevanghen de Schilder-const te leeren, te Mecchelen, by een van die gemeen slechte Meesters, den tijt van ontrent twee Iaer, heeft hem daer nae begheven te reysen nae Duytschlandt, is gecomen te Heyldelborgh, daer hy oock den tijt van twee Iaer heeft ghewrocht, en is eyndlinghe wederom gecomen te Mecchelen, en sonder meer eenighe Meesters te hebben, practiseerde vast by hem selven, inventerende verscheyden ordinantien van Landtschappen, en anders, en is so te Mecchelen blijven woonen, makende seer aerdighe vroylijcke doecken van Water-verwe, daer in groote suyverheyt, en een goede handelinghe ghebruyckende, met een vaste en ghewisse manier van zijn dinghen aen te legghen, en op te maken. Ick heb van hem ghesien tot mijn Cosijn Mr. Ian van der Mander, nu Pensionnaris te Ghent, eenen grooten Water-verwen doeck, wesende d'Historie oft Fabel van Dedalus en Icarus, daer sy door d'open locht hun ghevanghnis ontvloghen. Daer was een Roots ligghende in't water, die een Casteel gheladen hadde, die soo ghedaen was, dat het niet wel te verbeteren was, soo aerdigh en net was die Rootse bemoscht, bewassen, en met haer veel coleurkens, op een vaste manier gehandelt: desghelijcx dat oudt vreemdsche gebouw van dat Casteel, als uyt de Roots gewassen: was wonder versierlijck. Voort was seer wel ghehandelt het verre Lantschap, en het water daer dese Roots haer in spiegelde, en in die bruynicheyt saghmen de pluymen, die uyt Icari vloghelen door het was-smilten ghevallen waren, en dreven op t'water seer natuerlijck. Oock warender eenighe schoon voor-gronden, en ander Landtschap: ontrent voor aen sat eenen Schaep-wachter met zijn Schapen, en wat verder eenen Acker-man aen den Ploegh, die om hoogh dit vlieghen als verwondert aensaghen, ghelijck den Text mede brengt. Veel meer Landtschappen op verscheyden ordinantien heeft hy noch ghedaen, waer van icker noch eenighe hebbe gesien: Sijn wercken waren van den Coopluyden seer wel begheert, en betaelt. Eyndlinge, doe Mecchelen Ao. 1572. jammerlijck van het Krijghsvolck overvallen, en gheplundert is gheworden, is t'Antwerpen gecomen brtooft, en ontcleedt wesende: alwaer een Const-beminder, van Belle in Vlaender, Anthoni Couvreur hem wel ontfanghen, en heerlijcken heeft gecleedt, soo dat hem niet en faelgeerde om zijn Conste wille, want hy met Bias alle dinghen mede bracht. Onder ander fraeyicheyt, die hy t'Antwerpen woonende maeckte, dede hy van verlichterije een Boeck van alderley ghedierten, Vogelen en Visschen, na t'leven, een dingen dat weerdich te sien was. T'Antwerpen begon hy het Doeck-schilderen heel te verlaten, siende datse zijn doecken cochten, en vast copieerden, en ghelijck voor de zijn vercochten, en heeft hem heel begheven te maken Landtschappen en Historikens van Verlichterije, segghende: Laetse nu op den duym fluyten, en my dit nae doen. Ao. 1584. vertrock hy uyt Antwerpen door de aenstaende beroerten, en fellicheden van den Const-vyandigen Mars. Hy quam te Bergen op Soom, van daer te Dort, daer hy ontrent twee Iaer woonde. Van daer quam hy te Delft: en eyndlinghe, in't rijck en welvarende Amstelredam, daer hy veel schoon en nette Verlichterykens heeft ghedaen, als oock Amstelredam nae t'leven, van op de water-sijde met den Schepen, en van de Landt-sijde, seer levendich, met oock ander ghesichten van eenighe Dorpen, daer hy groot ghelt mede won. Van zijn constighe handt zijn noch eenighe aerdighe Verlichterijen t'Amsterdam, by den constighen Heer Iaques Razet, insonderheyt een Crucifix redelijck groot, daer veel werck in comt, en zijn uyterste vlijt in ghedaen is, soo in beelden, naeckten, lakenen, Peerden, Landtschap, en ghebouw, ghelijck het een overvloedighe Historie is, constich gheordineert, en wel gedaen. Groote menichte van Printen sietmen in druck uytcomen, nae zijn teyckeninghen en inventien ghedaen. Hy is ghestorven t'Amstelredam Ao. 1593. den 20en November. Hy hadde noyt maer een Huysvrouw die hy trouwde, een Weduwe wesende, daer hy geen kinderen by en hadde, dan sy had een voor-kindt, geheeten Frans Boels, die Bols Discipel was, en oock seer nette Landtschapkens van Verlichterije dede, is oock weynich Iaren nae zijn Stief-vader gestorven. Noch hadde Bol een Discipel Iaques Savery van Cortrijck, die in't Iaer 1603. is gestorven t'Amsterdam van de Pest: desen is wel zijn beste Discipel geweest, was seer vlijtich, doende zijn dinghen seer net, en met grooter patientie, ghelijck noch teghenwoordich oock doet zijn Broeder en Discipel, Roelandt Savery, die zijn Meester in werck en Const niet ongelijck en is. Het Conterfeytsel van Bol comt (genoech als een Epitaphium) uyt in Print van Goltzio, seer wel ghelijckende, en uytnemende wel ghedaen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 247.