kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 17-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Hans Holbein

Hans Holbein de Jonge (1497/8-1543)

Holbein's drawings -- figures at the English court

Duits schilder en graveur, 1497/98 Augsburg - oktober/november 1543 Londen.

Hans Holbein de Jonge was een belangrijke vertegenwoordiger van de vroeg-renaissancistische schilderkunst.

Hij was de zoon van Hans Holbein de Oude. Hij schilderde oorspronkelijk in de trant van zijn vader, maar was al snel onafhankelijker van de laatgotische stijl. In 1514 is hij in Basel, van 1517 tot 1529 bezoekt hij Noord-Italië en Frankrijk (1524) en in 1532 is hij in Engeland (Hij was ook in Holland).

Uit zijn Baselse tijd dateren o.a. de altaarstukken en gevelschilderingen, terwijl hij in Engeland als hofschilder van Hendrik VIII (1536), vooral beïnvloed werd door de Italiaanse renaissance. Zijn interesse ging toen vooral uit naar ruimteafbeelding, architectuur en naaktfiguren (vgl. ontwerp van Die Bespottung Christi). In zijn Engelse werk komt qua kleur en compositie een rust en een koele voornaamheid, die op Franse invloed (Clouet) wijzen. Als graveur werd Holbein beroemd door zijn Totentanz en illustraties bij het Oude Testament.

Zijn grootheid school vnl. in zijn objectieve sprekend gelijkende persoonsweergave. Het oeuvre van Holbein is zeer omvangrijk. Hij oefende grote invloed uit op de Engelse kunst van de 16de eeuw. Eigenlijk is Holbein de laatste belangrijke Duitse schilder van de 16de eeuw.

Kenmerkend voor zijn werk is het dramatisch gebruik van de lichtval in de compositie om essentiële punten in het religieus thema duidelijk te maken en de afstandelijke, minder dramatische portretstijl met vooral objectieve weinig psychologische weergave van specifieke gelaatstrekken. (Summa; BRT)

Biografie
Hans Holbein werd in 1497 of 1498 in het Zuid-Duitse Augsburg geboren als tweede zoon van de kunstenaar Hans Holbein de Oude. Augsburg lag aan een belangrijke internationale handelsroute naar Italië en was destijds een intellectueel centrum. Zijn vader leidde hem, evenals zijn broer Ambrosius, in zijn eigen atelier op tot schilder, tekenaar en ontwerper.

In 1515 vestigde Holbein zich als gezel in Bazel, waar hij al gauw door zijn buitengewone talent een grote artistieke vrijheid genoot. Al in 1519 werd Holbein lid van het gilde van de stad. Zijn eerste grote portretopdracht, burgemeester Jacob Meyer zum Hasen en zijn vrouw Dorothea Kannengieser, schilderde hij toen hij nog geen twintig jaar oud was.

Bazel bruisde in die jaren en was een bekend centrum van de boekdrukkunst, van het humanisme en later van het protestantisme. Holbein raakte bevriend met de grote denkers van die tijd, waaronder de Nederlander Erasmus (1466/1469-1536), die daar toen werkzaam was. In 1523 schilderde Holbein voor het eerst een portret van Erasmus. Erasmus ironie, scepticisme en zelfgenoegzaamheid komen op de portretten van Hans Holbein de Jonge het beste naar voren.

Holbein maakte ook ontwerpen voor boekillustraties, gebrandschilderde ramen, altaarstukken en gevelschilderingen en fresco's. Veel van deze vroegere werken zijn helaas door de Zwitserse Beeldenstorm van februari 1529 verloren gegaan zodat wij Holbein nu vooral kennen als portretschilder.

Hofschilder en wereldburger,
Op zoek naar nieuwe artistieke inspiratiebronnen bracht Holbein in 1524 een bezoek aan Frankrijk, waar hij kennis maakte met het werk van de Franse hofschilder Jean Clouet (ca 1485/90-1540/41) en met werken van Italiaanse meesters. Hierna besloot Holbein via de Nederlanden door te reizen naar Engeland. Met een aanbevelingsbrief van Erasmus op zak waarin stond:' Hier is het een slecht seizoen voor de kunsten; hij gaat naar Engeland om daar wat geld bijeen te schrapen' stelde hij zich eerst onder de bescherming van humanist en staatsman Sir Thomas More. More was een vermogend en machtig lid van de Engelse koningsraad.

Tussen 1528 en 1532 was Holbein weer in Bazel waar hij, inmiddels rijk geworden, een mooi huis aan de Rijn kocht. In 1532 keerde hij, waarschijnlijk door de steeds grimmiger wordende Reformatie, naar Engeland terug, waar hij grote naam maakte met zijn bijzonder levendige en minutieus uitgevoerde getekende en geschilderde portretten van rijke kooplieden en vooraanstaande hovelingen. Hij zou er tot zijn dood blijven.

In 1536 werd hij hofschilder van Hendrik VIII(1491-1547) en portretteerde hij voornamelijk leden van het koningshuis en de Engelse hoge adel.

Holbein vereeuwigde niet alleen de koning zelf, maar ook verschillende van Hendriks huwelijkskandidaten, echtgenoten en kinderen. Daarnaast tekende en schilderde hij andere prominente figuren, waaronder Duitse kooplieden in Londen, ambassadeurs en leden van de Engelse hofhouding. Deze portretten hebben na bijna 400 jaar nog niets aan zeggings- kracht ingeboet. Behalve de sprekende gelijkenis van zijn opdrachtgevers wist Holbein hun karakter zeer goed te treffen. Als een van de eerste kunstenaars schilderde hij mensen van vlees en bloed: veelal sterke en daadkrachtige persoonlijkheden, die nu nog steeds intrigeren, nieuwsgierig maken en soms ontroeren. Kenmerkend is zijn gave om in heldere, realistische portretten tot het innerlijk van de geportretteerde door te dringen.

Holbeins schilderijen vormen de overgang van de laat-gothische kunst (veertiende-vijftiende eeuw) naar de schilderkunst van de Renaissance. Zijn psychologisch inzicht, evenwichtige opbouw en koele kleurgebruik maken hem tot op de dag van vandaag een van de grootste Europese kunstenaars.


Werken:
Christus in het graf, 1521-22, paneel, 31x200, Basel, Kunstmuseum
De bestemming is onbekend, maar wellicht was het voorzien als een predella. De vleugelstukken ervan hebben zich waarschijnlijk in de universiteitskapel van het Münster te Freiburg bevonden.

Deze dode Christus nam in zijn tijd een aparte plaats in door de objectieve koele waarneming. Dürer zou het onderwerp behandeld hebben als een studie in anatomie. Grünewald zou er de vergankelijkheid van het vlees mee gepredikt hebben als tegenstelling tot de onsterfelijkheid van de geest. Holbein laat ons gewoon een dode man zien; de wonden zijn schoon, het vlees is nog warm van het bloed; het is nog niet gebalsemd en in doeken gehuld; het is Jezus voor hij de onsterfelijke Christus werd. Het is een weergave die de mens doet nadenken over zijn aardse en geestelijke bestemming. Het is de belichaming van de nieuwe gedachte in het Duitse humanisme: dat de mens vertrouwd moet zijn met zowel de Zoon des Mensen als met de Zoon van God. (KIB ren 219; Großen Maler)

Portret van Erasmus van Rotterdam aan de schrijftafel, ca. 1523, paneel, 42x32, Parijs, Louvre
Het werk was eigendom van Karel I. Het kwam in bezit van Lodewijk XIII in ruil voor Da Vinci's Johannes de Doper. Nauwkeuriger geschilderd dan de overeenkomstige studie naar het leven in het museum van Bazel. Wellicht is het één van de portretten waarover Erasmus op 3 juni 1524 schrijft: Onlangs heb ik weer twee portretten van mij naar Engeland gezonden, geschilderd door geen gering kunstenaar.

Erasmus is aan het schrijven. Het aan de rand gevouwen papier ligt op een lessenaar; het schrift is niet te lezen. Alleen de kleine tafel doet denken aan een studeerkamer. Doek en lambrisering vormen de achtergrond van het portret zonder een sterke ruimte-illusie teweeg te brengen. Holbein heeft het doek – zonder opdracht – voor zijn reis naar Frankrijk geschilderd.

Geschilderd kort na Erasmus' aankomst te Bazel. Een echt Renaissanceportret: intiem en toch monumentaal. Erasmus straalt een intellectueel gezag uit dat vroeger aan theologen van de katholieke kerk was voorbehouden. (Janson 474; Sneldia; Meesterwerken 47-48)

Het gezin van de schilder, 1528-29, 64x77, Basel, Kunstmuseum
Wanneer Holbein, na een verblijf van twee jaar te Londen, in 1528 te Basel terugkeert, is zijn vrouw ziek en kan moeilijk haar droefheid verbergen. De objectieve en feilloze portrettist neemt hier innig deel aan het leven van zijn model, aan de gevoelens die de groep bezielen; de personages treden misschien minder op de voorgrond en zijn minder rijk gekleed dan in andere portretten, maar hier verschijnt een volledig geestelijk leven; waardoor dit schilderij een der meesterwerken van Holbein is. (Sneldia)

De Franse gezanten aan het Engelse hof, 1532, olieverf op hout, 203x209, Londen, National Gallery
Een vroeg voorbeeld van een vriendenportret. Het stelt de Franse gezanten aan het Engelse hof voor, Jean de Dinteville (1504-1555) en Georges de Selve (1508/1509-1541). Waarschijnlijk heeft Dinteville, die langere tijd in Londen woonde, het schilderij laten maken als aandenken aan het bezoek van zijn vriend pet Pasen 1533. Terwijl hij zich met pompeuze ijdelheid presenteert in een weelderige bontmantel en hij getooid is met een medaille van de Orde van Sint-Michael, is de kleding van Georges de Selve minder opvallend. Zijn lange mantel is de gepast kleding voor de bisschop van Lavour, een ambt dat hij bekleedde sinds 1526, toen hij ongeveer 18 jaar was.

De twee bijna levensgroot weergegeven gezanten staan voor een groen gordijn van damast. Ze leunen op een soort kast met twee planken, waarvan de bovenste bedekt is met een kleed. De vloer is een imitatie van een mozaïekvloer in het sanctuarium van de kathedraal van Westminster, die begin 14de eeuw gemaakt was door Italiaanse ambachtslui. Holbeins schilderij lijkt de werkelijkheid met bijna fotografische gedetailleerdheid te imiteren. Toch is het portret niet gewoon een reproductie van de werkelijkheid, maar een bedachte compositie, die bedoeld is om de ideale vormen van personen en objecten af te beelden.

Zoals vaak bij Holbein verwijzen de voorwerpen op de planken naar de intellectuele interesses en professionele en praktische activiteiten van de geportretteerden. De getoonde instrumenten en boeken weerspiegelen het ontwerp van de kast: de voorwerpen op de bovenste plank werden gebruikt voor het bestuderen van de hemel en de hemellichamen (hemelglobe, kompassen, zonnewijzer, cilindrische kalender, niveaulat en kwadrant), terwijl de voorwerpen op de onderste plank met meer alledaagse zaken te maken hebben. Zo ligt links, vlak bij de wereldse Dinteville, een opengeslagen exemplaar van Peter Apians Kaufmanns-Rechnung (Ingolstadt, 1527), en rechts, dicht bij de bisschop, Johann Walthers Geystliches Gesangbüchlein (Wittenberg, 1524) met de Lutherliederen.

De aardglobe, een nauwkeurige kopie van Johann Schöners globe van 1523, wijst op hun interesse voor de geografie, waarvoor humanisten dankzij de ontdekkingen van rond de eeuwwisseling steeds meer belangstelling kregen. Deze verzameling voorwerpen toont aan dat de gezanten nauw betrokken waren bij de wetenschappelijke en opvoedkundige beweging van de Renaissance, die toen als bijzonder progressief werd beschouwd.

Religieuze motieven zijn wel aanwezig, maar van secundaire betekenis. Daaruit spreken de op harmonie gerichte, tolerante houding van de katholieke bisschop, die een tijd van verbitterde geloofsstrijd een verzoenende houding ten opzichte van de geloofsrichtingen innam. Dit blijkt uit de overname van twee Lutherliederen in Walthers gezangenboek. Zijn verlangen naar harmonie wordt weerspiegeld door de symbolische aanwezigheid van de luit. Het verlichte humanisme was de godsdienst gaan zien als een ethische leidraad in zaken van gedrag; het was essentieel om een empirisch bewustzijn te ontwikkelen van de fysieke wereld, maar aan de andere kant moest men zich bewust zijn van de tijdelijkheid van het leven en ten allen tijde rekening houden met de dood.

Dit verklaart waarom Holbein het doodshoofd in de vorm van een anamorfose heeft geschilderd: van linksonder loopt deze schuin omhoog. De werkelijke aanwezigheid ervan in de wereld van de gezanten wordt benadrukt door de sterke schaduw die het op de grond werpt. Ook andere portretschilders hadden het doodshoofd als symbool voor de ijdelheid van wereldse zaken opgenomen op de achterkant van hun schilderijen, vooruitlopend op de toekomstige staat van de geportretteerde. Hier is het echter niet zozeer een occult symbool, als wel een beleefde werkelijkheid - waarschijnlijk de oorzaak van de melancholieke stemmingen waarover Dinteville zo vaak zou hebben geklaagd. Vooral tijdens zo'n periode van gedeprimeerdheid betekende het bezoek van zijn vriend veel voor hem. In een tijd waarin de staat de wettelijke contouren van sociale instituties zoals het huwelijk steeds meer begin te bepalen, werden de relatieve onafhankelijkheid van vriendschap en de mogelijkheid die deze bood tot het vrijuit uitwisselen van gevoelens en gedachten steeds belangrijker. (Portret 119-120)

Portret van koning Hendrik VIII van Engeland, 1540, paneel, 73x85, kopie, Rome, Galleria Nazionale
Anno Etatis mee XLIX (49). Dit is het jaar waarin Hendrik VIII huwt met Anna van Kleef (zijn vierde vrouw) en ook van haar scheidde en hertrouwde met Catharina Howard.

Holbein werd ontvangen aan het hof van Engeland, schilderde de zware en brutale Hendrik VIII en tekende onuitwisbaar op zijn trekken de wreedheid, de ontucht, het geweld, de wil om alle menselijke en goddelijke waarden met de voeten te treden om zichzelf te voldoen. Dit is een typisch paradeportret: praalziek, overdreven sierlijk, klaarblijkelijk ver verwijderd van het sprezzatura-ideaal. Toch bereikt het een soort stilistische volmaaktheid. (Sneldia)

Het portret heeft de starre pose gemeen met bepaalde portretten van Bronzino, evenals de zelfgenoegzame trekken en de liefdevolle aandacht voor kostuum en sieraden. Maar Holbeins portret beantwoordt niet, zoals dat van Bronzino, aan het maniëristische ideaal van de élégance. Daarvoor wekt de forse, en face geschilderde Hendrik VIII te zeer de indruk van een meedogenloze persoonlijkheid. Toch behoren beide tot dezelfde school van hofportretten, en een schakel ertussen is wellicht Jean Clouets Frans I, dat Holbein op zijn reizen kan hebben gezien. Het type is blijkbaar aan het Franse hof ontstaan. Tussen 1525 en 1550 vond het internationaal ingang. (Janson 475)

Zelfportret, ca. 1543, tekening, 24x18, Firenze, Uffizi
Het enige zelfportret dat zeker van hem is. Slechts enkele maanden voor zijn dood geschilderd. Een krachtige man in zijn beste jaren, met een breed hoekig gezicht en een scherpe blik. Het Latijnse opschrift vermeldt dat hij het schilderij in zijn 45ste jaar gemaakt heeft. (Großen Maler)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 63.