kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Hans Memling

Hans Memling (ca 1433 - 1494)

Belangrijk Zuid-Nederlands (Vlaamse) schilder van Duitse afkomst, tekenaar en portrettist uit de late gotiek; portretten, stillevens, religie,

Zijn werk wordt bepaald door de gedachte van een onveranderlijke, ideale wereld, hetgeen tot uiting komt in de evenwichtige, ideale schoonheid van zijn figuren en in een statische compositie. Zijn werk, dat in zijn tijd zeer hoog werd gewaardeerd, mist echter de rijke symboliek van het werk van zijn grote voorganger Jan van Eyck en de dramatische expressie van dat van zijn leraar Rogier van der Weyden. Memling was met zijn indringende voorstellingen de wegbereider voor het klassieke ideaal van het laaste decennium van de 15e eeuw.

Geboorteplaats/datum ca 1433 (in Seligenstadt am Main)
Sterfplaats/datum 11-08-1494 in Brugge.
Naamsvarianten: Hans Memlinc, Jan van Memmelynghe, Hans van Brugge, Memlinck, Mamlinc, Memmelinge, Memmeling, Memelingen, etc.
Het eerste spoor van Hans Memling is zijn inschrijving als burger van Brugge op 30 januari 1465. Hij wordt Jan van Minnelinghe geheten, zoon van Hamman, geboren in Seligenstadt. Tot dan meende men dat hij uit Mainz afkomstig was. Hamma Momilingen en zijn vrouw Luca Stirn zijn in 1450 of 1451 in Seligenstadt gestorven. Zij waren wellicht zelf afkomstig uit Mömlingen, een 25 km zuidelijker gelegen dorp aan de Mömling, een zijrivier van de Main. Memling zelf heeft de banden met zijn geboortestad nooit verbroken, want lang na zijn dood werden er nog jaarmissen voor hem opgedragen. Hij wordt er Henne Mommelings genoemd. In Brugge zelf liet Memling zich wellicht als Hans aanspreken. Hij staat immers vaak geboekstaafd als Meester Hans, zelfs na zijn dood (Maistre Hans, den duytschen Hans). Op twee werken van hem voor het Sint-Janshospitaal staat op de lijst een opschrift met zijn naam dat door hemzelf moet zijn aangebracht: de familienaam luidt er MEMLING. Het is aldus de schilder zelf die zijn naam in Brugge vereeuwigde, als een vervlaamste fonetische verkorting van de Duitse vorm, en deze schrijfwijze moet dan ook de enige juiste zijn.

levensloop
Hans Memling werd tussen 1433 en 1440 geboren bij het Duitse plaatsje Seligenstadt.
Over zijn geboortedatum en zijn opleiding is niets geweten. Naar alle waarschijnlijkheid was hij nog een jongen van elf of twaalf toen zijn ouders stierven, blijkbaar tegelijkertijd en dus vermoedelijk tengevolge van de pestepidemie die de Rijnstreek in 1454 teisterde. De veronderstelling dat hij toen ouder was, levert een te groot tijdsoverschot op tussen de beëindiging van zijn leertijd op 18- tot 20-jarige leeftijd en zijn eerste optreden als zelfstandig schilder in 1465. Hij kan dus niet veel vroeger dan 1440 geboren zijn.

Keulen?: misschien leertijd in Keulen.
De verrassende Keulse compositorische invloed, precies in zijn vroegste werken, een zekere weekheid en lieftalligheid in uitdrukking en vormgeving en de blijvende interesse gedurende heel zijn carrière voor Duitse typologische modellen, tonen aan dat de band met de Rijnstreek verder reikte dan zijn afkomst alleen. Memling moet een eerste leertijd in Duitsland hebben doorgemaakt. Hij heeft in ieder geval de bekendste Keulse altaarstukken, vooral die van Stefan Lochner, visueel zo sterk in zich opgenomen dat zij steeds op een of andere wijze in zijn fundamenteel Zuid-Nederlandse beeldtaal de kop opsteken. Met name de Ursulaschrijn is een bewijsstuk, omdat deze reliekschrijn zeer gedetailleerde landschappen bevat die de Keulse skyline waarheidsgetrouw weergeven.

Brussel
Memlings artistieke achtergronden zijn nog niet met zekerheid vastgesteld. Volgens de Italiaanse kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari (1511-1574) zou hij een leerling van de beroemde Brusselse schilder Rogier van der Weyden geweest zijn tot diens dood in 1464.
Over een langdurig contact met de kunst van de grootste schilder van dat ogenblik, Rogier van der Weyden, kan geen twijfel meer bestaan. Stijl, types en composities hebben Memling zo sterk bepaald dat nagenoeg alle auteurs het eens zijn over een oponthoud van Memling als gezel in het atelier van van der Weyden. Ook na zijn dood bleef dit gegeven bekend. Ook de biograaf Guicciardini, die jarenlang in de Nederlanden verbleef, schreef dat Hans de leerling was van Rogier van der Weyden van Brussel.

Naar het systeem van Jan van Eyck (1390-1444), wiens werken hij grondig bestudeerde, leerde hij schilderen met olieverf.

Brugge 1466 - 1494
In 1465 werd Memling ingeschreven als burger van de stad Brugge, waar hij tot zijn dood op 11 augustus 1494 heeft gewoond. Hij bezocht Italië, Duitsland, Frankrijk en Spanje, maar hij werkte voornamelijk in Brugge.

In 1467 werd hij lid van het Brugse St. Lucasgilde. Hij behoorde tot de rijkste burgers van de stad en had verscheidene leerlingen en gezellen in dienst.

In 1466 bewoonde Memling al een groot stenen huis aan de oostkant van de Sint-Jorisstraat (over de Vlamingbrug) dat hij later blijkt verworven te hebben en dat na zijn dood nog een tijd door zijn kinderen werd bewoond. In feite betrof het twee aanpalende huizen met een achterliggende dwarsvleugel (zijn atelier?) en een doorsteek met kleiner huis naar de Jan Miraelstraat.

Altaar van het Laatste Oordeel (1467-72)
paneel, middenpaneel 221x161 binnen de omlijsting, luiken 224x73 elk (binnen de omlijsting)
In zijn eerste belangrijke werk, het Triptiek met het Laatste Oordeel (1467-72, Gdánsk, Muzeum Pomorskie), komt naast de nog duidelijk herkenbare invloed van zijn leermeester Rogier van der Weyden als van Lochner ook al zijn eigen stijl naar voren. De groep van de zaligen toont de voor hem zo typerende opstelling in rangorde, terwijl de precieze weergave van de individuele gelaatstrekken al zijn talent als portrettist doet herkennen.
Hoewel behorend tot de zekere vroege werken is deze triptiek Memlings monumentaalste compositie en plastisch een van de meest doorwrochte. Over de doorlopende ruimte van de drie panelen is perfect symmetrisch een halfcirkelvormig snoer van lichamen verdeeld, waarbij aan de kalme opgaande beweging van de Opneming van de gelukzaligen een turbulente hellevaart beantwoordt die dezelfde totaalvorm in spiegelbeeld aanneemt. Christus verschijnt in zijn evangelische gedaante gezeten op een regenboog, de voeten op een glanzende gouden bol, omringd door de twaalf apostelen de voorsprekers Maria en Johannes de Doper. Allen bevinden ze zich op een donkere wolkensliert die zich links om de hemelpoort en rechts langs de hellerotsen voortzet. De traditionele engelen met de passiewerktuigen zweven in paren boven dit hemelse tribunaal en de en de vier apocalyptische bazuinende engelen zijn in hun veeleer toevallige vlucht boven de aarde weergegeven, waarbij er zelfs één hoog in de wolken op het rechterluik is opgestegen. De lelie van de barmhartigheid.

De sterke Van der Weyden invloed vindt men in nog een aantal andere werken die vermoedelijk in deze periode of nog iets vroeger zijn ontstaan, o.m. de Tronende Madonna met Kind en twee musicerende engelen, een tondo met zogende Madonna, een naar Van der Weyden gekopieerde Madonna met Kind en de totnogtoe veel te laat gedateerde Madonna met het Kind op een kussen.

Hoewel op middeleeuwse altaren en fresco's veel stillevenachtige elementen voorkomen, was het echte stilleven in die tijd onbekend. Het eerst bekende bloemstilleven schilderde Hans Memling kort na 1465 op de achterkant van een mansportret.

Tronende Madonna met Kind en twee musicerende engelen, ca 1465-1467?
paneel, 75x52, Kansas City, the Nelson-Atkins Museum of art

Een sleutelwerk voor het begrip van Memlings debuut als volwaardig meester. Het werd als één van de vroegste werken van Memling beschouwd, een jeugdwerk van voor 1468, misschien een kopie naar Rogier van der Weyden. Het is de meest Rogieriaanse Madonna die Memling schiep. De gespannen tekening en in curven verlopende omtrekken binnen de compacte driehoek van Madonnahoofd, handen en Kind is in geen enkel werk van Memling terug te vinden. In feite is de gehele compositie een soort aangepaste synthese van de beroemdste Rogieriaanse vindingen. De doorkijk via twee zuilen, de gekanteelde muur, de perspectivisch vluchtende gebouwen links en rechts komen van de Lucas-Madonna, het boogmotief van het Miraflores-altaarstuk, de donkerblauwe engeltjes van de Weense kruisiging. Memlings eigen visie ontpopt zich reeds in de kalme frontale positie van de Madonna op een metalen toon, symmetrisch begeleid door musicerende engelen. De gouden lucht is een merkwaardig archaïsch element dat we zelfs bij Van der Weyden nog maar sporadisch aantreffen. Ook is hier nog geen oosters tapijt aangewend, maar zit de Madonna op een eenvoudig effen donkergroen vloerkleed.

Talrijk waren de bestellingen voor schilderijen die hij uit binnen- en buitenland ontving. Ook bij veel Italianen, in wier eigen land de schilderkunst bloeide, was de intimiteit van zijn schilderijen geliefd. In 1470 bijvoorbeeld bestelde Tommaso Portinari, voor wie enkele jaren later ook de Vlaamse schilder Hugo van der Goes (werkzaam ca 1467-1482) werkte, een drieluik, waarvan het middenpaneel verloren is gegaan, maar waarvan de zijluiken met portretten van Tommaso en zijn vrouw in het Metropolitan Museum in New York hangen.

Jan Crabbe
Omstreeks dezelfde tijd moet Jan Crabbe, 26e abt van de Duinenabdij van Koksijde, zich tot Memling hebben gewend voor een triptiek met de Kruisiging, waarop hijzelf en vermoedelijk twee verwanten neerknielen. Jan Crabbe heeft opdracht gegeven voor de Kruisigingstriptiek waarvan het middenpaneel zich in Vicenza bevindt. De binnenluiken zijn in New York, de buitenluiken in Brugge ( cat. nr. 5, cat. nr. 4 Friedländer).
Hij zou het werk hebben laten maken ter gelegenheid van zijn 15 jarig prelaatschap in 1472. De man die vergezeld wordt door St. Willem zou dan de broer van de abt, Willem Crabbe zijn, terwijl de vrouwelijke stichter te identificeren is als Anna, de moeder van Crabbe. Van Jan Crabbe bestaat bovendien een eigentijds portret in een reeks met portretten van vorsten en abten. Hij was niet zomaar een abt van een regionaal klooster. Intern voerde hij grote reorganisaties door met betrekking tot de financiële huishouding en de discipline binnen het klooster. Wat het leven buiten het klooster aanging, dat liet hem ook niet onberoerd; hij adviseerde jarenlang aan het hof van Maria van Bourgondië en Maximiliaan van Oostenrijk. Bovendien was hij een groot liefhebber en maecenas van zowel kunst als wetenschap. Hij verzamelde verluchte handschriften en klassieke en humanistische literatuur.

Grote opdrachten kreeg Memling ook uit het Oostzeegebied: hij schilderde drieluiken voor de Marienkirche in Danzig (ca 1473) en voor de Marienkirche in Lübeck (1491).

Nog geheel verbonden met de Middeleeuwse schildertraditie is de wijze, waarop de verschillende groepen van figuren zonder enige samenhang verdeeld zijn over een weids landschap of de huizenmassa van een in vogelvlucht weergegeven stad (bijvoorbeeld PASSIE VAN CHRISTUS, 1475, Turijn, Galleria Sabauda). Alleen het thema van de Kruisweg zorgt hier voor de samenhang tussen de verschillende scènes. Deze tendens tot afzonderlijke weergave wordt nog versterkt door Memlings voorliefde voor het omlijsten van individuele groepen en figuren met architectonische elementen.

Willem Moreel
Willem Moreel was burgemeester van Brugge in de periode 1478-1483. Memling portretteerde hem en zijn vrouw Barbara van Vlaenderberch omstreeks 1475 ( cat. nr. 22, cat. nr. 67 en 68 Friedländer). Deze dame was een telg uit een voorname handelsfamilie te Brugge. Willem Moreel was heer van Oostcleyhem en vervulde de taak van burgemeester nog in 1487 en 1493. Hij was schout in 1488 en thesauriër in 1489. Verder was hij een tijdlang actief in het gilde van de kruidenhandelaars en als bankier van het Brugse filiaal van de Banco di Roma.

schilder kreeg ook opdrachten van bewoners van het Brugse St.-Janshospitaal (nu Memlinc Museum). Hiertoe behoren: 'Het mystieke huwelijk van Sint-Catharina' (1479) en Het Sint-Ursulaschrijn 1489).

Het Maria en Johannes-altaar en het Driekoningenaltaar
(beide 1479, Brugge, Museum van het St.Janshospitaal)
Variaties op Rogiers AANBIDDING DER KONINGEN op het midden paneel van het Columba-altaar in München. Ze tonen een gedetailleerd realisme, brede vlakken van couleur-Iocale en een grote dieptewerking onder een hoge horizon.
De legende vertelt dat, toen de soldaten van Karel de Stoute in 1477 zich na de ramp van Nancy terugtrokken, één van hen, een zekere Hans, een uitgeput huursoldaat, ziek en gewond door het vluchtende leger in de steek werd gelaten in de stad Brugge, waar hij door de zusters van het Sint-Janshospitaal werd opgenomen. Deze verzorgden hem tot hij genezen was. Hans had een stormachtige jeugd gehad, maar hij bekeerde zich. Zo groot was zijn dankbaarheid, dat hij het besluit nam aan de gastvrije zusters een geschenk aan te bieden, dat tegelijkertijd een dankbetuiging zou zijn aan God, die hem naar dit oord van barmhartigheid en gebed geleid had. Zo schilderde hij tijdens zijn genezing het Ursulaschrijn, dat nog heden in het Sint-Janshospitaal aanwezig is. Dit is dan wel overduidelijk een legende.

Portretten
De portretten van Memling laten in hun plasticiteit, trefzekere karakterisering en tektonische, door elementen ontleend aan de architectuur omlijste compositie al het duidelijkst de kunstzinnige opvattingen van de beginnende renaissance zien (MUNTENVERZAMELAAR, ca 1471, Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten; SIBYLLE SAMBETHA, 1480, Brugge, Museum van het St.-Janshospitaal; PORTRET VAN EEN JONGELING, Londen, National Gallery).

Terwijl in Italië de Renaissance al haar intrede had gedaan, waardoor de Kerk een minder overheersende plaats ging innemen in het leven, duurde in de rest van Europa de middeleeuwse situatie nog voort. De beeldende kunst stond er bijna geheel in dienst van het katholiek geloof. Memlings schilderijen, ook zijn portretten, zijn alle voor religieuze doeleinden gemaakt.

Memling was een knap vakman, hetgeen vooral blijkt uit zijn portretten. Hier paste hij een nieuwe, uit Italië afkomstige formule toe, door de geportretteerde rechtstreeks - zonder de voordien gebruikelijke raamomlijsting - voor een landschapsachtergrond te plaatsen (bijv. het mansportret in het Mauritshuis in Den Haag). Wanneer meer personen op een schilderij voorkomen, lijken zij nauwelijks in relatie tot elkaar te staan. Blijkbaar gaf hij de voorkeur aan een atmosfeer van in zichzelf gekeerde rust.

In vergelijking met andere schilders uit de 15e eeuw is van Memling opvallend veel werk bewaard gebleven. Bovendien is van een aanzienlijk deel de opdrachtgever bekend. Daaruit valt op te maken dat Memling voornamelijk werkte voor een burgerlijke cliëntèle. Daaronder waren Bruggelingen, maar ook een fors aantal Italianen en Spanjaarden. Dit waren rijke kooplieden die zich graag lieten portretteren. Voor hun portret kozen zij de schilder die hun waardige persoonlijkheid het meest treffend kon neerzetten. In veel romantische teksten over Memling wordt ook telkens diens aimabele persoonlijkheid breed uitgemeten en gesuggereerd dat Memling de kunst verstond om mensen zo te portretteren dat zij er intelligent, nobel en aantrekkelijk uitzagen zonder daarbij de werkelijkheid al te veel geweld aan te doen.

Omstreeks 1480 trouwde hij met Anne de Valkenaere; in die tijd kocht hij drie huizen, waaruit blijkt dat hij rijk was geworden.

Tot de vele opdrachtgevers in Brugge behoorde burgemeester Maarten van Nieuwenhove. Memling portretteerde hem op een diptiek (tweeluik), tegenover een 'Madonna met kind' (1487, Memlinc Museum, Brugge).

1489 Het Sint-Ursulaschrijn
In een van zijn laatste werken, het St.-Ursulaschrijn uit 1489 (Brugge, Museum van het St.Janshospitaal), overtreft Memling door zijn sprekende vormweergave en eenheid van compositie de altaarstukken van het Jongste Gerecht van Rogier van der Weyden en diens tijdgenoot Dirck Bouts.
Het Sint-Ursulaschrijn, een reliekhouder in de vorm van een gotische kapel, rondom beschilderd met taferelen uit het leven van Sint-Ursula. Dit was een heilige die volgens een overlevering uit de 9e en 10e eeuw met 11.000 gezellinnen in Keulen de marteldood verkoos boven het prijsgeven van haar maagdelijkheid aan de Hunnen, die Keulen belegerden.

De opvolger van abt Jan Crabbe van de Duinenabdij liet zich eveneens vereeuwigen op een schilderij van Memling ( cat. nr. 53, cat. nr. 9 Friedländer). Zijn naam was Christiaan de Hondt. In plaats van zelf een retabel te sommeren, liet hij het portret van Jan Crabbe op een triptiek met Madonna en kind overschilderen. Dat moet na 1488 geweest zijn, in dat jaar is Crabbe namelijk gestorven, en waarschijnlijk ook na 1495 omdat De Hondt in dat jaar abt werd.

De waardering voor Memlings werk was in zijn tijd zeer groot. In het begin van de 20e eeuw nam deze sterk af, omdat men het werk te zoetig begon te vinden. Bovendien veroordeelde men in de kunstenaar dat hij oudere Vlaamse 15e-eeuwse schilders - Jan van Eyck, Rogier van der Weyden, Bouts en Van der Goes - navolgde, zonder zelf een nieuwe richting in te slaan. Sinds kort wordt hij weer wat hoger aangeslagen, o.a. omdat men thans uitgaat van de doelstellingen van de kunstenaar en zijn opdrachtgevers, en niet van de hedendaagse smaak.

oeuvre
Memlings tamelijk omvangrijke oeuvre - waarvan een deel tegenwoordig echter aan leerlingen moet worden toegeschreven - is verspreid over vele musea. In vergelijking met andere schilders uit de 15e eeuw is van Memling opvallend veel werk bewaard gebleven. Naast portretten zijn verschillende retabels bewaard gebleven. Vanwege de plechtige omstandigheden die een stichting van een altaarstuk vergezellen zijn er veel waardevolle documenten bewaard gebleven die informatie verschaffen over de stichters, betaling, plaatsing etc. Van het grootste retabel, dat voor het Benedictijnenklooster Sta. Maria la Reál in Nájera ( Spanje), zijn alleen de panelen met Christus en musicerende engelen bewaard gebleven. Deze panelen bevinden zich in Antwerpen. Opvallend genoeg bevinden de meeste grote werken van Memling zich nog op de locatie waarvoor zij oorspronkelijk bedoeld waren. Naast de Nájerapanelen is alleen het Laatste Oordeel triptiek aardig uit de koers geraakt; dit bevindt zich in Gdansk door toedoen van Hanzepiraten die een oorlog voerden met Florence. Zij zagen in het buitmaken van dit retabel een ultieme kans om de Florentijnen te vernederen.

Memling werkte voor een internationale cliëntèle van Italianen, Spanjaarden, Bruggelingen, Duitsers en Fransen. Hij was geen hofschilder, maar over enige band met het gilde is geen feitenmateriaal voorhanden. Memling had enkele leerlingen in zijn atelier, die echter nooit beroemd zijn geworden. Zijn stijl is verwant met die van Rogier van der Weyden, maar niet in die mate dat een leerlingschap aangenomen moet worden. Verder werkte Memling in een redelijk hoog tempo. Wat zijn iconografie betreft maakt hij zich steeds losser van het vroege, ietwat stijve stramien. Hij blijft echter veel details herhalen zoals tapijten en vloertegels. Het is plausibel dat hij vaste rekwisieten gebruikte.

Zie ook: Vlaamse primitieven, websthetica

Hans Memling - Mythe_en feiten (Margaretha van Altea)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 151.