kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Heinrich Campendonk

Mathias Heinrich Ernst Campendonk, Duits expressionistische schilder, glas-in-loodontwerper, graficus, muurschilder, glasschilder, houtsnijder,
Onderwerpen: dieren, figuurvoorstellingen, interieurs, koeien, landschappen, naaktfiguren, non-figuratief, religie, stadsgezichten, stillevens, zelfportretten,
Lid van de Blaue Reiter,
Leraar van Gottfried Brockmann en Otto Coenen,

Met zijn zoektocht naar een eenvoudig met de natuur verbonden leven en het in de religiositeit verankerde begrip van de natuurlijke kringloop, bleef Heinrich Campendonk zijn hele leven verbonden met de kunstenaarsgroep "Der Blauer Reiter". De motieven van Campendonk verwijzen vaak naar de volkskunst en het landleven, maar ook tonen zijn melancholieke schilderijen droefheid over de onbereikbaarheid van het leven in eenheid met de natuur. Zijn werk is qua koloriet minder agressief dan dat van andere expressionisten. Zijn mooie kleurenhoutsneden vertonen zwarte contouren en sterke, heldere kleuren, hetgeen ook kenmerkend is voor de door hem gemaakte kerkvensters.

Geboren: Krefeld 3 november 1889,
Gestorven: Amsterdam 9 mei 1957,

biografie
Campendonk werd geboren in Krefeld en kreeg van 1905 tot 1909 zijn opleiding aldaar aan de kunstnijverheidsschool. Hij kreeg les van de Nederlandse kunstenaar Johan Thorn Prikker die hem het werk van Cezanne en Van Gogh deed waarderen. Campendonk stond vooral als glasschilder sterk onder invloed van zijn leermeester. Naast schilderen leerde hij daar grafische technieken.

Compositie met twee koeien, 1913, gouache en waterverf op papier

Blaue Reiter vanaf 1911
Campendonk komt op jeugdige leeftijd in contact met Der Blaue Reiter. Rond 1911 arriveert hij te Sindelsdorf, waar hij Franz Marc, Wassily Kandinsky en Macke ontmoet. Al vlug is de nog sterk symbolistische Campendonk onder de indruk van het ideeëngoed en de stijl van beide kunstenaars. Hij deelt ook hun belangstelling voor oude kunstvormen als Oosterse miniaturen en Beierse volkskunst. Zijn hele leven zou hij deze groep trouw blijven.

Neemt deel aan een tentoonstelling van de groep 'Der Blaue Reiter' in galerie Thannhauser.

Heinrich Campendonk nam in 1913 deel aan de eerste Duitse Herfstsalon te Berlijn en aan de Rheinische Expressionisten tentoonstelling in Bonn.

De vooroorlogse periode van Campendonk is grotendeels nog een experimentele fase waarin hij uiteenlopende invloeden opneemt. De kernachtigheid van Marcs of Kandinsky's composities bereikt hij zelden. Zijn schilderijen zien er uit als tapijten waarin dieren, planten, mensen of gebouwen als decoratieve elementen geïntegreerd zijn.

In zijn werk geeft Campendonk op persoonlijke wijze de visie van Der Blaue Reiter weer, met name de nog romantische gedachten van oorspronkelijke harmonie in de schepping. Door de gevoelsmatiger en anekdotischer benadering is zijn werk beter toegankelijk dan dat van de andere leden van Der Blaue Reiter. Dit is wellicht de reden waarom hij zoveel navolging had. Kenmerkend is het landelijke thema waarin een menselijke figuur centraal staat. Ook daardoor distantieert Campendonk zich van Kandinsky en Marc die de menselijke figuur als individu in hun doeken weren als een verstorend element in de eenheid van de schepping. Na de oorlog werd hij hier lid van de Arbeidsraad voor de Kunst.

Na zijn militaire dienst vestigt hij zich in 1916 in Seeshaupt aan het Meer van Starnberg (Beieren).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende Heinrich Campendonk net als vele collega-kunstenaars als soldaat in het leger.

Groot hoofd met gespreide hand, 1921, houtsnede, handmatig met waterverf ingekleurd

1920 Reis naar Italië.

De kunstenaar associeert objecten en gezichten in een frisse decoratieve kleurmagie, die aan de beeldtaal van Klee en achter-glasschilderkunst doen denken. Mensen, bloemen, vaas en vis vinden elkaar niet op het niveau van de werkelijkheid, maar in een mythische dimensie van de droom, zoals die sinds Henri Rousseau een plaats in de kunst had veroverd.

Campendonk krijgt na de Eerste Wereldoorlog veel aandacht in de Belgische kunsttijdschriften. Paul van Ostaijen, die met de kunstenaar bevriend is, wijdt een uitvoerig artikel aan hem. Campendonk is de enige kunstenaar van Der Blaue Reiter die na de oorlog in de geest van de groep verder werkt. Marc en Macke zijn gesneuveld; Kandinsky en Jawlensky hebben Duitsland verlaten en evolueren naar een grotere abstractie. Campendonk daarentegen sluit zowel formeel als inhoudelijk aan bij de Blaue Reiter periode. In zijn werken uit 1921 is het dynamisme van zijn vroegere werken verdwenen, maar blijft de integratie van mens en dier in de hun omringende natuur het uitgangspunt. Vanaf 1917 wordt deze gedachte echter vertaald in een narratieve en meer realistische vormgeving. Onder invloed van Chagall krijgen zijn schilderijen een sprookjesachtige en bevreemdende aanblik. Deze irreële sfeer wordt geaccentueerd door de verstarde houding van de figuren en het decoratief naast elkaar plaatsen van verschillende motieven in monochrome vlakken en niet vormgebonden kleuren.

Vooral Floris Jespers komt sterk onder invloed van Campendonk. Via zijn correspondentie met Van Ostaijen, toen deze in Berlijn verbleef, werd Jespers geïnformeerd over de avant-garde in Duitsland. Het bracht hem ook in contact met Heinrich Campendonk die een belangrijke rol speelde voor Jespers in het gebruik van de achterglastechniek. Ook in het werk van De Smet en Van den Berghe verwijzen bepaalde compositieelementen naar zijn voorbeeld.

In 1922 keerde Campendonk terug naar zijn geboorteplaats Krefeld om als docent aan de kunstnijverheidsschool te gaan werken.

Passieraam in de Chrsitkönigskirche

Düsseldorf 1926 - 1934
In 1926 werd Heinrich Campendonk aangesteld als professor aan de kunstacademie van Düsseldorf, waar hij les gaf in de vakken wandschilderkunst, glasschilderkunst en mozaïek- en gobelinkunst.

Na 1926 richtte Campendonk zich meer op details. Daarvoor waren de mensen en objecten in zijn voorstellingen meestal ingebed in hun omgeving.

Oostende 1934 - 1935
In 1934 vluchtte hij voor het Naziregime en besloot te verhuizen naar België, waar hij een jaar verbleef.

Amsterdam 1935 - 1957
In 1935 vestigde Campendonk zich in Amsterdam, waar hij les ging geven aan de Rijksacademie voor beeldende kunsten en werd benoemd tot hoogleraar monumentale kunsten. Hij vervulde deze functie tot 1955 en is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van een grote groep vooroorlogse jonge kunstenaars.

1937 Zevenentachtig van zijn werken worden als entartetet bestempeld en geconfisqueerd.

1955 Neemt deel aan Documenta 1, Kassel

Heinrich Campendonk stierf in 1957 op 67 jarige leeftijd in Amsterdam. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1264.