kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 08 06 2017 11:45 voor het laatst bewerkt.

Hendrick Avercamp

Nederlandse schilder, geboren 25 januari in 1585 Amsterdam - overleden 1634 (begraven voor 15 mei) in Kampen.

Hendrick Avercamp schilderde vooral winterse schaatstaferelen. Avercamps vroege landschappen zijn vooral vertellend, met veel ondeugende anekdotes. Zijn vroege werk sluit aan bij de kleurrijke landschappen uit de school van Pieter Breugel de Oude. De schilderijen zijn vaak rond van vorm en de horizon is hoog in het kader aangebracht. In later jaren werd de sfeertekening ook belangrijk in zijn werk. De horizon zakte geleidelijk naar beneden in het kader, waardoor steeds meer lucht werd getoond. Avercamp kon goed waarnemen. Waarschijnlijk ontstonden zijn vele ijsgezichten in zijn atelier aan de hand van schetsen, die hij in de winter maakte. In zijn latere periode heeft Avercamp ook wat marines gemaakt, maar daarmee verdiende hij minder bekendheid.

Hendrick Avercamp's wintergezichten werden nagevolgd door o.a. Jan van Goyen, Aart van der Neer en Jan van de Capelle. Later in zijn leven gaf Avercamp les aan zijn neef Barent Avercamp. Hij schilderde ook winterlandschappen.

Biografie
De in Amsterdam geboren kunstenaar Hendrick Avercamp groeide als zoon van een apotheker op in Kampen. Daar uit verschillende documenten blijkt dat Avercamp stom was, is hij vaak 'de Stomme van Kampen' genoemd. Zijn moeder, dochter van de geleerde Petrus Meerhoutanus, leerde hem schrijven. Hendrick maakte al op jonge leeftijd mooie tekeningen en wilde daar verder mee. De reden dat hij erg van het winterlandschap hield hield kwam voort uit zijn jeugd, waarin hij altijd ging schaatsen met zijn ouders. Omdat hij niets hoorde leefde hij in zijn eigen wereldje, en droomde hij altijd van de heerlijke tijd op het ijs. Daar was hij gelukkig. Het laatste kwart van de zestiende eeuw, waarin Avercamp werd geboren, was dan ook één van de koudste periodes van de kleine ijstijd.

Op zijn 12e kreeg Avercamp zijn eerste tekenlessen. Toen zijn leraar, net als zijn vader en zijn broer, tijdens een pestplaag overleed, besloot de jonge tekenaar naar een oom van moederskant in Amsterdam te verhuizen om zich daar te bekwamen in de schilderkunst.

Avercamp leerde het schildersvak in Amsterdam. Hij specialiseerde zich in het schilderen van winterlandschappen. Daarin werd hij beïnvloed door de Vlaamse school. Vanaf zijn 18e was hij in de leer bij de schilder David Vinckboons (1576-1633) uit Mechelen, die als zovele Vlamingen naar het noorden was gevlucht. Vinckboons had op zijn beurt weer les gehad van de geniale schilder Pieter Bruegel (1525-1569). De rijke traditie van de Vlaamse schilderkunst werd voortgezet in de landschappen, boerenkermissen en ijsgezichten van Vinckboons en overgedragen op Avercamp die zich nog verder ontwikkelde onder leiding van Pieter Isaacsz en Gilles van Coninxloo. Van Coninxloo moest hij veel landschappen tekenen van korenvelden, maar Hendrick vond het veel leuker om winterlandschappen te tekenen.

Paneel, 87,5 x 132 cm
Tientallen mensen bevinden zich op het ijs. Je kunt tot heel ver in de diepte kijken. De figuurtjes verschillen nogal van elkaar in houding en kleding en hun bezigheden lopen sterk uiteen. Er wordt veel plezier gemaakt, hoewel sommigen gewoon met hun werk bezig zijn. De Kampense schilder Avercamp heeft enkele ondeugende details in zijn schilderij opgenomen, zoals een vrijend paartje, blote achterwerken en een plassend mannetje. Het 'Winterlandschap met ijsvermaak', geschilderd omstreeks 1608, is een van de vroegste monumentale wintergezichten in het Rijksmuseum.
De mensen op het ijs vermaken zich op zeer uiteenlopende manieren. Er wordt natuurlijk veel geschaatst: alleen, in rijtjes of met zijn tweeën. Een aantal mensen speelt 'kolf', een soort ijshockey. Anderen laten zich rondrijden in een arreslee of zijn aan het ijszeilen. Niet iedereen kan zich onttrekken aan de dagelijkse beslommeringen. Er zijn ook mensen gewoon aan het werk. Een rietsnijder loopt voorbij met een bos riet; de palingsteker heeft zijn drietand over de schouder en de vangst in een netje. Bij de brouwerij, herkenbaar aan het uithangbord, is een wak gehakt om water te kunnen putten voor de bierproductie. Een arme sloeber bedelt zijn brood bij elkaar.
Avercamp heeft een aantal grapjes opgenomen in zijn wintertafereel. Uit een boot steken een paar billen, een mannetje staat tegen een boom te plassen en iemand doet zijn behoefte in de greppel. In de hooiberg heeft een vrijend paartje zich verstopt. De schilder heeft op speelse manier zijn werk gesigneerd. Op het bouwvallige schuurtje rechtsvoor staat, als graffiti, 'Haenricus Av', met een poppetje erbij. Er is wel eens geopperd dat het ijsvermaak wijst op de 'slibberachtigheyt van 's menschen leven'. Het schilderij zou dan moralistisch bedoeld zijn. Of dat werkelijk Avercamps bedoeling was, valt niet te bewijzen.
Avercamp maakte het hele jaar door wintergezichten, deels aan de hand van schetsen en deels uit het hoofd. Net als andere 17de-eeuwse kunstenaars schilderde hij niet in de vrije natuur, maar binnen, in een atelier. Zijn schetsen voegde hij dan samen tot één compositie, met als gevolg dat het perspectief niet altijd helemaal klopt. Ook in dit schilderij is het perspectief merkwaardig. De bomen op de voorgrond en het huisje in het midden zijn op ooghoogte afgebeeld, terwijl de brouwerij op de voorgrond juist van bovenaf, in 'vogelvluchtperspectief', is geschilderd. Een dergelijk hoog gezichtspunt is typerend voor vroeg 17de-eeuwse landschappen, zoals dit ijsgezicht.
Dit typisch Hollandse wintergezicht heeft Vlaamse voorbeelden gehad. Dat blijkt uit de compositie, maar ook uit de vogelval links op de voorgrond. Deze vogelval, een deur op een stokje, is letterlijk overgenomen van een destijds erg bekend schilderij van Pieter Bruegel. Avercamp lijkt de Vlaamse invloed te hebben willen onderstrepen door het wapen van Antwerpen op de gevel van de brouwerij aan te brengen. Het is opvallend hoe ver je kunt kijken. Avercamp heeft door de grote diepte veel figuurtjes en anekdotes in zijn schilderij kunnen opnemen.
Het weer op dit schilderij is heiig, het licht getemperd. Naar achteren vervaagt het beeld en worden de kleuren fletser. Dit wordt 'atmosferisch perspectief' genoemd, waarbij de diepte wordt gesuggereerd door verandering van kleur. De bomen links en rechts en het bootje op de voorgrond versterken het gevoel van diepte en fungeren als repoussoir. Het woord repoussoir komt van het Franse 'repousser', terugschuiven. Een repoussoir is een onderdeel van een compositie dat de rest naar achteren lijkt te duwen. Grote voorwerpen of figuren op de voorgrond kunnen als 'repoussoir' dienen. Zij versterken de dieptewerking. Vooral bomen of gordijnen worden als repoussoir gebruikt.
Daarachter voert de dichtgevroren rivier ons oog de diepte in. Hier en daar zijn sprekende rode accenten aangebracht. Linksvoor lijkt een hondje zijn eigen schim na te jagen. In werkelijkheid is het de eerste versie van het hondje, die Avercamp kennelijk op de verkeerde plaats had geschilderd. De overschildering is in de loop der tijd weer doorzichtig geworden.

Avercamp keerde in 1614 terug naar Kampen waar hij tot zijn dood in 1634 voornamelijk winterlandschappen schilderde.

zwart, penseel in gekleurde dekverf, 14,4 x 19,5 cm
In het bleke maanlicht zijn vissers op een rivier aan het werk. Verderop gloeien de vuren van boten die in reparatie zijn. Op virtuoze wijze riep Hendrick Avercamp de nachtelijke sfeer op. De kunstenaar zette de tekening op in pen en inkt en bedekte vervolgens het hele papieroppervlak met dekverf. De contouren van de figuren zijn duidelijk omlijnd. Omdat de verf niet gemengd kon worden en iedere penseelstreek op zichzelf bleef staan, moest Avercamp de verf strak en beheerst behandelen. Zo wordt de glinsterende weerspiegeling van het maanlicht op het water alleen met arceringen in witte dekverf opgeroepen. 'Schilderijtjes op papier' zoals dit, waren bedoeld om als zelfstandig kunstwerken aan de wand te hangen. Zij dienden als een goedkoop alternatief voor olieverfschilderijen.
Avercamp kreeg zijn opleiding bij Pieter Isacksz in Amsterdam. Hij onderging ook de invloed van Vlaamse landschapsschilders zoals Gillis van Coninxloo. De Vlaamse traditie is zichtbaar in Avercamps vroege werk. Het zijn verhalende schilderijen: landschappen met een hoge horizon en figuurtjes erin. Winterlandschappen werden de specialiteit van de kunstenaar. Avercamps tekeningen waren vaak een voorbereiding op zijn schilderijen, maar hij maakte ook zelfstandige werken op papier, zoals dit nachtstuk.

Olieverf op paneel, 25 x 37,5 cm
Het is een drukte van belang in dit ondergelopen riviergebied. De Kampense schilder Avercamp schilderde veel ijsgezichten met schaatsende mensen. Op de voorgrond van het schilderij wordt kolf gespeeld. Het weidse uitzicht wordt begrensd door bebouwing. In de verte doemt een soort sprookjeskasteel op. Links is een dorpje en verderop is nog een stadje te zien.
Het kolfspel is een sport, waarbij met een kolfstok (een soort golf- of hockeystick) tegen ballen wordt geslagen. Het doel is de palen van de kolfbaan te raken. Kolf kon zowel op land als op het ijs worden gespeeld. Vanaf de middeleeuwen was kolf eeuwenlang het populairste volksspel in Nederland, zoals nu voetbal. Nu wordt de sport alleen nog in West-Friesland gespeeld. Rechts vist iemand met een lange spies naar paling en linksvoor loopt een werkman met een hooivork en baggerlaarzen over zijn schouder.

Websites: www.rijksmuseum.nl
 

 


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 536.