kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 26-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Hendrick ter Brugghen

Nederlands schilder, geboren 1588 Utrecht of Den Haag - overleden 1 november 1629 in Utrecht.

Hendrick Jansz. ter Brugghen of Terbrugghen wordt gerekend tot de Utrechtse caravaggisten.

Het vroegste gedateerde werk van Ter Brugghen stamt uit 1616. Van zijn loopbaan als schilder vóór dat jaar is niets bekend. Ter Brugghen schilderde genretaferelen van muzikanten en drinkers, maar ook bijbelse of mythologische taferelen. Opvallend in zijn bijbelse werken is dat hij soms expliciet katholieke onderwerpen uitbeeldde, hoewel hij zelf waarschijnlijk protestant was. Zijn vele genrestukken beelden, zoals die veel door de caravaggisten werden geschilderd, vaak éénfigurige muzikanten en drinkers uit.

Ter Brugghen behield ondanks de Italiaanse invloeden steeds een zeer persoonlijke stijl, duidelijk geënt op de Nederlandse traditie. Soms zijn in zijn werk merkwaardige, Middeleeuws aandoende elementen aanwijsbaar. Zijn beste schilderijen vallen op door een subtiel kleurgebruik, waarin weinig gebruikte combinaties voorkomen. Hoewel Ter Brugghen bewust variatie aanbracht in zijn schilderstijl, is er van een duidelijke lineaire ontwikkeling nauwelijks sprake. Dit maakt het moeilijk ongedateerde werken chronologisch te plaatsen.

Biografie
Ter Brugghens ouders waren woonachtig geweest in Utrecht, maar zijn vader, Jan Egbertsz. ter Brugghen, was sinds 1585 een deurwaarder in dienst van de Staten van Holland, en daarom wordt meestal verondersteld dat Hendrick in Den Haag is geboren.

Hij kwam in de leer bij de Utrechtse historieschilder Abraham Bloemaert in Utrecht. Nadat hij rond 1607 mogelijk als soldaat had gediend, maakte hij een studiereis naar Italië. Daar gaven op dat moment de werken van Caravaggio de toon aan. Het is onwaarschijnlijk dat de twee schilders elkaar hebben ontmoet, aangezien Caravaggio in 1606 uit Rome was gevlucht en op Sicilië leefde. Helaas zijn er geen documenten overgeleverd omtrent Ter Brugghens verblijf in Italië.

Op 15-jarige leeftijd vertrok Hendrick ter Brugghen naar Italië. In Rome raakte Ter Brugghen in de ban van het werk van de schilder Caravaggio. Vooral diens dramatische lichteffecten en keuze voor volkse modellen spraken hem aan.
Hendrick ter Brugghen moet in Italië niet alleen de invloed van Caravaggio hebben ondergaan. Van diens navolger Orazio Gentileschi lijkt hij een iets koeler palet en een minder dramatische lichtbehandeling overgenomen te hebben, en van Bartolommeo Manfredi de voorliefde voor het uitbeelden van muzikanten ten halve lijve.

In 1614 keerde Hendrick ter Brugghen terug naar Utrecht en in 1616 werd hij daar ingeschreven als lid van het Sint-Lucasgilde. In hetzelfde jaar trouwde hij met Jacomijna Verbeeck, de stiefdochter van zijn oudere broer, de herbergier Jan Jansz. ter Brugghen. Uit dit huwelijk zouden acht kinderen geboren worden. Het gezin vestigde zich in een huis aan de Snippevlucht, het stukje Oudegracht tussen Stadhuisbrug en Bezembrug.

Olieverf op doek, 134 x 160 cm, Rijksmuseum
Drie koningen verdringen zich met hun gevolg rond Maria en het pasgeboren Christuskind. Zij zijn van heinde en verre gekomen om het kind te aanbidden. De oudste koning knielt nederig met een geschenk, terwijl achter hem een knechtje zijn kroon vasthoudt. De kleine Christus pakt behoedzaam iets uit de bokaal. Hij ziet er uit als een oud en vermoeid mannetje. Door het scherpe licht dat van opzij op hem valt is hij het middelpunt van de compositie. De Utrechtse kunstenaar Hendrick ter Brugghen maakte het schilderij in 1619.
Warme en donkere kleuren overheersen in dit schilderij. Het contrast tussen de dicht opeen gepakte kluwen mensen links voor en de lichte, open achtergrond is erg sterk. Lange tijd was dit effect minder nadrukkelijk. Toen het Rijksmuseum de 'Aanbidding' in 1970 aankocht, was het schilderij namelijk veel groter dan nu. Iemand, niet Ter Brugghen zelf, had extra stukken aan het doek gezet. Dit was waarschijnlijk gedaan om de volgepropte compositie wat meer ruimte te geven. Het schilderij had daarmee een 'staand' model gekregen. Bij de restauratie zijn de toegevoegde delen verwijderd. Bovendien werden linksonder naast Maria's mantel Ter Brugghens signatuur en de datering van het schilderij ontdekt.
Tijdens de restauratie kwamen nog meer ingrepen aan het licht. De lucht achter de staande figuren was ooit donkerder gemaakt en de blauwe mantel van Maria was overgeschilderd. De belangrijkste overschildering betrof echter het Christuskind. Een ander kind bleek verstopt te zitten onder de schattige baby. De restauratoren legden Ter Brugghens oorspronkelijke Christus weer bloot, die niet gaaf is, maar rimpelig en ouwelijk. Hij heeft zijn oogjes dicht en zijn vel slobbert om hem heen (het doet denken aan een baby op sterk water). Latere eigenaars van het schilderij lieten de baby veranderen omdat zij het oorspronkelijke kind waarschijnlijk te stuitend vonden.
Van dichtbij bekeken is de structuur van de verf niet overal hetzelfde. De verf van Maria's japon lijkt bijvoorbeeld dekkender dan de verf van haar mantel. De blauwe verf is verkleurd, net als het blauwgroen van het landschap op de achtergrond. Ter Brugghen heeft de verf bij de hand van de knielende koning en de bokalen van de andere koningen nogal pasteus (dik) opgebracht. Kleine gele hoogsels op de mantel van de oude man glinsteren als gouddraad. Maria's gelaat is fijner geschilderd dan de verweerde hoofden van Jozef en de koningen. Waarschijnlijk greep Ter Brugghen voor Maria direct terug op een Italiaans voorbeeld.
Voor dit schilderij heeft Ter Brugghen vermoedelijk teruggegrepen op een houtsnede van Dürer. Op Dürers 'Aanbidding' staan de figuren, in spiegel- beeld, ook in een schuine lijn. Sterker nog dan Dürer richtte Ter Brugghen de aandacht op het kind. Zowel bij Dürer als bij Ter Brugghen zitten de figuren in een ruïne. Die manier van uitbeelden heeft een lange traditie: de ruïne verwijst naar het paleis van koning David, de voorvader van Christus.
Ter Brugghen beeldde vaak mensen en profil uit. Op de 'Aanbidding' zijn bijna alle figuren van opzij geschilderd: de centrale groep (Maria, Jezus en de oude koning), Jozef (achter Maria), de koning met de tulband en het knechtje met de kroon. Op de achtergrond steken de profielen van een ruiter en van een onbekende man scherp af tegen de heldere lucht. De page van de staande koning met de tulband kijkt nieuwsgierig om het hoekje. Een leuk detail is zijn hand, die onder de mantel van zijn baas verdwijnt. Probeert hij diens beurs te stelen?

Kort na 1620 wordt zijn werk merkwaardig genoeg uitgesprokener caravaggistisch. Voor een tweede reis naar Italië, die wel eens als verklaring is aangevoerd, bestaan geen aanwijzingen. Mogelijk werd hij beïnvloed door de terugkeer uit Italië van Gerard van Honthorst en Dirck van Baburen rond die tijd. Er wordt verondersteld dat hij in Utrecht nauw samenwerkte met Baburen, vanwege een opvallende verwantschap in schildertrant.

Olieverf op doek, 108,8 x 136,5 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Een halfnaakte man wordt beschenen door fel zijlicht. Het is Christus, te herkennen aan de verwondingen in zij en handen. De man links is een van zijn volgelingen, Thomas. Christus was kort tevoren gestorven en weer uit de dood opgestaan. Niet iedereen geloofde in dit wonder, ook Thomas niet. Tótdat hij zich met eigen ogen en handen van de echtheid van Christus' wonden vergewist had. Dat moment heeft Ter Brugghen uitgebeeld. Nieuwsgierigen verdringen zich rond de twee hoofdpersonen. Zij staan er met hun neus bovenop. De man rechts heeft er zijn knijpbrilletje bij opgezet.
Net als zijn voorbeeld Caravaggio schilderde Ter Brugghen dramatische licht-donkercontrasten.
Caravaggisten schermden vaak de lichtbron af met een donkere figuur. Ter Brugghen beeldde graag mensen van opzij uit. Op dit schilderij zijn de twee 'trucs' gecombineerd: het profiel van Thomas steekt scherp af tegen de verlichte achtergrond. Ook andere figuren zijn en profil afgebeeld.

In 1627 zou Ter Brugghen zijn bezocht door Rubens tijdens diens korte verblijf in Utrecht.

Democritus, 1628, Olieverf op doek, 85,5 x 70 cm, Rijksmuseum Amsterdam
Deze vrolijke man is de Griekse filosoof Democritus. Hij leunt op een globe met de sterrenbeelden en lacht om de dwaasheid van de wereld. Hendrick ter Brugghen schilderde de wijze man als een boers type, met verweerd hoofd en handen. Hij heeft zelfs een rode drankneus. Zulke modellen waren populair bij de Utrechtse caravaggisten, waarvan Ter Brugghen de bekendste is. Ter Brugghen was al op 15-jarige leeftijd naar Italië gegaan, en had daar kennis gemaakt met het werk van Caravaggio.
Democritus leunt tegen een bol met de sterrenbeelden want hij houdt zich bezig met de kosmos. Hij is wat jonger dan Heraclitus maar in plaats van te huilen om de wereld maakt hij met een spottend gebaar de domheid ervan belachelijk. Zijn glimmende rode neus doet vermoeden dat hij wel een glaasje lust. Een mantel van prachtig changeant materiaal is over zijn schouder gedrapeerd. Wanneer een stof 'changeant' is (van het Franse changer = veranderen), betekent dat dat de kleur ervan verandert wanneer het licht er anders op valt. Dit komt doordat de schering- en inslagdraden van de stof verschillend van kleur zijn.
De verhoudingen van zijn lichaam kloppen niet helemaal. De wijzende arm is overdreven verkort.

Bij de olijke Democritus schilderde Ter Brugghen een droevige wijsgeer: Heraclitus. Omstreeks 1600 werden de twee filosofen populair in de Nederlanden, vooral in Utrecht. Hiervoor waren twee redenen. Aan de ene kant was het een uitdaging voor een schilder om zulke uiteenlopende gemoedstoestanden te schilderen. De twee filosofen kregen wel eens de rake bijnamen 'Jantje lacht, Jantje huilt'. Aan de andere kant was de moraal ook belangrijk: mensen zijn zó dom, dat een wijs man alleen maar om hen kan lachen of huilen.

De wenende filosoof rust met zijn arm op de wereld, het onderwerp van zijn geschriften. Hij is oud en kaal, in tegenstelling tot zijn tegenpool Democritus. Zijn van smart vertrokken gezicht is en profil geschilderd. De tranen biggelen hem over de wangen. De purperen mantel laat een dikke nek en een oude, maar gespierde schouder vrij. Eigenlijk zijn Heraclitus' handen en nek naar verhouding een beetje te fors. Het gedrongen lichaam van de oude filosoof geeft uitdrukking aan zijn gekwelde gemoedstoestand.

Het is nog niet zo lang geleden dat Ter Brugghens filosofen werden veroordeeld om hun grove uiterlijk. Het paste niet bij zulke verheven geesten om er onbehouwen uit te zien. Het afbeelden van volkse modellen nam Ter Brugghen over van de Italiaanse kunstenaar Caravaggio.

Olieverf op doek, 85,5 x 70 cm
Steunend op een wereldbol doet deze oudere man zijn beklag. Tranen biggelen over zijn wangen. Het is de Griekse wijsgeer Heraclitus die treurt om de dwaasheid van de wereld. Hendrick ter Brugghen schilderde deze wijze man als een boers type, met verweerd hoofd en handen. Zulke modellen waren populair bij de Utrechtse caravaggisten, waarvan Ter Brugghen de bekendste is. De schilder had het werk van Caravaggio gezien tijdens zijn verblijf in Italië.

De twee filosofen horen bij elkaar, dat is duidelijk. Er is echter geen zekerheid over hoe ze horen te hangen. Volgens sommigen horen de heren met hun ruggen naar elkaar toe te hangen. Zij maken daarmee hun wederzijdse afkeer kenbaar. In het Rijksmuseum hangt de treurende Heraclitus links en de lachende Democritus rechts. Het is namelijk gebruikelijk om pendanten zó te hangen, dat er een lege ruimte tussen de figuren ontstaat.

Ter Brugghen overleed op relatief jonge leeftijd, waarschijnlijk aan de pest. Hij werd begraven in de Buurkerk te Utrecht.

Volgens Arnold Houbraken bevond het volgende grafschrift zich in de Utrechtse Buurkerk:
Hier leit TER BRUGGEN, door de Doodt
Verrast en overrompelt,
Van 't dierbaar levenslicht ontbloot,
In 't duister graf gedompelt
Daat 't vleesch vergaat tot stof.
Doch egter blyft de lof
Van 't geen hy heeft bedreven,
Ten spyt der Afgunst, leven.

Hendrick ter Brugghen schijnt tijdens zijn leven een goede reputatie te hebben gehad. Constantijn Huygens roemt hem als een van de beste Nederlandse historieschilders, en men veronderstelt dat Vermeer door zijn kleurgebruik werd beïnvloed. Toch zal hij in Utrecht in de schaduw van de zeer succesvolle Honthorst hebben gestaan. Later in de zeventiende eeuw liet Joachim von Sandrart zich kritisch over hem uit in zijn boek Teutsche Academie der Edlen Bau-, Bild- und Mahlerey-Künste (1675): "Daar hij echter, naar zijn eigen geneigdheid, weliswaar door diepzinnige, maar toch zwaarmoedige gedachten, in zijn werken de natuur en haar onvriendelijke gebreken heel goed, maar onaangenaam heeft gevolgd, heeft ook een onvriendelijk lot zijn welvaart tot in zijn graf tot zijn nadeel achtervolgd."

Om iets aan de tanende reputatie van Hendrick ter Brugghen te doen, liet diens enig overgebleven zoon Richard ter Brugghen rond 1707 een pamflet verschijnen waarin hij fel uithaalde naar Von Sandrart, en propaganda voor zijn vader maakte. Zo schreef hij dat Rubens bij zijn bezoek aan Utrecht "heeft verklaart, de Nederlanden nu te hebben dorreist, en een schilder te hebben gesocht, en maar een, met name Henrik ter Brugghen te hebben gevonden: 't welk noch huydendaags, altijd [...] onder de schilders en groote kunstkenders tot sijn eer en lof werd verhaalt."

In de volgende eeuwen raakte Ter Brugghen in de vergetelheid. Tegenwoordig is Hendrick ter Brugghen echter de meest gewaardeerde zeventiende-eeuwse schilder uit Utrecht. Schilderijen van hem bevinden zich in musea verspreid over de hele wereld.


Copyright, This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the Wikipedia article http://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrick_ter_Brugghen
Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 645.

Tweets by kunstbus