kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Hendrickje Stoffels

Hendrickje Stoffels (1626-1663)

Eerst huishoudster, later geliefde van Rembrandt. Poseerde regelmatig voor hem.

Hendrickje was een dochter van de sergeant Stoffel Jegers uit Bredevoort. Ze staat bekend onder de naam Hendrickje Stoffels — dochter van Stoffel — maar haar achternaam was dus eigenlijk Jegers. Hendrickje was aan het eind van de jaren veertig Geertje Dircx opgevolgd als Rembrandts huishoudster. Ze werd ook zijn minnares. In 1654 was Hendrickje 28 jaar. Rembrandt was twintig jaar ouder.

In januari 1647 hertrouwde Mechteld Lamberts, de moeder van Hendrickje Stoffels, met de buurman sergeant Jacob van Dorsten, een weduwnaar met drie kleine kinderen. Het is zeer aannemelijk dat de veranderende gezinssituatie voor Hendrickje aanleiding zijn geweest uit Bredevoort te vertrekken, om in Amsterdam de soldatenweduwe Geertje Dirks te helpen in de huishouding van de schilder Rembrandt.

Dat Rembrandt al spoedig onder de indruk kwam van de frisse schoonheid van Hendrickje en zich onttrekken wilde aan al of niet duidelijke toezeggingen aan Geertje Dircx bleek uit een heftige ruzie tussen Rembrandt en Geertje, die in het voorjaar van 1649 plaatsvond en waarvan Hendrickje getuige is geweest.

Na de dood van Saskia kwam Geertje Dircx bij Rembrandt in huis. Zij zorgde voor de kleine Titus en nam het huishouden op zich. Ze werd Rembrandts minnares, en verwachtte dat de schilder met haar zou trouwen. Maar in de loop van 1649 wist ze dat er geen bruiloft zou komen. Ze vertrok. Rembrandt kwam op 15 juni van dat jaar met Geertje overeen dat hij haar de rest van haar leven 60 gulden per jaar zou geven, en haar verder zou bijstaan als dat nodig was.
Hendrickje Stoffels was erbij toen Rembrandt de afspraak met Geertje maakte. Zij volgde Geertje op, als Rembrandts huishoudster en als zijn geliefde. Op 1 oktober stuurde Rembrandt Hendrickje naar de notaris om een verklaring af te leggen over zijn afspraak met Geertje.

De reden voor de late getuigenverklaring was gelegen in het feit dat Hendrickje in de zomer van 1649 terug was in Bredevoort. Ze treedt dan als doopgetuige op in de kerk van Bredevoort. De ten dele niet gelokaliseerde etsen van Rembrandt uit de jaren 1649 en 1650 zouden erop kunnen wijzen dat Rembrandt samen met Hendrickje de reis naar Bredevoort heeft ondernomen.

In het jaar 1654 is Hendrickje in verwachting van een kind uit haar verhouding met Rembrandt. Ze wordt wegens overspel voor de kerkenraad gedaagd en verschijnt pas bij de vierde daging op 23 juli 1654 waar ze alleen de bestraffing van de kerkenraad aanhoort. Een bewijs van moed en innerlijke kracht van de vrouw die haar situatie zoals die is, aangaat en de consequenties ervan op zich neemt.

De ouderlingen beschuldigden haar van ‘hoererije’ met de schilder Rembrandt. Ook Rembrandt hadden ze aanvankelijk ontboden. Waarschijnlijk hadden ze sindsdien ontdekt dat de schilder niet tot de Amsterdamse gereformeerde kerk behoorde. Als straf moest Hendrickje boetedoen. En ze mocht niet meer deelnemen aan het avondmaal in de kerk.

Rembrandt en Hendrickje woonden dus al jaren samen zonder dat ze getrouwd waren. Misschien wilde Rembrandt niet trouwen, omdat het testament van Saskia bepaalde dat hij dan de helft van haar erfenis moest afstaan. Toen hun dochter Cornelia, naar Rembrandts moeder, in oktober geboren werd, waren Rembrandt en Hendrickje nog steeds niet getrouwd. Maar bij de doop werd Rembrandt wel officieel als vader geregistreerd.

In 1660 had Hendrickje samen met Titus een kunsthandel opgezet. Alles wat het gezin bezat, was eigendom geworden van die compagnie. Rembrandt was in dienst als adviseur. Hij kreeg daarvoor kost en inwoning, en wat zakgeld. Ook deze constructie moest Rembrandt beschermen tegen schuldeisers.

In 1663 maakte de pest veel slachtoffers in Amsterdam. Een van hen was Hendrickje Stoffels. Ze stierf in het huis aan de Rozengracht waar ze vijf jaar eerder met Rembrandt naartoe was verhuisd, nadat hij het huis aan de Jodenbreestraat had moeten verkopen. Hendrickje was nog geen veertig.

Het jaar voordat Hendrickje stierf had Rembrandt zijn graf in de Oude Kerk, waar Saskia lag, verkocht. Hij liet Hendrickje daarom begraven in de dichtstbijzijnde kerk, de Westerkerk. Ze kwam in een huurgraf te rusten. Hendrickjes begrafenis kostte Rembrandt tien gulden en dertien stuivers.

Rembrandt had samen met Hendrickje Stoffels een dochter, Cornelia. Zij was acht toen haar moeder overleed. Volgens haar testament, van 7 augustus 1661, liet Hendrickje al haar bezittingen na aan Cornelia. Rembrandt benoemde ze tot enige voogd. Hij had zo het beheer over haar nalatenschap, zonder dat schuldeisers er beslag op konden leggen.

Bronnen:
Hendrickje Stoffels overleed in 1663. Haar testament bepaalde dat Rembrandt de enige voogd over Cornelia zou zijn. Twee voogden was eigenlijk gebruikelijk. In 1664 wees Rembrandt voor de notaris een nieuwe voogd aan, voor wanneer hij zelf zou komen te overlijden. In het document verwijst hij naar Hendrickje als zijn overleden vrouw.

Als voogd koos Rembrandt zijn vriend en collega-schilder Christiaan Dusart uit. Die had eerder in Amsterdam gewoond, maar was op dat moment in Den Haag gevestigd. In 1666 keerde hij terug naar Amsterdam. Dusart zorgde goed voor Cornelia. Toen Rembrandt in oktober 1669 overleed, was Cornelia pas veertien. Christiaan Dusart zag erop toe dat zij haar deel van de erfenis niet misliep.

Rembrandt had met Saskia twee dochtertjes gekregen die ook Cornelia heetten. Zij werden allebei maar twee weken oud. De derde Cornelia bleef wel in leven. In 1670, toen ze nog geen zestien jaar was, huwelijkte Christiaan Dusart haar uit aan de schilder Cornelis Suythof. Het echtpaar verhuisde naar Batavia. Daar kregen ze twee zoontjes: Rembrandt en Hendrick. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 566.