kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 10-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Henri le Fauconnier

Henri le Fauconnier (1881-1946)

Frans-Nederlands kubistische en expressionistische schilder, geboren 5 juli 1881 te Hesdin bij Calais - 25.12.1946 in Parijs.

Hoewel de geschiedschrijving hem slechts een bescheiden plaats toekent is Le Fauconnier in zijn tijd een invloedrijk kunstenaar die veelbesproken werken maakt en behoort tot de eerste aanhangers van het kubisme. Exposeerde in 1910 als één van de eerste kubisten. Van 1914 tot 1919 in Amsterdam. Na zijn expressionistische schilderijen beïnvloedde hij de schilders van de Bergense School. In 1925 terug naar Parijs, alwaar één van de leidende kubisten. Hij had grote invloed op de Nederlandse en Vlaamse expressionisten. (Summa; 25 eeuwen 339)

Biografie
Henri Victor Gabriel Fauconnier werd op 5 juli 1881 geboren in Hesdin bij Calais als eerste kind van de arts Louis Fauconnier en Gabrielle Raux.

In november 1900 verhuisde hij naar Parijs waar hij colleges volgt aan de École des Sciences Politiques en de École de droit. In 1901 nam hij les in het atelier van Jean-Paul Laurens.
In 1904 nam hij deel aan de Salon des Indépendants.
In 1905 volgde hij de lessen op de Académie Julian. Hier ontmoette hij o.a. Roger de la Fresnaye.

Fauconnier huurde een atelier in het Quartier Latin en veranderde zijn naam in Le Fauconnier. Hij bewonderde Maurice Denis en de Nabis en liet op de Salon des Indépendants impressionistische schilderijen zien. In 1906 volgde zijn latere Russische vrouw Maroussia Barannikoff schilderlessen bij Le Fauconnier.

In 1907 schilderde Fauconnier fauvistisch en ontmoet hij Robert Delaunay en Albert Gleizes. In de zomer van 1907 schilderde le Fauconnier in Ploumanach, Bretagne, de rotsen in een sterk vereenvoudigde vorm, met donkere kleuren. Hij legt vooral de structuur van het rotslandschap vast. In de volgende jaren wordt hij diepgaand door het kubisme beïnvloed.

In 1907-08 schildert en tekent hij reeds natuurstudies in Bretagne waarin hij vooral de structuur van het rotslandschap vastlegt. In de volgende jaren wordt hij diepgaand door het kubisme beïnvloed.

Bretons meisje, 1908, olieverf op doek, 54x36, Bremen, Kunsthalle
Landschap met rotsen, Ploumanach, ca. 1910, pen in zwarte inkt en olieverf op doek, 60x72, Den Haag, Rijksdienst Beeldende Kunst

In 1910 stelt hij in Parijs het grote doek L'abondance (Den Haag) tentoon waarin de kubistische facettering op een symbolistische figuur wordt toegepast - een niet erg overtuigende synthese die nochtans in zijn tijd bijzonder veel bewonderaars vindt. Het werk wordt achtereenvolgens in Moskou, Berlijn, Hagen en Amsterdam geëxposeerd.

Samen met Gleizes en Jean Metzinger exposeerde hij tijdens de Salon d'Automne in 1910. Via kontakten met Duitse kunstenaars werd hij lid van de Neue Künstlervereinigung Munich. Aan het eind van 1910 onmoette hij via Apollinaire Pablo Picasso en hingen zijn doeken samen met de werken van Gleizes en Metzinger in dezelfde zaal op de Salon d'Automne.

Vanaf de herfst 1910 hield le Fauconnier bijeenkomsten voor andere kunstenaars, zowel schilders als schrijvers, in zijn atelier in de Rue Visconti.

Fauconnier deed in 1911 mee aan de eerste grote tentoonstelling van de kubisten in zaal 41 van de Salon des Indépendants. Ook nam hij deel aan de Section d'Or.

In 1910 leerde le Fauconnier Lodewijk Selfhout en Conrad Kickert kennen. Dit contact zorgde voor de bekendheid van het kubisme in Nederland. Le Fauconnier werd door de Nederlanders gezien als de leider van de Montparnasse-groep, die verder nog bestond uit Léger, Metzinger, Gleizes, Delaunay en Archipenko. Volgens Le Fauconnier was de herkenbaarheid van de vorm en de gevoeligheid van de kunstenaar het belangrijkste. Apollinaire noemde dit cubisme physique.

In januari 1912 hingen werken van Fauconnier op de Ruitenboer tentoonstelling in Moskou. Tijdens zijn bezoek aan Moskou trouwde Le Fauconnier met Maroussia Barannikoff. In mei 1912 vertrok Le Fauconnier op aandringen van Schelfhout uit Parijs naar het landelijke Meulan-Hardricourt. Hier ontving hij de kunsthandelaar Wilhelm Uhde. Half augustus keerde Le Fauconnier terug naar Parijs en legde hij de laatste hand aan het schilderij Les Montagnards.

In de nazomer van 1912 keerde hij zich al enigszins af van de kubisten. Het kubisme van de Montparnassegroep werd volgens hem te veel bepaald door theoretische constructies in plaats van door de weergave van een intuïtief innerlijk beeld, dat een visie van de werkelijkheid moest geven. Op de Académie de la Palette gaf Le Fauconnier o.a. les aan Marc Chagall, Nadezhda Udaltsova, Véra Pestel en Liubov Popova. Zijn stijl veranderde in de loop van 1912 in een gematigd figuratief expressionisme.

Op de tentoonstelling van de Moderne Kunstkring in 1912 (6 oktober - 7 november) hingen 33 werken van Le Fauconnier. Op 27 oktober kwam Le Fauconnier voor een week naar Nederland. In zijn artikel La sensibilité moderne et le tableau, geschreven voor de catalogus van de Moderne Kunstkring van 1912, komt naar voren dat hij het meer geabstraheerde kubisme een dorre formule vond en de verregaande abstrahering van de ruimtelijke vormen een maniërisme.

Le Fauconnier evolueert in de jaren 1910-14 naar een compromis tussen kubisme en expressionisme, een stijl waarmee hij in Nederland veel bijval kent. De rijkelijk in de verf gezette, schematische vereenvoudigingen van zijn landschappen vinden we terug in de studies die De Smet en Van den Berghe in Nederland schilderen.

1914 Fauconnier in Nederland
Henri le Fauconniers naam en werk is ook verbonden met de vernieuwing van de ( expressionistische )kunst in Nederland en Vlaanderen. Na jarenlang een sleutelrol te hebben vervuld in het Parijse kubisme, kwam deze Franse kunstschilder omstreeks 1910 in Parijs in contact met enige Nederlandse kunstenaars en kunstliefhebbers. Le Fauconnier en Kickert waren in juli-augustus 1914 voor het eerst op de Domburgse Zomerexpositie te zien en kwamen bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Jan Toorop in Domburg. Van 1914 tot 1919 leefde Le Fauconnier in Nederland, daar hij dienst in Frankrijk weigerde.

Zijn gematigd vernieuwende kubisme oefende direct een grote aantrekkingskracht uit. In ons land exposeerde hij zijn werk dat zich inmiddels meer expressionistisch-realistisch had ontwikkeld in een gedempt coloriet, waarmee hij veel invloed uitoefende op o.a. de schilders van de Bergense School.
In 1915 had le Fauconnier een grote overzichtstentoonstelling bij de Rotterdamsche Kunstkring.

Het Kubisme dat Le Fauconnier voorstond wijkt sterk af van hetgeen Picasso en Braque onder die term introduceerden. Hun kubistische schilderijen kenmerken zich door heldere monochrome kleurstellingen. Het werk van Le Fauconnier is daarentegen intens zwaar van kleur. Wel heeft zijn stilleven net zo'n vlakke opbouw als het werk van beide oorspronkelijke kubisten. Le Fauconnier zette zijn composities ook volgens precies dezelfde principes op, maar werkte ze daarna veel schilderachtiger en expressiever uit.

Bergen
In de zomer van 1919 verhuisde Le Fauconnier met zijn vrouw Maroussia naar Bergen.
Het kunstleven raakte daar in een stroomversnelling toen de Fransman zijn toevlucht in de badplaats . Met zijn artistieke inzichten bracht de kubistische schilder en theoreticus de Bergense gemeenschap ideologisch bij elkaar. Deze aanpak heeft in Bergen op grote schaal navolging gekregen. De Bergense school is dus door een combinatie van factoren die je niet in de hand hebt. Als een mecenas ergens gaat wonen, klontert daar wel vaker een groep kunstenaars samen. Maar daar zit niet per definitie een baanbrekende figuur als Le Fauconnier bij. De oorlogssituatie waardoor de groep in Bergen min of meer noodgedwongen geruime tijd intensief met elkaar optrok, laat zich ook niet ensceneren. En gelukkig maar.

In mei 1920 keerde de schilder terug naar Parijs, alwaar één van de leidende kubisten. Zijn werk werd realistischer en verloor de spanning in een overdreven detaillering en sombere kleurstelling.

In 1926 werkten o.a. de Nederlandse schilders Carel Willink en Wim Schumacher in Le Fauconniers atelier.

In september 1932 overleed Maroussia. 25 december 1945 overleed le Fauconnier aan een hartaanval. De precieze datum is echter niet bekend, daar hij pas na ongeveer 14 dagen werd gevonden. Op 23 januari 1946 werd hij begraven op het kerkhof van Grosrouvre (Île-de-France), waar le Fauconnier sinds 1923 een huis had en vooral 's zomers leefde en werkte.

In 1959 was er in ons land en vlak daar buiten een overzichttentoonstelling van Le Fauconnier. Conrad Kickert schreef voor die tentoonstelling het artikel Oorzaak en begin van het cubisme, waarin hij Braque en le Fauconnier als grondleggers zag.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 783.