kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 25 06 2017 025:23 voor het laatst bewerkt.

Henry Moore

Henry Moore

 Engelse beeldhouwer
Geboren: 30 juli 1898 Castleford Yorkshire
Gestorven: 31 augustus 1986 Much Hadham Hertfordshire
 
Engels beeldhouwer, tekenaar en graficus.

Henry Spencer Moore is vooral bekend door zijn monumentale, geabstraheerde beelden van menselijke figuren.  Moores beelden worden gevormd door zijn zuivere gevoel voor massa en volume, vlak en contour, holten en bollingen en een eenheid van conceptie. De grote stenen en bronzen beelden van Moore geven de tot zijn elementaire grondvorm teruggebrachte mens weer; in zijn werk zijn drie hoofdthema's te onderscheiden, nl. 'moeder en kind', 'liggende figuur' en 'familie', oergestalten, waar een haast magische zeggingskracht van uitgaat. Als tekenaar werd hij gefascineerd door de door de aarde omsloten mens, zoals hij die zag in de Londense ondergrondse en in schuilkelders.

Moore werkte enige tijd samen met beeldhouwster Barbara Hepworth. Beiden werden geboren in Yorkshire en volgden dezelfde opleiding, de kunstacademie in Leeds.

Henry Moore ontwikkelde zijn beeldhouwkunst vanuit een Post Picasso stijl naar de pure abstractie.

Moore stamt uit een geslacht van mijnwerkers. Hij was het zevende kind van een mijnwerker. Beide ouders hadden een sterke en steunende persoonlijkheid en Henry kende daardoor een gelukkige kindertijd.

In 1915 studeerde hij voor leraar, en in 1916 gaf hij les in de lokale basisschool waar hij zelf ook nog gezeten had.

In 1917 zat hij in militaire dienst, als jongste soldaat van zijn regiment. Voor hem was de Eerste Wereld Oorlog geen traumatische ervaring zoals het voor vele andere soldaten wel was. Hij herinnert zich de oorlog als ‘een grotere familie' en zegt dat de oorlog voorbijging zoals een romantische tijd waar hij de held probeerde uit te hangen.

Al vroeg wilde hij beeldhouwer worden; hij bracht van 1919 tot 1921 op de Leeds School of Art door.
Hij werd al snel erkend als topleerling en kon in 1921 naar de Royal College of Art in Londen dankzij een beurs.

Meer nog dan de academie waren echter zijn bezoeken aan het British Museum van invloed op zijn werk, waarin vooral in zijn vroege periode elementen van Egyptische, Babylonische, Archaïsche, Etruskische en oud-Mexicaanse kunst te onderkennen zijn, evenals hier en daar een verwantschap met de primitieve kunst van Afrika en Oceanië. Hij was in het bijzonder geïnteresseerd in pre-Columbiaans beeldhouwwerk.

In 1923 verhuisde hij naar Parijs.

In 1924 versmolt Moore de Moeder en het Kind tot een oprijzend bastion van welhaast brutale intimiteit.

Kreeg in 1925 een beurs om in Frankrijk en Italie te studeren.

Van 1926 tot 1939 doceert Henry Moore aan het Royal College of Art en de Chelsea School of Art in Londen.

In 1928 kreeg Moore zijn eerste opdracht, voor de Londense ondergrondse, die resulteerde in de 'Noordenwind'.

In 1928 heeft hij zijn eerste Solotentoonstelling in de Warren Gallery in Londen.

Zijn 'Liggende vrouw' uit 1929 (Leeds City Arts Galleries) is een originele vertaling van de rustende figuur op Etruskische sarcofagen.

In 1929 inspireerde de beroemde regengod van de Tolteken, Kakmool, hem tot de oervorm van zijn rustende figuren. Op de onbeweeglijke basis van een been en een arm rust een knie en een elleboog op dezelfde hoogte als het hoofd. Ze ontsnappen niet uit het blok. Zo zijn de twee fundamentele archetypen van Moore (die volgens Erich Neumann de Moeder en het Kind en de Aardgodin waren) reeds in zijn vroeg werk aanwezig. De psychoanalyticus Neumann onderzocht in het werk van Moore de wiselwerking tussen interieure en exterieure vorm, omhulsel en kern, en bestudeerde de biomorfe aard en het symbolisme van zijn beeldhouwwerken. Later werd hier het gezin aan toegevoegd. Afzonderlijke, half-abstracte motieven, zoals de surrealistische hermafrodiete idoolvormen of de kooi-achtige instrumentalisatie van de ruimte dmv dun ijzerdraad bleven buiten deze centrale drieeenheid.

In 1929 trouwde hij met een mooie Russische, Irma Radetzsky, en in 1931 kochten ze een klein plattelandshuisje in Kent waar Henry tijdens zijn vakantie kon werken.

Jaren dertig: tendens naar het organische
Moore vertaalde de inspiratie van rotsen, bergen, botten en takken in dramatisch gevoelige beelden.
In de jaren 30 nam Moore de vernieuwingen van de vroege modernisten over. Archipenko was de eerste geweest die breuken en openingen autonomie had verleend. Picaso en Arp effenden de weg naar een organisch vloeiende vervorming. De anatomie was in een plasma van interieure en exterieure ruimten binnenste-buiten gekeerd. Kernvolume en binnenruimte werden in een trillend, melodieus of dramatisch aangezet evenwicht gebracht.

In 1930 zien we een nieuwe ontwikkeling. De Rustende Figuur verloor zijn massieve frontaliteit en toonde zich nu vanuit verschillende gezichtspunten en met holten. Deze tendens zette zich in de jaren '30 voort, totdat Moore tegen het einde van het decennuium figuren creeerde die in de positie van de ledematen waren ingebonden. Vanaf dat moment toonden de Rustende Figuren van Moore een ritme van rijzende en dalende vormen. Moore stelde dat het mogelijk was om iets niet-menselijks zoals het landschap, in de menselijke figuur uit t e drukken. En veel Rustende Figuren, t/m zijn twee en driefigurige beeldhouwwerken van de jaren zestig, suggereren in fiete bergen, rotsen en ravijnen.

In zijn vroege werk van voor 1930 steunde hij nog sterk op het solide blok en de techniek van de taille directe in de traditie van Derain en Brancusi. Aanvankelijk stond Moore enigszins onder invloed van tijdgenoten als Jacob Epstein (1880-1959) en Jean Arp (1887-1966), maar na 1930 werd zijn werk zelfstandiger: bij het abstraheren van zijn menselijke gedaanten liet hij zich nu inspireren door de geërodeerde vormen van door de zee volkomen glad geslepen kiezelstenen en schelpen.

In een zorgvuldige verbeelding herdenkt Moore natuurlijke processen: 'Kiezels tonen de malende, wassende behandeling van de steen en bezitten wezenlijke aspecten van asymmetrie... botten hebben een wonderbaarlijk structurele kracht en stijve formele spanning... bomen illustreren de principes van groei en de kracht van verbindingen in soepele overgangen...' Uit deze bronnen putte Moore zijn formele concepten. Het was een (in sculptuur bevestigd) bewustzijn van de natuur dat was verankerd in de traditie van de Britse Romantiek.

Moore sloot zich in 1930 aan bij de kunstenaarsgroep Seven and Five Society.
Werd in 1933 lid van de Unit One.
Nam deel aan de Internationale Surrealistische Tentoonstelling in Londen in 1936.

In 1934 verkocht hij zijn plattelandshuisje in Kent en kocht een ander, het was even klein maar de vijf hectaren grond lieten hem toe om zijn werken in open lucht te maken.

In 1936 werd zijn werk voor het eerst in de Verenigde Staten gezien, in een tentoonstelling getiteld Cubisme en Abstracte Kunst, bij het Museum of Modern Art in New York. In dat jaar neemt hij ook deel aan de Internationale Surrealistische Tentoonstelling in Londen in 1936.

Shelter Drawings
In 1940 gaat Moore in Much Hadham wonen. In dit jaar krijgt hij ook de opdracht van de overheid een reeks tekeningen van de schuilkelders in Londen te maken. Moore tekent mensen die tijdens de oorlog schuilen in de metrostations in Londen. Hij krijgt de opdracht om grotere en meer gedetailleerde versies te schilderen. Hierdoor begon hij een zeer breed publiek aan te trekken, veel mensen herkenden hun eigen gevoelens in zijn kunstwerken.

Henry Moore kreeg na de oorlog meer opdrachten van de overheid voor beeldhouwwerken.

Tijdens en direct na de oorlog toonden zijn figuren deegachtige rondingen die het motief van het gezin teder omhelsden. Het thema van moeders en kinderen zette zich in zijn naoorlogs beeldhouwwerk verder, dat nu door iets persoonlijk werd geïnspireerd, de geboorte van een dochter in 1946.
Het jaar 1946 was ook een belangrijk stadium in de groei van Henry Moore's openbare reputatie, een retrospectieve tentoonstelling van zijn werk bij het Museum of Modern Art in New York was een zegevierend succes. Diezelfde tentoonstelling reisde later naar Chicago en San Francisco, en daarna zelfs naar Australië.

Tot zijn meest imponerende groepen behoort de 'Drie staande figuren' uit het Londense Battersea Park (1947/48). Uit deze tijd stammen ook zijn eerste bronzen werken - voorheen werkte Moore rechtstreeks in steen of hout, soms met behulp van een kleimodel - zoals de 'Familie' (1945/49, Museum of Modern Art, New York).

In 1948 werd hij gevraagd aan de eerste naoorlogse Biennale in Venetië deel te nemen, waar hij belangrijke prijzen ontvangt, onder andere de hoofdprijs voor beeldhouwwerk.

In de jaren '50 vermeed Moore de gevaren van een al te schematische benadering door zich op de uitdrukkingskracht van het demonische, dreigende en tragische te richten. De cilindrische ogen van zijn Gehelmd hoofd 2 staren vanachter hun nauwe spleten, terwijl de mythische grootsheid van zijn Koning en Koningin wordt versterkt tot een tragikomische kruising tussen god Pan en Don Quichot. Zijn Krijger met schild is een dramatisch vervormde torso die onverzettelijkheid oproept, en zijn Drie staande figuren lijken verwrongen skeletten van de schikgodinnen.

Koning en Koningin 1952-53

Sinds 1950 werkte hij vrijwel alleen in brons. Moore bouwde in 1952 een experimentele gieterij in zijn tuin om de fundamenten van het proces te leren.

De techniek van Henry Moore begon te verschuiven van directe gravure naar modellering. Hij bouwde in 1952 een experimentele gieterij in zijn tuin om de fundamenten van het proces te leren. In 1954 had hij een korte ziekte die hem herinnerde aan zijn eigen sterfelijkheid. Dit versnelde het proces van verschuivung. Later, in 1960, zei hij: ‘Het verschil tussen modellering en het snijden is dat de modellering sneller werkt, en zo krijgen mijn ideeën een betere kans om tot leven te komen.'

1953 Ontvangt belangrijke prijzen op de biennale van Sao Paolo.

Van zijn latere werken moeten vermeld worden het 'Glenkiln-kruis' (1955/56), dat aan oude Keltische stenen kruisen herinnert, en de 'Liggende figuur' (1957/58) die hij voor het Unesco-gebouw te Parijs maakte.

Neemt van 1955 tot 1977 deel aan documenta 1-3 en 6 in Kassel.

In 1955 werd hij een ‘Companion of Honour' (Metgezel van Eer).

Na 1959 zou Moore zijn Rustende Figuren regelmatig in twee of drie stukken breken, niet om ze te fragmenteren, maar om de onderbrekingen als een deel van het geheel te laten ademen. In een architecturale context plaatste hij de landschappelijke metafoor tegen een stedelijke achtergrond. Vanaf dat moment beheerste Moore het hele spectrum en werd de leidende beeldhouwer van zijn generatie, alleen door Giacometti overtroffen.

In 1963 werd hij lid van de ‘Order of Merit' (Orde van Verdienste)

1968 Erasmusprijs voor zijn bijdrage aan de Europese cultuur. Ook was er dat jaar een tentoonstelling in het Kröller Möller in Otterlo ter ere van zijn zeventigste verjaardag.

In zijn laatste jaren werd Moore bekritiseerd omdat hij veel van zijn grotere werken overliet aan zijn medewerkers, zelfs maquettes van verworpen ideeën werden gegoten.

Henry Moore stierf 1986 in Much Hadham, Hertfordshire. Hij kreeg twee onderscheidingen: de Order of the Companions of Honour en de Order of Merit.

Het werk van Henry Moore kan niet met dezelfde overtuiging als biomorfe beeldhouwkunst omschreven worden als bijvoorbeeld dat van Arp. De menselijke vorm speelde er een te grote rol in. De tektonische en constructieve basis is daarvoor te krachtig en de invloeden van niet-Europese culturen (Sumerië, Egypte, India, Afrika en Oceanië) veel te groot. Bovendien sloot Moore nooit aan op de belangrijkste doorbraak van de moderne beeldhouwkunst, de kritische vernietiging van het medium em de afwijzing van de materiële eenheid, ook al nam hij de belangrijke formele aspecten ervan in een zo uitgebreid repertoire over, dat hij soms van eclecticisme werd beschuldigd. Moore cultiveerde zorgvuldig het idee van het 'geschikte materiaal', waarbij hij het steenblok onderzocht, langs de boomringen en houtnerf gleed en de levendige, abrupte beweeglijkheid van het brons volgde. Hoewel hij de meeste van zijn formele motieven niet zelf bedacht, was hij de beeldhouwer die de hiaten in de Britse beeldhouwkunst sinds de dood van Gaudier-Breszka opvulde. Moore nam het repertoire van de modernisten niet alleen over en varieerde erop, maar bracht het ook over in de taal van de geboren beeldhouwer. Hij verzoende het Modernisme met de klassieke beeldhouwkunst en was krachtig of eenvoudig genoeg om niet onder de zware last van dit 'Sculpturaal conservatorium' te bezwijken.

Het verkennen van de menselijke figuur en van organische vormen in de natuur, kenmerkt zowel zijn beeldend werk als zijn tekeningen. De tekeningen weerspiegelen de eclectische visie van Moore. Hij vond inspiratie in de meest uiteenlopende bronnen, van Afrikaanse sculptuur, over de wereld om hem heen, vormen in de natuur, het surrealisme en objets trouvés, tot archaïsche Griekse beelden.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 632.